Posts Tagged ‘Alfred Schaffer. Mens dier ding’

Persbericht: Charlotte Köhler Prijs voor poëzie naar Alfred Schaffer

Tuesday, November 28th, 2017

Alfred Schaffer

PERSBERICHT: Charlotte Köhler Prijs voor poëzie naar Alfred Schaffer

Amsterdam, 24 november 2017

Dichter Alfred Schaffer krijgt de Charlotte Köhler Prijs voor zijn bundel Mens Dier Ding. De Charlotte Köhler Prijs is een driejaarlijkse onderscheiding voor een auteur die een hoogstaand proza-, poëzie- of toneelwerk heeft geschreven. Ook bekend gemaakt is de winnaar van het Charlotte Köhler Stipendium, een jaarlijkse aanmoedigingsprijs voor een beginnende Nederlandstalige auteur of vertaler. Deze wordt toegekend aan Enne Koens.

De Charlotte Köhler Prijs en het Stipendium worden allebei toegekend in steeds een ander genre. Deze keer waren dat respectievelijk de poëzie en de jeugdliteratuur.

Shaka Zoeloe

Met Mens Dier Ding (De Bezige Bij) stort Alfred Schaffer zich op de geschiedenis van de negentiende-eeuwse Zuid-Afrikaanse legerleider Shaka Zoeloe en de beeldvorming rond diens persoon. ‘Deze poëzie is rauw, treffend eerlijk, gruwelijk onnozel,’ aldus het juryrapport. ‘De politieke inzet ervan wordt voortdurend onder spanning gezet door de ironische toon, het spel met talloze poëtische en zelfs niet poëtische versvormen.’

De jury voor het stipendium prees het ‘jonge, maar toch al zeer veelzijdige proza-oeuvre’ van Enne Koens (Luitingh-Sijthoff) . ‘De vier jeugdboeken die tot nog toe van haar hand verschenen, tonen een mooie spreiding qua genres, doelgroepen, en onderwerpen. Haar oeuvre getuigt daarmee van een veelbelovende ontwikkeling, die de jury graag verder wil stimuleren.’

Over de prijs

Aan de Charlotte Köhler Prijs is een geldbedrag verbonden van € 15.000,-. De winnaar van het stipendium ontvangt € 5000,-. De prijzen worden toegekend door de Stichting Charlotte Köhler, die wordt beheerd door de Auteursbond. De jury voor de Charlotte Köhler Prijs bestond dit jaar uit Laurens Ham, Erwin Jans en Miek Zwamborn. De Jury voor het Stipendium bestond uit Sara van den Bossche, Annemarie Terhell en Derk Visser.

De prijzen worden uitgereikt op 8 december a.s. tijdens de Dag van de Bellettrie in Boom Chicago in Amsterdam.

Contact:

Bart Juttmann

Medewerker marketing en communicatie

Werkzaam op: di-wo-do

+31 (0) 20 624 08 03

+31 (6) 51875309

bureau@auteursbond.nl

www.auteursbond.nl

 

Paul Snoekprijs aan Alfred Schaffer

Monday, April 25th, 2016

alfred schafferMens Dier Ding

De achtste Paul Snoekprijs van de stad Sint-Niklaas werd uitgereikt aan Alfred Schaffer op zondag 24 april 2016

De Paul Snoekprijs is een blijvende hulde aan de befaamde dichter (°1933 in Sint-Niklaas). De prijs werd 10 jaar na zijn overlijden in het leven geroepen en wordt sinds 1991 driejaarlijks uitgereikt door het Stadsbestuur van Sint-Niklaas.

De bekroning gaat naar een bundel Nederlandstalige poëzie, die door zijn kracht, zijn vitaliteit en eigentijdse karakter belangrijk genoeg wordt geacht om de driejaarlijkse Paul Snoekprijs te ontvangen. De prijs is geen debuutprijs, noch bekroning van een heel oeuvre.  De laureaat heeft minstens 2 bundels gepubliceerd.  De prijs bedraagt € 4000.

De jury voor de Paul Snoek Poëzieprijs 2016 bestond uit:

Elke Brems, Yves T’Sjoen, Patrick Van Belleghem

en Sarah Vankersschaever.

Zij prospecteerden en nomineerden uit de gepubliceerde Nederlandstalige bundels van 2013, 2014 en 2015 deze shortlist:

Knibbe, Hester, Archaïsch de dieren, De Arbeiderspers, Utrecht, 2014
Schaffer, Alfred, Mens Dier Ding, De Bezige Bij, Amsterdam, 2014
Stitou, Mustafa, Tempel, De Bezige Bij, Amsterdam 2013
Tentije, Hans, Gissingen, gebeurtenissen,De Harmonie, Amsterdam, 2013
Van hee, Miriam, Ook daar valt het licht, De Bezige Bij, Amsterdam, 2013
Verhelst, Peter, Zing Zing, Prometheus, 2015

Alfred Schaffer kreeg de Paul Snoekprijs uitgereikt voor de bundel Mens Dier Ding in de Stadsschouwburg te Sint-Niklaas tijdens een bijzondere aflevering van Poëzie op zondagmorgen.

Bij die gelegenheid werd bovendien op het middaguur de nieuwe straatnaam voor de Stadsschouwburg feestelijk ingehuldigd: de Paul Snoekstraat !

*

Juryrapport Paul Snoekprijs 2016

 

De jury voor de Paul Snoekprijs 2016 zag zich geplaatst voor een omvangrijke taak: meer dan 300 bundels, gepubliceerd in de jaren 2013, 2014 en 2015 – het bereik van deze driejaarlijkse poëzieprijs – werden overschouwd. Het eerste prospectie- en selectiewerk leverde uiteindelijk een nominatielijst op van 6 bundels waaruit de laureaat kon worden geselecteerd. De jury houdt er aan de kwaliteiten van de genomineerden in dit rapport te prijzen en de lof van de laureaat te zingen.

Van hee, Miriam, Ook daar valt het licht, De Bezige Bij, Amsterdam, 2013

In Ook daar valt het licht doet Miriam Van hee waar ze zo goed in is: de wereld waarnemen. Samen met haar lopen we rond in een onspectaculaire werkelijkheid. We horen haar vertellen hoe alles – dingen en mensen – zowel buitengewoon banaal als betoverend is. Haar sobere stijl is veeleer eenvoudig en dat maakt haar gedichten toegankelijk. Toch zindert er altijd iets: een weemoed, een wanhoop? Zij is niet naïef of oppervlakkig, maar zoekt gestaag naar het mooie en de troost. De jury noemt het een typische Van hee-bundel met een rustige en spreektalige toon, subtiele en lucide beeldentaal, woordkarige en precieze formulering.  Met zijn filosofische inslag is Van hees bundel een compagnon de route voor de verdwaalde mens.

Stitou, Mustafa, Tempel, De Bezige Bij, Amsterdam 2013

Mustafa Stitou verheft in ‘Tempel’ het banale tot het verhevene en bevraagt het verhevene tot het banaal wordt. Koeien krijgen een eigen suite, het Huis van God in Mekka wordt een lege kubus. Wat zijn onze waarden? Wat zijn onze fundamenten? Is de waan van de dag morgen onze nieuwe geschiedenis? Met vaak wrange ironie en in een rechttoe rechtaan stijl bevraagt Stitou de religieuze en historische evidenties die onze identiteit al eeuwen lang mee vormgeven.

Tempel bevat ironische, bijwijlen grappige maar ook innemende en ontroerende gedichten over de gewone maar niet onschuldige dingen des levens. De jury waardeert de gedichten als talige kijkkastjes op het leven van elke dag; tongue in cheek maar nooit vrijblijvend.

Knibbe, Hester, Archaïsch de dieren, De Arbeiderspers, Utrecht, 2014

Kan de schepping nog heruitgevonden worden? ‘Archaïsch de dieren’ bewijst dat het kan. Hester Knibbe mengt in een consistente beweging oudtestamentaire klei met persoonlijke bespiegelingen. Open en bloot dicht ze over het offeren van een kind en het levenslange worstelen met einde en begin. Ze doet dat op een onverschrokken toon, met een bijzonder rijke taal en in een pittig ritme. Knibbe lijkt je met elke zin in de arm te knijpen: dit is emotie die intelligent wordt.

Klassieke thema’s als schuld en boete, moederschap, angst en verlies, de menselijke natuur, e.d. worden door Hester Knibbe met een verbluffend taalregister nieuw leven ingeblazen. Of ze nu persoonlijke ervaringen in beeld brengt of focust op de algemene ‘condition humaine’ en antieke tragiek en oude mythes  vertaalt naar de moderne mens, deze bundel getuigt van een grote betrokkenheid, psychologisch inzicht en mededogen voor wat het betekent mens te zijn, kwetsbaar, onvolledig en volhardend. De jury noemt deze bundel een hoogtepunt in haar oeuvre.

Tentije, Hans, Gissingen, gebeurtenissen,De Harmonie, Amsterdam, 2013

Tentije schreef met “gissingen, gebeurtenissen” een bundel die alle zintuigen aanspreekt. In een epische vormtaal maar met de meest lyrische effecten laat Tentije het licht vallen op kleine geschiedenissen, op kleine levens en glooiende landschappen, op personages in een deurgat, op een wereld die onherroepelijk voorbij is. De doorrookte poëzie in ‘Gissingen, gebeurtenissen’ zoekt het leven in de marge op. In een hotel waar de hoer hem alle kanten van de werkelijkheid laat zien, vanuit een trein die langs het landschap scheert, naast de rivier die alle gebeurtenissen met zich meeslingert richting grootste gemene deler. Met zijn zintuiglijke poëzie laat Tentije ons het rauwe bestaan van binnenuit beleven: niet als toeschouwer op de eerste rij of als zachtmoedige bezoeker maar als bevoorrecht verliezer van het grote lot.  Deze bundel, zoals het merendeel van Tentijes oeuvre, is niet zozeer het resultaat van denkwerk maar van een doorgedreven oefening in het kijken.

“Gissingen, gebeurtenissen” is als een vrijplaats, een lege plek voor herinneringen, een weemoedige ode aan de vergankelijkheid, maar dan wel een melancholie die tintelt van de vitaliteit en een bijna anarchistisch verzet.

Verhelst, Peter, Zing Zing, Prometheus, 2015

‘Zing zing’ is een van de meest muzikale bundels die de voorbije drie jaar is verschenen. In zes cycli en een slot bezingt Verhelst de aria van twee geliefden die er niet in slagen om tot een gezamenlijk lied te komen. Met beelden en de lichamelijke en sensuele poëzie, die ook in zijn vorige bundel ‘Wij totale vlam’ aan bod kwamen, creëert Verhelst een schitterend en intuïtief universum van klei, ijs, adem, twijfel, dreiging en apotheose.  De jury prijst deze doorgecomponeerde bundel met teksten en afdelingen die in elkaar echoën en een sensueel gecomponeerd, ineengevlochten tekstenweefsel tot stand brengen.

En uiteindelijk is er dan de laureaat van de driejaarlijkse Paul Snoekprijs:

Alfred Schaffer, Mens Dier Ding (De Bezige Bij, 2014)

De negende dichtbundel van de Nederlandse schrijver Alfred Schaffer kan volgens de jury zonder meer een tour de force worden genoemd. Niet alleen in het oeuvre van Schaffer maar ook in de Nederlandstalige poëzieproductie van de afgelopen jaren, die hoe dan ook hoge toppen scheert, kan worden gesproken van een opmerkelijk dichtwerk. Voortbouwend op het levensverhaal van de negentiende-eeuwse Zoeloe-koning Shaka Zoeloe (1787-1828), “groot staatsman en tiran in het Zuid-Afrika van de negentiende eeuw”, heeft Schaffer een indringend portret geschetst van de man, zowel vanuit het perspectief van de egocentrische, waanzinnige en egocentrische ik-figuur, die tegelijk een mens van vlees en bloed is, als vanuit het blikveld van de buitenstaander. De bundel presenteert geen documentair narratief waarvoor is geput uit historische bronnen en een meesterlijke roman (Chaka van Thomas Mofolo, 1931). Schaffer deconstrueert het biografische geschiedverhaal en laat Sjaka Zoeloe zelf aan het woord. Zoals vermeld op de eerste pagina: “[h]et [gaat] me om het plezier van het script, de waanzinnige belichting, de schoonheid van je hallucinaties”, de “mythologische interpretatie van de geschiedenis”, het “psychologisch inzicht”. Wat de sprekende instantie waardeert in Mofolo’s roman is ook van toepassing op Mens Dier Ding en in het bijzonder Schaffers benadering van de figuur. In aftellende “(dag)dromen” krijgt de lezer mondjesmaat de contouren te zien van een bloeddorstig krijgsheer maar dus ook een gevoelig mens met alle verwachtingen, verlangens en andere sentimenten die eigen zijn aan het mens-zijn. Hem/haar wordt een inkijk verleend in de werkelijkheidsvisie en de belevingswereld van de sprekende protagonist. Tegelijk wordt van op afstand, door de moeder, een beeld geschetst van het hoofdpersonage. De spanning tussen die perspectieven biedt ruimte voor interpretatie. Het gaat over werkelijkheidsvisies en karakterstudies die detoneren. De waarheidpretenties worden voortdurend op de helling geplaatst door een divergerende, steeds weer wisselende zienswijze.

De fragmentarisch opgebouwde, caleidoscopische bundel vertoont een onmiskenbare drive die de lezer vanaf de eerste pagina meeneemt. De bundel biedt de lezer een bevreemdend en ook wel verontrustend en confronterend leesavontuur waarbij hij/zij toch ook zichzelf tegenkomt. Geleidelijk aan, volgens een strakke chronologische opbouw, wordt het silhouet van de centrale persona duidelijker. De mens blijkt een dierlijk instinct te hebben; hij wordt soms als onpersoonlijk ding gepercipieerd (een gevoelloos dictator) maar blijft zijn (klein)menselijke kantjes hebben; hij blijft dus ook een mens achter het gedepersonaliseerde harnas dat anderen rond Shaka  hebben gelegd.

Schaffer hanteert een heldere taal die parlandistisch is. Het tekstweefsel laat een vermenging zien van verschillende taal- en stijlregisters, high en low style. Ironie en humor kenschetsen de directe rede van Sjaka Zoeloe. Het is schrijnend op te merken hoe de mens een dier en een ding wordt (p.75), of als dusdanig wordt gezien. Tegelijk heeft de figuur een allegorische dimensie: de bundel houdt de lezer een spiegel voor zonder in de val van de moraal te trappen. Op een manier gaat het over de mens, over ons. Door zich te verplaatsen in de denkwereld van Sjaka leert de lezer veel over wie hij/zij is, hoe de dingen ons bepalen. De lectuur van de bundel stemt ongemakkelijk. De lezer voelt zich oncomfortabel naarmate de bundel vordert en het silhouet zich moorddadiger en kwaadaardiger aftekent. Maar we blijven als lezer ook betrokken bij de innerlijke wereld van Shaka en zien door zijn oogpunt hoe hij de dingen om zich heen ervaart. Precies die onrust of dat onbehagen maken van Mens Dier Ding een weergaloze dichtbundel. Oncomfortabel, verontrustend. Zoals Anne Carsons Autobiografie van rood – een bundel die Alfred Schaffer koestert en waarvan we sporen vinden in het concept van Mens Dier Ding. De lectuur of eerste kennismaking met Mens Dier Ding is paradoxaal uitnodigend om meteen na afloop te hernemen.  Schaffer speelt met poëzieconventies, laveert tussen proza en poëzie. Hij stelt de genreconventies ter discussie. Het spanningsveld dat hij op die manier oproept, zowel formeel als inhoudelijk, draagt ertoe bij dat de jury oordeelt dat Mens Dier Ding zonder meer een van de meest opgemerkte dichtbundels kan worden genoemd van de afgelopen jaren.

 

Sint-Niklaas, 24 april 2016

*

Vorige laureaten van de Paul Snoekprijs

 

1991: Peter Verhelst met de bundel ‘Obsidiaan’

1996: Stefan Hertmans met de bundel ‘Muziek voor de overtocht’

2001: Anneke Brassinga met de bundel ‘Huisraad’

2004: Nachoem Wijnberg met de bundel ‘Vogels’

2007: Joost Zwagerman met de bundel ‘Roeshoofd hemelt’

2010: Peter Holvoet-Hanssen met de bundel ‘Navagio’

2013: Tonnus Oosterhoff met de bundel ‘Leegte lacht’

Meer over Paul Snoek:

http://www.nederlandsepoezie.org/dichters/s/snoek.html

Info & contact: Dirk Van Driessche, p/a Stadsschouwburg,

R. Van Britsomstraat 21, 9100 Sint-Niklaas

03-778 33 51 | dirk.vandriessche@sint-niklaas.be

Met vriendelijke groet,

Dirk Van Driessche

diensthoofd/directeur cultuurcentrum

CC/STADSSCHOUWBURG SINT-NIKLAAS
(nieuw adres) Paul Snoekstraat 1                B-9100  Sint-Niklaas
T(rechtstreeks)  03-778 33 51    |    T (algemeen)  03-778 33 50
Reservaties:  03-778 33 66  (di-vr: 10-12/14-16u)
E    stadsschouwburg@sint-niklaas.be
W   www.ccsint-niklaas.be

Janita Monna. Bloeddorstige koning (Alfred Schaffer. Mens dier ding)

Wednesday, March 5th, 2014

Alfred Schaffer – Mens Dier Ding

Resensie: Janita Monna.

Op het journaal van afgelopen week beelden van extreme gewelddadigheden in de Centraal-Afrikaanse Republiek. Een man, waanzinnige ogen, een glimmend scherp mes. Die beelden reisden mee tijdens het lezen van de nieuwe bundel van Alfred Schaffer. Want ook in Mens Dier Ding staan bijna onbeschrijflijke wreedheden:

 

Met een smakelijke grijns trekt hij zijn wapen
uit de keel van een tegenstander, spoelt het filmpje
terug en trekt zijn wapen uit de keel

van een tegenstander, spoelt

het filmpje terug –

De ‘hij’ in deze regels is Sjaka, de bundel is geïnspireerd op het levensverhaal van Koning Shaka, een wrede heerser, die begin negentiende eeuw het Zuid-Afrikaanse Zoeloerijk stichtte en een nieuwe vorm van oorlogvoering introduceerde, met kortere speren.

Het leven van deze Shaka is met mythes omgeven, Schaffer voegt daar een of misschien wel meerdere aan toe. Want de hoofdpersoon in Mens Dier Ding is niet alleen koning, hij heeft ook de rol van asielzoeker en zelfs van dichter (“Zonder roes of assegaai is Sjaka als Borges. / Een blinde dichter”). Waarmee Schaffer lijkt te willen zeggen dat iedereen gevormd wordt door verhalen: “Op van alles en nog wat ben ik gebaseerd / niet op de waarheid.”

Door de geschiedenis van Sjaka in tal van vormen te gieten – interviews, een quiz, sciencefiction, moppen, rechtbankverslagen vol tweets, dagdromen – trekt hij het oude verhaal naar deze tijd, waarin excessief geweld in films, strips, games soms tot een luchtig tijdverdrijf wordt: “Volgt een gevecht als in een superheldenstrip.” En zo volgen we de opkomst en ondergang van Sjaka, verschoppeling en held: zijn geboorte als ‘buitenechtelijke vogelverschrikker’, zijn jeugd – getreiterd door de kinderen uit de buurt –, zijn opkomst als koning, het buitenzinnige geweld, de moord op zijn geliefde, en uiteindelijk zijn eigen dood: “Zijn lichaam wordt teruggevonden in een veld. / Groen uitgeslagen maar volkomen gaaf. / Zo giftig dat geen dier een hapje waagt.”

Maar in alle scènes waaruit dit meeslepende epos bestaat, dringt zich de vraag op: in hoeverre is wat wij zien, horen of lezen nu echt? Een voorbeeld: wanneer de held van het verhaal liefdevol omhelsd wordt door een reusachtige slang, volgt de doodnuchtere opmerking: “het is een peperdure scène, vol megalomane special effects.”

Schaffer laat zien tot wat voor dierlijks een mens in staat is en hoe weinig een mensenleven soms waard is. Dat doet hij met humor, met schwung, teder en bedachtzaam; in poëzie waarin ‘bloeddorst’ eruit kan zien als een ‘massief brok pure chocolade’. De in Zuid-Afrika wonende Schaffer maakte al indruk met zijn vorige bundels – voor Kooi (2008) kreeg hij de kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Mens Dier Ding grijpt je naar de keel, en dat gebeurt niet dagelijks bij poëzie.

Sjaka die slaapt met zijn speer.

Staand.
Vogels, vlinders, alles wat beweegt sterft door zijn blik.
Bij vrije verkiezingen zou hij grandioos verliezen.
Wie hem liefheeft stuurt hij op een hopeloze missie.
Om te creperen onderweg
of om terug te keren, uitgemergeld.

En dan die vragen en die opdrachten.
Breng die berg daar naar mijn huis.
Breng mij een edelweis.
Hoeveel is 33.445.678 maal 17.578.798.906 gedeeld door 21.
Wie zou oorspronkelijk de mannelijke hoofdrol spelen
in Gone with the wind.

Waar denk ik aan op dit moment.

Niemand die een antwoord heeft
of aan de opdracht kan voldoen, behalve twee of drie –
ook die vinden de dood.

 

De perszaal blijft leeg.
Het hoofdkwartier verlaten
Geen mens die Sjaka’s daden nog bezingt
het vuur is bezig te doven.
Blazen beste onderdanen, blazen!

Alfred Schaffer – Mens Dier Ding. De Bezige Bij, 144 pagina’s, 18,50 euro, ISBN 9789023482833

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

Zie verder: NRC Handelsblad, Cultuurbewust.nl, de Volkskrant, HUMO, Poetry International