Posts Tagged ‘Anne Vegter’

Yves T’Sjoen. “Sharing heavy shit” in Wellington. Anne Vegter en de werkswinkel

Thursday, April 13th, 2017

“Sharing heavy shit” in Wellington. Anne Vegter en de werkswinkel

 

Anne Vegter

 

Dichter des Vaderlands in Nederland (2013-2017)

Na Gerrit Komrij, Simon Vinkenoog, Driek van Wissen en Ramsey Nasr is op 31 januari 2013 Anne Vegter aangesteld als Dichter des Vaderlands in Nederland. Tot Gedichtendag 2017 heeft de schrijfster het ambt van Poet Laureate bij onze noorderburen waargenomen. Een commissie bestaande Maria Barnas, Arie Boomsma, Arjen Fortuin, Piet Gerbrandy, Kristien Hemmerechts en Mei Li Vos benoemde Vegter voor een ambtsperiode van vier jaar. De Koninklijke Bibliotheek, NRC Handelsblad, NTR, Poëzieclub en Poetry International zijn de organiserende instituties die bij de officiële aanstelling betrokken waren. Nu Vegter haar dichterlijke vrijheid heeft herwonnen, is in januari 2017 Ester Naomi Perquin de eer te beurt gevallen.

Tijdens haar publieke optreden als Dichter des Vaderlands heeft Anne Vegter samen met de Belgische ambtsgenoot Charles Ducal, intussen opgevolgd door de Franstalige Belgische auteur Laurence Vielle (in 2018 is Els Moors aan de beurt), in 2015 een bezoek gebracht aan Zuid-Afrika. Ik ontmoette beide dichters ter gelegenheid van hun passage in de West-Kaap: eerst tijdens Tuin van Digters in Wellington en enkele dagen later in een college van Alfred Schaffer in Stellenbosch. Anne Vegter las tijdens het Afrikaanse poëziefestival in een Engelse vertaling een keur uit haar poëzie en werd bij de performance geflankeerd door Antjie Krog, die voor de gelegenheid de grootmoedergedichten in Mede-wete voordroeg. Zij was op uitnodiging van Krog en het gemeenschapshuis Breytenbachsentrum ook te gast bij een workshop in Wellington waaraan vrouwen die het slachtoffer zijn van seksuele intimidatie en verkrachting deelnamen.

Het getuigenis van die heftige confrontatie kunnen we nu lezen in Wat helpt is een wonder. Gedichten van de Dichter des Vaderlands 2013-2017. Zoals gebruikelijk wordt na het beëindigen van de opdracht de poëzieproductie van de Dichters des Vaderlands, net zoals van de stadsdichters hier te lande, gebundeld in een fraai boek. De gelegenheidsuitgaven maken deel uit van het literaire oeuvre. Zo kunnen de verzamelbundels van de Antwerpse stadsdichters Tom Lanoye [2003-2004], Ramsey Nasr [2005], Bart Moeyaert [2006-2007], Joke van Leeuwen [2008-2009], Peter Holvoet-Hanssen [2010-2011], Bernard Dewulf [2012-2013], Stijn Vranken [2014-2015] en Maarten Inghels [2016-2017] worden verdisconteerd in een studie van hun respectieve werk. Charles Ducal bundelde zijn gelegenheidswerk in de drietalige editie Bewoond door iets groters / Au-delà de la frontière / Von etwas größerem bewohnt (2015).

Deze bijdrage is de aanzet voor een dergelijke beschouwing over het werk van Anne Vegter.

De literaire productie van Anne Vegter

Op 15 december 2016 ging ik op vraag van de Permanente Vorming Literatuur en seksualiteit (Universiteit Gent) in gesprek met Anne Vegter. De video-opname kan hier worden bekeken: http://www.taalenletterkunde.ugent.be/literatuurenseksualiteit. Bij die gelegenheid sprak de auteur over de rol van erotiek in haar werk, met als aandachtspunt de net heruitgegeven bundel Ongekuiste versies  (1994, 2016²), en de wijze waarop het publieke ambt te verzoenen valt met de ontwikkeling van het eigengereide schrijverschap, door Henk van der Waal als een “uiteenwaaierend taallaboratorium” bestempeld waarin een “kijkje” wordt genomen “in de diepere lagen van de menselijke psyche”.

Na het poëziedebuut Het veerde (1991) en Aandelen en obligaties (2002) heeft de dichteres met Spamfighter (2008, nominatie VSB Poëzieprijs) en Eiland berg gletsjer (2011) landelijke bekendheid verkregen. In een tijdspanne van vijfentwintig jaar heeft zij vier dichtbundels uitgegeven. Ik noteer in de persknipsels nominaties voor haar jongste dichtwerk, respectievelijk VSB Poëzieprijs en Karel van de Woestijneprijs, en de bekroning van Eiland berg gletsjer met de Awater Poëzieprijs 2012. Zij staat ook bekend als kinderboekenschrijfster (De dame en de neushoorn (1989) en Verse bekken! (1990)) en publiceerde toneelteksten (o.a. Het recht op fatsoen (1996)), de korte roman Harries hoofdingang (1999) en erotische/pornografische verhalen (Ongekuiste versies en Sprookjes van de planeet aarde (2006)). De bibliografische lijst is verre van exhaustief. Vegters literaire productie is meermaals bekroond. Haar werk is door Henk van der Waal in De kunst van het dichten (2009, p. 226-247) omschreven als “kwiek en levenslustig”, “kloek en strijdbaar”, “een ijkpunt voor dichtend Nederland”. Zij schrijft gedichten met “hoge houdbaarheidsdatum […] terwijl ze in hun tijd staan, [die] hun tijd vooruit zijn” en de poëzie is omschreven als “een veelkantig kristal dat zonder dat het zijn kern verliest, zich altijd weer anders toont”. Van der Waal gewaagt van een “rijk en veelzijdig oeuvre”. Hans Groenewegen noteert het volgende over Vegters dichtkunst in zijn essaybundel Overvloed (2005): “Anne Vegter schrijf springerige poëzie. Tussen de verschillende regels, zinnen en zinsflarden kan het taalveld verspringen waaruit de woorden afkomstig zijn. Of het perspectief van waaruit verteld wordt verspringt. Of beide. De tekst kan verspringen van een gedachte naar een mededeling. Kan verspringen van de ene persoon in een dialoog naar een andere niet nader bepaalde persoon, van een vervreemdend geformuleerde waarneming naar een schijnbaar ongecontroleerde of naar juist een lyrische exclamatie” (p. 191-194).

Anne Vegter in Zuid-Afrika

De Zuid-Afrikareis van September 2015 heeft sporen getrokken in Vegters literaire universum. Er was al eerder een toevallige combinatie van haar poëzie met werk van Antjie Krog en Charl-Pierre Naudé. Tien jaar eerder, in december 2005, publiceerde het Vlaamse literaire periodiek Revolver gedichten van deze drie auteurs. Van Anne Vegter zijn toen ‘Onder een waarachtige hemel’, ‘ Stijl’, ‘Kamfer’ en ‘Lichtheid van de nacht’ opgenomen, later gebundeld in Spamfighter.

September 2015 is “de experimenterende Dichter des Vaderlands” in Wellington geconfronteerd met de Zuid-Afrikaanse realiteit van geweld en maatschappelijk onrecht, met het leed dat meisjes en vrouwen wordt berokkend. Het volgende kapittel verhaalt over de persoonlijke ervaring. In het ‘Vooraf’ van Wat helpt is een wonder stelt Vegter “hoe bevreemdend die Hollandse discussie over literair engagement is voor mensen die leven op de breuklijnen van verholen blanke dominantie en economische ongelijkheid. In Zuid-Afrika is de vraag niet óf je engagement toont maar hóé. Schrijven doe je altijd vanuit bewustzijn van de context, zei Marlene van Niekerk twee jaar geleden tijdens haar verblijf als artist in residence in Amsterdam” (p. 8).

De bundel met gelegenheidsgedichten, waarvan het merendeel in NRC is afgedrukt, wordt afgesloten met een rubriek ‘Berichten van de Dichter des Vaderlands’, columns die Anne Vegter tussen 2014 en 2016 in het Nederlandse poëzietijdschrift Awater presenteerde. De laatste tekst, gedateerd januari 2016, handelt over het unheimliche schrijversbezoek aan de Kaap. Over de ontmoeting publiceerde ik op Versindaba al eerder een stukje:  http://versindaba.co.za/2015/09/21/yves-tsjoen-dichters-des-vaderlands-in-de-west-kaap/. Vegter memoreert haar deelname aan een werkswinkel bij UWK (Bellville) op uitnodiging van Antjie Krog: “Een dag in Kaapstad op University of the Western Cape is verhelderend. Je werk als enige niet-zwarte dichter is tevoren gescreend door de studenten, goed bevonden. Je weet niet wat goed is. Je spart met Antjie Krog. Read it out loud, zegt ze. De studenten juichen door hun hiphoppresentator. Hij moedigt ze aan op te komen voor hun eigen taal. Loud out Xhosa, loud out English. Het Afrikaans krijgt het moeilijk op de uni. ‘Ik zie het studiemateriaal hier liefst in alle drie talen,’ zegt Krog. Studenten zijn woest vanwege het postkoloniaal gezag op de universiteiten. De jonkies vechten het Afrikaans eruit”. Het zijn de spannende dagen van oplaaiende studentenprotesten en vandalisme op de UWK-campus.

Vegter & de ‘Crimefighters’

Ik herinner mij levendig het gesprek met Anne Vegter tijdens Tuin van Digters, na afloop van een workshop die ze ook daar aanbood samen met Antjie Krog. De schrijfster was niet alleen onthutst. Tegelijk sloot de workshop aan bij een thematische lijn die haar oeuvre samenhoudt en wat zij zelf in een interview met Henk van der Waal “het belang van de zintuiglijke ervaring” (p. 233) noemt. Seksualiteit en lichamelijkheid worden in Vegters werk op revelerende wijze behandeld. Ongekuiste versies is door haar omschreven als een “erotisch taalproject”: vrouwelijke seksualiteit wordt vertaald en onttrokken aan de dominante masculiene benadering van de vrouw. Zij spreekt over de creatie van “een vrouwentaal die geilheid genereerde” (p. 241). Taal, zinnen, woorden worden een erotische lading gegeven, zo stelt zij in het vraaggesprek. De confrontatie met de meisjes in Wellington die over ‘sexual abuse’ praatten, moet voor de Nederlandse schrijfster bijzonder heftig zijn geweest.

In Wat helpt is een wonder schrijft Anne Vegter: “Je leert snel bij. Je neemt in Wellington deel aan Krogs schrijfworkshop voor vrouwen die te maken hebben met sexual abuse. In alle drie de talen. De kleine zaal dampt. Twintig vrouwen, twee mannen. Je toont teksten die je in Nederland zijn aangereikt door fijne vrouwelijke collega’s. Ze stuurden themagerelateerd werk van Anne Sexton, Patti Smith, Brian Patten. Inmiddels vertaald in Xhosa. Je moet uitleggen wat je als niet-zwarte op de workshop te zoeken hebt. Je noemt de situatie in Europa. Een op de drie vrouwen, jaja ook daar, heeft te maken met seksuele intimidaties of erger. I am a rape survivor, rape survivor, rape survivor, echoot het in het voorstelrondje. Sharing heavy shit”. Ik moet bij deze tekstpassage denken aan de toneelmonoloog Om te beginnen een vrouw. Monoloog voor de dochter van Noach en het derde deel van Eiland berg gletsjer (‘Dochter van’). De dochter is getypeerd als de vrouwelijke versie van Cham in het Noach-verhaal. Toneeltekst en gedicht zijn vormen van emancipatorisch schrijven, een poging tot bevrijding uit het patriarchale denken. In De kunst van het dichten heeft de schrijfster het over de hardnekkige man-vrouwverhouding en de poging een vrouwelijke seksualiteit in een vrouwelijke taal te ontwerpen (“vrijwel onmogelijk”). Om iemand te worden, zo stelt Vegter, moet je “jezelf ontworstelen aan degene die autoriteit over je uitoefent”.

De ontmoeting met de vrouwen heeft zoals gezegd diepe sporen getrokken. Anne Vegter: “Natuurlijk weet je na die workshop niet genoeg. Maar er is iets in je aangeraakt. Krog laat achteraf weten dat een aantal deelnemers sinds september niet opgehouden is te schrijven over ervaringen met seksueel misbruik. Crimefighters. Het gepland vervolg op die ‘werkswinkel’ in Kaapstad is trouwens afgeblazen, schrijft Krog me in december. Te gevaarlijk. Er branden gebouwen op de campus in the Western Cape” (p. 127). Vegters “lied van verlangen en rebellie” heeft een echo gevonden in de West-Kaap. Als het streven erop is gericht, zoals vermeld in De kunst van het dichten, de taal dienstbaar te stellen aan de seksuele fantasie van de vrouw zodat de taal zelf “als het ware […] een verlangend en smachtend en bewegend en likken en spuitend lichaam” wordt, dan heeft Anne Vegter tijdens dat beklijvende moment andere schrijfsters die kracht laten voelen. De passage wordt als herinnering opgetekend in Wat helpt is een wonder. Dat is veelbetekenend, ook voor het oeuvre van de toenmalige Dichter des Vaderlands en hedendaagse auteur.

Anne Vegter, Wat helpt is een wonder, Querido, Amsterdam/Antwerpen, 2017.

 

Yves T’Sjoen. Dichters des Vaderlands in de West-Kaap

Monday, September 21st, 2015

cats

Dichters des Vaderlands in de West-Kaap

Onder de kop ‘Breyten Breytenbach: “Ope gesprek oor taal nodig”’, gepubliceerd in Die Burger van 21 september, neemt Willem de Vries het volgende citaat op: “Maak mekaar sáám anders met Afrikaans”. Het krantenartikel refereert aan het gesprek dat Francis Galloway met de schrijver voerde tijdens de vierde editie van Tuin van Digters in Wellington (19-20 september 2015). Behartigenswaardige uitspraken zijn: “Ek praat van kreolisering, ek praat van saam mekaar anders maak. En Afrikaans ís dit” en ook: “[…] ons is besonder bevoorreg met hierdie taal wat ontstaan het uit tale wat op mekaar ingepraat en saam ’n ander taal geword het. Dit is die manier waardeur jy jouself leer ken. Dis ’n taal wat die wysies en deuntjies van ander tale in hom opneem en ook die textuur van ander tale”. Breytenbach spreekt over taal als een levend organisme, een levensbepalend medium dat zoals het menselijke bestaan en de natuur zelf voortdurend aan verandering onderhevig is en invloeden van andere talen en culturen ondergaat. Afrikaans wordt wel eens de zuster- of dochtertaal van het zeventiende-eeuwse Nederlands of Zeeuws-Vlaams genoemd. Die klemtoon is reductionistisch en doet geen recht aan de rijkdom van het Afrikaans. Het is, zoals Breytenbach stelt, een gecreoliseerde taal met tal van inheemse en buitengaatse invloeden. Afrikaans is, zoals elke levende taal, inderdaad “’n taal wat die wysies en deuntjies van ander tale in hom opneem en ook die textuur van andere taal”.

Dezer dagen zijn de Dichters des Vaderlands van Nederland en België te gast in de West-Kaap. Hun aanwezigheid is in menig opzicht niet onbelangrijk voor het contact tussen talen en schrijvers in die verschillende talen. Maar misschien zet hun passage in Wellington, Stellenbosch, Bellville en Kaapstad landelijke culturele instituten en personen, zoals de Akademie vir Kuns en Wetenskappe, aan het denken. Misschien kan een nieuw initiatief worden genomen in deze roerige tijden. Niet dat de wereld er in Zuid-Afrika spectaculair anders door wordt, maar het kan een daad van symbolische waarde zijn.

Met steun van het Nederlandse Letterenfonds en de Vertegenwoordiging van de Vlaamse regering in Zuid-Afrika namen Anne Vegter en Charles Ducal afgelopen weekend deel aan Tuin van Digters. Beiden lazen voor uit eigen werk, ook uit de gedichten die zij van ambtswege hebben geproduceerd, en zij zijn bij die gelegenheid in gesprek gegaan met respectievelijk Antjie Krog en Alfred Schaffer. Dat leverde interessante dialogen en kruisbestuivingen van ideeën en klankkleuren op. Ik denk bijvoorbeeld aan raakvlakken tussen Vegters en Krogs poëzie (in Mede-wete, 2014) die ik eerder onmogelijk kon opmerken en waar ook de Nederlandse schrijfster van te kijken stond. Daarnaast presenteerde Anne Vegter op uitnodiging een poëzieworkshop bij UWK in Bellville en op vrijdag 18 september een bijeenkomst over sexual abuse in de literatuur. Op maandagochtend 21 september waren Vegter en Ducal te gast in het college van Alfred Schaffer waar zij voor studenten Nederlands en Afrikaans uit eigen werk voorlazen en met de docent in gesprek gingen. Ook SAVN en UWK, op uitnodiging van Anastasia de Vries, zijn instituties waar de dichters uit Nederland en België hun opwachting maken.

De Wellingtonse uitspraak van Breytenbach in gedachten moet het postkoloniale contact tussen schrijvers uit het Nederlandse taalgebied en het Afrikaans van cruciaal belang worden genoemd. Niet uit misplaatste neokoloniale of melancholisch politiek-ideologische overwegingen, evenmin om linguïstisch-historische redenen (‘zuster- of dochtertalen’). Het transnationale gesprek, met auteurs uit verschillende taalgebieden, dus ook Afrikaans en Nederlands, is van grote betekenis voor een taal die weliswaar door de perverse taalideologie van apartheid is aangetast maar vooral steeds, ook vandaag en morgen, nieuwe impulsen ondergaat. Afrikaans en Nederlands hebben zoals alle zwarte inheemse talen veranderende texturen, eigen “wijsies en deuntjies”, die tot klinken moeten worden gebracht in een multiculturele omgeving. Het gebruik van de eigen moedertaal in het gesprek met de ander niet minder dan een mensenrecht. Breytenbach verwerpt de blinde anglificering en de markteconomische nivellering, niet alleen in Zuid-Afrika maar in globaal perspectief. De schoonheid en de rijkdom van Zoeloe en Xhosa, om me te beperken tot deze talen, zijn van onschatbare waarde. Ze bezitten een even rijke textuur en klankkleur als bijvoorbeeld het Afrikaans. Waarom zouden we dan met zijn allen (slecht) Engels spreken? Deze taalvariëteit, maar dan van het Nederlands, kwam helemaal tot uitdrukking tijdens de publieke optredens van Anne Vegter en Charles Ducal. Vlaams is de geuzennaam die men heeft bedacht voor het Nederlands dat ten zuiden van de Moerdijk wordt gesproken. Ook dit een teken van taaldiscriminering maar dan in het Nederlandse taalgebied.

Het ambt van Dichter des Vaderlands wordt in Nederland en België uiteenlopend ingevuld en heeft een heel andere geschiedenis. In Nederland introduceerde Gerrit Komrij naar Anglo-Amerikaans model de functie van Poet Laureate. Later namen ook Ramsey Nasr, Driek van Wissen en sinds kort Anne Vegter het mandaat op. In de historiek van het Vaderlandse Dichterschap ondergingen de spelregels in Nederland wel eens wijzigingen. De Nederlandse dichter wordt verondersteld teksten te ontwerpen die met de actualiteit zijn verbonden en die vervolgens in NRC Handelsblad worden afgedrukt. In tegenstelling tot Nederland is het Belgische Dichterschap des Vaderlands, pas een jaar geleden geïnitieerd, een literair initiatief dat door Poëziecentrum (Gent), Vonk & Zonen (Antwerpen) en het Maison de la Poésie (Namen) is ondernomen. Het is geen politieke maar een culturele daad. De Franstalig Belgische schrijfster Laurence Vielle neemt vanaf januari 2016 de fakkel van Charles Ducal over. Tegelijk wordt met ambassadeurs gewerkt: vandaag is de Waalse auteur Ducals vertegenwoordiger in Franstalig België en vanaf januari neemt Ducal die rol waar voor de nieuwe Dichter des Vaderlands. Charles Ducal lichtte in Wellington en Stellenbosch toe welke de doelstellingen zijn van het dichtersambt. Naast het slechten van de muur tussen taal- en cultuurgemeenschappen (in België gaat het over Nederlands, Frans en Duits) wil de Dichter des Vaderlands thema’s aansnijden die “zo veel mogelijk Belgen relevant vinden, wat de publieke opinie beroert”. Daarenboven wil hij of zij mensen dichter bij elkaar brengen en een tegengewicht bieden voor het neo-liberale rechtse discours dat vandaag het maatschappelijke leven in België domineert. Wat vooral van belang is: het is een manier voor Vlamingen de Franstalige dichters in België te leren kennen en andersom. Ten spijte van het culturele verdrag tussen de Nederlandse en Franse cultuurgemeenschappen bestaat veel onkunde en een stuitend gebrek aan belangstelling voor literatuur aan de andere kant van de taalgrens. Het aanstellen van ambassadeurs draagt er aanzienlijk toe bij dat er makkelijker toegang mogelijk is tot elkaars literaire netwerken en culturele organisaties. Wat ook anders is ten opzichte van de Nederlandse ambtsinvulling is dat de productie van de Belgische dichter steeds in drie talen bekend wordt gesteld. Door de teksten in de krant te publiceren is het de betrachting een zo breed mogelijk maatschappelijk veld te bereiken.

Ik keer terug naar de uitspraken van Breytenbach die door Die Burger zijn geciteerd. Aandacht voor onze medemens, voor elkaars cultuur en taal, zal bijdragen tot een verrijking van en meer cohesie in het sociale weefsel waarin we als individu bestaan. Tot een meer leefbaar bestaan. Vandaag staat de bevoorrechting en dus de status van het Afrikaans in Zuid-Afrika, en in het bijzonder op de universitaire campus van Stellenbosch, ter discussie. Vasthouden aan en verwijlen in het verleden is een slechte raadgever. Niet dat het Afrikaans als taal moet worden bestreden. Ze bloeit als nooit tevoren indien we het werk van zo vele interessante Zuid-Afrikaanse schrijvers lezen. Ze is even rijk, vitaal en ritmisch als alle andere inheemse talen. Breytenbach pleit vooral voor het behoud van de meertaligheid, voor een wereld in en van talen, met naast het Afrikaans prachtige zwarte talen die ook de moedertaal zijn van miljoenen mensen. Het gesprek tussen de talen moet worden bevorderd en zal vanuit dat respect en die aandacht van Zuid-Afrika een betere leefomgeving maken. Het is misschien een idee, zoals Alfred Schaffer opmerkte, ook in Zuid-Afrika een Dichter des Vaderlands aan te stellen en daar een werkbare formule voor te verzinnen. Misschien moeten enkele organisaties daarover eens samenzitten. Waarom zouden de teksten van die aan te duiden schrijver niet in de tien andere inheemse talen kunnen worden vertaald? Als dat lukt met een grondwet, dan ook met de poëzie. Transformatie, het woord dat vandaag om de haverklap in verhitte discussies valt, is inderdaad niet de omzetting van wit in zwart. Breytenbach spreekt over een geleidelijk proces waarbij inclusiveness en privileges vooral obstakels zijn. Hoewel de Belgische politieke en sociale context met drie taalgemeenschappen onvergelijkbaar is, kan de symbolische waarde van het Dichterschap des Vaderlands ook in Zuid-Afrika misschien gelden als antidotum. Een tegengewicht voor het conservatieve denken en de retrospectieve blik die de geesten verlamt. Het kan de kloof tussen mensen, zoals door een bepaald politiek discours uitvergroot, dichten en de aandacht voor de anderen aanscherpen. Ik ben nieuwsgierig welke schrijver in het complexe en door het verleden ontwrichte Zuid-Afrika moet worden voorgedragen als eerste Dichter des Vaderlands.