Willem M. Roggeman. Twee gedichten

Willem M. Roggeman

AFVAL VAN TAAL

Het oude huis kent zijn adres niet meer.
Met onsterfelijke ogen ziet het huisdier
hoe de dagen hier ruisend voorbijglijden.
Het najaar ligt al opgeslagen in de tijd.

Een namaakwerkelijkheid ontspint zich.
Een schim vervoegt zich bij de bewoners
en veegt het cement van hun voegwoorden.
Het leven wordt voortaan anders genoemd.

En de dichter, hij ontdooit een versregel
en verraadt hem dan, nog ongeschreven.
Maar zijn beeldspraak werkt bevruchtend,
zijn metaforen smelten in de volksmond

en de rijmwoorden worden heimelijk bewaard
in de stille verlichte kelders van de dichtkunst
waar zij na vele jaren uit elkaar zullen vallen,
niet meer te spellen, niets dan afval van taal.

***

 

Willem M. Roggeman

VARIATIES OP EEN VERS VAN M. VASALIS

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
zo zag ik allen om mij heen verouderen.
De tijd raakte hierbij telkens de tel kwijt
en bespaarde mij aldus iedere aftakeling.

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
Zoals Villon schreef ik aan een gedicht
over sneeuw van vroeger die verdween
en hoe elk landschap steeds veranderde.

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
langzamer dan mijn rusteloze schaduw
die onophoudend rondom mij draaide
terwijl de zon heel snel op en neer ging.

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
Seizoenen duurden langer dan een jaar,
je zoenen smaakten naar de maneschijn
die de kinderen pijnloos liet opschieten.

Ik droomde, dat ik langzaam leefde…
Een langgerekt bestaan wou ik verzinnen.
Maar ook al schrijf ik voor de eeuwigheid,
tijd verteert het weefsel van mijn woorden.

Bookmark and Share

3 Kommentare op “Willem M. Roggeman. Twee gedichten”

  1. Zandra Bezuidenhout :

    Mooie gedichten, Willem Roggeman!

  2. Louis Esterhuizen :

    Meesterlik! Dankie hiervoor, Willem Roggeman.

  3. Marlise :

    Ontroerende gedigte, Willem! Hierdie slotreël het my veral getref: ” tijd verteert het weefsel van mijn woorden.”

Los kommentaar