Yves T’Sjoen. Montreal in Bloemfontein

Montreal in Bloemfontein

Charl-Pierre Naudé refereert in een reactie op Versindaba aan een heel bijzonder moment tijdens het Bloemfonteinse kunstenfeest van de afgelopen week. “What can Lit do? Canadian Writers talk”.

Gilbert Gibson

Op vrijdag 5 juli vond tijdens het Vrystaat Kunstefees een door de Canada Council for the Arts gefaciliteerd gesprek plaats met vier Canadese schrijfsters. De brochure kondigt aan dat “verskille in literatuur-strominge” aan bod komen. De Engelstalige jonge Canadezen reflecteerden in een orkestratie van moderator-dichter Gilbert Gibson over “hul uiteenlopende begrippe van ’n nasionale letterkundige tradisie, hoe hul eie skryfwerk en lewenservaringe oorvleuel of kapsies maak teen die dominante narratief van letterkundige verwagtinge”.

 De schrijversprotagonisten Paige Cooper, Kayla Czaga (dochter van een geëmigreerde Hongaarse vader), Klara du Plessis en Kim Fu wisselden van gedachten over tendensen in contemporaine Engelse literatuur van Canada en weidden uit over eigen werk (proza en poëzie). In het rustieke decor van de Kanselierskamer richtte het gesprek zich op het verdeelde taallandschap, de Franse en Engelse literaire scenes in het Noord-Amerikaanse land die nauwelijks of niet met elkaar interageren.

Klara du Plessis

De schrijvers erkenden volmondig dat tendensen in de francofone literatuur, in het anderstalige gebied, aan hun aandacht ontsnappen. Geen wisselwerking tussen de taalgebieden. Het is makkelijk pleiten voor meertaligheid, de praktijk in de realiteit duidt doorgaans op een ander fenomeen. De vaststelling tijdens het onderhoud strookt met de taal- en literatuurgebieden in België, wellicht het enige land ter wereld dat gescheiden is door een taalgrens en beschermd door taalwetten. Het culturele akkoord tussen Vlaanderen en Wallonië is van recente datum, lang nadat de Vlaamse gemeenschap soortgelijke samenwerkingsverbanden tot stand bracht met het dichter en verre buitenland. Talige diversiteit is in verschillende werelden een fata morgana en blijft dode letter. Dit is geen moraliserende veroordeling maar een observatie.

En toch. Ik ben gunstig gestemd. Het kunstenfestival is niet uitsluitend op Afrikaans gericht en moet veeleer als inclusief worden voorgesteld.  Het presenteert een internationaal gezelschap van dichters en prozaschrijvers. Het valt wellicht aan te bevelen in de toekomst ook de meertaligheid en de culturele diversiteit van Zuid-Afrika te laten zien: literaire auteurs die in andere inheemse talen hun pad banen in de literatuur. Met simultaanvertaling of in Engels als lingua franca moet een dergelijk gesprek mogelijk zijn. Deze optie zal een aanzienlijke dimensie toevoegen aan dit Zuid-Afrikaanse culturele en literaire feest.

Naast Nederlandstalige auteurs tekende zoals vorig jaar ook nu weer een delegatie uit Canada present in de Vrystaat. Deze organisatorische keuze getuigt van een open beleid met belangstelling voor dialogen tussen schrijvers en literaturen. Revelerend zijn Ekke van Klara du Plessis, een tweetalige bundel (Afrikaans en Engels), en Paige Coopers prozadebuut Zolitude, korte verhalen gedrenkt in sci-fi en fantasy. Ook de twee andere dichters Kim Fu en Kayla Czaga boeiden het publiek met hun soepele bespiegelingen over de stand van de Canadese (Engelse) literatuur. Er roert en broeit wat in de literaire scene.

Gescheiden door duizenden kilometers, op het verhoog van een Vrystaats kunstenfeest, kwam in verschillende gesprekken een dialoog tot stand tussen Canadese, Zuid-Afrikaanse en Nederlandstalige auteurs. Getalenteerde jonge schrijvers die het publiek inzicht verleenden in de wijze waarop zij met literatuur aan de slag gaan, de relevantie van literatuur in een maatschappelijke context, in het panorama van het literaire bedrijf op drie verschillende continenten. De transnationale en meertalige ontmoetingen geven blijk van een open vizier, van een doordacht programmatorisch beleid, van aandacht voor strekkingen die zich elders in de wereld manifesteren. Waar de schrijver zich ook bevindt, spelen vergelijkbare besognes, de worsteling met taal, de reflectie over mens en samenleving in literatuur.

Genreverschuiving, vooral de ontwikkeling van hybride genres, is een patroon dat in verschillende taal- en cultuurgebieden op de voorgrond treedt. Het internationale vertoog over jonge literaire producties, in Canada, Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika, kreeg een megafoon aangereikt op het Kunstefees. Het is dankzij de bemiddeling van de Zuid-Afrikaanse en Canadese debutant Klara du Plessis, auteur van de in Canada gepubliceerde dichtbundel Ekke, dat de Canadian Council betrokken is bij het culturele feest en schrijvers kon uitnodigen.

Dankzij de pertinente en bijwijlen ironische en speelse interventies van Gilbert Gibson loste het breed opgezette debat met de Canadese schrijfsters de verwachtingen in. Montreal kwam dichterbij in Bloemfontein. Corneli van den Berg, de ondernemende coördinator van het letterkundige programma, doet er goed aan de ingeslagen weg verder te bewandelen. Teksten en schrijvers zwemmen nu immers buiten het taalgebied waarin de literaire productie tot stand komt. Montreal, de titel van de Vlaamse schrijver Pol Hoste (een schitterend boek over diens residentieverblijf), is in Bloem nu ook een metafoor geworden voor de inspirerende productiviteit van transnationale schrijversontmoetingen. De volgende dagen lees ik in mijn schrijversresidentie in Pretoria de verzamelde boekuitgaven.

Yves T’Sjoen 2019

Bookmark and Share

9 Kommentare op “Yves T’Sjoen. Montreal in Bloemfontein”

  1. Yves, ek ondersteun jou oproep heelhartig dat Suid-Afrika se meertaligheid en kulturele diversiteit ook op die skrywersprogramme van Kunstefeeste gereflekteer moet word. Daar is ongelukkig ‘n groot struikelblok: daar word skaars literere tekste in die ander inheemse tale (buiten Engels en Afrikaans) geproduseer. Dit is die direkte gevolg van ‘n regering wat ‘n eentaalbeleid voer, ongeag grondwetlike waarborge vir elf ampstale. Die enigste projek wat op die oomblik meertaligheid in al elf tale bevorder, is AVBOB se jaarlkse aanlyndigkompetsie en die bloemlesing wat daaruit voortvloei. Inheemse taalbevordering is ongelukkig uitsluitlik afhanklik van privaatbronne. As daar nie geld beskikbaar is vir sodanige privatisering nie, gebeur daar niks.

  2. Yves T’Sjoen :

    Alle dank, Daniel. Ik zie meertaligheid als een rijkdom, net zoals jij. Een land met vele talen en culturen – diversiteit is het handelsmerk van Zuid-Afrika – is een ideale plek voor interculturele en trans-literaire uitwisseling. Het boek waarover jij praat heb ik – je gaf het mij tijdens Tuin van Digters. Er is het project van Antjie Krog en de vertalerswerkgroep van UWK: literaire teksten van anderstalige Zuid-Afrikaanse schrijvers (uitgezonderd Afrikaans en Engels) worden in Engelse vertaling uitgegeven door Oxford University Press. Jammer dat in een talig en cultureel zo divers land zo weinig overleg bestaat, schaarse kennis van elkaars culturele erfenis en heden. Maar wie ben ik om dit te zeggen. In Vlaanderen kent niemand de schrijvers die aan de andere kant van de taalgrens, in Franstalig België, opmerkelijk mogen worden genoemd.

  3. Baie dankie vir die reaksie, Yves. Is daar al titels beskikbaar van die UWK-projek?

  4. Yves T’Sjoen :

    Daniel, op de website van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen staat de volgende tekst over het OUP-vertaalproject (aankondiging van de Akademie van Kunsten-lezing door Antjie Krog, 2019): “Met subsidie van het National Institute for the Humanities and Social Sciences in South Africa (NIHSS) heeft Antjie Krog acht teksten gebundeld, die eind 2018 door Oxford University Press zullen worden gepubliceerd. De teksten zijn geselecteerd en geanalyseerd door onderzoekers die zich bezighouden met diverse inheemse talen. Voor het eerst komen deze teksten nu in meerdere talen beschikbaar voor een breder publiek. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal door zwarte auteurs specifiek voor zwarte lezers zijn geschreven.

    In de Akademie van Kunsten-lezing 2019 zal Antjie Krog kort ingaan op de inhoud van al deze teksten. Ook zal ze fragmenten voorlezen uit het toneelstuk Senkatana, gebaseerd op Kgodumodumo, een van de oudste mythen van Zuidelijk Afrika, alsook uit de prachtige roman Tears of the Brain en de thriller She’s to Blame. Vervolgens komt de dichtbundel Stitching a Whirlwind aan bod. Antjie Krog zal diverse gedichten voorlezen in zowel de oorspronkelijke taal (isiXhosa, isiZulu, Sesotho, Sepedi) als in de vertaling, zodat hun schoonheid en het krachtige wereldbeeld dat uit al deze teksten spreekt optimaal tot hun recht komen”.

  5. Maria Snyman :

  6. Maria Snyman :
  7. Baie dankie, Yves en Maria. Ondanks hierdie goeie projekte bly die publikasieposisie van skrywers in die nege inheemse tale (buiten Afrikaans en Engels) benard.

  8. Yves T’Sjoen :

    Beste Daniel en Maria, over de kwestie heb ik vanochtend met Antjie Krog gepraat. Ik begrijp dat sommige schrijvers in een van die negen talen soms gewoon weigeren in het Engels te publiceren, of zelfs vertaald te worden. Engels roept herinneringen op aan een wreed en inhumaan verleden, een pervers en onderdrukkend koloniaal systeem. Niet alleen in dit land. Daarnaast bestaat nauwelijks of geen literaire infrastructuur (uitgeverijen, tijdschriften) waarin deze schrijvers in hun taal kunnen publiceren. Ook na 1994 en de grondwettelijke verankering van elf inheemse talen is hierin blijkbaar geen verandering gekomen. Wat ik het meest frappant vind echter, is dat er nauwelijks of geen vertalers zijn van die talen, méér nog: dat er zelfs geen belangstelling bestaat om deze schrijvers van de negen en méér andere talen in Engels en/of Afrikaans te vertalen. Want dichters zijn er wel degelijk in die vele talen.

  9. Maria Snyman :

    Die insigte van poststrukturalisme het nie deeglik genoeg deurgewerk in opvoedkunde (en akademiese geletterdheid) nie – Foucault maar nie Derrida nie. Tim McNamara (toegepaste linguistikus) skryf en haal Derrida soos volg in “Reading Derrida: Language, identity and violence” (2010) aan:
    “Having no other language, [Derrida] will show the Other what its language means, what it is saying, by critically examining its very vocabulary – ‘fraternity’, ‘brotherhood’, the ‘mother tongue’ – and in a sense turning the language on itself:
    . . . “My mother tongue’ is what they say, is what they speak; as for me, I cite and question them. I ask them in their own language … if they indeed know what they are saying and what they are talking about. Especially when, so lightly, they celebrate ‘fraternity’. At bottom, brothers, the mother tongue, and so forth pose the same problem. It is a bit as if I was awakening them to tell them: ‘Listen, pay attention, now that is enough, you must wake up … . One day, you will see that what you are calling your mother tongue will no longer even respond to you.” (Derrida 1998: 33)”
    Akademiese geletterdheid is deur-en-deur analitiese-krities Anglo-Saksies – “multiliteracies”, “multimodality”, ensovoorts. Neoliberaal, klassieke metafisiese onto-teleo-teologie, uitkoms-gebaseerd sonder enige smaak vir die geheim (se-cernere, “separation”), vir taal as ‘n sisteem van verskille, vir taal wat verskille maak … Die dekolonialiserings diskoers* is vaal – dit gaan nie ver genoeg nie, nie tot by die punt waar letterkunde/letter-kunde/taal/”verstopte sillabes” ‘n verskriklike moeilike vryheid ontbloot nie … Tegnologie sonder goeie lees- en skryfvaardighede is ‘n tragi-komedie, ‘n verskriklike verlies aan geleenthede, aan werk, genoeg om mens horriesstuipe te gee …(as mens bekend is met Of Grammatology – ek droom al van ‘n graad in laasgenoemde, dit is so skreeusnaaks en eindeloos leesbaar vanuit die perspektief van opvoedkunde?!)
    Marlene van Niekerk se volgende vertelling (in haar brief aan Robert Greig op Litnet) bly my ook altyd by:
    “Your letter made me think back on my days of teaching at Wits when law students were still required to take Afrikaans in their first year. We, the staff, could mostly, through all manner of enticing and dramatic teaching methods, succeed in convincing them that Afrikaans was, in fact, a super cool language to study. We could even persuade some of them to continue their Afrikaans studies. From the 400 first-years we mostly harvested a class of 30 second-years, 15 third-years and seven honours students. After the first month of classes they would come to our offices out of sheer curiosity, telling us, “We really didn’t know there were rocks like you” (meaning “rock spiders”). It made us look at ourselves differently, weird insects on weird rocks, and it encouraged us even more to convey the cadences, the radical imagination and the intriguing vocabularies of certain contemporary Afrikaans works of poetry and prose. We especially tried to impress on them that Afrikaans, like all languages, can make the reader suspect certain unheard of dimensions of reality. We tried to cultivate a taste for the effects of alterity in certain writerly (scriptible) texts and to show that even in this language a writer could undermine identity, totality and closure, could subvert state power, could demolish stereotypes and could address the reasons for oppression and suffering in the world. Many of the law students who lived in a seamless, unshakeable and self-satisfied English-speaking world without much literary background learned from us that one could write critical or alienating stuff not only in English but also in Afrikaans and many of them became acquainted, for the very first time in their lives, with certain continental literary traditions. Could I imagine that any student from #AfrikaansMustFall at Stellenbosch would have come to the Afrikaans Department and told us, “We did not know there were settler professors like you”? It is quite unthinkable. In any event, they would not have found me, because during the entire attack on Afrikaans I simply took to my heels, ran home and hid underneath the desk in my study, surfacing only to read the news on the internet, the tweets, and the Facebook page of #OpenStellenbosch.”

    Ek herhaal, my hoofletters en invoeging: “AFRIKAANS, LIKE ALL LANGUAGES, [like language and literature in general, like any other,] can make the reader suspect certain unheard of dimensions of reality” …

    ““What can Lit do?” – it can make you the “Talk of the Town”! (Ek lees tans die bundeltjie van Fred Khumalo (2019) en worstel met die implikasies van die “gut-wrenching” stories!)

    * Meanings and Implications of Decolonization for Higher Education in South Africa, by Sabelo J. Ndlovu-Gatsheni, Acting Executive Director: CMU University of South Africa – https://www.google.com
    Address by the Deputy Minister of Higher Education, Mr Buti Manamela, to the Pwc 25th Higher Education Conference, Cape Town, Icc 3 September 2018

Los kommentaar

 

*