Wisselkaarten
Biografiese inligting oor ons Nederlandse & Vlaamse Bloggers
Lees hulle gesamentlike blog by Wisselkaarten
|
Luuk Gruwez (gebore in 1953) is tans een van die bekendste (en mees gewilde) digters in Vlaandere en Nederland. In 2007 verskyn Bandelose gedigte: 1977 – 1990 by Praag Uitgewers en bevat ʼn keur uit sy poësie wat deur H.P. van Coller in Afrikaans vertaal is. Ondermeer is drie van hierdie vertaalde verse deur André P. Brink in die Groot Verseboek (Tafelberg, 2008) opgeneem. Aangesien nie baie Afrikaanse poësieliefhebbers vertroud is met hierdie begaafde digter se werk nie, het ons dit goed gedink om via e-pos met hom ʼn onderhoud te voer ten einde ietsie meer omtrent sy ingesteldheid jeens sy ambag vas te kan stel. |
|
|
|
Bert Bevers (º 1954, Bergen op Zoom, Nederland) is dichter en beeldend kunstenaar. Hij werkt en woont reeds sedert de vorige eeuw in Antwerpen (België). In 1997 verscheen Afglans, een bloemlezing uit zijn eerste uitgaven. Sindsdien verschenen de bundels In de buurt van de wereld (2002), de viertalige editie Reservoir (2004), Uit de herinneringen van een souffleur (2005), Onaangepaste tijden (2006), Lambertus van Sint-Omaars beschrijft de wereld (2007) en Andere taal (2010). Later dit jaar verschijnt Arrondissementen, met twintig gedichten bij de arrondissementen van Parijs. Hij schrijft geregeld poëzie bij het werk van beeldende kunstenaars als Ron Scherpenisse en Bert Timmermans. Bert Bevers is lid van de raad van bestuur van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. Hij onderhoudt verschillende blogs, die te ontsluiten zijn via zijn website www.bertbevers.com |
|
Roel Richelieu Van Londersele is ‘n Vlaamse digter sowel as romanskrywer. Hy studeer Germaanse filologie in Gent. In 2003 word hy die eerste Stadsdichter van Gent. Hy het reeds verskeie digbundels gepubliseer sedert 1973. Sy jongste bundel “Tot zij de wijn is” verskyn in 2009. Verskeie pryse is aan hom toegeken, o.a. deur die Vlaamse Club Brussel. Hy ontvang ook die Prijs voor Literatuur van de Stad Gent, en die Louis Paul Boonprijs. Van sy gedigte word gebruik in musiekprogramme. Hy het saam met die kitaarspeler Juan de Granero en die sanger-pianist Luc Callaert hierin opgetree.
|
|
|
|
Chris Coolsma groeit op tussen machines en muziekinstrumenten in het huis van een blokfluitbouwer. Gezond doorvoed met klassieke muziek, gepassioneerd pianist geworden. Kleinkind van predikanten, maar rationeel en emotioneel agnost. Zijn tantes zagen een onderwijzer in hem en dat is hij geworden en gebleven. Sinds 1983 met hart en ziel docent bestuurskunde en bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zit vol onvervulde dromen maar ligt daar niet meer wakker van. Hartgrondig gehuwd met een aardse, wijze vrouw. Familieman. Dankzij internet en Esterhuizen geboeid geraakt door de Afrikaanse poëzie. Voor literair e-zine Meander gedichten vertaald en aanbevelingsrecensies geprobeerd van poëziebundels uit Zuid Afrika. Vond op een nacht de ‘Liechtensteiner’ – een aanklachtsonnet - uit, beschouwt zichzelf als micro poet. Recent vertaalde hij met groot genoegen 120 gedichten van Billy Collins, op een balkon van een zomerhuisje in Portugal. Voor eigen gebruik, want vind daar maar eens een uitgever voor. |
| Yves T’Sjoen, als docent verbonden aan de Vakgroep Nederlandse Literatuur van de Universiteit Gent. Promoveerde op In duizenden varianten. Historisch-kritische uitgave van Richard Minnes Gedichten (KANTL, Gent 2003). Bezorgde of werkte mee aan kritische leesuitgaven van Louis Paul Boon, Cyriel Buysse, Jos de Haes, Richard Minne, Paul Snoek, Wies Moens, Hugues C. Pernath, Eddy van Vliet en Karel van de Woestijne. In druk: leesuitgaven Ben Cami en Herman Teirlinck. Redacteur van Zacht Lawijd. Literair-historisch tijdschrift. Samen met Koen Vergeer redigeert hij De Volksverheffing. Jaarboek voor poëzie (2004-). Recente boekpublicaties: Stem en tegenstem. Over poëzie en poëtica (Atlas, 2004) en De gouddelver. Over het lezen van poëzie (Lannoo/Atlas, 2005). | |
|
|
Astrid Lampe (Tilburg 1955) dichter. Woont en werkt in Utrecht. In die plaats wordt in 1989 haar toneeldialoog Strikken opgevoerd. Zelf speelt ze één van de twee rollen.Spelen en regisseren doet ze dan al een aantal jaren. Strikken is de eerste geschreven tekst van haar die naar buiten komt. Het poëtisch taalgebruik is evident aanwezig.Er zijn plannen voor een roman. Al werkend dringt de keuze voor poëzie zich steeds nadrukkelijker op.De Revisor is één van de eerste literaire tijdschriften die haar werk plaatsen.In 1997 verschijnt bij Querido de gedichtenbundel Rib, haar debuut, genomineerdvoor de C. Buddingh´- prijs. Publicaties in diverse tijdschriften volgen, optredens zijn er voornamelijk in Nederlanden Vlaanderen en incidenteel ook in Engeland, Duitsland, en Frankrijk. Ze wordt gevraagd voor museale projecten als De Verleiding in het Centraal Museumin Utrecht (2003) en Rijke Uren in Museum Het Valkhof in Nijmegen (2005).Daarnaast begeleidt Astrid Lampe studenten van de afdeling Beeld en Taal aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Na Rib komen er bij Querido de volgende bundels uit: De Sok Weer Aan (2000),De Memen Van Lara (2002), beide genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Voor Spuit Je Ralkleur (2005), ontving Astrid Lampe in 2006 de Ida Gerhardt Poëzieprijs en in 2007 de Schrijversprijs der Brabantse Letteren. In 2008 verscheen Lampes 5e bunel: Park Slope/K’Nex studies. |
|
|
Edwin Fagel (1973) publiceerde tot nu toe twee dichtbundels: Uw afwezigheid (Nieuw Amsterdam,2007) en Schilder en model (Stichting Jo Peters Poëzieprijs, 2009). Zijn debuut werd bekroond met de Jo Peters Poëzieprijs en genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Hij is neerlandicus en werkzaam als journalist. Daarnaast is hij redacteur van het poëzietijdschrift Awater en het webzine deRecensent.
|
|
|
Mijn naam is Delphine Lecompte en ik woon in Brugge. Mijn eerste dichtbundel De Dieren in Mij werd bekroond met de Buddingh’-prijs 2010 en met de prijs voor de letterkunde 2011 van de provincie West-Vlaanderen. Mijn tweede bundel heet Verzonnen Prooi. Ik schrijf iedere dag, alles moet wijken voor het schrijven. Soms vergeet ik te eten en te kuisen. Mijn ruiten zijn vuil. Ik ben hopeloos verknocht aan een oude kruisboogschutter. Hij zorgt goed voor mij, hij koopt platte kaas en sponzen voor mij. |












