Posts Tagged ‘Delphine Lecompte’

Delphine Lecompte. Er is geen moraliteit op het strand

Tuesday, August 14th, 2018

Er is geen moraliteit op het strand

 

Je schildert vieze woorden op het beeld van een ziekelijke monarch

Hij staat met zijn rug naar de zee

Van alle monarchen die we verguizen is hij de weekste

Dus kunnen we niet echt kwaad zijn op hem, dus moeten we

Onze kwaadheid omgorden en een andere plek vinden om haar te vieren.

 

We vinden een strandcabine met daarin de gierige landmeter

Hij eet krieken uit een grote bokaal en staart met afgrijzen

Naar het schaamhaar van zijn moeder dat komt piepen uit haar gele zwembroek

De mannen van het strand die haar zoon niet zijn verlustigen zich

In haar heerlijke zachte zoete dikke barstensvolle borsten, ze negeren haar tepels.

 

Je neemt de bokaal uit de handen van de landmeter

En drinkt het sap dat is overgebleven, mijn badpak is blauw en sportief

Niemand weet dat ik roggen mooier vind dan mensen

In de zee denk ik aan alle maaltijden die ik heb afgeslagen

En aan alle verzoeningen die ik heb uitgesteld, ik denk dat het niets uitmaakt.

 

Mijn vader ligt op een luchtmatras, twee dweperige kinderen

Proberen hem voor zich te winnen, ze denken dat hij een bekende

Zuid-Afrikaanse crooner is, maar hij is slechts een sentimentele straatmuzikant met een bochel

Ik vraag aan God of het waar is dat mijn jongste zusje gisteren

Een televisiepriester heeft vermoord, maar Hij wil niet antwoorden.

 

Ik probeer de moed erin te houden

Omdat ik beloofd heb aan de oude kruisboogschutter

Dat ik mijn kop niet zou laten hangen

Als je over de duivel spreekt

Daar staat hij, hij kust de hals van een Filippijnse trapezedanseres, al kan ik dat niet weten.

 

© Delphine Lecompte  2018

 

Delphine Lecompte. God kan mijn verjaardag niet onthouden

Sunday, August 5th, 2018

God kan mijn verjaardag niet onthouden

 

In een steegje koop ik een banjo van een blinde dokter die ik kan vertrouwen

Maar eigenlijk heb ik geen banjo nodig

Eigenlijk heb ik een gazellebeeld gevuld met opium nodig

Dus geef ik de banjo weg aan een slome chrysantenkweker

En koop ik in een duikboot een gazellebeeld gevuld met opium van een onbetrouwbare pelsjager.

 

Op de drempel van de sinistere goudvissenwinkel van Patricia Eenoog

Denk ik aan de talrijke keren dat ik mezelf belachelijk heb gemaakt, vaak in turnzalen

De ezeldrijver komt naast me zitten en zegt

Dat de wereld gisteren moest vergaan, maar er geen zin in had

Dus heeft hij zijn ezels ‘voor niets’ afgeslacht, ‘voor niets’.

 

Ik leg mijn hand op het schroomvallige scrotum van de ezeldrijver en denk aan de zeldzame keren

Dat God tot mij sprak, altijd in struisvogelkwekerijen

Hij zei eens: ‘Omdat je jarig bent vandaag zal ik straks de bliksem op het huis van je buurvrouw doen Terechtkomen, en verder zullen er drie makrelen en vier slagroomtaarten op je tafel staan!’

Maar ik was niet jarig, waarom zou ik geloven in een god

Die mijn verjaardag niet kan onthouden, dan kan ik zowel mijn pap koelen met mijn ouders.

 

Maar de bliksem dan? En het woord voor bliksem!!

Om nog maar te zwijgen van de makrelen en de slagroomtaarten

Die ik heb gedeeld met een norse lamaverzorger

Die toevallig genoeg jarig was, maar dan echt

Nu sta ik op en wandel ik naar mijn huis.

 

Ik breek het gazellebeeld, het is gevuld met bloemsuiker

Ik nies en denk aan de vier keren dat ik in een reuzenrad zat

Twee keer met mijn moeder, twee keer met haar gynaecoloog

Ik moest telkens iets opbiechten, maar helemaal boven had het geen belang.

 

© Delphine Lecompte 2018

 

Delphine Lecompte. De verlossing is niet nabij

Friday, August 3rd, 2018

De verlossing is niet nabij

 

Ik kijk naar mijn voeten en vergeet bijna dat ze van mij zijn

Ik moet plots denken aan mijn oom de olifantenjager

Wiens verhalenbundel ‘De kleine mompelende keizer en de grote homoseksuele messenslijper’

Een flop was, zijn boude lucifertrucs waren de hoogtepunten van mijn kindertijd

Ik kijk naar jouw handen, ze brengen glinsterende makreelslierten naar je mond.

 

Je zegt: ‘Gisteren heb ik een hoer in het water geduwd, maar niet omdat ze een hoer was.’

‘Waarom dan wel?’

‘Omdat ze dacht dat Ira Gershwin een Oekraïense zeppelinbouwer was.’

Je niest op onze kameleon, en ik probeer zonder zelfwalg een frisco te eten

De bovenbuur roept ‘Caramba!’, de onderbuurvrouw leert haar kinderen

De Internationale aan, voor de grap, zonder overtuiging.

 

We gaan naar buiten, het is heet, de jongens zien eruit als geile fietsdieven,

De meisjes zien eruit als geharde treinrovers, de mannen zien eruit

Als weke trompettisten, en de vrouwen zien eruit alsof ze het leven hebben gegeven

Aan niemand minder dan Johannes De Doper

We worden aangevallen door een bipolaire touwslager, hij is mijn vader.

 

We nemen mijn vader mee naar een pizzeria, daar kalmeert hij

Hij eet een pizza met ananaspartjes die op woestijnratembryo’s lijken

Ik bekijk zijn gezicht met onverholen nieuwsgierigheid

Vroeger was hij een pure troubadour, nu is hij een catastrofale casanova

Aan het naburige tafeltje zitten twee beroemde dansers olijven te eten.

 

De danser met de pony en de grote oren is een spion die spijt heeft van alles

De danser met de vlecht en de verwende neus is een egocentrische vogelspin

Mijn vader staat op en verlaat de pizzeria zonder een woord

Je haalt je schouders op, je hebt nog nooit een ouder over je schouders gegooid.

 

© Delphine Lecompte 2018

 

Delphine Lecompte. Zuurkool, moeder, God

Wednesday, August 1st, 2018

Zuurkool, moeder, God

 

Ik ben langzaam aan het stikken in zuurkool

In een polyvalente zaal terwijl een dirigent met een walrussnor

Mij valse beleggingen aansmeert, ik word wakker en trek donkere kleren aan

Om naar de begrafenis van de gepensioneerde stierenvechter te gaan

Hij heeft zijn hoofd gestoten tegen een raamkozijn en is toen gestorven

Aan een fabelachtige bloedvergiftiging, en dit gebeurde in Turijn.

 

Maar het was een droom, want daar loopt de gepensioneerde stierenvechter

Kwiek en verend, met een boodschappentas vol sardines en coca cola

Op zijn schouder zit een fret met een geringschattende blik

Ik spreek de gepensioneerde stierenvechter niet aan

Het is te vroeg om mijn klaaglijke stem te moeten aanhoren, te vroeg voor hem en te vroeg voor mij.

 

Toen ik nog niet leefde was mijn moeder een klein eigengereid baldadig kind

Ze was bevriend met bietebauwen en vliegen

Een Bretonse waarzegster vertelde haar dat ze later moeder zou worden van een pyromaan

En dat de bevalling episch en afschuwelijk zou zijn

Mijn moeder trachtte zelfmoord te plegen met prikkeldraad, maar een kreeftenkok hield haar tegen.

 

Al heel haar leven wordt mijn moeder gered door kreeftenkoks

En trompettisten, zwarte en witte

Al heel mijn leven haalt mijn moeder de kastanjes uit het vuur

Mijn moeder is op haar mooist wanneer ze brood scheurt

Soms steelt ze orgels en verkeerspalen, niemand neemt het haar kwalijk.

 

Ik keer terug naar huis en trek mijn rouwkleren uit

Naakt vraag ik aan God waarom ik er niet in slaag om onafhankelijk te zijn

Maar God vindt dat ik net te onafhankelijk ben

Hij zegt: ‘Trek feestkleren aan en aanbid mij op luidruchtige wijze, ik heb je aanbidding nodig.

Vooral vandaag.’

 

© Delphine Lecompte  2018

 

Delphine Lecompte. Wees tevreden op het strand

Monday, July 30th, 2018

Wees tevreden op het strand, smeed geen vriendschap in de zee

 

Je haat de mensen aan wie je hulp hebt moeten vragen

Ze zijn dood maar ze blijven je kwellen

Je vraagt: ‘Heeft het werkwoord sjouwen een Arabische oorsprong?’

Ik weet het niet, op mijn strandhanddoek staan radeloze goudzoekers

En redeloze zeppelinbouwers, op jouw strandhanddoek zweven taarten in het ijle.

 

Je bent ongelukkig omdat je gisteren de liefde van je leven hebt laten ontkomen

Ze zat tegenover je op de trein, ze at een frangipanekoekje heel beheerst

Ze las een boek over kwantumfysica, ze onderstreepte net genoeg

Ze gaf geld aan een bedelaar, ze gaf veel te veel en vergat meteen hoeveel

Je denkt dat je lijdt maar je weet nog niet wat afzien is, verwende blaaskaak.

 

Ik zwem om me minder bitter te voelen

In het water leer ik een fatalistische horlogemaker kennen

Als je horloges herstelt word je vanzelf fatalistisch, denk ik

Ik vraag aan de horlogemaker of hij me wil meenemen naar zijn hol

Ik laat je moeiteloos achter omdat ik koud en leeg ben.

 

Het hol van de fatalistische horlogemaker is een groot huis met acht kamers:

In de eerste kamer staat een bed met daarin een bedlegerige markiezin en haar kameleon,

In de tweede kamer staat een ballenbad met daarin een dwergvrouwtje en haar stola,

In de derde kamer ligt een kwijlende profetes op een spijkerbed,

In de vierde kamer ligt een dode telescoopvis op een roodfluwelen kussen,

 

In de vijfde kamer hangt een portret van een paus die je bijna geen pijn wil doen,

In de zesde kamer hangt een foto van een ijsvogel die je niet kan vereren,

In de zevende kamer eet een bipolaire visser rijstpap met zijn handen,

In de achtste kamer geeft de fatalistische horlogemaker me een uppercut,

Het is te laat om je naar waarde te schatten, fantastische kruisboogschutter.

 

© Delphine Lecompte 2018

Recensie: ‘Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten!’ van Delphine Lecompte

Thursday, November 26th, 2015

9200000046552182

Een gevaarlijke, sexy stem

Lecompte zet het rariteitenkabinet baldadig naar haar hand

JANITA MONNA

Ja, waarom niet, dat uitroepteken? Een nieuwe bundel van de Vlaamse Delphine Lecompte is, zou je kunnen zeggen, zoveel als een gebeurtenis. ‘Gedichten!’ Dus.

Lecompte’s werk mag dan niet per se voldoen aan het beeld dat veel mensen van poëzie hebben, haar fantastische gedichten zijn in korte tijd niet meer weg te denken uit de Nederlandstalige poëzie. Sinds ze in 2010 de C. Buddingh’-prijs ontving voor haar debuut ‘De dieren in mij’, verscheen er vrijwel jaarlijks een nieuwe bundel. En nu ligt daar ‘Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten!’.

En opnieuw is daar die hoofdpersoon die zich staande houdt in een waanzinnige en wrede wereld, die worstelt met familieverhoudingen en andere relaties, en die een eigen, nóg absurdere wereld creëert om aan de echte te ontsnappen.

Het is de vrouw die lezers van Delphine Lecompte kennen uit vorige bundels, met een morbide verhouding tot seks en nog immer vergezeld van haar muze, ‘de oude kruisboogschutter’.

Wat deze vrouw zoal overkomt, in wat voor situaties ze verzeild raakt, wat voor zonderlinge figuren ze ontmoet, is nauwelijks na te vertellen.

Ik was eens verliefd op een kind, het was wederzijds / Een dag lang liep het niet gesmeerd, de dag was een woensdag / We gingen eerst naar het strand, op het strand had de ezeldrijver in de gaten / Dat ik een gewiekste pedofiel was, hij wees naar mij en beschuldigde mij / Vier sponzenverkopers trachtten mij dood te knuppelen met spanen.

Dit is Lecompte, korte afgemeten zinnen, met na iedere regel een scherpe bocht die een volkomen onverwachte, bizarre slinger aan het verhaal geeft. Wat niet wil zeggen dat al die regels zonder samenhang zijn, integendeel.

Terugkerende personages als de ezeldrijver, de incestueuze imker, de bedeesde zeepzieder, de touwslager geven een vreemd soort houvast in Lecompte’s meedogenloze en humorvolle wereld.

Er moet afgerekend worden met een jeugd die getekend is door vreemde en wrede seksuele ervaringen, met een moeder die haar kind ‘un monstre sacré’ noemt. Onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid worden te lijf gegaan met seks, bijvoorbeeld met een speculaasfabrikant tussen lakens die ruiken naar ‘ontstoken geitenoren’ (kom er eens op!). Flink gepijpt wordt er ook.

Het is ook vermoeiend, al die grilligheid: ‘Dichter, bokser, koningsdochter’ is geen bundel om in een keer uit te lezen.

Maar de baldadige stem die de boel in dit rariteitenkabinet naar haar hand zet, die fantasieën creëert in taal en die even makkelijk weerspreekt, die poëzie vergelijkt met een kermis (‘sexy en gevaarlijk’), zich nergens laat leiden door een gevoel van ‘zo hoort het’, die maakt deze bundel tot een onvoorspelbaar avontuur.

Delphine Lecompte: Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten! De Bezige Bij; 112 blz. € 19,50

© Janita Monna / 2015

Delphine Lecompte. Rond een kuststad.

Tuesday, May 7th, 2013

 Rond in een kuststad

 

Ik loop rond in een verrukkelijke kuststad met een kloppende kinderwens.

Om de wens te onderdrukken ga ik een hengelsportwinkel binnen. Ik koop niets, maar ik toon mijn borsten aan de uitbater met de hazenlip.

Hij zegt: ‘Het aas voor de karpers is in afslag.’

Ik verlaat de winkel, en kom vijf minuten later mijn ex-dermatoloog tegen. ‘Heb je aas voor karpers nodig?’ vraag ik hem.

Hij negeert mij ostentatief. Aan zijn linkerhand hangt een jongetje met een wijnvlek in de vorm van een egel op zijn voorhoofd. De stekels van de egel zijn opgericht, omdat hij bedreigd wordt door een bende lijmsnuivende poppenkasttroubadours.

Ik besluit het jongetje te ontvoeren. Maar hoe zal ik dat aan boord leggen?!

Terwijl ik op de drempel van een gesloten wekkerwinkel nadenk over de ontvoering, komt mijn ex-dermatoloog opnieuw voorbij! Maar deze keer hangt het jongetje aan zijn rechterhand. En de egel met de opgerichte stekels is verdwenen!?!!

Dan wrijf ik mijn ogen uit en bijna alles wordt duidelijk: het is een ander jongetje. De wijnvlek van dit jongetje spreekt niet tot mijn verbeelding.

Ik laat het duo vreedzaam passeren. Mijn ex-dermatoloog draait zich evenwel om, en vraagt: ‘Hoe gaat het met het craquelé-eczeem van je muze?’

‘Dat gaat je niet aan, charlatan!’ antwoord ik snibbig. De huiddokter haalt zijn schouders op. Het jongetje met de teleurstellende wijnvlek imiteert hem.

De wekkerwinkel gaat open. Ik koop vijf blauwe wekkers voor vijf bipolaire touwslagers die niet bestaan. De vrouw van de horlogemaker vraagt of ik wel weet dat mijn neus bloedt?!

Ze geeft mij een onthutsend propere zakdoek met de initialen van haar onthoofde vader, toevallig ook mijn initialen. Dankzij mijn bloed wordt de onthutsende properheid van de zakdoek opgeheven. En ook de gedeelde initialen worden onleesbaar.

Mijn neus blijft bloeden. Een moeizieke klant belt een ambulance op. Ik gooi de zakdoek naar zijn trotse kruis, en loop hollend de winkel uit.

Buiten wordt mijn hollen na vijf minuten slenteren. Ik slenter langs de dijk. Ik krijg zomaar een ijsje van een stokoude vrouw: aardbei en pistache. Wanneer ik het ijsje aanneem verandert de oude vrouw in een profetische teckel. Gelukkig voorspelt hij niets.

Mijn neus bloedt niet meer, en ik heb zopas een profetische teckel geadopteerd, maar mijn kinderwens is nog nooit zo kloppend geweest.

 

© Delphine Lecompte, 2013.

 

Delphine Lecompte. Bijna alle vaders trekken bloed

Monday, January 7th, 2013

Bijna alle vaders trekken bloed

 

Bijna alle vissers die ik niet ken wisten

Dat ik vandaag jou zou verraden

Nu het verraad achter de rug is lik ik

Aan de bovenste bol van mijn hoorntje.

 

Na het ijs het gokken

In de goktempel zit ik naast een ex-stierenvechter

Hij zegt: ‘Ik heb een lelijke zoon

Die mij om de haverklap in verlegenheid brengt.’

Ik vraag: ‘Is hij hier ook?’

‘Natuurlijk niet, hij is bedlegerig!’

 

Het ijs is gebroken

De ex-stierenvechter liegt honderduit

Over zijn meubilair

Het aantal klopt

Maar de tafels zijn jonger

En de stoelen hebben verschoten schoten.

 

We besluiten gelijktijdig de goktempel te verlaten

De met horloges gevulde zakken van de ex-stierenvechter

Trekken zijn broek naar beneden

Zodat ik zijn bovenste rij schaamhaar zie

Is de bovenste rij de eerste? Vraag ik niet.

 

In het hoekhuis van de ex-stierenvechter tel ik

Hardop de tafels

Maar ik sla drie en veertien over

‘Waarom sla je drie en veertien over?’

Vraagt de ex-stierenvechter niet.

 

Op de vijftiende tafel bedrijven we

De liefde op een vastgenagelde landkaart

Ik ben er nooit geweest

Mijn vader daarentegen heeft er tien jaar

Bloedpuncties uitgevoerd op ranzige mandenmakers.

 

Bijna alle vaders die ik ken vermoedden

Dat ik vandaag mijzelf zou verloochenen

Nu de verloochening op mijn buik een korst wordt smacht ik

Naar mijn eigen hoekhuis

Onder mijn enige tafel ligt een potlood

Op dit gedicht te wachten.

 

© Delphine Lecompte. 2012