Posts Tagged ‘Charles Ducal’

Yves T’Sjoen. Dichters des Vaderlands in de West-Kaap

Monday, September 21st, 2015

cats

Dichters des Vaderlands in de West-Kaap

Onder de kop ‘Breyten Breytenbach: “Ope gesprek oor taal nodig”’, gepubliceerd in Die Burger van 21 september, neemt Willem de Vries het volgende citaat op: “Maak mekaar sáám anders met Afrikaans”. Het krantenartikel refereert aan het gesprek dat Francis Galloway met de schrijver voerde tijdens de vierde editie van Tuin van Digters in Wellington (19-20 september 2015). Behartigenswaardige uitspraken zijn: “Ek praat van kreolisering, ek praat van saam mekaar anders maak. En Afrikaans ís dit” en ook: “[…] ons is besonder bevoorreg met hierdie taal wat ontstaan het uit tale wat op mekaar ingepraat en saam ’n ander taal geword het. Dit is die manier waardeur jy jouself leer ken. Dis ’n taal wat die wysies en deuntjies van ander tale in hom opneem en ook die textuur van ander tale”. Breytenbach spreekt over taal als een levend organisme, een levensbepalend medium dat zoals het menselijke bestaan en de natuur zelf voortdurend aan verandering onderhevig is en invloeden van andere talen en culturen ondergaat. Afrikaans wordt wel eens de zuster- of dochtertaal van het zeventiende-eeuwse Nederlands of Zeeuws-Vlaams genoemd. Die klemtoon is reductionistisch en doet geen recht aan de rijkdom van het Afrikaans. Het is, zoals Breytenbach stelt, een gecreoliseerde taal met tal van inheemse en buitengaatse invloeden. Afrikaans is, zoals elke levende taal, inderdaad “’n taal wat die wysies en deuntjies van ander tale in hom opneem en ook die textuur van andere taal”.

Dezer dagen zijn de Dichters des Vaderlands van Nederland en België te gast in de West-Kaap. Hun aanwezigheid is in menig opzicht niet onbelangrijk voor het contact tussen talen en schrijvers in die verschillende talen. Maar misschien zet hun passage in Wellington, Stellenbosch, Bellville en Kaapstad landelijke culturele instituten en personen, zoals de Akademie vir Kuns en Wetenskappe, aan het denken. Misschien kan een nieuw initiatief worden genomen in deze roerige tijden. Niet dat de wereld er in Zuid-Afrika spectaculair anders door wordt, maar het kan een daad van symbolische waarde zijn.

Met steun van het Nederlandse Letterenfonds en de Vertegenwoordiging van de Vlaamse regering in Zuid-Afrika namen Anne Vegter en Charles Ducal afgelopen weekend deel aan Tuin van Digters. Beiden lazen voor uit eigen werk, ook uit de gedichten die zij van ambtswege hebben geproduceerd, en zij zijn bij die gelegenheid in gesprek gegaan met respectievelijk Antjie Krog en Alfred Schaffer. Dat leverde interessante dialogen en kruisbestuivingen van ideeën en klankkleuren op. Ik denk bijvoorbeeld aan raakvlakken tussen Vegters en Krogs poëzie (in Mede-wete, 2014) die ik eerder onmogelijk kon opmerken en waar ook de Nederlandse schrijfster van te kijken stond. Daarnaast presenteerde Anne Vegter op uitnodiging een poëzieworkshop bij UWK in Bellville en op vrijdag 18 september een bijeenkomst over sexual abuse in de literatuur. Op maandagochtend 21 september waren Vegter en Ducal te gast in het college van Alfred Schaffer waar zij voor studenten Nederlands en Afrikaans uit eigen werk voorlazen en met de docent in gesprek gingen. Ook SAVN en UWK, op uitnodiging van Anastasia de Vries, zijn instituties waar de dichters uit Nederland en België hun opwachting maken.

De Wellingtonse uitspraak van Breytenbach in gedachten moet het postkoloniale contact tussen schrijvers uit het Nederlandse taalgebied en het Afrikaans van cruciaal belang worden genoemd. Niet uit misplaatste neokoloniale of melancholisch politiek-ideologische overwegingen, evenmin om linguïstisch-historische redenen (‘zuster- of dochtertalen’). Het transnationale gesprek, met auteurs uit verschillende taalgebieden, dus ook Afrikaans en Nederlands, is van grote betekenis voor een taal die weliswaar door de perverse taalideologie van apartheid is aangetast maar vooral steeds, ook vandaag en morgen, nieuwe impulsen ondergaat. Afrikaans en Nederlands hebben zoals alle zwarte inheemse talen veranderende texturen, eigen “wijsies en deuntjies”, die tot klinken moeten worden gebracht in een multiculturele omgeving. Het gebruik van de eigen moedertaal in het gesprek met de ander niet minder dan een mensenrecht. Breytenbach verwerpt de blinde anglificering en de markteconomische nivellering, niet alleen in Zuid-Afrika maar in globaal perspectief. De schoonheid en de rijkdom van Zoeloe en Xhosa, om me te beperken tot deze talen, zijn van onschatbare waarde. Ze bezitten een even rijke textuur en klankkleur als bijvoorbeeld het Afrikaans. Waarom zouden we dan met zijn allen (slecht) Engels spreken? Deze taalvariëteit, maar dan van het Nederlands, kwam helemaal tot uitdrukking tijdens de publieke optredens van Anne Vegter en Charles Ducal. Vlaams is de geuzennaam die men heeft bedacht voor het Nederlands dat ten zuiden van de Moerdijk wordt gesproken. Ook dit een teken van taaldiscriminering maar dan in het Nederlandse taalgebied.

Het ambt van Dichter des Vaderlands wordt in Nederland en België uiteenlopend ingevuld en heeft een heel andere geschiedenis. In Nederland introduceerde Gerrit Komrij naar Anglo-Amerikaans model de functie van Poet Laureate. Later namen ook Ramsey Nasr, Driek van Wissen en sinds kort Anne Vegter het mandaat op. In de historiek van het Vaderlandse Dichterschap ondergingen de spelregels in Nederland wel eens wijzigingen. De Nederlandse dichter wordt verondersteld teksten te ontwerpen die met de actualiteit zijn verbonden en die vervolgens in NRC Handelsblad worden afgedrukt. In tegenstelling tot Nederland is het Belgische Dichterschap des Vaderlands, pas een jaar geleden geïnitieerd, een literair initiatief dat door Poëziecentrum (Gent), Vonk & Zonen (Antwerpen) en het Maison de la Poésie (Namen) is ondernomen. Het is geen politieke maar een culturele daad. De Franstalig Belgische schrijfster Laurence Vielle neemt vanaf januari 2016 de fakkel van Charles Ducal over. Tegelijk wordt met ambassadeurs gewerkt: vandaag is de Waalse auteur Ducals vertegenwoordiger in Franstalig België en vanaf januari neemt Ducal die rol waar voor de nieuwe Dichter des Vaderlands. Charles Ducal lichtte in Wellington en Stellenbosch toe welke de doelstellingen zijn van het dichtersambt. Naast het slechten van de muur tussen taal- en cultuurgemeenschappen (in België gaat het over Nederlands, Frans en Duits) wil de Dichter des Vaderlands thema’s aansnijden die “zo veel mogelijk Belgen relevant vinden, wat de publieke opinie beroert”. Daarenboven wil hij of zij mensen dichter bij elkaar brengen en een tegengewicht bieden voor het neo-liberale rechtse discours dat vandaag het maatschappelijke leven in België domineert. Wat vooral van belang is: het is een manier voor Vlamingen de Franstalige dichters in België te leren kennen en andersom. Ten spijte van het culturele verdrag tussen de Nederlandse en Franse cultuurgemeenschappen bestaat veel onkunde en een stuitend gebrek aan belangstelling voor literatuur aan de andere kant van de taalgrens. Het aanstellen van ambassadeurs draagt er aanzienlijk toe bij dat er makkelijker toegang mogelijk is tot elkaars literaire netwerken en culturele organisaties. Wat ook anders is ten opzichte van de Nederlandse ambtsinvulling is dat de productie van de Belgische dichter steeds in drie talen bekend wordt gesteld. Door de teksten in de krant te publiceren is het de betrachting een zo breed mogelijk maatschappelijk veld te bereiken.

Ik keer terug naar de uitspraken van Breytenbach die door Die Burger zijn geciteerd. Aandacht voor onze medemens, voor elkaars cultuur en taal, zal bijdragen tot een verrijking van en meer cohesie in het sociale weefsel waarin we als individu bestaan. Tot een meer leefbaar bestaan. Vandaag staat de bevoorrechting en dus de status van het Afrikaans in Zuid-Afrika, en in het bijzonder op de universitaire campus van Stellenbosch, ter discussie. Vasthouden aan en verwijlen in het verleden is een slechte raadgever. Niet dat het Afrikaans als taal moet worden bestreden. Ze bloeit als nooit tevoren indien we het werk van zo vele interessante Zuid-Afrikaanse schrijvers lezen. Ze is even rijk, vitaal en ritmisch als alle andere inheemse talen. Breytenbach pleit vooral voor het behoud van de meertaligheid, voor een wereld in en van talen, met naast het Afrikaans prachtige zwarte talen die ook de moedertaal zijn van miljoenen mensen. Het gesprek tussen de talen moet worden bevorderd en zal vanuit dat respect en die aandacht van Zuid-Afrika een betere leefomgeving maken. Het is misschien een idee, zoals Alfred Schaffer opmerkte, ook in Zuid-Afrika een Dichter des Vaderlands aan te stellen en daar een werkbare formule voor te verzinnen. Misschien moeten enkele organisaties daarover eens samenzitten. Waarom zouden de teksten van die aan te duiden schrijver niet in de tien andere inheemse talen kunnen worden vertaald? Als dat lukt met een grondwet, dan ook met de poëzie. Transformatie, het woord dat vandaag om de haverklap in verhitte discussies valt, is inderdaad niet de omzetting van wit in zwart. Breytenbach spreekt over een geleidelijk proces waarbij inclusiveness en privileges vooral obstakels zijn. Hoewel de Belgische politieke en sociale context met drie taalgemeenschappen onvergelijkbaar is, kan de symbolische waarde van het Dichterschap des Vaderlands ook in Zuid-Afrika misschien gelden als antidotum. Een tegengewicht voor het conservatieve denken en de retrospectieve blik die de geesten verlamt. Het kan de kloof tussen mensen, zoals door een bepaald politiek discours uitvergroot, dichten en de aandacht voor de anderen aanscherpen. Ik ben nieuwsgierig welke schrijver in het complexe en door het verleden ontwrichte Zuid-Afrika moet worden voorgedragen als eerste Dichter des Vaderlands.

Louis Esterhuizen. Charles Ducal ingehuldig as Belgiese Dichter des Vaderlands

Thursday, January 30th, 2014

Gister is Charles Ducal (foto) as België se eerste amptelike Dichter des Vaderlands ingehuldig. Hierdie stap volg natuurlik in die spore van die Nederlandse voorbeeld en het as oogmerk om al drie amptelike Belgiese tale te bedien. Die idee is dat die Vlaamssprekende Ducal na sy tweejaardienstermyn deur ‘n Franssprekende digter opgevolg sal word. Volgens die amptelike persverklaring, die volgende: “Charles Ducal krijgt de eer om het project af te trappen als eerste officiële Dichter des Vaderlands. Hij wordt aangesteld voor twee jaar en schrijft minimum zes gedichten per jaar over diverse thema’s die ons land aanbelangen. Alle gedichten worden in samenwerking met het Vertalerscollectief van Passa Porta in de drie landstalen ter beschikking gesteld.”

Met sy inhuldigingsrede het Ducal sy nuwe amp onder andere soos volg gemotiveer: “”Voor ons, organisatoren, dichters, vertalers en iedereen die erbij betrokken is, is de functie van Dichter des Vaderlands een daad van welbegrepen eigenbelang, een kans voor de poëzie om haar bestaansrecht te verdedigen als evident, tegen alle lauwheid en minimalisering in […] In een klimaat waarin eng nationalisme het ene landsdeel tegen het andere uitspeelt, wil ik mijn functie in het teken stellen van de solidariteit tussen Vlamingen, Walen en Duitstaligen. Ik wil alvast voormezelf en hopelijk ook voor anderen de muur tussen Wallonië, Vlaanderen en Duitstalig België slopen en mijn schuldig verzuim aan interesse voor de cultuur en de literatuur in onze andere landstalen een beetje goedmaken.

Oor Charles Ducal het Versindaba al dikwels berig. Tik gerus sy naam by die soekblokkie in regs bo en lees meer oor hom indien dit jou interesseer.

Vir jou leesplesier volg Charles Ducal se eerste amptelike gedig hieronder.

*

 

Woord tegen woord

 

Van alle woorden zijn de onze de zwakste,

al liggen zij ontegensprekelijk in de mond.

Niemand verhoort ze, niemand verkracht ze.

Zij kussen de sterren, zij hebben geen grond.

Andere woorden bewegen armen en benen,

vullen schedels, ontsteken de keel.

Een mes in de rug kan vertaald als een streling,

een schop in de buik als noodzakelijk verkeer.

Het andere woord rijmt niet, het bewijst zonder meer

dat de werkelijkheid strookt met uw krant.

Het drukt op uw ogen, de startknop van uw tv,

en licht op. Het maakt ons duister en bang.

 

(c) Charles Ducal

 

Janita Monna. Met raspende stem

Friday, September 21st, 2012

Charles Ducal – Alsof ik er haast ben

Arme Lolo Ferrari. Ze stierf 37 jaar oud, depressief en met borsten als twee enorme opgeblazen o’s. Wie weet, behalve de dichter Charles Ducal, nog wie zij was? Hij vereeuwigde de Franse pornoster in een gedichtencyclus.

 

Die dag sprak de leraar over lolo ferrari.

Hij noemde haar een tempel, een troonzaal

een abattoir

 

Omdat geen van ons ingewijd was

riep hij haar verschijning op

in de taal,

 

Alsof ik er haast ben

Alsof ik er haast ben

De zevendelige reeks is te lezen in Alsof ik er haast ben, waarin de bundels die de Vlaamse Ducal tussen 1987 en 2012 publiceerde zijn opgenomen. Erg bekend is Ducals werk over landsgrens nooit geraakt, ondanks optredens op de Nacht van de Poëzie of Poetry International. In Vlaanderen daarentegen geniet hij een behoorlijke populariteit. En dat is gezien zijn poëzie niet zo verwonderlijk.

Ducal is een zanger van veelal verstaanbare liedjes. Van menselijk onvermogen, angsten, verlangens en dromen – verheven of platvloers – maakt hij gedichten waarin al die gevoelens evengoed flink op de hak genomen kunnen worden. In Het huwelijk bijvoorbeeld, waarmee hij zijn debuut in de dichtkunst maakte, zagen we een wat sullige man zijn entree maken, overdag gekleed door zijn vrouw gekleed, maar ‘s nachts in pyjama met doorhangend kruis. Elschottiaanse taferelen tekenen zich af in dit huwelijksleven: ‘Hij buigt zich naar haar weke hals/ en denkt: nu even ongenadig wezen./ Vingers om de nek. Hij weet het zeker./ Maar het volgende gebaar is alweer vals.’

Ducal begon vormvast en heeft dat in de loop der jaren niet losgelaten. Aaneengehecht door rijm en klank zijn er in zijn regels zelden haperingen in ritme of metrum te vinden. Al zijn er momenten waarop de dichter zijn rijm ‘een tang om mijn verrekte schedel’ noemt, de vorm is er om een onzekere wereld bijeen te houden. Om een angst voor mislukking in de hand te houden, of onevenwichtige relaties tussen man en vrouw, soms moeizame familieverhoudingen, het geloof – ook zijn onderwerpen is Ducal in de loop der jaren trouw gebleven. En poëzie is het middel om die bestaande, geleefde werkelijkheid te herscheppen in taal. Niet voor niets keert het dichterschap, het woord, de taal in veel gedichten terug.

Charles Ducal rekt de taal niet op, legt de haar niet op de pijnbank, zoals ook zijn beelden meestal dicht bij huis blijven. Hoewel. In zijn eveneens opgenomen meest recente bundel Toegedekt met een liedje staat ook de cyclus ‘School der pornografie’, waar een man als stapt hij een sprookje binnen, de wereld van internetporno betreedt. Gedichten hebben obscure titels als ‘www.doglove.com’ of ‘www.openwide.com’, verwijzend naar de handelingen die er op de betreffende sites zoal door vrouwen worden uitgevoerd. Weinig poëzie, misselijkmakend vooral: ‘‘Op deze diepte is er geen schaamte./ Een mond kauwt op een maandverband.’ Ducal maakt er geen obscene peepshow van, en belicht vooral de donkere kanten van het zelf, van de mens. Als een zanger met een raspende stem.

 

Klassiek

 

Tucht stemt de taal. Het kind zwijgt,

ineengekromd in de longen, bang

als een vraag. De mond spreekt Latijn,

machinaal. Knookhanden strelen het haar,

 

plaatsen het hoofd op de lessenaar

als een voorbeeld, een glazen bol.

Kleinere hoofden scanderen het na.

Opgerold in het oor zingt een rapport

 

van volmaaktheid. Het kind zwijgt,

gestold in de borst, een antwoord

op alle blikken. Later schrijft het,

klassiek gevormd, mijn gedichten,

 

en raakt niet ontspoord.

 

 

www.brutalviolence.com

 

Wij kunnen dit de naam gruwel geven.

 

en het vloeibaar gezang van de zwepen.

Een vrouw huilt, zij huilt goed

 

losgemaakt van de imperatieven

door een onzichtbare leidstem verstrekt

die straks wordt toegedekt met een liedje:

Warum betrübst du dich, mein Herz?

 

Maar het is maar een proefje, een studie,

een onschuldige oefening van de lens:

het hooggehielde, geschminkte, gemanicuurde

dat ons kunstzinnig maakt voor geweld.

Er zijn de laarzen, er is bloed

 

Charles Ducal – Alsof ik er haast ben. Gedichten 1987-2012. Atlas, 2012, ISBN 978904502079, 39,95 euro, 416 pagina’s

 Deze recensie verscheen eerder in Trouw

Luuk Gruwez. Woord en vlees

Sunday, April 8th, 2012

Luuk Gruwez. Woord en vlees

Onderstaande recensie verscheen eerder in De Standaard der Letteren.

De meesten houden van hem, mede allicht vanwege de hoge herkenbaarheidsgraad van zijn gedichten. Een minderheid, met aan het hoofd de bekende Nederlandse recensent Piet Gerbrandy, maakt zijn poëzie met de grond gelijk. Ik behoor zonder twijfel tot het eerste kamp. Altijd heb ik mij thuis gevoeld in het werk van Charles Ducal, zozeer soms – en dat is het hoogste compliment – dat het mij een zekere smetvrees bezorgde. Het enige wat mij hinderde in mijn bewondering, was het feit dat zijn gedichten wel eens de indruk kunnen wekken te strak in het pak te zitten, met een voorspelbare dreun als gevolg. Maar dit weegt niet op tegen het feit dat de dichter absoluut tot de eredivisie van de Vlaamse poëzie behoort.  

Charles Ducal stond er meteen toen hij in 1987 debuteerde met de onvergetelijke bundel ‘Het huwelijk’. Voorpublicaties waren in het onvolprezen NWT verschenen, het tijdschrift waarvan Herman de Coninck, de man met het haast onfeilbare buikgevoel, de hoofdredacteur was. Meteen wist hij deze poëzie op haar juiste merites te beoordelen.  Het is gevaarlijk te debuteren met wat later een hoogtepunt in je oeuvre blijkt te zijn; mogelijk is ‘Het huwelijk’ namelijk nog steeds het beste was Ducal geschreven heeft. De gedichten ademen een zeer grote noodzakelijkheid. Zij behandelen die voor artistieke buitenstaanders misschien nauwelijks inleefbare problematiek: de driehoeksverhouding tussen een dichter, zijn vrouw en het woord dat hem tot maîtresse dient, met alle pijnlijke spanningen die hiervan het gevolg zijn.

Ook wanneer dat debuut er niet was geweest, zou Ducal met zijn overige, hoogstaande bundels tot het nec plus ultra van de dichtersgilde gerekend moeten worden. Ondanks zijn misschien nog steeds geldende bewondering voor de postmoderne collega’s van weleer heeft hij zich in de eigen praktijk nimmer iets van een normatieve poëtica aangetrokken. Hij is blijven dichten in de bekende sjablonen, zelden vies van een rijm of een halfrijm of strikt klassieke strofevorming. En voor zijn beeldvorming put hij nog altijd uit het vertrouwde religieus-culturele gedachtegoed, waartegen hij zich soms op blasfemische wijze afzet. Overigens is blasfemie in het werk van Ducal, die qua schuldbewustzijn perfect met Gerrit Achterberg kan wedijveren, zeer bevorderlijk voor de intensiteit van zijn erotische beleving. Hij is in zekere zin ook een zoon van Georges Bataille die uit de transgressie, de overtreding van het taboe, seksuele voldoening puurt. Par excellence is dat duidelijk in een bundel als ‘Toegedekt met een liedje’ uit 2009, een bundel die onder meer de pornografie als thema heeft. Nergens elders wordt het woord zo duidelijk vlees. Het genereert zelfs een  overkill die precies vanwege zijn overvloedige aanwezigheid op consumptieniveau zijn communicatieve waarde verliest: het is plotseling niets meer dan vlees.

In feite is het Ducal vanaf zijn eerste bundel te doen om een queeste naar de eigen identiteit. Hoe aristocratisch zijn pseudoniem ook klinkt, de omschrijving van zijn ik is een hachelijke onderneming. ‘De hertog en ik’ (titel van ‘s dichters tweede bundel) illustreert doeltreffend de moeilijke identificatie tussen – precies! – de hertog en de ikfiguur. Die ik laveert tussen Narcissus en een zichzelf wegcijferende altruïst, en zelfs tussen Dr. Jekyll en Mr. Hyde, opererend in een soms wat sadomasochistisch universum, gevoed met het oeridioom van het katholieke landbouwersgezin waaruit hij stamt en waarbij de familieleden, de veestapel en het gepersonifieerde landschap als archetypische figuren fungeren. God krijgt in deze poëzie nog een hoofdletter en ondanks al zijn religieuze weerbarstigheid reveleert Ducal zich misschien wel als Vlaanderens katholiekste dichter. Als geen ander bedient hij zich van de christelijke mythologie. ‘Kwam ik uit liefde?/ Of door een godsdienst bedacht,’ vraagt hij zich af.

Het resultaat van de zoektocht naar zijn ik resulteert niet in een bevredigend antwoord. Dat bewijst ook de mooie titel van deze verzamelbundel: ‘Alsof ik er haast ben’ stelt de eigen identiteit vanwege dat ‘alsof’ en dat ‘haast’ zeer ter discussie. Daarnaast kan die titel natuurlijk ironisch alluderen op een in het verschiet liggende dood (Kijk eens, ik heb al een Verzameld Werk. Hoeveel jaren nu nog te gaan?). Maar wie Ducal ook is en hoezeer hij begaan is met zijn ik, hij laat ons proeven van een cocktail van confronterend menselijk inzicht en mededogen. Onder meer daarom is hij als een van de weinigen in Vlaanderen een dichter die mij bij het nekvel grijpt. 

___________________

CHARLES DUCAL

Alsof ik er haast ben

Uitgeverij Atlas, 360 blz., 39,95 euro

 

 

UITGESTELD

 

Wees gerust, als ik sterf zal wel blijken

of ik je lief heb gehad.

Jij, de laatste naar wie ik zal kijken,

de laatste die mij ontsnapt.

 

Dan dwing ik je oor naar mijn mond

voor iets dat ik had moeten schrijven,

een zekerheid in gereutel vermomd.

Wees gerust, jij zal de slotzin krijgen.

 

Het zal ontroerend zijn, het einde,

de poging die alles herstelt.

Je bent mijn vrouw. Het zal wel blijken,

al wordt het een leven lang uitgesteld.

 

Charles Ducal

Kortlys vir Paul Snoek Poëzieprys bekend

Thursday, March 4th, 2010
Paul Snoek

Paul Snoek

Die kortlys vir die Paul Snoek Poëzieprys, wat al om die derde jaar toegeken word, is pas bekend gemaak. Die ses genomineerde digters is: Charles Ducal, Toegedekt met een liedje (Atlas, 2009), Eva Gerlach, Situaties (De Arbeiderspers, 2007), Peter Holvoet-Hanssen, Navagio (Prometheus 2008), Roland Jooris, De contouren van het verstrijken (Querido 2008 – foto), Bart Meuleman, Omdat ik ziek werd (Querido 2008) en Leonard Nolens, Bres (Querido 2007).

Die paneel beoordeelaars bestaan uit Bart Vanegeren, Yves T’Sjoen, Chrétien Breukers en Friedl’ Lesage. Die prys word op 25 April deur die stadsbestuur van Sint-Niklaas aangekondig en die prys geld beloop 4,000 euro.

Vorige wenners van dié gesogte prys is Joost Zwagerman, Peter Verhelst, Stefan Hertmans, Anneke Brassinga en Nachoem Wijnberg.

Wat vir Nuuswekker ‘n besonderse lekkerkry is hieromtrent, is die feit dat die meerderheid van dié betrokkenes nie onbekend vir jou behoort te wees nie: Charles Ducal vanweë sy Gedichtendag-essay en die ligte irritasie daaromtrent, Peter Holvoet-Hanssen, die pasaangestelde stadsdigter van Antwerp en bydraer tot hierdie webblad, Roland Jooris vanweë Yves T’Sjoen, nog ‘n gereelde medewerker, se bespreking van Jooris nuutste digbundel, Leonard Nolens vanweë my eie ongemak met die man se ego en natuurlik Chrétien Breukers, wat een van De Contrabas se vaste redakteurs is.

Nou ja, toe. Laat daar nie gesê word dat ons jou nie ingelig hou nie. Of hoe? Nietemin, vir jou leesplesier plaas ek vanoggend een van my gunstelingedigte deur Paul Snoek: die vyfde gedeelte van sy reeks Maria Magdalena.

***

Vanoggend is daar twee bydraes tot vandeesmaand se Blogfokus in die Brieweboks, en toevallig is albei vanuit die ander halfrond: Marie-Alice Boshoff vertel van ‘n besonderse kunsprojek by die Poëziecentrum in Gent, terwyl Chris Coolsma vanuit Groningen skryf oor Billy Collins se gedig oor die kunsmuseum in Brooklyn. Ook is daar ‘n nuwe gedig deur Joan Hambidge geplaas.

Lekker lees en geniet die dag wat in jou hand gegee is.

Mooi bly.

LE

Gedichten voor Maria Magdaleen, V

Van je eerste tot je laatste lichaam,
liefste, laat mij al de minnaars zijn.
Eerst de jonge danser, zacht en eenzaam,
die je speeksel zoekt en drinkt als wijn.

Later de gevreesde die zijn mieren
jaagt van hoer naar hoer, tot onze schade.
Soms de sterke met verstilde spieren,
hemelsbreed van blijdschap en genade.

Laatst de vader die het zaad zal dragen,
van je vrucht de vruchteloze pijn,
en aan je lichaam zal vragen:
liefste, laat mij de geliefde zijn.

© Paul Snoek (uit:Gedichten voor Maria Magdalena, 1971: Spermalie Uitgewers)

 

Poësie as afgekoelde maaltyd

Monday, February 1st, 2010
Mosterd na die maal

Mosterd na die maal

Soos ek in Donderdag se Nuuswekker berig het, was ons nie suksesvol in ons onderhandelinge met die borg en uitgewer van Charles Ducal se Gedichtendag-essay om ‘n kopie daarvan vir die webblad te bekom nie. Alhoewel hulle nou nie juis uitgebrei het op die redes vir hul besluit nie, kom dit in wese daarop neer dat hulle die “heiligheid” van die boek wil beskerm deur nie dié belangwekkende teks voor daar ‘n jaar verloop het, op die internet beskikbaar te stel nie. En as sulks is dit hul goeie reg; hulle is immers die borg vir die publikasie daarvan. Nogtans is dié siening iewat kortsigtig, volgens my. Die hele idee van die Gedichtendag-essay is tog júís dat dit ‘n teks is wat tot die beskikking van elke poësieliefhebber (wêreldwyd?) gestel moet word. En waarom dan nie ook via die internet nie? Of dink die borge dat ons as Afrikaanssprekendes geen belang het by wat in hul taalgebied gebeur nie?! Nietemin, die borge se houding herinner ‘n mens op ‘n ongemaklike manier aan ‘n kind wat nie wil hê dat ander kinders ook met sy of haar speelgoed mag speel nie …

En op welke manier dien dít die digkuns, wonder ‘n mens.

Maar nou ja, die internet is ‘n geduldige masjien. Iemand – en vanoggend verswyg ek liewers name én skakels – het wel die slotgedeeltes van Charles Ducal se uitgebreide essay oorgetik en op die internet geplaas. Graag kopieer ek dan dié gedeelte volledig hieronder. Ook was Charles Ducal vriendelik genoeg om vir ons die lesing te stuur wat hy ten aanloop tot die publikasie van Gedichtendag-essay daaroor gelewer het. Dit op sigself is ‘n besonderse gebaar beslis die lees werd.

***

Ironies genoeg is ons Blogfokus vir Februarie, synde Valentynsmaand, “die liefde”. Joan Hambidge het spesiaal vir dié geleentheid ‘n essay oor die liefdesgedig geskryf en soos dit die geval was verlede maand, sal die bloggers ook mettertyd vertel van hul gunsteling liefdesverse en/of -bundel. (Philip de Vos het byvoorbeeld reeds sy stories oor die liefde geplaas.) So – laat kom die briewe vir die Brieweboks oor dié onderwerp en staan ‘n kans om die R250-geskenkbewys te wen.

Graag maak ons dan ook bekend dat Melanie Grobler se brief, Wordende digter, as die Januarie-wenner aangewys is. Veels geluk, Melanie! Hopelik sal dié koopbewys darem help dat jy ten minste een of twee van die boeke wat jy verloor het, sal kan vervang.

O, ja. Amper vergeet ek. Ons maandelikse Nuusbrief aan De Contrabas is gister geplaas.

A luta continua. Die stryd duur voort.

Mooi bly.

LE

 

Alsof de tekst zelf een afgekoelde maaltijd is

“Ik ben ervoor te lezen wat er staat. Ook al is het dikwijls niet duidelijk wat er staat en vraagt het veel verbeelding en interpretatie te zien wat er zou kunnen staan. Een gedicht is geen spons, geen projectiescherm, geen kapstok. Het is taal, het is tekst. Herman Servotte begon in 1971 zijn cursus Engelse poëzie met deze definitie: Poetry is highly organised speech. Dat staat sindsdien in mijn hoofd gebeiteld, boven de poort waardoor de gedichten mijn hersenen binnenstromen. Om te genezen van de willekeur van ‘wat ik erin zie’ en ‘wat ik erbij voel’, de vaagheid en onzorgvuldigheid van ‘mijn persoonlijke interpretatie’, het degraderen van het gedicht tot klankbord van mijn ‘creatieve verbeelding’. Een gedicht lezen is om te beginnen strikter, secuurder en geconcentreerder lezen dan men doorgaans gewoon is. Dat is onvermijdelijk, gezien dat ‘highly organised’ van de taal. En het vraagt tijd.

Misschien lezen daarom zo weinig mensen poëzie, ook onder hen die wel een ticket kopen voor de schouwburg om de dichters en dichteressen te horen voorlezen. Ik weet dat het een genot kan zijn te luisteren naar de muziek van het woord, ook al begrijpt men er niet zo heel veel van. Zoals het ook een genot is zappend door tv-land te dwalen en hier en daar een beeld op te pikken. En ook de meest vluchtige kennismaking blijft nog altijd een kennismaking, waarvoor geen dichter zich te goed moet achten. Maar het heeft ook iets denigrerends. Alsof het toch meer om de sfeer en de stemming gaat dan om de tekst. Alsof de woorden in de eerste plaats dienen om een soort fluïdum te creëren dat de toehoorder omwikkelt en doordringt en hem het gevoel geeft naar diepe diepte en hoge belangrijkheid te verhuizen. Na het feest stromen honderden gasten de zaal uit, en hoeveel verkochte bundels levert dat op? Die gasten zijn voldaan, het was mooi, er hoeft niets meer bij. Tot volgend jaar. Alsof de tekst zelf een afgekoelde maaltijd is, een verschaalde pint, een flets hangende bloem.”

 

© Charles Ducal (uit: Alle poëzie dateert van vandaag : gedichtendagessay 2010, Vlaams Fonds voor Letteren)

 

Poësie as teengif

Monday, January 25th, 2010
Charles Ducal

Charles Ducal

Hierdie week vier ons kollegas in die ander halfrond hul “Gedichtendag” en die Vlaamse digter, Charles Ducal, is spesiaal gevra om vir dié geleentheid ‘n essay te skryf wat gratis via alle boekwinkels versprei sal word. Die titel van Ducal se essay is “Alle poëzie dateert van vandaag.” Volgens die berig op Het Beschrijf handel dié pleidooi vir die poësie oor die krag en aktualiteit van die digkuns; ‘n tema wat nogal netjies aansluiting vind by ons eie Blog-fokus vir Januarie, soos die volgende aanhaling van getuig: “Massa’s gedichten strelen of verrassen even, en verslijten dan. Een prachtig gedicht brandt als een kus, snijdt als een mes, slaat in als de bliksem. Het zet de wereld in een onbekend licht. Het maakt de ogen wijder, de oren opener, het hart groter. Het is tegengif tegen zo veel: banaliteit, gezwets, verdoving, overdreven ernst, conditionering, moedeloosheid, eenzaamheid, routine, stress, winterkou. Het is soms spel, soms raadsel, een slag die de spijker in één keer binnendrijft, soms helderheid, soms mysterie. En altijd een lied.”

Verdermeer het Ducal op 13 Januarie ‘n kort lesing as voorspel tot sy essay gelewer wat handel oor die verskillende maniere waarop ‘n gedig gelees kan word. Fassinerend. Gaan kyk gerus hier.

Charles Ducal (1952) is die skrywer van etlike digbundels. Vir In inkt gewassen het hy die Herman de Coninck-prys ontvang. Sy mees onlangse bundel, Toegedekt met een liedje, is weer vir dieselfde prys genomineer. Vorige skrywers van die Gedichtendagessay is Paul Bogaert en Luuk Gruwez.

Heelonder volg een van Charles Ducall se gedigte.

***

Nuwe plasings gedurende die naweek is ‘n verwerkte weergawe van die omvattende onderhoud wat Charl-Pierre Naudé met Breyten Breytenbach gevoer het en wat in gister se Rapport verskyn het, asook twee nuwe gedigte deur Daniel Hugo. Aan die blogkant van sake herinner Andries Bezuidenhout ons aan James Phillips, een van die legendes in ons plaaslike musiekbedryf, terwyl Desmond Painter dit weer oor ‘n ánder musieklegende het … Mmm, en dan het ons ook ons eerste bydrae tot vandeesmaand se blogfokus deur Chris Coolsma, ‘n Nederlandse leser, ontvang en hy sê: Alles het met musiek begin … (Iets wat ook weerklank vind in die aanhaling oor Charles Ducal se pleidooi hierbo.)

Daarom – skep musiek met alle mag waar jy jou ook al hierdie week mag bevind; dit is (en bly) immers ons enigste verset teen al die geraas wat ons daagliks omring … 

Mooi bly.

LE

 

AFVAART

Een deur knarst, een lamp zoemt aan.
Betrapt vlucht een rat
het plafond in.

Gewekt uit het vlees stijgt
het rumoer van de honger.

Onwerkelijk zwaar hangt het stof
in de webben, onwerkelijk
weegt de stank.

Was u hier eerder al?

Onder de lading stijgt
traag en vet
de giftige stroom.

Kent u de regels aan boord?

Een motor slaat aan.
In de buizen begint het schudden,
het meel valt.

Kalm tekent de veerman
de ruggen,
controleert zijn getal.

 

© Charles Ducal (Uit: In inkt gewassen, 2006: Atlas Uitgewers)

 

Charles Ducal wen Melopee-prys

Thursday, October 8th, 2009
Charles Ducal

Charles Ducal

Op De Contrabas se webblad vind ek ‘n skakel na die bekendmaking van Charles Ducal as die eerste wenner van die nuut-ingestelde Melopee-prys vir poësie. Ducal het naamlik die prysgeld van € 2,500 ingepalm met sy gedig “Onvoorbereid”. Dié prys is deur die dorp Laarne ingestel en word toegeken aan die beste gedig in die Nederlandse digkuns vir ‘n betrokke jaar. Die organiseerders het die prys se instelling soos volg gemotiveer: “Poëzie is niet het meest populaire thema in het gemeentelijke politiek bedrijf. En toch is poëzie, net als andere kunstvormen, één van die stille facetten die de culturele eigenheid van een volk vormen. Daarom investeert een kleinere gemeente als Laarne in een poëzieprijs die in Vlaanderen zijn gelijke niet kent.” Amen.

Charles Ducal (skrywersnaam vir Frans Dumortier) is natuurlik jare reeds een van die mees opwindende digters in Vlaandere. Hy het reeds in 1987 gedebuteer met die onvergeetlike bundel Het huwelijk en dit twee jaar later opgevolg met , De hertog en ik. Laasgenoemde bundel is bekroon met die Prijs van de Vlaamse Gids en die Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Daarna het die volgende bundels gevolg: De meesterknecht (1992), Over de voorrang van rechts (1993), Moedertaal (1994), Naar de aarde (1998), In inkt gewassen (2006) en Toegedekt met een liedje (2009). Charles Ducal is tans dosent in Nederlands aan die Sint-Albertuscollege in Haasrode.

Vir jou leesplesier volg die wengedig heelonder.

Dan is dit ook pas bekend gemaak dat die Vlaamse fonds vir letterkunde Charles Ducal aangewys het om die “Gedichtendagessay” vir 2010 te skryf. Dié essays is ‘n reeks wat elke jaar op 31 Januarie verskyn en ‘n pleidooi vir die poësie bevat. Ducal is reeds die derde digter wie dié eer te beurt val. Die volledige berig kan hier glees word.

***

Weens persoonlike omstandighede sal ek nie vanmiddag by ‘n rekenaar wees wanneer die wenner van die Nobelprys vir Letterkunde om 13:00 GMT in Stockholm aangekondig word nie. Desmond Painter was egter vriendelik genoeg om in te stem om ‘n Spesiale Nuuswekker hieromtrent te doen. Jy kan dus rondom 16:00 op die webblad kom kyk wie die wenner is vanjaar. Nuwe toevoegings sedert gisteroggend is Yves T’Sjoen se inskrywing oor die literêre tydskrif Raster, wat as motto “LIteratuur als avontuur” gehad het. Verder is daar in die Brieweboks nuus oor ‘n opwindende projek van Helena Conradie, en dan het ons webmeester ‘n fotoblad met foto’s van al die deelnemers aan vanjaar se Versindaba saamgestel en dit hier geplaas. 

Lekker lees en hou dinge tog bymekaar vandag, hoor.

Mooi bly.

LE

 

Onvoorbereid

 

Als alles instort om dit onooglijk huis

is de kans groot dat wij, de aandacht afgeleid

door vegen, spatten, ogen op de ruit,

ons zullen moeten melden bij de tijd.

 

Het boek zegt: de stad wordt aan de gel gelijk,

de honden zullen van hun meesters eten,

het wordt zo heet dat alle vocht verdwijnt.

Het boek is oud, men zou dit kunnen weten,

 

maar men sterft makkelijker onvoorbereid.

 

Wij ook hebben gezwegen, druk bezig

met het peillood in de inkt

om van diep in ons de peilloosheid te meten

en niet te merken dat het stinkt.

 

© Charles Ducal