Yves T’Sjoen. Hugo Claus in Stellenbosch. Korte notitie

Hugo Claus

 

Over het publieke optreden van Hugo Claus (1929-2008) in Zuid-Afrika is in vergelijking met passages van andere Vlaamse schrijvers niet zo veel bekend. De meest informatieve tekst is door Daniel Hugo gepubliceerd in South African Theatre Journal (mei-september 1997). Recent stelde Hugo enkele persoonlijke herinneringen op schrift.

Claus nam in 1997 deel aan een schrijverstournee. Naast Hugo Claus en echtgenote Veerle de Wit maakten Remco Campert, Herman de Coninck, enkele maanden voor zijn overlijden in Lissabon, H.C. ten Berge, Eddy van Vliet en Simon Vinkenoog deel uit van het hoog aangeschreven Nederlandse en Vlaamse gezelschap. Breyten Breytenbach herinnert aan die heuglijke gebeurtenis ter gelegenheid van mijn bijdrage over de hommage van Eddy van Vliet aan Breytenbach (http://versindaba.co.za/2017/07/15/yves-tsjoen-literair-tijdsdocument-hommage-van-eddy-van-vliet-aan-breytenbach/).

Claus verbleef toen onder meer in Stellenbosch, ter gelegenheid van de Vlaamse Week die door de universiteit is georganiseerd. Het Departement Drama onder de leiding van professor Temple Hauptfleisch zorgde voor de gelegenheid voor een reprise van een theatertekst van Claus. Wat de schrijversperformance in Zuid-Afrika precies behelsde, moet ongetwijfeld te achterhalen zijn. Ook de plekken waar de schrijverskaravaan heen trok, valt te reconstrueren. Feit is, zoals door Hugo in retrospectie genoteerd, dat de Zuid-Afrikaanse dichter-journalist in 1997 tijdens het schrijversverblijf in Stellenbosch een radio-interview had met de meester. De tekst in het theaterjournaal is er de neerslag van. Het gesprek is twee decennia geleden gevoerd maar verliest niets van zijn informatieve waarde.

In de meest recente beschouwing van Hugo over Claus (pun intended!), in april 2017 gepubliceerd, wordt het briefje geciteerd dat door de ijverige beursstudent aan de Katholieke Universiteit Leuven en verwoede lezer van Het verdriet van België in 1983 naar de Vlaamse schrijver is gestuurd (http://www.netwerk24.com/Vermaak/Boeke/rubriek-hugo-claus-die-briefie-en-die-boere-van-sa-20170430). Daarin haalt hij een frase aan ontleend aan het magnum opus Het verdriet van België (eerste druk: 1983) waarin een verwijzing staat naar de Afrikaner Boer. Het is allemaal in de tekst van Hugo na te lezen.

De aandacht van Daniel Hugo voor het oeuvre van Claus, zo getuigt hij, is wellicht aangewakkerd door de collegereeks die J.C. Kannemeyer in Stellenbosch wijdde aan het toneeloeuvre. Die referentie roept een ander literatuurhistorisch feit op. In de uitgavenreeks van Human & Rousseau, Literatuur van die lae lande, is naast werk van Willem Elsschot, Marnix Gijsen, Hella Haasse, W.F. Hermans en bijvoorbeeld Harry Mulisch ook ’n Bruid in die môre van Claus opgenomen (http://www.dbnl.org/tekst/_han001198501_01/_han001198501_01_0024.php). De uitgaven waren bestemd voor schoolgebruik en academisch onderwijs. Jan Rabie verzorgde de vertaling van de toneeltekst die door Claus in 1953 is gepubliceerd en waarvoor hij de Belgische staatsprijs voor toneel ontving. Uit de overlevering, zoals de Wikipediapagina over Een bruid in de morgen, weet ik dat Wilma Stockenström in de opvoering een rol vertolkte. De Afrikaanse versie is opgevoerd in Kaapstad door The National Theatre Organisation en NTO Kamertoneel (directeur: Tone Brulin) in een regie van Athol Fugard. Claus en Fugard hebben elkaar wel vaker ontmoet en waardeerden elkaars (toneel)werk. In oktober 1959 stond de productie in Bellville geprogrammeerd. Ook later is de tekst gespeeld in Zuid-Afrikaanse schouwburgen. Toen Claus in 1997 een bezoek bracht aan Zuid-Afrika, hebben studenten van het departement Drama het stuk weer op de planken gebracht.

Wat de band tussen Claus en Zuid-Afrika verder documenteert, zijn naast de frase in Het verdriet van België passages in de kunstenaarsroman Een zachte vernieling (1988). Ook die reminiscenties verdienen zonder meer een nadere beschouwing.

Precies zoals vorig academiejaar kan ik deze week tijdens een gastlezing aan de Universiteit Stellenbosch de tweedejaarsstudenten Afrikaans en Nederlands onderhouden over de poëzie van Hugo Claus. Uit ervaring weet ik dat het jonge publiek met meer dan gewone belangstelling een uiteenzetting volgt over de hobbelige weg waarlangs Claus de modernistische literatuur is binnengetreden en zijn eigen signaturen heeft ontwikkeld. Op een manier sluit de lezing weer aan bij de colleges van Kannemeyer. Ik ben alvast nieuwsgierig naar het hoofdstuk in Mark Schaevers’ biografie over Claus, en mogelijk in de aflevering die het tijdschrift Zacht Lawijd volgend jaar besteedt aan Claus. Intussen is het uitkijken naar de Afrikaanse vertaling die Hugo thans voorbereidt van Het verdriet van België. In het Maandblad Zuid-Afrika liet hij in september 2014 door zijn ega Marlene Malan optekenen: “My groot ideaal was nog altyd om Hugo Claus se grootse Het verdriet van Belgiё te vertaal”. Een kwarteeuw na de eerste lectuur van de roman en het inmiddels gepubliceerde briefje waarin de sikkeneurige recensent van De Standaard Freddy de Schutter door Hugo is gesommeerd, wordt dat ambitieuze voornemen effectief gerealiseerd. Claus heeft, zo liet Schaevers onlangs aan Hugo weten, het velletje papier niet weggegooid. Daniel Hugo bewaarde geen kopie. Het zit opgeborgen in het imposante archief dat door het Letterenhuis in Antwerpen zorgvuldig wordt geconserveerd. Schaevers, auteur van het prachtige boek Orgelman (2014), stuurde Hugo een scan zodat de formulering van de begeesterde student in Leuven nu in de krant staat.

Vraag is hoe het Afrikaans lezende publiek zal reageren op een roman over collaboratie en de repressie na de Tweede Wereldoorlog, over fascistoïde en gewelddadige uitwassen van een fractie van de Vlaamse Beweging. Misschien moet Daniel Hugo of een van de academici voor een belangstellend publiek toelichting geven over politiek-historische achtergronden waartegen de handelingen van de protagonist Louis Seynaeve worden gesitueerd.

(c) Yves T’Sjoen / September 2017

Bookmark and Share

13 Kommentare op “Yves T’Sjoen. Hugo Claus in Stellenbosch. Korte notitie”

  1. Francis Galloway :

    Ek het met belangstelling hierdie “notitie” gelees. In die tweede paragraaf word aangevoer dat Hugo Claus en sy vrou in 1997 deelgeneem het aan ‘n skrywersreis wat ook die volgende digters en skrywers ingesluit het: Remco Campert, Herman de Coninck, H.C. ten Berge, Eddy van Vliet en Simon Vinkenoog. Hierdie stelling is nie feitelik korrek nie.
    In 1996 was ek betrokke by die organisasie van die eerste “rondreis” van Nederlandse en Vlaamse skrywers in Suid-Afrika. Die inisiatief het uitgegaan van die Nederlandse Taalunie en die Stigting Poetry International. Die volgende Nederlandse en Vlaamse digters en skrywers het daaraan deelgeneem: H.C. ten Berge, J. Bernlef, Marion Bloem, Herman de Coninck, Geertrui Daem, Geert van Istendael, Simon Vinkenoog en Eddy van Vliet. Die “rondreis” het optredes in Pretoria, Johannesburg, Kaapstad, Oudsthoorn (by die KKNK) en Durban ingesluit. ’n Spesiale uitgawe van die tydskrif Ensovoort het op hierdie gebeurtenis gefokus: Jg. 8 Nr. 1 1996.
    Ek is nie bewus van ’n tweede “rondreis” wat in 1997 plaasgevind en waaraan Hugo Claus en Remco Campert kon deelneem nie. Albei van hulle was wel genooi om deel te neem aan die eerste “Poetry Africa”-byeenkoms van die Centre for Creative Arts aan die Universiteit van Natal, Durban. Hulle het waarskynlik ook uitnodigings na ander instellings in die land aanvaar terwyl hulle hier was.

  2. Yves T’Sjoen :

    Dank voor de belangrijke aanvulling, Francis. Ik had het kunnen weten, aangezien je mij al eerder een tekst bezorgde over de rondreis in 1996. In ieder geval maakt de casus duidelijk dat de biograaf de puzzelstukken moet leggen. Het verhaal over de deelnemende dichters in 1997 las ik elders. De literaire anekdotiek heb ik niet helemaal kunnen reconstrueren. Wat me in het licht van de “korte notitie” vooral bij blijft, zeker nu ik Breytenbachs speelse en diepzinnige reeks ‘nomadismen (een fragmentarium)’ lees in de geritmeerde Nederlandse vertaling van Laurens van Krevelen (De zingende hand, Podium, Amsterdam, 2017, pp. 51-95), hoeveel frappante raakvlakken en stilistische gelijkenissen opspoorbaar zijn in het werk van Hugo Claus. Breytenbachs reeks vangt aan met ‘Verdwaald liedje’ van Claus. En dat is geen toeval. Dank voor de interessante toevoeging, Francis. Yves.

  3. Hugo Claus was die enigste Vlaamse skrywer by die Vlaamse Week in 1997 op Stellenbosch. Sy vrou, Veerle, was ook nie by nie.

  4. Yves T’Sjoen :

    Dank, Daniel. In dat geval was Claus dus in 1996 en ook het volgende jaar op bezoek in Zuid-Afrika. Misschien biedt het archief opheldering over organisatie, optredens en verblijfplaatsen. Ik leg de vraag voor aan Claus’ biograaf Mark Schaevers. Yves.

  5. Yves, as ek Francis korrek verstaan, was Claus ook nie in 1996 in Suid-Afrika nie.

  6. H.C. ten Berge :

    De corrigerende aanvulling van Francis Galloway is juist. Claus en Campert namen geen deel aan de (indrukwekkende) rondreis van 1996. Francis was een van de belangrijkste organisatoren destijds.

  7. Francis Galloway :

    Breyten en Martin Mooij (van Poetry International) was sentrale figure in die twee gebeurtenisse: die (eerste en enigste) “rondreis” (1996) en die loodsing van “Poetry Africa” (1997).

  8. Yves T’Sjoen :

    Veel dank, Hans! Indien ik het nu goed lees, moet de bijdrage met het oog op publicatie als volgt worden aangepast: Claus nam in 1997 deel aan de Vlaamse Week van de Universiteit Stellenbosch. Hij was geen deel van het Nederlands-Vlaamse schrijversgezelschap dat een jaar eerder op uitnodiging van Poetry International en de Taalunie, georganiseerd door Breyten Breytenbach, Martin Mooij en Francis Galloway, een rondreis maakte in Zuid-Afrika. De passage was het enige bezoek van de Vlaamse schrijver aan het land.
    Mijn vraag is vervolgens waar de literaire marode Claus toen heen leidde.

  9. Jean Meiring :

    Die Vlaamse Week is gehou onder die vaandel van die Vlaams-Suid-Afrikaanse Kultuurstigting, en nie die Universiteit Stellenbosch nie. Die US was wel ‘n medewerker en die opvoering van Clause se verhoogstuk “Een bruid in de morgen” is wel in die HB Thom-teater deur die Drama-departement opgevoer.

  10. Jean Meiring :

    Korrigendum: Claus se …

  11. So word die legkaart stukkie vir stukkie voltooi! Dankie, Jean.

  12. Johann Lodewyk Marais :

    Die rondreis van 1996 het belangrike bande tussen Nederlandstalige en Afrikaanse digters gesmee.

  13. Louis Esterhuizen :

    Tydens die 1996-rondreis was daar ook ‘n verskriklike amusante insident. In Pretoria was ‘n aantal plaaslike digters genooi om die rondreisendes tydens ‘n deftige geleentheid by ‘n bepaalde meervlakkige huis in Waterkloof te ontmoet. Ter wille van spangees was ook ek in die geledere. Anton Goosen sou die musikale hoogtepunt wees. Nietemin, so uur of wat later – toe dit haas tyd raak vir sy optrede – begin die boom voor die venster op die eersteverdieping waar die geselligheid plaasgevind het, verskriklik raas en beef en daar klim Anton deur die venster. Skynbaar het hy vir ‘n geruime tyd aan die voordeur geklop en die klokkie gelui, maar weens die blye ontmoeting op die volgende verdieping het niemand dit gehoor nie. ‘n Onvergeetlike geleentheid, inderdaad. Soos Johann tereg sê: belangrike bande is gesmee.

Los kommentaar