Gedigte

Melanie Grobler. Ons mistige siele

Saturday, September 8th, 2018

Ons mistige siele

 

Omdat my mooi niggie

die taal wat

sy praat

verloor het

trek sy knippies

uit die diepte

van haar lang hare

wat sy op haar tong plaas.

 

Wat doen sy op die dek

van hierdie donker skip?

Sy luister

na ou grammofoonplate

en wat doen ons, die skeepsvaarders

met ons mistige

siele en ons verweerde name.

 

Ons praat oor die verspilde bloed

van ons seuns en dogters.

Ons leef in hierdie beeld

en weet dis nie die wortels van die boom nie

maar die wortels naaste

aan ons, wat ons bleek siele koester.

 

Wat soek ons, op hierdie verrotte

soutdeurdrenkte planke van bestaan

reisend van een wit stippellyn na die ander?

 

© Melanie Grobler / Sept. 2018

 

 

HF Nortje. Mdina, Malta

Saturday, September 1st, 2018

Mdina, Malta

(die stad van stilte)

 

Vroegdag skryf ek

vanuit die hoogtes af,

glip my woorde

oor die verhewe skanse

van ‘n toeriste-bastion.

Deur gragte hoe bitterswaar

met pik en graaf gekap,

spoel my strofes

oor die sweet van slawe,

en waaier sinne teen slakkepas

kuswaarts met die busroetes langs.

‘n Roesemoes van klipgedagtes

ruim ek onder op die vlaktes op:

om wingerdlappies, of rytjies koring

word steen op steen

min of meer gemaak pas;

kry elke kleinboerplaas sy ruwe muur.

Vanuit wit stede ver weg aan die see

kom die leerskare aangedreun:

die slot gebreek,

val my poorte oop;

onder hordes voete

loop nog ‘n vers

dawerend dood.

 

© HF Nortje  2018

Delphine Lecompte. In de naam van de walvisjager

Saturday, August 25th, 2018

In de naam van de walvisjager

 

Het is moeilijk om voortdurend te houden van God

Soms verdien ik het niet om van Hem te houden

De antipathieke Bernadette spot met mijn devotie

En mijn moeder denkt dat mijn devotie een gimmick is

Ze eet koude tomatensoep in Milaan, ze leest haar horoscoop.

 

Niets lijkt te kloppen en daarom zal alles uitkomen

Een pafferige walvisjager benadert haar, hij vraagt

Of ze met hem mee wil gaan naar een foltermuseum

Een dik kind stikt in een Patagonische haas naast de guillotine

Een mager kind wordt bijna geschaakt door een opportunistische pelshandelaar.

 

Maar een Montenegrijnse messenslijper steekt er een stokje voor

Mijn moeder en de pafferige walvisjager verlaten het foltermuseum

En bezoeken de zoon van de walvisjager in een ontwenningskliniek

Hij is nederig en schuldbewust zoals het hoort

Mijn moeder leest hem een pervers sprookje voor: iedereen valt in slaap.

 

Een eeuw verstrijkt, een draak wordt verslagen, liefde zegeviert, iedereen is miserabel

Mijn moeder heeft drie dochters, maar wilde altijd een zoon

De zoon van de pafferige walvisjager zegt: ‘Elke nacht word ik gemolesteerd

Door een sluwe en volhardende nachtverpleger, hij is rijk, hij heeft een manege.

Hij doet dit werk enkel om aan zijn trekken te komen. Zijn lievelingsmerrie heet Calcutta.’

 

Mijn moeder zegt: ‘Zo kan je toch niet genezen…’

De pafferige walvisjager zegt: ‘Hij is een mythomaan; er werkt hier geen nachtverpleger

Die ook nog eens een manegetycoon is, en geen enkele merrie heet Calcutta… That’s absurd!’

Ze verlaten de kamer maar ’s avonds keert mijn moeder terug zonder de walvisjager

Die erbarmelijke vader, ze streelt de weerloze oorschelpen van de heilige junkie.

 

Hij wordt wakker en kust haar handen

Ze neemt hem mee naar de vlieghaven

Maar in een sandwichbar tijdens de verorbering van een liefdeloos broodje tonijnsalade

Beseft de heilige junkie dat hij toch niet kan ontkomen aan zijn beulen

Dus keert hij terug naar zijn vader en verpleger.

 

© Delphine Lecompte  2018

 

Ilse van Staden. mot en roes

Monday, August 20th, 2018

mot en roes

 

skielik van onthou:

bokse vol ou boeke

waar ek jare gebêre het

stil waters

vir een een-

dag en dig notas opgegaar

vol woorde sorgvul gestoorde

waar weer

my hand dit mak sou vind

maar nie boekgehou

met motte en met

muf en rotte en nou

is hierdeels geskrifte al

wat veel woordelikheid oorhou

 

© Ilse van Staden / 2018

Delphine Lecompte. Spartelen en lijden in een blokhut

Sunday, August 19th, 2018

Spartelen en lijden in een blokhut

 

In een blokhut begrijp ik de dood eindelijk niet meer

De oude man die de blokhut bezit maakt houten reigers

Om zijn angsten te bezweren, vroeger was hij de rijkste baggeraar van Amerika

Nu is hij een vereenzaamde pedofiel met een incontinente poedel

En een dochter die elke dinsdagavond belt om het over garnaalkroketten

En vleeskleurige kousenbroeken te hebben.

 

Ik was het kind in de sneeuw, de heks op de drempel, de onwelkome profetes

Ik zie ons hier sterven, de oude man in zijn badkuip, ik gewoon met mijn hoofd in de oven

Maar eerst moet er nog gesparteld en geleden worden

Elke woensdagochtend ga ik naar de markt om eieren, kiwi’s, en sponzen te kopen

De sponzenverkoper is een jonge gierige man met een bochel.

 

De kiwiverkoper is een vroegwijs kind met grote verontwaardigde nachtdierogen

De boerin die de eieren verkoopt lijkt op mijn zotte tante Katrien van Veurne

Ze werd eens niet verleid door de eerste zwarte postbode van Veurne

En dit heeft ze nooit verkropt, soms bevredigt ze zichzelf met een diepvrieskreeft,

Bij voorkeur in de kantine van de zwemclub, vroeger was ze Belgische kampioene schoolslag.

 

Ik was nooit beloftevol en dit is wellicht mijn redding geweest

Elke donderdagmiddag gaat de oude man jeu de boules spelen met een uitbundige Spanjaard

Die niet in hetzelfde schuitje zit, zijn enige vriend, hij veracht hem

Na het spel eten ze pistache-ijs en bekijken ze kinderen op de dijk

De oude baggeraar kijkt vooral naar de verwaarloosbare tepeltjes, de uitbundige Spanjaard kijkt

Vooral naar de versletenheid van de kleren.

 

In een blokhut zie ik de dood in een ander licht

In een warmer licht

Ik haal mijn hoofd uit de oven

Er valt nog heel wat te ontdekken over het spartelen en het lijden.

 

© Delphine Lecompte 2018

Eunice Basson. Bloedmaan

Friday, August 17th, 2018

Bloedmaan

By die dood van  Tom Gouws

 

Miskien het die digter sy potloodsak

reeds oopgerits, op dié eenmalige sfeer

gewag om tot Teken te verwoord –

sterflinge, soos ons almal,

sal vir jare nog hierdie skouspel

in stories oorvertel –

Miskien sou hy juis daardie aand

vredig wou boeke vat

om aan dié godswonder, soos die gras

van die veld, nederig dank te bring

toe die duisternis hom (voortydig) oorval.

 

 

© Eunice Basson, 2018.

 

 

Bert Bevers. Dagboeknotities van een eerstgeborene

Wednesday, August 15th, 2018

Dagboeknotities van een eerstgeborene

 

Verbroken zegels herinner ik me, duistere vertrekken

en lichtschuwe reeuwzangen. In een vroege maand

wachtte hem het einde. Hij dorst nooit te begeren

wat van hem niet was, en dierf op niets te hopen

 

toen hij stierf.

 

 

Nu ik nog jong ben zijn mijn visioenen garnaalgrauw.

Graag vertel ik ze kamerdienaren traag, die ze aan

zichters op velden die van logge rogge zwellen

doorvertellen. Zo worden op de malse aarde

 

middagen minder stil.

 

 

We spraken over verloren liefdes, en we begonnen stil

te deinen naar iets dat wat weg had van dansen.

Wij realiseerden ons donders goed dat we nog

niets wisten. Nu zijn onze zonen eenzamer,

 

maar onze dochters vrolijk.

 

 

Ik zag vanochtend oude dames met gefronste wenkbrauwen

sermoenen prevelen, hun brandglas op het heden gericht.

Figuranten die met het heimwee van pasgeborenen

catacomben verkenden. Het lijkt alsof naarmate

 

alles ouder wordt ik jonger blijf.

 

 

Het knarsen van de sloten, en de aarzelende scharnieren

bleven me bij. Ook dat ik vond dat de onschuldigen

langzaam leven mochten, en dat ik halverwege

de slaap zeker wist: in vleermuizen steekt

 

de nacht zijn vragen.

 

 

© Bert Bevers, 2018

 

 

Delphine Lecompte. Er is geen moraliteit op het strand

Tuesday, August 14th, 2018

Er is geen moraliteit op het strand

 

Je schildert vieze woorden op het beeld van een ziekelijke monarch

Hij staat met zijn rug naar de zee

Van alle monarchen die we verguizen is hij de weekste

Dus kunnen we niet echt kwaad zijn op hem, dus moeten we

Onze kwaadheid omgorden en een andere plek vinden om haar te vieren.

 

We vinden een strandcabine met daarin de gierige landmeter

Hij eet krieken uit een grote bokaal en staart met afgrijzen

Naar het schaamhaar van zijn moeder dat komt piepen uit haar gele zwembroek

De mannen van het strand die haar zoon niet zijn verlustigen zich

In haar heerlijke zachte zoete dikke barstensvolle borsten, ze negeren haar tepels.

 

Je neemt de bokaal uit de handen van de landmeter

En drinkt het sap dat is overgebleven, mijn badpak is blauw en sportief

Niemand weet dat ik roggen mooier vind dan mensen

In de zee denk ik aan alle maaltijden die ik heb afgeslagen

En aan alle verzoeningen die ik heb uitgesteld, ik denk dat het niets uitmaakt.

 

Mijn vader ligt op een luchtmatras, twee dweperige kinderen

Proberen hem voor zich te winnen, ze denken dat hij een bekende

Zuid-Afrikaanse crooner is, maar hij is slechts een sentimentele straatmuzikant met een bochel

Ik vraag aan God of het waar is dat mijn jongste zusje gisteren

Een televisiepriester heeft vermoord, maar Hij wil niet antwoorden.

 

Ik probeer de moed erin te houden

Omdat ik beloofd heb aan de oude kruisboogschutter

Dat ik mijn kop niet zou laten hangen

Als je over de duivel spreekt

Daar staat hij, hij kust de hals van een Filippijnse trapezedanseres, al kan ik dat niet weten.

 

© Delphine Lecompte  2018