Posts Tagged ‘Delphine Lecompte gedichten’

Delphine Lecompte. Als je een snip wilt strikken

Wednesday, June 24th, 2015

Als je een snip wilt strikken

 

Als je een snip wilt strikken dan

Moet je vroeg opstaan en weten hoe

Een snip eruitziet, ik ben geen snip en jij snurkt

Ik weet dat je droomt van Pia, ze kan alles

Ze is je buurvrouw en ze herstelt poppen voor de kost.

 

Straks als je wakker bent ga ik mijn best doen

Om op een elegante manier gerookte zalm in mijn mond te steken

Ik heb honger en ik haat mijn neus

Mijn neus en mijn gedichten

Morgen als mijn vader geopereerd is ga ik hem doodschieten.

 

Je wordt wakker en ik zeg: ‘Morgen als mijn vader geopereerd is

Ga ik hem doodschieten. Je moet niet geschokt zijn.’

Ik vraag: ‘Waarom wil je de man van een poppenhersteller zijn?’

We staan op en ik eet geen gerookte zalm

Ik heb geen geweer en mijn vader wordt morgen niet geopereerd.

 

We rijden naar het noorden van Frankrijk

Ik ben redelijk gelukkig en jij bent onredelijk optimistisch

Je rijdt een hond aan, en nog een, en nog een

In de hotelkamer bedrijven we de liefde alsof ik Pia ben

Ik kom klaar alsof je drie honden hebt vermoord.

 

Ik ben je beu en jij hebt de moed niet

Om mij te verlaten, oef

’s Nachts verlaat ik de hotelkamer om de hondenkadavers te begraven

Ik mag bidden want ik ben gelovig

Wie het mij probeert af te pakken moet niet geboren worden.

 

De ochtend breekt en de haan heeft zich verslapen

Ik krijg een lift van een sympathieke theemaker

Ik vertel hem alles: de poppen, de honden, de zalm, de seks, het geweer

Ja, mijn vader wordt vandaag toch geopereerd

Nee, ik ga hem niet doodschieten, jij bent een beter doelwit.

 

©Delphine Lecompte / 2015

Delphine Lecompte. In het wrakkengebied

Wednesday, June 17th, 2015

In het wrakkengebied

 

In het wrakkengebied kom ik de ex-goudzoeker tegen

Hij draagt bretellen en een overdreven bolhoed

Hij vraagt: ‘Zou ik mogen toekijken wanneer je masturbeert?’

Ik antwoord: ‘Ik was niet van plan te masturberen, ik wilde gewoon mijn boterhammen Opeten. Iemand die niet meer leeft heeft ze gesmeerd.’

De ex-goudzoeker zegt: ‘Je bent dik genoeg. Als je masturbeert voor mij krijg je een Chihuahua. Een zwarte met uitpuilende ogen. Zoals in The Third Man.’

 

Ik masturbeer staand, mijn blik is gericht op de weifelende gans in de lucht

Het kan dus toch; dat ze weifelen, ik had er gisteren nog een discussie over

Maar ik heb geen fototoestel bij en mijn handen zijn niet vrij

De ex-goudzoeker zegt: ‘Your heart isn’t in it, cunt!’

Hij heeft geen ongelijk, de gans is nog steeds aan het weifelen.

 

Wanneer ik eindelijk klaarkom zie ik dia’s van mijn mottige leven

Op al de dia’s staan een te oude man, een open pot honing, en een kapotte emmer

De te oude man is niet altijd de gepensioneerde stierenvechter

Of moet ik schrijven: niet altijd de dode stierenvechter, want zo heb ik hem achtergelaten

De ex-goudzoeker zegt: ‘Je verdient geen zwarte chihuahua met uitpuilende ogen.

Je verdient zweepslagen. Helaas heb ik mijn zweep in de belbus van Houthalen laten liggen.’

 

Ik weet niet waar Houthalen ligt

Maar ik weet wel dat het mij niet zou kunnen overkomen;

Ik draag mijn zweep steeds op mijn lijf, als een kleermakersspier in reliëf

Nu tover ik hem tevoorschijn, nu heeft de ex-goudzoeker minder praatjes

Hij neemt zijn overdreven bolhoed af en smeekt om genade

‘Your heart isn’t in it, asshole!’

Tien minuten later is het wrakkengebied opnieuw alleen van mij.

 

©Delphine Lecompte / 2015

 

 

Delphine Lecompte. Een patrijs van de bovenste plank

Wednesday, June 10th, 2015

Een patrijs van de bovenste plank

 

Je geeft mij een pyjama en een patrijs

Van de bovenste plank, het is altijd hetzelfde liedje

Ik moet slapen en wild eten

Maar niet in die volgorde, ik zie je vernederd worden

Op straat lachen twee jonge bloemisten met je afgesleten kaakstructuur.

 

Ik ben niet gierig, ik kan je met het grootste gemak trakteren

Op tien gepofte kastanjes en elf manchetknopen

Je kleinzoon heeft de twaalfde manchetknop in de anus

Van zijn dwergteckel gepropt, je houdt niet van korte honden

Ik ben niet zuinig, ik kan de ganse nacht nat en ongeletterd zijn.

 

Je probeert mij nooit te ondermijnen, nochtans kom je uit dat tijdperk

Toen het normaal was, toen Camille Claudel in het gesticht zat

Ik eet een vlerk en geeuw

Ik ga naar bed en droom van fjorden en beunhazen

In mijn geboortehuis wordt een kat geranseld door een huwelijksplanner.

 

Dan is het ochtend, we krijgen dus een gloednieuwe dag om te verprutsen

Ik kus je geriatrische dijen, niets is te afstotelijk om gekust te worden

Je likt mijn slappe polsen, alles is te fel gevorkt om beminnelijk te zijn

Plots is het middag, we rijden naar een discrete goktempel

Je wacht buiten, ik ga arm naar binnen en keer armer terug.

 

Het is een beetje erg, en totaal onverwacht

Maar ik huil niet, ik heb eergisteren reeds gehuild

Je trekt vier foto’s van de golven en vijf foto’s van de draken

Die de ingang van het Chinese restaurant bewaken

We eten om ter traagst, we lachen met de gehaastheid van de andere schepsels.

 

©Delphine Lecompte/ 2015

Delphine Lecompte. Haai en toog

Wednesday, June 3rd, 2015

Haai en toog

 

We zijn haaien, we drinken om onze sterfelijkheid acuter te maken

Het werkt wonderwel, voor mij althans

Je zegt: ‘Morgen ga ik naar Dordrecht om Sinterklaasballonnen te kopen.’

Ik bestel nog twee glazen witte wijn

De witte wijn was jouw idee, dat we haaien zijn geworden is mijn fout.

 

Ik vraag: ‘Mag ik een nieuwe kroonluchter voor je kopen?’

Nee, het mag niet, je bent een macho; je aanvaardt geen cadeaus van vrouwen

Wat doe ik hier eigenlijk?

‘Wat doen we hier eigenlijk?’

‘We drinken witte wijn, we spreken over trampolines, lookpersen en rookgordijnen.’

 

De waard zegt: ‘Mijn vader is eergisteren getrouwd met een twintigjarige achtergrondzangeres.’

‘Wiens achtergrond?’ Vraag ik

‘Wier.’

‘Wier achtergrond?’

‘Ik weet het niet.’

 

We zijn dolfijnen, we drinken om onze guitigheid geloofwaardiger te maken

Het lukt niet, bij mij lukt het alleszins niet

Je tekent een baviaan op een bierviltje, je geeft hem een partner

En een jeep vol Duitse toeristen om te belagen met grint en blikjes

Het blijft moeilijk om je talent te erkennen, je grote gulzige zelfgenoegzame tekentalent.

 

De waard trakteert ons, een bovenbeste waard maar een waardeloze schoonvader

Een man die als twee druppels water op Robert Redford lijkt betreedt de herberg

Hij bestelt een fles champagne voor zichzelf

‘Ik vier de verstikkingsdood van mijn ex-vrouw.’ Legt hij uit

‘Voedsel of een vreemd object?’ Vraag ik.

 

‘Wier.’

‘Wier??’

‘Wier.’

‘OK.’

‘Heel OK! Voor mij althans..’

‘Je bent een haai.’

‘Ja.’

‘Je bent onsterfelijk.’

‘Nee.’

‘Je bent guitig.’

‘Nooit.’

‘Je bent Robert Redford.’

‘Kom zitten op mijn schoot.’

 

©Delphine Lecompte / 2015

Delphine Lecompte. Honden zijn warmer dan mensen

Wednesday, May 27th, 2015

Honden zijn warmer dan mensen

 

‘Honden zijn warmer dan mensen.’

Als het staat geschreven op de achterkant van een zetel

In bus 58 in alcoholstift, dan moet het wel waar zijn

Het is wel waar, het is altijd waar geweest

In bus 58 zit een zwangere vrouw, ze weet meer van gibbons en ijsberen

Dan je op het eerste zicht zou vermoeden, ze is de naam van haar ongeboren kind vergeten.

 

In bus 58 zit ook een anachronistische oliedrager

Die morgen zelfmoord zal plegen met de waslijn van zijn buurvrouw

Hij zal de hemden en onderbroeken laten hangen aan de lijn

Zo zal het lijken alsof een heleboel mensen zich gelijktijdig hebben opgehangen

Zijn buurvrouw heeft slechts één keer tegen hem gesproken: ‘Mijn man is een genie.

Wat kan ik hem bieden?! Ik ben flets en grijs en burgerlijk. En mijn pijptechniek laat te wensen over.’

 

In bus 58 zitten twee broers, de oudste broer is een binnenvetter

En de jongste broer is een leeuwentemmer

Mijn vader was vroeger ook een leeuwentemmer

Ik keek naar hem op

Ik stond op om naar hem op te kijken

De circusdirecteur liet mij de trapezes gebruiken

En de messenwerper leerde mij stil te staan.

 

We stonden stil bij schilderijen van de Vlaamse primitieven

We stonden stil bij ezels, bij lepelaars, bij speelgoedwinkels

We stonden stil bij sterren, bij bunkers, bij korven

En toen hij mij verkrachtte had ik pijn voor ons beiden

Een dag later werd mijn vader ontslagen.

 

In bus 58 zit de meest ootmoedige leverarts van West-Vlaanderen

Hij is niet op weg naar mijn vader

Hij is op weg naar zijn moeder

‘Honden zijn warmer dan mensen’ Prevel ik

Het is misschien wel waar, maar het is niet altijd waar geweest.

 

©Delphine Lecompte / 2015

Delphine Lecompte. Geen vuile manieren met mijn arm AUB

Wednesday, May 20th, 2015

Geen vuile manieren met mijn arm AUB

 

‘Geen vuile manieren met mijn arm AUB.’

Hoor ik de onderwaterlasser mopperen tegen zijn waardige Akita teef

Sinds ik bij hem woon is hij bitser tegen zijn hond

Een betere reden om een man te verlaten had ik nog nooit

Ik kleed mij aan en ga naar beneden.

 

De onderwaterlasser zegt: ‘Ik ga vandaag twee lukrake vrouwen vermoorden.

En jij bent de eerste!!’

‘Ik ben niet lukraak.’

‘Nee, dat is waar. Blijf dan maar leven, trut!’

De televisie staat aan, maar het geluid is uitgezet

‘Jill is niet eerlijk. Ze liegt over haar haarkleur.’ Lees ik hardop.

 

De onderwaterlasser zapt tot hij een katholieke misdienst vindt

Hij vraagt: ‘Wie is je lievelingsapostel?’

Ik antwoord: ‘Als ik Judas zeg zal je me niet geloven.’

‘Zeg dan Johannes, zoals de rest.’

‘Zoals de rest…’ Herhaal ik dromerig.

 

De waardige Akita teef komt binnen met een hazenkadaver

‘Ik haat je. Je hebt geen fatsoen. Je oren zijn mismaakt. En je ogen zijn niet leeg genoeg.’

Snauwt de onderwaterlasser tegen zijn hond, of tegen mij

De misdienst is voorbij en in de plaats kunnen we kijken naar de capriolen

Van een school karpers in de Kaspische zee, het zijn monotone capriolen.

 

‘Ik ga morgen twee lukrake mannen naar de mond praten.’ Beken ik

‘Waarom?’

‘De macht der gewoonte. Vraag nog eens wie mijn lievelingsapostel is.’

‘Wie is je lievelingsapostel?’

‘Johannes. Zonder enige twijfel.’

‘Good girl.’

 

Buiten is de wereld nog steeds druk en onbegrijpelijk

Een stom weeskind gooit een kapotte robot naar mijn kop

Weeskind en robot missen een arm

Ik moet terugdenken aan de eerste zin die ik vandaag heb gehoord.

 

©Delphine Lecompte / 2015

Delphine Lecompte. Mag ik je Sundance Kid zijn?

Wednesday, May 13th, 2015

Mag ik je Sundance Kid zijn?

 

‘Mag ik je Sundance Kid zijn?’ Vraag ik aan de broodnuchtere organist

Hij antwoordt niet, hij vindt het zelfs niet nodig om zijn schouders op te halen

Zijn mooie blote schouders met de tijdelijke tatoeage van een koala links

En de iets minder tijdelijke tatoeage van een Watusirund rechts

Nog nooit heb ik gedroomd over een koala in het wild.

 

Noch over een koala in gevangenschap of op een operatietafel

Maar bijna iedere nacht komt er een Watusirund in mijn droom voor

En bijna iedere nacht wordt het rund bereden door mijn schuldbemiddelaarster

Ze draagt mijn vaders trouwkostuum en mijn moeders wilde haren

Gelukkig betekenen dromen niets, gelukkig word ik niet vertrappeld.

 

‘Ik heb vandaag vijf sollicitatiegesprekken.’ Lieg ik (het zijn er slechts twee)

‘En je gaat ze alle vijf verknoeien met je gênante hypochondrische bekentenissen,

En je huiveringwekkende weetjes over de slachtrituelen van de Zapoteken…’

‘Ja.’

De broodnuchtere organist voert mij naar mijn eerste sollicitatiegesprek

De baas van de vol au ventfabriek lijkt niet als twee druppels water op Robert Redford.

 

Ik ga te voet naar mijn tweede sollicitatiegesprek

De vrouwen die ik tegenkom zijn zwanger en Duits

De mannen die ik tegenkom zijn groot en onbevangen

Aan de grootste en de meest onbevangen man vraag ik:

‘Werkte jij ooit in een vol au ventfabriek?’

 

Hij zegt: ‘Ja.’

‘Ik geloof je niet. Waarom zou ik je geloven?!

Je hebt niet eens een hond. En mannen zonder honden liegen altijd.

Vooral over hun bergreizen, hun zadelpijn, en over hun tewerkstellingsverleden.

En bovendien ben je een snob die neerkijkt op cowboyfilms, ik weet het zeker.

Kijk je neer op cowboyfilms?’

 

Maar hij is verdwenen

En ik ben te laat voor mijn tweede sollicitatiegesprek

De baas van het oorverwarmersbedrijf zegt: ‘Je bent te laat.

Het maakt een slechte indruk.’

Ik wil gewoon iemands Sundance Kid zijn, is dat te veel gevraagd?!

 

©Delphine Lecompte / 2015

Delphine Lecompte. Wees niet dakloos

Thursday, May 7th, 2015

Wees niet dakloos

 

Mijn bloed overdrijft altijd

Mijn bloed zingt liedjes in de Smedenstraat

Met een hoed en een hond en een gitaar

Mijn bloed heeft de hond ‘Bouteille’ genaamd

Mijn bloed bezit noch bed noch kelder.

 

Ik loop mijn vader voorbij

Pas in de tapijtenwinkel herkennen mijn hersenen hem

Ik koop een rode voetmat voor mijn stomme Valentijn

En keer terug naar de hoed en de hond en de gitaar

Mijn vader zingt een liedje dat hij helemaal alleen in de duinen heeft geschreven.

 

Hij had net mijn moeder bevrucht

Maar het liedje gaat over een Welse mijnwerkersstaking

Twee vrouwen lachen met het hoofddeksel van mijn vader

De jongste lacht het hardst, tussen haar borsten bengelt een gouden Azteekkrijgertje

De oudste draagt een lila blouse en een beige rijbroek met pompoenvlekken.

 

Ik jaag de vrouwen weg

Ik geef de rode voetmat aan de hond

En de rest van mijn geld aan de hoed

Mijn vader en zijn gitaar zwijgen

Maar wanneer ik wegga volgen ze mij.

 

‘Wees niet dakloos.’ Zeg ik tegen mijn vader

In mijn vochtige huurhuis liegt de brandweerkalender

Al meer dan vierentwintig maanden, op de foto staat een visfabriek in lichterlaaie

Daar kan mijn vader werken

‘Je kunt misschien werken in de visfabriek van Sint Pieters?’

 

Maar mijn vader wil niet werken

Hij wil zingen over verbolgen arbeiders

Ik geef hem jenever, hij haat mijn gedichten

Ik geef mezelf jenever, ik hou van zijn liedjes

‘Wees niet dakloos.’ Herhaal ik, maar ik wil niet dat hij hier woont.

 

©Delphine Lecompte / 2015