Gedigte

Annemarie Estor. Kruisverhoor

Sunday, May 20th, 2012

Kruisverhoor

 

De rode ster staat tussen de gordijnen

en breekt het nachtelijk zweet.

 

Een schim treedt voorwaarts uit de kasten.

Een andere staat in de deur.

 

Uit mijn handen steken harde buisjes,

en mijn mond voelt als een benen tuit.

 

De rechters lezen om en om

van perkament de vragen op:

 

Wat is uw leeftijd?

Hoe luidt uw naam?

 

Naar wie zijt gij vernoemd?

Wilt u anders heten?

 

Bent u getrouwd?

Met wie en waarom?

 

Hebt u een kind?

 

Ik lig nog steeds versteend op bed

en kan mijn stem niet luiden.

 

Uit mijn snavel een gekras,

mijn pak zit vast.

 

De scherpe klank voldoet niet aan de eisen

en het verhoor wordt uitgesteld.

 

Zo ontkom ik elke nacht ternauwernood

aan de rechters van Al-Dabarān.

 

Treden zij de kamer uit,

dan waakt de ster nog dreigender dan eerst.

 

De kamer staat nu in een ongekende gloed

als mengde men de argwaan met het kraaienbloed.

 

 

 

© Annemarie Estor, 2012

Zandra Bezuidenhout. Fees van die skrywers

Thursday, May 17th, 2012

Fees van die skrywers

Writers Unlimited Festival, Den Haag

 

Onthou jy nog die salsa in die voorportaal

die vlugge voetwerk van die dansers

die polsmaat van ‘n klein orkes

waar skrywers en besoekers  woorddronk

tussen stasies afreis

om  in die lende van die nag van saal tot saal

blinkvet olywe, borrels  filosofie en poësie

vir droër dae te kom haal -

na maande flikker dit in die gedagte

die drukte om die boeketafels

die dolle praatjies en gelag van ingewydes

maar in onverwagte kronkels

klop veral

die tamtam van die salsa

in die voorportaal.

 

© Zandra Bezuidenhout. 2012

Delphine Lecompte. Het gaat wel voorbij

Tuesday, May 15th, 2012

Het gaat wel voorbij

 

Ik verwen mijzelf met licht

Het licht schijnt op een vreselijk gedicht

Getiteld: ‘Het gaat wel voorbij’

Het gedicht begint met ‘Ik’

En het gaat over voedselvergaring.

 

Vandaag heb ik twee forelfilets gekocht

Er waren veel klanten in de winkel

Een broedermoordenaar had zijn winkelkar volgestouwd

Met moralistische linzen en ontmoedigend bladerdeeg

Twee ongetrouwde zussen kibbelden

Over de etymologie van het woord ‘stoethaspel’.

 

Toen ik de winkel verliet botste ik

Tegen mijn eerste pastoor

Ik loog en zei: ‘Ik hoopte u tegen te komen!’

‘Waarom?’ vroeg hij bars

‘Ik dacht: mijn eerste pastoor kent misschien een grap

over linzen en geboorterecht?’

‘Nee, zo’n grap ken ik niet,’ loog mijn eerste pastoor.

 

Ik ben toen weggehold

Omdat het begon te regenen

Net voor ik mijn huis bereikte struikelde ik

Over een stijve vogel

Hij was stijf van terreur

Een wrede puber had zijn vleugels aan zijn lijf geplakt

Met een Te Huursticker.

 

De stijve vogel was een duif

Nadat ik hem had verlost

Moest hij alles opnieuw leren

Het was niet veel

Het kostte hem slechts twee minuten

Om opnieuw duif te worden.

 

 

© Delphine Lecompte, 2012

Delphine Lecompte. Kamperen in het ijle

Saturday, May 12th, 2012

Kamperen in het ijle

 

Het is donker in de tent

Mijn oor bloedt weer

En mijn man slaapt met een brief in zijn vuist

Een brief van zijn enige zoon

Die hij moeiteloos haat.

 

Toen we wakker waren

Hebben we gekibbeld over levercrème

Mijn man hield voet bij stuk

Hij zei dat de schimmel schemerblauw

En de ingrediëntenlijst Deens was.

 

Maar het was tentzeilpaars

En Zweeds, geloof me

Dankzij mijn zinloze gedachtevluchten

Lijkt het plots minder donker in de tent

Omdat het minder donker is hoor ik

Een dronken vrouw neuriënd plassen

Of plassend neuriën.

 

Ik rits de tent open

De vrouw wordt nuchter

Hurkend zien haar lippen er buitenaards uit

Ze staat recht

En scheldt mij uit in een taal

Die 14 synoniemen voor levensmoeheid

Maar geen woord voor koorddanser heeft.

 

Mijn man wordt wakker

Hij vraagt of ik het nog de moeite vind

Verontwaardigd te zijn over crèmepaté?

Ik antwoord dat het altijd beter is

Verontwaardigd te zijn

Dan hurkend met buitenmaatse lippen

Naast een versleten tent.

 

We staan op

En ontbijten harmonieus

Een broodnodige hond brengt mij een rammelaar

Het is geen dood konijn

Maar wel het schemerblauwe stuk speelgoed

Van de peuter wiens vader giftige wasknijpers verhandelt.

 

© Delphine Lecompte, 2012

 

Zandra Bezuidenhout. Gesprek met ‘n kunswerk

Thursday, May 10th, 2012

Gesprek met ’n kunswerk van Marlise Joubert

 

Om my is alles blou en beweeglik

soos in jou droomtaal skildery van indigo

wat op die voorgrond vloei

branding van pers tot diep asuur

die ene roering

tot ligter tinte aan die rand

gedagtes na ‘n heuwellandskap hewel

deur die dal van groen die blik lei

oor ’n helderder moment van water

en  aan die oorkant die wandelende oog intrek

na skaamwit huisies op die kantelende horison

wat hul geheime na die kyker kaats

om  die pupil vir oulaas te vermaan

dat agter die blos van klonterende wolke

roos en oker drome dans.

 

© Zandra Bezuidenhout

9 Mei 2012

Ongetiteld. Marlise Joubert

Ongetiteld. Marlise Joubert

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Marlise Joubert. La Prade

Wednesday, May 9th, 2012

La Prade, Villasavary

 

die ganse gasteplaas

(okeragtige chateau ingesluit)

anker misterie tussen sonneblomlap

‘n geil wingerd en ‘n mistige heuwelbog

 

ek weet so min van die ensembles in steenwerk

ou dakteëls wat oor die legende van ‘n bospad hang

‘n murmelende fontein of selfs daardie heuninggrys

standbeeld van Ceres onder ‘n boomkatedraal

 

so staan ek hier in ‘n onbekende massale huis op ‘n stoep

kyk na bewerkte sooie glinsterend in glasige

verspreide lig en uitgerookte wolk

weet ek alles is anders nou

 

waar die skilder voor sy esel staan in ‘n hoek

om die hangende tuin oor sy muur uit te sing

 

weet ek

ek weet so min

 

*

 

(selfs die heuningby weet meer

van geure wat opstuif uit karamelkorwe

van toeka se dorpies uit klip gelig

as wat ék weet van hierdie

landgoed duskant Carcassonne)

 

*

 

hoog in Villasavary op ‘n balkon

wat moontlik eeue gelede uitgekap is

sweef ek uitgelate oor sonneblomgeel

afwisselend met oopgeharkte grond

waar ronde bale gras uitdroog in somerson

 

om ‘n gedig te skryf sou beter wees

om hierdie droom vas te bind 

al is die woorde te lig en te wit

te klip te groen - alles gly terug

in die begraaftuin van vervloeë dae

 

vergeel dan vinnig tot ‘n vlerk

sonneblompapier

 

*

 

(agterna is die reis net

‘n draling van windvoete tussen sipresse deur

‘n asemproe soos reën teen ‘n horison

 

met asfaltgedagtes wat oorskadu word

om alles weer te verken en met

woorde terug te lap)

 

 

© marlise joubert, 2012

Delphine Lecompte. Eremijt of acrobaat?

Wednesday, May 9th, 2012

Eremijt of acrobaat?

 

Mijn muze leest een dun boekje

Over een eremijt die in de kuststad

Waar ik mijn melktanden weggaf

Aan de grinnikende zoon van een verdwenen acrobaat

Zijn honger verbijt met geloof en hoefsmederij.

 

De treinconducteur zegt dat zijn eerste vrouw van Brugge was

Ik vraag niet: is ze gestorven?

Ik vraag of ze is verliefd geworden

Op een man die niets met sporen te maken heeft

Een sponzenverkoper misschien?

Een man die sporen uitwist waarschijnlijk.

 

‘Ze is teruggekeerd naar haar ouders,’ zegt de conducteur

‘Daar kan ze de hele dag zure beertjes eten, en zichzelf krabben.’

‘Waar jeukt het?’ vraag ik nog

Maar de conducteur staat al in een andere wagon

Intelligentere onwaarheden te verkopen

Aan jongere vrouwen met betere bestemmingen.

 

De trein staat stil

Het is onredelijk om mijn muze te verdenken

Van de moord op zijn oudste broer

Hij lag op mij toen zijn broer zich aan een spintol prikte

Hij deed boodschappen voor mij

Toen de spintol in gif werd gedoopt.

 

Veertig minuten te laat komen we aan

In een intimiderende stad die klopt

Wanneer je in een katholiek weeshuis bent geboren

Of in de toiletten van een odieus goksalon

Er is een lezer van dit gedicht

Die zal beweren dat alle goksalons odieus zijn.

 

Het hotel is lelijk genoeg

Voor een ongevulde dichteres

Die haar muze zopas beschuldigd heeft

Van de diefstal van haar tandpasta

Ik sluit mij op in de badkamer

In de spiegel werken mijn wimpers op mijn zenuwen.

 

© Delphine Lecompte, 2012

De Waal Venter. Nageslag

Tuesday, May 8th, 2012

Nageslag

 

Die atmosfeer in die huis

is effens slordig.

Jan dra ‘n ligblou trui

oor ‘n donker gholfhemp.

 

Ons sit in die woonkamer

met skilderye teen die muur.

Hulle gehalte wissel vreeslik.

Die portret van die jong Bernice oorheers.

 

Sy bring ‘n skinkbord met tee en koffie in.

Sy het haarself opgekikker

en dra geborduurde dansskoene.

Mens kan nog die ooreenkoms sien

tussen haar en die portret.

 

Sy skink tee, bied koffie aan.

Daar is tuisgebakte beskuit

en stukkies vrugtekoek, baie soet.

 

Bernice praat vrolik oor die teater,

maar sê niks van haar groot rolle nie.

Jan staan effens moeilik op

en verlaat die kamer.

 

Hy kom terug met ‘n witterige klip

en gee dit vir my.

daar sit klein gefossileerde beentjies in,

‘n klein diertjie.

‘n Soort knaagdier,  sê Jan.

Die voorloper van alle soogdiere kon so gelyk het.

 

Ek sien klein kloutjies,

‘n smal skedel, ‘n ry skerp tandjies.

‘n oogkas wat eenkeer ‘n blink ogie gehuisves het.

 

Bernice sit die koppies bymekaar.

Dit was baie lank gelede, sê sy.

Jy was die koningin van die verhoog, sê Jan.

Dit het babas gesoog, antwoord Bernice,

en kyk na die foto van die gradeplegtigheid teen die muur.

Nes ons.

 

De Waal Venter, 2012

Delphine Lecompte. Ik lap de regels

Monday, May 7th, 2012

Ik lap de regels

 

Ik lap de regels aan mijn laars

En knip het formulier

In acht ongelijke stukken

Omdat acht mijn lievelingsgetal was

Toen ik nog niet loog.

 

Ik prop de ongelijke stukken in mijn jaszak

En ga naar buiten

Waar ik hoop een kompaskenner tegen te komen

Omdat ik een vraag heb over richtingen

Meerdere vragen eerlijk gezegd.

 

De kapitein die ik vind

Ligt comateus op een slapende vrouw

Die een Indonesisch boemanmasker draagt

Ik maak haar wakker

Ze vraagt of ik haar toekomst wil voorspellen?

 

Ik voorspel dat ze een geniale zoon zal baren

Die iedere avond zonder walg haar stompjes zal liefkozen,

En iedere ochtend een ode aan haar nekvel zal schrijven

Ze snauwt: ‘Ik heb al een geniale zoon die mijn stompjes kust,

en limericks over mijn halsslagaders bedenkt,

waarzegster van het zevende knoopsgat!’

 

De kapitein is uit zijn coma ontwaakt

Dankzij de foute voorspelling van het baren

Hij is teleurgesteld wanneer hij verneemt dat het geen golven zijn

Ik vraag hem of hij mijn toekomst wil voorspellen

Hij voorspelt dat ik het noorden zal verliezen in 2015

‘Ik ben het al 15 jaar kwijt, waarzegger van mijn voeten!, roep ik niet.

 

© Delphine Lecompte, 2012

Delphine Lecompte. Alles valt mee

Saturday, May 5th, 2012

Alles valt mee

 

Uit de broekzak van mijn vader valt

Mijn plan om geniaal te worden

Het landt in een grote plas

Het is de urine van een profetische pantoffelmaker

Mijn plan wordt onleesbaar.

 

’s Middags ontmoet mijn vader de pantoffelmaker

Ze praten over koetjes en zieke nieren

Letterlijk en figuurlijk is de ochtend om zeep

Om 11u heb ik zeep gekocht

Iedereen associeert zeep met gevangenisverkrachtingen

Maar oorspronkelijk was zeep bedoeld om je mond te wassen

Nadat je een leraar een gefrustreerde eikel had genoemd.

 

’s Avonds is mijn vader tevreden

Hij leegt zijn zakken

Hij kust de foto van zijn jarige moeder

Op de foto is ze elf jaar

Morgen wordt ze 78

Zonder zoons noch dochters

Wordt het een liederlijk feest

Op de keukentafel van een pantoffelmaker

Die niet profetisch is en nooit over zijn zieke galblaas klaagt.

 

Zonder plan kan ik nog altijd geniaal worden

Ik heb zeep, veerkracht, en een moeder

Zonder rok ziet ze er jonger uit

Jonger dan mijn vader

Morgen zal ze me opbellen

Ze zal vragen waarom ik tien blokken zeep

Met haar tweede naam in reliëf op haar nachtkastje heb gelegd?

 

© Delphine Lecompte, 2012

Annemarie Estor. De voorspelling

Saturday, May 5th, 2012

DE VOORSPELLING

 

Het was een zeldzame stad.

We sliepen in een huis vol vreemden.

 

Men baadde in de zon en at bij nacht,

er werd ook niet gesproken.

 

Men trok er zijn angsten

met wissers de put in.

 

Hier ging de boiler tekeer

als een bronstige stier,

 

maar wij hadden de vette broodjes al binnen,

jagen hoefden wij niet meer.

 

De bloemen in de appelsienenbomen

verdreven alles wat was opgekropt.

 

En ik peinsde:

wat hier groeit is vrucht en stamper tegelijk.

 

We verjoegen onze noden,

gaven planten in de dakgoot water,

 

en de parels vielen loodrecht

door het zonlicht neer.

 

We zijn symbolen gaan waarderen

boven al die oude werkelijkheid.

 

Brommers reden rammelend voorbij

en ergens bewaarde men antieke pestremedies.

 

Twee stokken kaneel.

Leg ze middenin de blauwe cirkel.

 

Al werden we belaagd door alle muggen

van de wereld, de warmte zou ons wel bewaren.

 

En we kochten in een winkel de nacht

en aten appeltjes van goud,

 

wetend dat het geld

zou worden afgeschaft.

 

Bij de rij oranjebomen

sprak een zwerver:

 

Als de lijster morgen diesel drinkt,

wordt het akelig op straat.

 

Maar de vier rivieren bleven spoelen

en het licht viel uit

 

en het verwonderde geprevel

stijgt nog altijd langs de muren op.

 

 

© Annemarie Estor, Rome, mei 2012

 

ANNEMARIE ESTOR (1973) publiceerde de dichtbundels Vuurdoorn me (2010) en De oksels van de bok (2012). Beide werken verschenen bij Wereldbibliotheek; het eerste werd bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Estor is tevens auteur van de monografie Jeanette Winterson’s Enchanted Science (Talkingtree, 2004). Zij is werkzaam als redacteur bij het cultureel maatschappelijk tijdschrift Streven.

Joan Hambidge. Hong Kong

Thursday, May 3rd, 2012

Hong Kong

Vir soveel jare ‘n deurgang
na ander plekke: Melbourne,
Bangkok, Phuket, Seoul.
Jou sien transformeer van stinkende stad
(met straatlopers wat kook en broei op straat)

tot bevryd en vrygemaak

en uiteindelik ‘n ruimte
van selfversekering:

jaar na jaar word jy herbou 
ver-Westers, verander
om tred te hou
by digters wat sneller
as jy verbou.

Eers alleen as beleërde,
ontgogelde in ‘n stinkende agterbuurt
met gedroogde haai-biltong
en ander aas op straat verkwansel;
later met ‘n geliefde
in die Man Mo-tempel
laat ek munte vir die gode.
Die Madame Tussauds,
as ek reg onthou,
se deure was gesluit
en laatnag kyk ons verwonderd toe
hoe polisiebeamptes die skares beheer
met toue wat oop
en toe,
oop en toe knip.

Op oujaarsaand
- jy met ‘n videokamera
en ek met ‘n notaboek -
ontplof die stad
in klappers en laserstrale.
Ons vier ‘n nuwejaar
op straat. “Soos bye
uit ‘n korf, die mense,” merk
jy op en later dié nag
sing Frank en Nancy
“Something stupid like I love you”
in ‘n karaoke-bar
en jy sê:”Nee, dit is Robbie
en Nicole” en jy lag
toe ek saamsing met dié duo.
Toe’s dit “True love”
en nie een van ons kan die plot
van “High Society” onthou
nie. Grace Kelly is immers saliger.
En newwermaaind Bing Crosby
en Sinatra se stryd.

Wie het wie verlaat?
Soos die perspektief verskuif
van buite na binne, sy na jy,
van videokamera tot gedig,
so is dit met die liefde gesteld.

In Kowloon
- nou sonder haar -
op die Open-Top Sightseeing
dra ek nie meer my hart op die mou nie.
Ons hotelkamer
verewig tot besienswaardigheid:
die ongedroomde drome peul
uit haar rooi handsak
en my laptop spoeg
op hierdie reis-om-die-aarde
vele meditasies oor ons uit.

Ek kyk terug
met ‘n plattegrond
in die hand
en beweeg
van Wes na Oos
tot by Meditation Hill.

© Joan Hambidge 2012

Johann Lodewyk Marais. Kameel

Tuesday, May 1st, 2012

KAMEEL

Camelus dromedarus

 

Die dromedarus is ‘n telganger,

‘n huisdier met smal neusgate

wat hy teen waaierige sand toehou,

klein oorskulpe en ‘n harige bolip

om met sy groot hoek- en snytande

harde woestynplante af te knibbel.

Met sy breë voete met drie vinger-

en toonkooitjies op die duineveld

kom sy slingerende gang op dreef

en loop hy die warm son tegemoet.

By die laaste oase suip hy hom

welgeluksalig dik en hoor laataand

hoe die Bedoeïene die lang nag deur

om die vuur van sy misbolle rinkink.

 

 

©  Johann Lodewyk Marais  2012

Luuk Gruwez. Waiting for the miracle to come

Thursday, April 26th, 2012

Op 25 april vond in een uitverkochte Antwerpse Bourlaschouwburg voor achthonderd mensen een hommage plaats aan Leonard Nolens die vijfenzestig jaar is geworden. Meer dan twintig dichters lazen een gedicht voor dat zij speciaal voor die gelegenheid geschreven hebben. Een van hen was Luuk Gruwez met onderstaand gedicht:

 

WAITING FOR THE MIRACLE TO COME

 

                                We are ugly, but we have the music.
                                 Leonard Cohen

 

Er zijn natuurlijk, Leon, de deelnemers en de toeschouwers,
trekkers, blijvers, zij die weigeren te wonen. En dan wij.
Hoe te bewijzen dat toeschouwers ook deel kunnen nemen,
dat deelnemers meesterlijk toe kunnen kijken?

Er zijn natuurlijk, Leon, die ene echte seconde
en alle valse eeuwigheden, die ene onvergetelijke
efemere en al het pompeuze dat doet of het duurt.
Er zijn jouw zwaarte en mijn lichtheid, jouw lichtheid

en mijn zwaarte die hardnekkig zoeken te verbroederen
- paarden in de ochtendnevel en pianotoetsen pianissimo
vanachter een vitrage over een korenzware zomerakker:
al die paradoxen in dat ellendige heelal van niemendal.

Er is natuurlijk - maar wat is natuurlijk? - Leon,
dat verhaal van een schepping, verkeerd gefabriceerd:
zodat wij, zodat wij, zodat wij. Wij hoeven het
elkaar maar te zeggen en het gebeurt op papier,

op een scherm, op de bühne van ons malle bestaan.
Er zijn jouw zwaarte en mijn lichtheid, Leon,
jouw lichtheid en mijn zwaarte, terwijl jij toch
naar elders ging en ik van elders kwam.

Maar verjaren doen wij eensgezind: wachtend
op het mirakel, maniakaal muzikaal. Als hostie
of kauwgom kleeft het woord aan ons verhemelte,
want elk van ons aast minstens op een hemel,

ook al moet, Leon, die pamper van ons eerst nog vol.

                          

Luuk Gruwez