Bert Bevers. Vier gedichten

Sluitertijd zeer kort

.

Terwijl bij afdrukken aan weerszijden

van de lens zeer kort niets te zien valt

is als de vis van de adelaar de klauwen

ontwaart het water aan beide kanten

nog eventjes glad als een spiegel, eventjes.

 

 

Niemand verdwaalt graag

.

Ooit durfden ze elkaar onbeschroomd vrienden

noemen, profeten van leegte. Waren ze te jong

voor wraak, te oud voor trots? In de dommel

van de dag verzonken staan ze daar, valiezen

gepakt. Ogen zijn spionnen voor het verleden.

 

 

Vogeltjes

.

Vannacht was ik een Bolognezer. Een ieder

die mij op de Piazza Verdi passeerde deelde

ik zebravinkjes uit, ontelbare zebravinkjes.

Uit alle ramen van de universiteit staken

gezichten met vraagtekens. Ik weende niet.

 

 

Niet bang

.

Is het echt zo donker op zolder? In iedere

slaap woont een dromer. Hij loopt op lichte

schoenen, en is niet bang. Van vertrouwde

koude weg noemt hij winter niet bij naam,

maar negeert hij stil de geesten in de gang.

 

© Bert Bevers, 2019

Bookmark and Share

Comments are closed.