Gedigte

Delphine Lecompte. Spartelen en lijden in een blokhut

Sunday, August 19th, 2018

Spartelen en lijden in een blokhut

 

In een blokhut begrijp ik de dood eindelijk niet meer

De oude man die de blokhut bezit maakt houten reigers

Om zijn angsten te bezweren, vroeger was hij de rijkste baggeraar van Amerika

Nu is hij een vereenzaamde pedofiel met een incontinente poedel

En een dochter die elke dinsdagavond belt om het over garnaalkroketten

En vleeskleurige kousenbroeken te hebben.

 

Ik was het kind in de sneeuw, de heks op de drempel, de onwelkome profetes

Ik zie ons hier sterven, de oude man in zijn badkuip, ik gewoon met mijn hoofd in de oven

Maar eerst moet er nog gesparteld en geleden worden

Elke woensdagochtend ga ik naar de markt om eieren, kiwi’s, en sponzen te kopen

De sponzenverkoper is een jonge gierige man met een bochel.

 

De kiwiverkoper is een vroegwijs kind met grote verontwaardigde nachtdierogen

De boerin die de eieren verkoopt lijkt op mijn zotte tante Katrien van Veurne

Ze werd eens niet verleid door de eerste zwarte postbode van Veurne

En dit heeft ze nooit verkropt, soms bevredigt ze zichzelf met een diepvrieskreeft,

Bij voorkeur in de kantine van de zwemclub, vroeger was ze Belgische kampioene schoolslag.

 

Ik was nooit beloftevol en dit is wellicht mijn redding geweest

Elke donderdagmiddag gaat de oude man jeu de boules spelen met een uitbundige Spanjaard

Die niet in hetzelfde schuitje zit, zijn enige vriend, hij veracht hem

Na het spel eten ze pistache-ijs en bekijken ze kinderen op de dijk

De oude baggeraar kijkt vooral naar de verwaarloosbare tepeltjes, de uitbundige Spanjaard kijkt

Vooral naar de versletenheid van de kleren.

 

In een blokhut zie ik de dood in een ander licht

In een warmer licht

Ik haal mijn hoofd uit de oven

Er valt nog heel wat te ontdekken over het spartelen en het lijden.

 

© Delphine Lecompte 2018

Eunice Basson. Bloedmaan

Friday, August 17th, 2018

Bloedmaan

By die dood van  Tom Gouws

 

Miskien het die digter sy potloodsak

reeds oopgerits, op dié eenmalige sfeer

gewag om tot Teken te verwoord –

sterflinge, soos ons almal,

sal vir jare nog hierdie skouspel

in stories oorvertel –

Miskien sou hy juis daardie aand

vredig wou boeke vat

om aan dié godswonder, soos die gras

van die veld, nederig dank te bring

toe die duisternis hom (voortydig) oorval.

 

 

© Eunice Basson, 2018.

 

 

Bert Bevers. Dagboeknotities van een eerstgeborene

Wednesday, August 15th, 2018

Dagboeknotities van een eerstgeborene

 

Verbroken zegels herinner ik me, duistere vertrekken

en lichtschuwe reeuwzangen. In een vroege maand

wachtte hem het einde. Hij dorst nooit te begeren

wat van hem niet was, en dierf op niets te hopen

 

toen hij stierf.

 

 

Nu ik nog jong ben zijn mijn visioenen garnaalgrauw.

Graag vertel ik ze kamerdienaren traag, die ze aan

zichters op velden die van logge rogge zwellen

doorvertellen. Zo worden op de malse aarde

 

middagen minder stil.

 

 

We spraken over verloren liefdes, en we begonnen stil

te deinen naar iets dat wat weg had van dansen.

Wij realiseerden ons donders goed dat we nog

niets wisten. Nu zijn onze zonen eenzamer,

 

maar onze dochters vrolijk.

 

 

Ik zag vanochtend oude dames met gefronste wenkbrauwen

sermoenen prevelen, hun brandglas op het heden gericht.

Figuranten die met het heimwee van pasgeborenen

catacomben verkenden. Het lijkt alsof naarmate

 

alles ouder wordt ik jonger blijf.

 

 

Het knarsen van de sloten, en de aarzelende scharnieren

bleven me bij. Ook dat ik vond dat de onschuldigen

langzaam leven mochten, en dat ik halverwege

de slaap zeker wist: in vleermuizen steekt

 

de nacht zijn vragen.

 

 

© Bert Bevers, 2018

 

 

Delphine Lecompte. Er is geen moraliteit op het strand

Tuesday, August 14th, 2018

Er is geen moraliteit op het strand

 

Je schildert vieze woorden op het beeld van een ziekelijke monarch

Hij staat met zijn rug naar de zee

Van alle monarchen die we verguizen is hij de weekste

Dus kunnen we niet echt kwaad zijn op hem, dus moeten we

Onze kwaadheid omgorden en een andere plek vinden om haar te vieren.

 

We vinden een strandcabine met daarin de gierige landmeter

Hij eet krieken uit een grote bokaal en staart met afgrijzen

Naar het schaamhaar van zijn moeder dat komt piepen uit haar gele zwembroek

De mannen van het strand die haar zoon niet zijn verlustigen zich

In haar heerlijke zachte zoete dikke barstensvolle borsten, ze negeren haar tepels.

 

Je neemt de bokaal uit de handen van de landmeter

En drinkt het sap dat is overgebleven, mijn badpak is blauw en sportief

Niemand weet dat ik roggen mooier vind dan mensen

In de zee denk ik aan alle maaltijden die ik heb afgeslagen

En aan alle verzoeningen die ik heb uitgesteld, ik denk dat het niets uitmaakt.

 

Mijn vader ligt op een luchtmatras, twee dweperige kinderen

Proberen hem voor zich te winnen, ze denken dat hij een bekende

Zuid-Afrikaanse crooner is, maar hij is slechts een sentimentele straatmuzikant met een bochel

Ik vraag aan God of het waar is dat mijn jongste zusje gisteren

Een televisiepriester heeft vermoord, maar Hij wil niet antwoorden.

 

Ik probeer de moed erin te houden

Omdat ik beloofd heb aan de oude kruisboogschutter

Dat ik mijn kop niet zou laten hangen

Als je over de duivel spreekt

Daar staat hij, hij kust de hals van een Filippijnse trapezedanseres, al kan ik dat niet weten.

 

© Delphine Lecompte  2018

 

Nini Bennett. Wolke

Thursday, August 9th, 2018

Wolke

 

Wolke is gedagtes

wat vra om woorde te word.

Ek speel met beelde

van Kopland, Nijhoff en Strand,

sien vergesigte van reën,

die knettervuur van hael op dakke,

die son se loodlyne wat sub-tropies

die hemel deurhaal in waterpas strale.

Of die los genade as

klawers spat, vet druppels

armansreën; die nederige Karoo

se gulhartige gee.

 

Die meteorologie staan tru.

Cirrus se veerlig,

die brandstapels in Cumulus.

Die miere, die verspieders weet

die wolke is deur digters gedoop.

 

© Nini Bennett. 2018

Delphine Lecompte. God kan mijn verjaardag niet onthouden

Sunday, August 5th, 2018

God kan mijn verjaardag niet onthouden

 

In een steegje koop ik een banjo van een blinde dokter die ik kan vertrouwen

Maar eigenlijk heb ik geen banjo nodig

Eigenlijk heb ik een gazellebeeld gevuld met opium nodig

Dus geef ik de banjo weg aan een slome chrysantenkweker

En koop ik in een duikboot een gazellebeeld gevuld met opium van een onbetrouwbare pelsjager.

 

Op de drempel van de sinistere goudvissenwinkel van Patricia Eenoog

Denk ik aan de talrijke keren dat ik mezelf belachelijk heb gemaakt, vaak in turnzalen

De ezeldrijver komt naast me zitten en zegt

Dat de wereld gisteren moest vergaan, maar er geen zin in had

Dus heeft hij zijn ezels ‘voor niets’ afgeslacht, ‘voor niets’.

 

Ik leg mijn hand op het schroomvallige scrotum van de ezeldrijver en denk aan de zeldzame keren

Dat God tot mij sprak, altijd in struisvogelkwekerijen

Hij zei eens: ‘Omdat je jarig bent vandaag zal ik straks de bliksem op het huis van je buurvrouw doen Terechtkomen, en verder zullen er drie makrelen en vier slagroomtaarten op je tafel staan!’

Maar ik was niet jarig, waarom zou ik geloven in een god

Die mijn verjaardag niet kan onthouden, dan kan ik zowel mijn pap koelen met mijn ouders.

 

Maar de bliksem dan? En het woord voor bliksem!!

Om nog maar te zwijgen van de makrelen en de slagroomtaarten

Die ik heb gedeeld met een norse lamaverzorger

Die toevallig genoeg jarig was, maar dan echt

Nu sta ik op en wandel ik naar mijn huis.

 

Ik breek het gazellebeeld, het is gevuld met bloemsuiker

Ik nies en denk aan de vier keren dat ik in een reuzenrad zat

Twee keer met mijn moeder, twee keer met haar gynaecoloog

Ik moest telkens iets opbiechten, maar helemaal boven had het geen belang.

 

© Delphine Lecompte 2018

 

Delphine Lecompte. De verlossing is niet nabij

Friday, August 3rd, 2018

De verlossing is niet nabij

 

Ik kijk naar mijn voeten en vergeet bijna dat ze van mij zijn

Ik moet plots denken aan mijn oom de olifantenjager

Wiens verhalenbundel ‘De kleine mompelende keizer en de grote homoseksuele messenslijper’

Een flop was, zijn boude lucifertrucs waren de hoogtepunten van mijn kindertijd

Ik kijk naar jouw handen, ze brengen glinsterende makreelslierten naar je mond.

 

Je zegt: ‘Gisteren heb ik een hoer in het water geduwd, maar niet omdat ze een hoer was.’

‘Waarom dan wel?’

‘Omdat ze dacht dat Ira Gershwin een Oekraïense zeppelinbouwer was.’

Je niest op onze kameleon, en ik probeer zonder zelfwalg een frisco te eten

De bovenbuur roept ‘Caramba!’, de onderbuurvrouw leert haar kinderen

De Internationale aan, voor de grap, zonder overtuiging.

 

We gaan naar buiten, het is heet, de jongens zien eruit als geile fietsdieven,

De meisjes zien eruit als geharde treinrovers, de mannen zien eruit

Als weke trompettisten, en de vrouwen zien eruit alsof ze het leven hebben gegeven

Aan niemand minder dan Johannes De Doper

We worden aangevallen door een bipolaire touwslager, hij is mijn vader.

 

We nemen mijn vader mee naar een pizzeria, daar kalmeert hij

Hij eet een pizza met ananaspartjes die op woestijnratembryo’s lijken

Ik bekijk zijn gezicht met onverholen nieuwsgierigheid

Vroeger was hij een pure troubadour, nu is hij een catastrofale casanova

Aan het naburige tafeltje zitten twee beroemde dansers olijven te eten.

 

De danser met de pony en de grote oren is een spion die spijt heeft van alles

De danser met de vlecht en de verwende neus is een egocentrische vogelspin

Mijn vader staat op en verlaat de pizzeria zonder een woord

Je haalt je schouders op, je hebt nog nooit een ouder over je schouders gegooid.

 

© Delphine Lecompte 2018

 

Delphine Lecompte. Zuurkool, moeder, God

Wednesday, August 1st, 2018

Zuurkool, moeder, God

 

Ik ben langzaam aan het stikken in zuurkool

In een polyvalente zaal terwijl een dirigent met een walrussnor

Mij valse beleggingen aansmeert, ik word wakker en trek donkere kleren aan

Om naar de begrafenis van de gepensioneerde stierenvechter te gaan

Hij heeft zijn hoofd gestoten tegen een raamkozijn en is toen gestorven

Aan een fabelachtige bloedvergiftiging, en dit gebeurde in Turijn.

 

Maar het was een droom, want daar loopt de gepensioneerde stierenvechter

Kwiek en verend, met een boodschappentas vol sardines en coca cola

Op zijn schouder zit een fret met een geringschattende blik

Ik spreek de gepensioneerde stierenvechter niet aan

Het is te vroeg om mijn klaaglijke stem te moeten aanhoren, te vroeg voor hem en te vroeg voor mij.

 

Toen ik nog niet leefde was mijn moeder een klein eigengereid baldadig kind

Ze was bevriend met bietebauwen en vliegen

Een Bretonse waarzegster vertelde haar dat ze later moeder zou worden van een pyromaan

En dat de bevalling episch en afschuwelijk zou zijn

Mijn moeder trachtte zelfmoord te plegen met prikkeldraad, maar een kreeftenkok hield haar tegen.

 

Al heel haar leven wordt mijn moeder gered door kreeftenkoks

En trompettisten, zwarte en witte

Al heel mijn leven haalt mijn moeder de kastanjes uit het vuur

Mijn moeder is op haar mooist wanneer ze brood scheurt

Soms steelt ze orgels en verkeerspalen, niemand neemt het haar kwalijk.

 

Ik keer terug naar huis en trek mijn rouwkleren uit

Naakt vraag ik aan God waarom ik er niet in slaag om onafhankelijk te zijn

Maar God vindt dat ik net te onafhankelijk ben

Hij zegt: ‘Trek feestkleren aan en aanbid mij op luidruchtige wijze, ik heb je aanbidding nodig.

Vooral vandaag.’

 

© Delphine Lecompte  2018