Bert Bevers. Dagboeknotities van een eerstgeborene

Dagboeknotities van een eerstgeborene

 

Verbroken zegels herinner ik me, duistere vertrekken

en lichtschuwe reeuwzangen. In een vroege maand

wachtte hem het einde. Hij dorst nooit te begeren

wat van hem niet was, en dierf op niets te hopen

 

toen hij stierf.

 

 

Nu ik nog jong ben zijn mijn visioenen garnaalgrauw.

Graag vertel ik ze kamerdienaren traag, die ze aan

zichters op velden die van logge rogge zwellen

doorvertellen. Zo worden op de malse aarde

 

middagen minder stil.

 

 

We spraken over verloren liefdes, en we begonnen stil

te deinen naar iets dat wat weg had van dansen.

Wij realiseerden ons donders goed dat we nog

niets wisten. Nu zijn onze zonen eenzamer,

 

maar onze dochters vrolijk.

 

 

Ik zag vanochtend oude dames met gefronste wenkbrauwen

sermoenen prevelen, hun brandglas op het heden gericht.

Figuranten die met het heimwee van pasgeborenen

catacomben verkenden. Het lijkt alsof naarmate

 

alles ouder wordt ik jonger blijf.

 

 

Het knarsen van de sloten, en de aarzelende scharnieren

bleven me bij. Ook dat ik vond dat de onschuldigen

langzaam leven mochten, en dat ik halverwege

de slaap zeker wist: in vleermuizen steekt

 

de nacht zijn vragen.

 

 

© Bert Bevers, 2018

 

 

Bookmark and Share

Los kommentaar