Posts Tagged ‘De Wolken’

Yves T’Sjoen. Serendipiteit – Op soek na Hugo Claus

Monday, June 13th, 2011

 

Pijnlijk maar helemaal niet zo vreemd is de in de Vlaamse media geëtaleerde commotie over het archief- of “documentaire” boek van Hugo Claus. Legio zijn de voorbeelden van aanslepende disputen tussen erfgenamen van kunstenaars die zich allen opwerpen als rechthebbenden ter bescherming van een nagelaten patrimonium. Cocteau, Joyce, Nabokov en in de Nederlandse literatuur Elsschot, Reve en Vestdijk zijn bekende en zeer uiteenlopende gevallen en worden dezer dagen in tal van opiniestukken in herinnering gebracht. Na de uitgave van de brievenuitgave W.E.G. Louw-N.P. van Wyk Louw (in een editie onder de leiding van John Kannemeyer) is ook in de (Zuid-)Afrikaanse literatuur het blijkbaar onvermijdelijke gebekvecht onder nabestaanden en hun advocaten ten tonele gevoerd.

Hugo ClausNiet zozeer de juridische gevechten – privacykwesties die leiden naar een kort geding en een beroep tegen het kort geding – of de berichtgeving in de pers kunnen me boeien. Ik kan over de grond van de zaak oordelen, en vooral: het zijn mijn zaken niet. Wat me wel interesseert, is de opvallende belangstelling voor de mens achter de kunstenaar. De juridische steekspelen en de rapportering daarover stellen alleen nog scherp op de persoon en niet in de eerste plaats op de artistieke nalatenschap van een groot kunstenaar. Het hele gedoe is des te merkwaardiger omdat Claus het eigen archief zorgvuldig heeft gefilterd, zo niet georkestreerd, en dat hij blijkbaar al in 2007 zijn echtgenote Veerle de Wit als enige exécuteur testamentaire heeft aangewezen. Wat we nu over Claus’ archief te weten komen, heeft de kunstenaar zelf aan de openbaarheid willen prijsgeven. Niets wordt op de straatstenen gegooid wat de meester zelf niet heeft gewild. Dat Claus ook in zijn keurig gefilterde nalatenschap “verstoppertje” blijft spelen, zoals Cyrille Offermans opmerkt in De groene Amsterdammer (2 juni), is een evidentie.

De WolkenSinds de publicatie van het fraaie lees- en kijkboek De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus (2011), verschenen in het fonds van De Bezige Bij en bij elkaar geharkt door Mark Schaevers, steekt de op biografische realia georiënteerde Claus-mania weer de kop op. Critici winden zich op, anderen hunkeren naar een biografische reep papier en heffen in koor het halleluja aan. De homo biographica stond voorjaar 2008 ook al in de schijnwerpers na de zelfgekozen dood van de charismatische kunstenaar. Plaatjes van revelerende zakagenda’s, zwart wit-foto’s met geliefden en collega-schrijvers, repro’s van tekeningen, schema’s van romans: De wolken is een boek vol parafernalia vergaard uit de persoonlijke en literaire ladenkast van de meester. Dat de uitgever die “laden” op de cover van het boek “geheim” noemt, is wellicht alleen een staaltje van lucratieve marketingretoriek. De inhoud van de laden wordt prijsgegeven aan de voyeuristische blik van de lezer, zodat succes gegarandeerd is. Intussen, na enkele weken, is het boek aan een derde druk toe. In een medialandschap waar de human interest voor schrijvers de aandacht voor het literaire boek overschaduwt, kan een dergelijk uitgeversinitiatief niet eens meer opmerkelijk worden genoemd. Sign o’ the times. De verslaggeving op juridische en binnenlandpagina’s van dag- en weekbladen, niet uitsluitend in cultuurrubrieken, met intussen ook al open brieven aan de zonen van Claus en interviews met Sylvia Kristel en advocaten van Veerle de Wit en Claus’ kinderen, dragen bij tot de disproportionele aandacht voor het boek.

Wie het kunstenaarschap en de legendarische savoir de vivre van Claus boeiend vindt, heeft wellicht ook interesse voor archivalia die de schrijver tijdens zijn leven verborgen hield, niet waard genoeg gepubliceerd te worden, te veel privé. Die belangstellenden zijn eraan voor de moeite. Postuum zijn de deuren van het immense archief op een kier gezet door Claus’ laatste echtgenote. Clausliefhebbers kunnen een blik werpen op enkele vooralsnog verborgen gehouden schatten. Enigszins gechargeerd zou je kunnen stellen dat Claus met zijn fotoalbum op Facebook staat. En ik weet niet of dat een meerwaarde is.

Van Hugo Claus is bekend dat hij de dingen graag ensceneerde. In interviews werd zonder verpinken met de feitelijke werkelijkheid en de journalist een loopje genomen. In het artistieke werk spreekt een zich van alle conventies loszingende homo ludens. De kunstenaar loog elke keer weer zijn waarheid. Claus toont zich in zijn indrukwekkende oeuvre een goeroe van het groteske. Het spel met parodie en persiflage, met ironie en hyperbolen kan als een exponent van het meestertalent worden gelezen. In het licht van de theatraliteit – in alle betekenissen – die het werk en het leven van de schrijver en schilder bepaalde, is het misschien jammer dat in de jaren na diens overlijden vooral de biografische Claus de geesten beroert. Piet Piryns schrijft aan een biografie die hoge verwachtingen schept, de Universiteit Antwerpen (met het Claus-instituut) verzamelt en plaatst sinds kort interviews met Claus online, Josse de Pauw bracht met De versie Claus (Het Toneelhuis) een aangrijpende toneelhommage op basis van interviewfragmenten in de bundel Groepsportret, en er verschijnen intussen prachtige brievenedities (o.a. de correspondenties met Roger Raveel en Simon Vinkenoog). Vanzelfsprekend ben ook ik met het boek in de wolken (no pun intended). Wie kan niet opgetogen zijn dat alle biografische materiaal wordt verzameld, met wetenschappelijke acribie beschikbaar wordt gesteld? En toch.

Wie Claus zoekt, komt in alle publicaties misschien wel bedrogen uit. We komen l’ homme artiste nauwelijks op het spoor in de persoonlijke notities, in de vraaggesprekken en de duizenden brieven. De artiest bewoog zich behendig (“verstoppend”) op de publieke tribune en bespeelde die met veel branie. Wie Claus wil ontmoeten, leest het literaire werk, beleeft het schilderwerk, bekijkt de door hem geregisseerde films. Vooralsnog, drie jaar na de dood van de schrijver, verschijnen herdrukken van romans, verhalen, gedichten. NTGent speelt Een bruid in de morgen en laat acteurs en politici toneelteksten van Claus vertolken. Er is vraag naar het literaire werk terwijl de uitgeverij inspeelt op de aandacht voor… de persoon. Op het ogenblik dat het magnum opus, Het verdriet van België, voor de Hongaarse literaire markt wordt toegankelijk gemaakt, verschijnt bij Claus’ uitgever het documentaire, maar editorisch gesproken tekortschietende boek De wolken. Niet dat ook ik geen belang stel in die caleidoscoop van plaatjes, toch mis ik een meer zorgvuldige omgang met het literaire werk van deze grote schrijver. Claus staat bekend als een variantenauteur. In zijn recensie spreekt Offermans over het “eindeloos schaven, inkorten, bewerken en weggooien, dat een gedicht of tekening ooit voltooid kon zijn was in strijd met zijn ongedurige, altijd op het hier en nu gerichte temperament”. Net als W.F. Hermans bracht Hugo Claus bij herdrukken van een dichtbundel of van een roman tekstwijzigingen aan. Claus bleef maar polijsten aan het oeuvre dat hij, met de woorden van Geert Buelens, als een parallel universum voor zichzelf creëerde. Een eerste druk of een laatste druk: dat maakt in het geval van Claus’ literaire productie echt wel een verschil uit. Variantenonderzoek zal een toegevoegde waarde hebben voor de kennis van het schrijfproces en de wijze waarop de opvattingen van de kunstenaar over literatuur en leven verschuivingen ondergingen. Ook voor de biograaf is die studie onontbeerlijk voor een blik op het schrijverschap.

Op 28 mei is in Amsterdam een eerste lot uit de imposante collectie van Claus-verzamelaar Gert Jan Hemmink geveild. We wisten al dat Claus een duivelskunstenaar was, een veelzijdig artiest, een grillige koppigaard. De wolken nodigt ons uit tot een blik achter de schermen. Het zijn evenwel de schermen zelf – de teksten, de tekeningen in al hun overgeleverde versies – die ons een blik gunnen op ‘une vie d’artiste’. De bewust wanstaltig ontworpen en immer in aanbouw zijnde toren van Babel waar Claus als een bezetene aan bouwde en verbouwde – vanaf zijn zestiende (het eerste gedicht in een poëziealbum voor een wulps vriendinnetje) tot zijn laatste onvoltooide romanproject De wolken – verdient postuum een kritische blik. Vergelijkend tekstonderzoek, wetenschappelijk onderbouwde leesteksten, constructies van ontstaans- en drukgeschiedenissen zullen de persona grata Claus laten zien die alvast voor mij zo veel interessanter is dan de homo biographicus. Het filologische titanenwerk kan hopelijk binnenkort een aanvang nemen. Ik heb er onlangs voor gepleit op een Europees congres voor tekstediteurs in Pisa. De minister van cultuur van de Vlaamse Gemeenschap, maar ook haar collega van wetenschapsbeleid kunnen aanzienlijk bijdragen tot een wetenschappelijke tekstuitgave van Claus’ verzamelde geschriften. Op zoek naar Claus dus. Ook al weten we dat wie wat vindt slecht heeft gezocht.

Yves T’Sjoen