Delphine Lecompte. Loflied voor de tragische alpaca

Loflied voor de tragische alpaca

 

Op de drempel van het zonnebankcentrum waar vorige week

Twee argeloze bobijnsters werden gewurgd denk ik aan de tragische alpaca

Ze heeft geen tong en kan haar jong bijgevolg niet schoonlikken

Bovendien doet ze alsof ze een herkauwer is, maar niemand trapt erin

Ik voel me verwant met de alpaca, zowel met de vrouwelijke als met de mannelijke alpaca.

 

Wacht, ik heb me vergist

De alpaca heeft wel een tong, maar ze kan haar tong niet uitsteken

Ik steek mijn tong uit naar twee passerende makelaars

De lange oogt Spaans en eet een appel, de korte praat driftig over teleurstellende pralines

Van de Aldi, ik ken die pralines en zo slecht zijn die niet

De makelaars negeren mij, ik word vaak genegeerd door makelaars en ander gespuis.

 

Ik drink een fles rode wijn en eet een zak paprikachips

Ik tracht altijd gelijkaardige kleuren te eten en te drinken

Je kan dit een neurose noemen, je kan zoveel

Een ordinaire touwslager vraagt of ik mijn ziel aan hem wil verkopen

Ik antwoord ietwat bitsig (en waarheidsgetrouw): ‘Ik wacht op een knappere duivel.’

 

Een doordeweekse baggeraar tilt me op en draagt me naar zijn huis

Hij verkracht me tussen posters van arenden en bierreclames

Zijn huisdier is een angstige parkiet, Béla Lugosi genaamd

Hoe pretentieus, en verschrikkelijk onnodig

De penis van de baggeraar lijkt op een uit de hand gelopen zeevruchtenpizza.

 

Nu neem ik een douche en denk ik opnieuw aan de tragische alpaca

Die haar jong koste wat kost wil schoonlikken, maar de tong werkt niet mee

Na de douchebeurt pijp ik de baggeraar zonder morren

Het is mijn initiatief en niemand heeft er zaken mee

Béla Lugosi kwettert incoherent, de baggeraar zegt: ‘Negeer hem, hij is dement.’

 

Ik verlaat het huis van de baggeraar en betreed de supermarkt

Ik koop tien kuipjes smeerkaas en twaalf voorverpakte broden

Ik deel het voedsel uit, maar niemand noemt me Jezus

Of zelfs maar iets in die richting

Ondank is ’s werelds loon, zoals ze in de Saffierstraat zeggen.

 

Zes jaar en vierentwintig dagen geleden was ik voor het laatst gelukkig

Ik zat in een reuzenrad in de buurt van Moskou, en een bloedmooie alchemistische trompettist

Knipoogde naar mij, een beetje later sprong hij naar beneden

Ik keek mijn ogen uit en riep: ‘Waarom heb je dat gedaan??

Ik wilde mijn ziel aan je verkopen! Mijn ziel!!’

Sindsdien is het bergaf gegaan met mij, and that’s God’s honest truth.

 

 

© Delphine Lecompte 2019

 

 

Bookmark and Share

Los kommentaar

 

*