Posts Tagged ‘Bert Bevers gedigte’

Bert Bevers. Dagboeknotities van een eerstgeborene

Wednesday, August 15th, 2018

Dagboeknotities van een eerstgeborene

 

Verbroken zegels herinner ik me, duistere vertrekken

en lichtschuwe reeuwzangen. In een vroege maand

wachtte hem het einde. Hij dorst nooit te begeren

wat van hem niet was, en dierf op niets te hopen

 

toen hij stierf.

 

 

Nu ik nog jong ben zijn mijn visioenen garnaalgrauw.

Graag vertel ik ze kamerdienaren traag, die ze aan

zichters op velden die van logge rogge zwellen

doorvertellen. Zo worden op de malse aarde

 

middagen minder stil.

 

 

We spraken over verloren liefdes, en we begonnen stil

te deinen naar iets dat wat weg had van dansen.

Wij realiseerden ons donders goed dat we nog

niets wisten. Nu zijn onze zonen eenzamer,

 

maar onze dochters vrolijk.

 

 

Ik zag vanochtend oude dames met gefronste wenkbrauwen

sermoenen prevelen, hun brandglas op het heden gericht.

Figuranten die met het heimwee van pasgeborenen

catacomben verkenden. Het lijkt alsof naarmate

 

alles ouder wordt ik jonger blijf.

 

 

Het knarsen van de sloten, en de aarzelende scharnieren

bleven me bij. Ook dat ik vond dat de onschuldigen

langzaam leven mochten, en dat ik halverwege

de slaap zeker wist: in vleermuizen steekt

 

de nacht zijn vragen.

 

 

© Bert Bevers, 2018

 

 

Bert Bevers. Huiswaarts

Friday, February 9th, 2018

Huiswaarts

Bij Twin Peaks – The Return van David Lynch

 

Luister naar de geluiden. Het kan nu niet meer

allemaal hardop gezegd worden. Iemand is hier.

Ik heb het gevoel dat ik  mezelf ken, maar soms

buigen mijn armen zomaar naar achteren.

 

Is dit de toekomst, of het verleden?

 

Dit is het water. En dit is de put. Drink goed

en daal af. Het paard is het oogwit en donker

vanbinnen. Dit is het water. En dit is de put.

Drink goed en daal af. Het paard is het oogwit

 

en donker vanbinnen. Dit is het water. En

 

Er zullen een paar dingen veranderen, want

vroeger en later weet je. Herinner je je alles nog?

Ja. We leven in een droom. ‘Vergezel mij!’

roept iemand, maar misschien is er niemand.

 

Waar gaan we naartoe? We gaan naar huis.

 

 

 

© Bert Bevers, 2018

Bert Bevers. Uit de tijd

Thursday, March 10th, 2016

Uit de tijd

 

I

November waait notenkrakers over

in zuidwaartse drift. In de verte blijft

een geboortekreet hangen in de nevels.

 

Hij weet niet goed welke kant te kiezen.

Kopschuw weigert hij in samenzweringen

verzeild te raken. Toen zijn moeder hem

 

uitstiet regende het onbedaarlijk, brandden

vreemde buren vuren vol vlammen. Ergens

wisten voorouders in de kwalm toen al dat

 

het nu eindelijk goed aan het komen was.

 

II

Als duveltjes uit fopdoosjes fladderen nu

plots trotse scharen gevleugelden op die

weigeren hun naam alleen te laten. Plots.

 

Daaronder worden gezangen aangeheven

omdat alles wijst op de komst van de reeds

lang voorspelde. Nergens meer dwarsgang.

 

Amper te bespeuren nog zijn drijfvelden,

of vers geknoopte stroppen. Er worden

geen vreemde velden meer omgeploegd.

 

Te ijl voor stormen is de lucht hier nu.

 

III

Ossen worden nooit meer stieren. Zelfs

de vergeten watervinders weten dat. In

hun wijkplaats verzwonden aanschouwen

 

zij in synchroon perspectief de steelse

vertraging, de evacuatie van de goden.

Zachtjes strelen zij vergeelde marsorders,

 

gestolde zegelwas op generfd leder.

Vervloeken ze warme maren in de nacht.

In verpoederd weten herkennen zij de

 

wetten van de spiegeling. Het ijs is sprok.

 

IV

Vrijheid is een broze kooi. Dat beseft hij.

Het onbeholpen huppen van takkelingen

herkent hij in het uur waarin de uilen met

 

hun vlerken wiegen. Een late guichelheil

ritselt. “Weet je nog, de vorige keer dat ik iets

zei?” roept hij in herinnering. “Niemand twijfelt

 

nooit, maar er zijn uitwegen! Hoogverraad

is er roestvrij altijd, maar laat de korst nu

beter op de wond, op het zinkgat van de spijt.”

 

Men merkt het niet, maar er gebeuren grote dingen.

 

© Bert Bevers / 2016

 

Bert Bevers. De anderen

Tuesday, September 2nd, 2014

De anderen

 

Bij het spelen met de ondertitels van

The Others van Alejandro Amenábar

 

I

 

“Wat zou er met hen gebeurd zijn?”

 

“Ze zijn vast dood, net als de rest.

Weg. Ah, dat waren nog eens tijden.”

 

“U bedoelt verdwenen?”

 

“In het niets. Zonder bericht.

Ze waren gewoon vertrokken.”

 

“Wat vreemd.”

 

 

II

 

“Ziet u wat ik doe?

Hier mag geen deur worden geopend

voordat de vorige dicht is.

 

Dat is van essentieel belang.

In dit huis wordt de stilte gekoesterd.

Doe de gordijnen maar dicht. Allemaal.”

 

 

III

 

“Wakker worden!

En dan nu: ogen dicht! Vouw je handen.

Pure Roos, waak over ons tot de avond valt.

 

“Wanneer komen ze terug? Komen ze terug?”

 

“Ze komen wel terug.”

 

“Gaat u ons ook verlaten?”

 

“Natuurlijk niet. Waarom zou ik dat doen?”

 

“Dat zeiden de anderen ook, maar ze gingen toch.”

 

 

IV

 

“Hier, hier beweegt alleen het licht.

Dan wordt alles anders. Je houdt het

alleen vol door rustig te blijven.

 

Denk eens aan het eind van de oneindigheid.

Weest niet bevreesd. Als je een geest ziet,

zwaai je maar naar hem.

 

Sommige dingen moet je alleen doen.

We moeten gehoorzaam zijn, want

kinderen die jokken eindigen in het voorgeborchte.”

 

 

V

 

“Ik geloof niet dat de Heilige Geest een duif is.”

 

“Ik ook niet.”

 

“Duiven zijn niet heilig.”

 

“Ze kakken tegen ramen.”

 

 

VI

 

“Die mist. Die is nog nooit zo blijven hangen.”

 

“Dat is waar. Je hoort zelfs de meeuwen niet.”

 

“Ze zeggen dat dit hun huis is.”

 

“Ze kijken niet, maar ze zien je wel.”

 

“Ze vragen dingen.”

 

“Wat vragen ze dan?”

 

“Dingen.”

 

 

VII

 

“Soms, als je een plek verlaat, laat die je niet los.

Het was alsof ik dit huis nooit verlaten had.”

 

“We kennen allemaal verhalen van de andere kant.”

 

“Alles op zijn tijd, alles op zijn tijd.”

 

“Je bent zo anders geworden. Zo anders.”

 

“Soms bloed ik.”

 

“Waarom heeft het zo lang geduurd?”

 

“Ik heb veel dode mannen gezien.”

 

 

VIII

 

“U gelooft alleen wat U  geleerd heeft.

Geen zorgen. Vroeger of later zal ook u hen zien.

En dan wordt alles anders.

Wij weten wat er moet gebeuren.”

 

“U weet helemaal niet wat er moet gebeuren!

Of….wèl?”

 

“We hebben geprobeerd het uit te leggen.”

 

 

IX

 

“Als ik het zeg, laten ze ons met rust.

 Geef nooit op. Wees flink. Wees flink.”

 

“Wat betekent dit allemaal? Waar zijn we?”

 

“Ik weet niets meer dan jullie. Maar:

niemand krijgt ons hier weg.”

 

 

© Bert Bevers / 2014



Bert Bevers. Vreemde gesprekken

Wednesday, April 23rd, 2014

Vreemde gesprekken

 

Bij de film Lezione ventuno van Alessandro Baricco

 

I

 

“Let er niet te veel op. Het went wel.

Echter: het zijn eersteklas mensen, ook

de vogelmeester en de stiltefunctionaris.”

 

“Mag ik wat tijd van u lenen?”

 

Hij zou dat moment voor de rest

van zijn leven niet meer vergeten.

 

Er werd herhaald: “Waar

gaan gedichten eigenlijk over?”

 

 

II

 

“Bekijk dingen van dichtbij, anders

begrijpt u niets. Het geheim van het ijs

bijvoorbeeld, het is een soort plattegrond.”

 

“Er zijn honderden, neen: duizenden dagen

die we moeten begrijpen. Het geheim is

dat we de wereld leeg moeten maken.

We maken de wereld leeg voor hen.

We scheppen leegte!

 

Het is de leegte die de moeilijke stappen

mogelijk maakt, stappen die we anders

niet zouden kunnen zetten.”

 

“Maar er is hier niets. Alles is al leeg.”

 

“U heeft geen idee wat leegte is.”

 

 

III

 

“Wat moeten we met al die vogels?”

 

“We gebruiken ze als signaal.

We laten ze op het juiste moment los,

zodat zelfs op een afstand

de wereld het signaal ziet en even stilstaat.

 

Weet u hoe u de vogels stil krijgt?”

 

“Neen.”

 

“Door elkaar te zoenen!

 

“?”

 

“Het werkt, maar vraag me niet waarom.”

 

 

IV

 

 

Het was het zuiden van de ziel

waarop men jaren had gewacht.

 

“Weten jullie niet meer wat

 er allemaal geschreven is?”

 

Hij was een onverschrokken zeilschip

in een fles die in zee geworpen werd.

Opgesloten in een glazen stilte

was dat zijn manier van varen.

 

Het is waarschijnlijk dat er zonder

de stilte niets gebeurd was.

Zonder stilte kan er nooit iets gebeuren.

 

“Wij boffen. De sneeuw schept stilte.”

 

“De sneeuw vervult haar plicht.”

 

“Ze bewoog alsof ze niet uit zichzelf kon treden.”

 

 

V

 

Als een waaier die geopend werd,

oogde dit gebed voor leken.

 

“Het was geen gebed, maar een droom.”

 

“Weet u wat het droevigste is?

Omdat het een mooie zondag was

trokken de mensen de natuur in.”

 

Een voor een stapten vrienden op.

 

Er klonk oude muziek.

 

“Als je bejaard bent zijn sierlijke dingen

veel te ingewikkeld. Lichtheid verdampt

en wordt nutteloos, als vleugels zonder vogels.”

 

“Ach, die gebaren van de vergleden tijd.”

 

“Een wonder kan iedereen wel gebruiken.”

 

© Bert Bevers, maart/april 2014



Bert Bevers. Vergeelde brieven met een lintje erom

Friday, February 14th, 2014

Vergeelde brieven met een lintje erom

 

In verkleurde inkt de verdwenen stemmen

van broeders die nooit paters zouden worden.

Over geplooide superplies in zwijgende kasten,

en opwolkende wierook. De zinnen ademen

 

schuchter voor de sluier van hun namen, als

fluisteringen uit het hart. Ze dansten ooit

de horlepijp, maar de melodie daarvan zonk

traag weg uit hun oren als een steen in veen.

 

© Bert Bevers / 2014