Posts Tagged ‘Delphine Lecompte’

Recensie: ‘Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten!’ van Delphine Lecompte

Thursday, November 26th, 2015

9200000046552182

Een gevaarlijke, sexy stem

Lecompte zet het rariteitenkabinet baldadig naar haar hand

JANITA MONNA

Ja, waarom niet, dat uitroepteken? Een nieuwe bundel van de Vlaamse Delphine Lecompte is, zou je kunnen zeggen, zoveel als een gebeurtenis. ‘Gedichten!’ Dus.

Lecompte’s werk mag dan niet per se voldoen aan het beeld dat veel mensen van poëzie hebben, haar fantastische gedichten zijn in korte tijd niet meer weg te denken uit de Nederlandstalige poëzie. Sinds ze in 2010 de C. Buddingh’-prijs ontving voor haar debuut ‘De dieren in mij’, verscheen er vrijwel jaarlijks een nieuwe bundel. En nu ligt daar ‘Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten!’.

En opnieuw is daar die hoofdpersoon die zich staande houdt in een waanzinnige en wrede wereld, die worstelt met familieverhoudingen en andere relaties, en die een eigen, nóg absurdere wereld creëert om aan de echte te ontsnappen.

Het is de vrouw die lezers van Delphine Lecompte kennen uit vorige bundels, met een morbide verhouding tot seks en nog immer vergezeld van haar muze, ‘de oude kruisboogschutter’.

Wat deze vrouw zoal overkomt, in wat voor situaties ze verzeild raakt, wat voor zonderlinge figuren ze ontmoet, is nauwelijks na te vertellen.

Ik was eens verliefd op een kind, het was wederzijds / Een dag lang liep het niet gesmeerd, de dag was een woensdag / We gingen eerst naar het strand, op het strand had de ezeldrijver in de gaten / Dat ik een gewiekste pedofiel was, hij wees naar mij en beschuldigde mij / Vier sponzenverkopers trachtten mij dood te knuppelen met spanen.

Dit is Lecompte, korte afgemeten zinnen, met na iedere regel een scherpe bocht die een volkomen onverwachte, bizarre slinger aan het verhaal geeft. Wat niet wil zeggen dat al die regels zonder samenhang zijn, integendeel.

Terugkerende personages als de ezeldrijver, de incestueuze imker, de bedeesde zeepzieder, de touwslager geven een vreemd soort houvast in Lecompte’s meedogenloze en humorvolle wereld.

Er moet afgerekend worden met een jeugd die getekend is door vreemde en wrede seksuele ervaringen, met een moeder die haar kind ‘un monstre sacré’ noemt. Onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid worden te lijf gegaan met seks, bijvoorbeeld met een speculaasfabrikant tussen lakens die ruiken naar ‘ontstoken geitenoren’ (kom er eens op!). Flink gepijpt wordt er ook.

Het is ook vermoeiend, al die grilligheid: ‘Dichter, bokser, koningsdochter’ is geen bundel om in een keer uit te lezen.

Maar de baldadige stem die de boel in dit rariteitenkabinet naar haar hand zet, die fantasieën creëert in taal en die even makkelijk weerspreekt, die poëzie vergelijkt met een kermis (‘sexy en gevaarlijk’), zich nergens laat leiden door een gevoel van ‘zo hoort het’, die maakt deze bundel tot een onvoorspelbaar avontuur.

Delphine Lecompte: Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten! De Bezige Bij; 112 blz. € 19,50

© Janita Monna / 2015

Delphine Lecompte. Rond een kuststad.

Tuesday, May 7th, 2013

 Rond in een kuststad

 

Ik loop rond in een verrukkelijke kuststad met een kloppende kinderwens.

Om de wens te onderdrukken ga ik een hengelsportwinkel binnen. Ik koop niets, maar ik toon mijn borsten aan de uitbater met de hazenlip.

Hij zegt: ‘Het aas voor de karpers is in afslag.’

Ik verlaat de winkel, en kom vijf minuten later mijn ex-dermatoloog tegen. ‘Heb je aas voor karpers nodig?’ vraag ik hem.

Hij negeert mij ostentatief. Aan zijn linkerhand hangt een jongetje met een wijnvlek in de vorm van een egel op zijn voorhoofd. De stekels van de egel zijn opgericht, omdat hij bedreigd wordt door een bende lijmsnuivende poppenkasttroubadours.

Ik besluit het jongetje te ontvoeren. Maar hoe zal ik dat aan boord leggen?!

Terwijl ik op de drempel van een gesloten wekkerwinkel nadenk over de ontvoering, komt mijn ex-dermatoloog opnieuw voorbij! Maar deze keer hangt het jongetje aan zijn rechterhand. En de egel met de opgerichte stekels is verdwenen!?!!

Dan wrijf ik mijn ogen uit en bijna alles wordt duidelijk: het is een ander jongetje. De wijnvlek van dit jongetje spreekt niet tot mijn verbeelding.

Ik laat het duo vreedzaam passeren. Mijn ex-dermatoloog draait zich evenwel om, en vraagt: ‘Hoe gaat het met het craquelé-eczeem van je muze?’

‘Dat gaat je niet aan, charlatan!’ antwoord ik snibbig. De huiddokter haalt zijn schouders op. Het jongetje met de teleurstellende wijnvlek imiteert hem.

De wekkerwinkel gaat open. Ik koop vijf blauwe wekkers voor vijf bipolaire touwslagers die niet bestaan. De vrouw van de horlogemaker vraagt of ik wel weet dat mijn neus bloedt?!

Ze geeft mij een onthutsend propere zakdoek met de initialen van haar onthoofde vader, toevallig ook mijn initialen. Dankzij mijn bloed wordt de onthutsende properheid van de zakdoek opgeheven. En ook de gedeelde initialen worden onleesbaar.

Mijn neus blijft bloeden. Een moeizieke klant belt een ambulance op. Ik gooi de zakdoek naar zijn trotse kruis, en loop hollend de winkel uit.

Buiten wordt mijn hollen na vijf minuten slenteren. Ik slenter langs de dijk. Ik krijg zomaar een ijsje van een stokoude vrouw: aardbei en pistache. Wanneer ik het ijsje aanneem verandert de oude vrouw in een profetische teckel. Gelukkig voorspelt hij niets.

Mijn neus bloedt niet meer, en ik heb zopas een profetische teckel geadopteerd, maar mijn kinderwens is nog nooit zo kloppend geweest.

 

© Delphine Lecompte, 2013.

 

Delphine Lecompte. Bijna alle vaders trekken bloed

Monday, January 7th, 2013

Bijna alle vaders trekken bloed

 

Bijna alle vissers die ik niet ken wisten

Dat ik vandaag jou zou verraden

Nu het verraad achter de rug is lik ik

Aan de bovenste bol van mijn hoorntje.

 

Na het ijs het gokken

In de goktempel zit ik naast een ex-stierenvechter

Hij zegt: ‘Ik heb een lelijke zoon

Die mij om de haverklap in verlegenheid brengt.’

Ik vraag: ‘Is hij hier ook?’

‘Natuurlijk niet, hij is bedlegerig!’

 

Het ijs is gebroken

De ex-stierenvechter liegt honderduit

Over zijn meubilair

Het aantal klopt

Maar de tafels zijn jonger

En de stoelen hebben verschoten schoten.

 

We besluiten gelijktijdig de goktempel te verlaten

De met horloges gevulde zakken van de ex-stierenvechter

Trekken zijn broek naar beneden

Zodat ik zijn bovenste rij schaamhaar zie

Is de bovenste rij de eerste? Vraag ik niet.

 

In het hoekhuis van de ex-stierenvechter tel ik

Hardop de tafels

Maar ik sla drie en veertien over

‘Waarom sla je drie en veertien over?’

Vraagt de ex-stierenvechter niet.

 

Op de vijftiende tafel bedrijven we

De liefde op een vastgenagelde landkaart

Ik ben er nooit geweest

Mijn vader daarentegen heeft er tien jaar

Bloedpuncties uitgevoerd op ranzige mandenmakers.

 

Bijna alle vaders die ik ken vermoedden

Dat ik vandaag mijzelf zou verloochenen

Nu de verloochening op mijn buik een korst wordt smacht ik

Naar mijn eigen hoekhuis

Onder mijn enige tafel ligt een potlood

Op dit gedicht te wachten.

 

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. Het is gemakkelijk

Saturday, December 29th, 2012

Het is gemakkelijk

 

Het is moeilijk om mij te concentreren

De oude kruisboogschutter vertelt een verhaal

Het begon in een caravan van een messenwerper

Die zijn toenmalige schoonvader was

Maar ondertussen zit hij op het lege kippenhok

Van zijn geëlektrocuteerde zus.

 

Het kippenhok is leeg omdat de kippen zijn verkocht

Toevallig genoeg aan de loodgieter van mijn grootmoeder

Bij mijn grootmoeder mogen de kippen

Twee dagen nerveus en/of heilig rondscharrelen

Daarna worden ze geslacht

En ik gedoopt.

 

Wanneer ik word gedoopt

Is het te laat

Terug thuis zijn de kippen morsdood

Ik kan veertien woorden spellen

Ze beginnen allemaal met een ‘s’

Het zijn amfibieën in het Frans.

 

Tijdens het doopfeest stikt

De grootste melkboer in mijn kleinste amulet

Eigenlijk inhaleert hij een splinter

Van mijn houten slang

Die daar en dan eindelijk geluk brengt

Want de melkboer is een vijand van mijn sponsachtige onschuld.

 

Het is gemakkelijk om terug te keren

De oude kruisboogschutter eindigt zijn fabel

Op de woonwagen van een koorddanser

Die nooit zijn rivaal was

Maar ondertussen ben ik naakt

En de vermoorde melkboer danst nog steeds

In onze bunker met mijn huisdierdas op zijn kop.

 

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. Zonder bijgeloof de supermarkt trotseren

Sunday, December 23rd, 2012

Zonder bijgeloof de supermarkt trotseren

 

Ik trotseer met een buidel de supermarkt

In mijn buidel zitten duiten

Die ongeldig zijn in Sheffield

Daar woont een toverachtige yuppie

Toen ik verliefd op hem was had hij

Vier ledematen en twee dochters.

 

Ondertussen is alles gehalveerd

Deeltijds werkt de toverachtige yuppie

Zonder benen aan de erfenis

Van zijn jongste dochter

Ik denk vaak aan zijn huidskleur

En aan de witte douchecel waarin we

Elkaar hebben bezoedeld met schaamte.

 

Zijn schaamte

Mijn verlegenheid

Ook nu bloos ik

Wanneer ik een blik

Doperwten laat vallen

Op de matte schoentop

Van een blanke spreadsheetverslaafde

Die nooit magisch kan zijn.

 

Eigenlijk is dit een liefdesgedicht

Ik heb het niet gewenst

Ik kon het onmogelijk voorspellen

In mijn buidel zitten centen

Die voldoende zijn om erwten

En een telescoop te kopen.

 

’s Avonds deel ik sterren en planeten

Met mijn muze de oude kruisboogschutter

De erwten zwelg ik stiekem achteraf

In de badkamer van mijn muze lijkt alles verdubbeld

Alsof de grote beer mij dronken heeft gevoerd

Maar als ik mijn linkeroog afdek ben ik weer arm.

 

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. God heeft nog maar twee keer tegen mij gesproken

Friday, December 21st, 2012

God heeft nog maar twee keer tegen mij gesproken

 

De eerste keer toen God mij toesprak was het onverwacht

Ik was zes en ongeletterd

Onder de keukentafel stond ik op het punt

De grote teen van mijn rechtervoet af te knippen

Met een schaapscheerderschaar.

 

De tweede keer was een antwoord op mijn vraag

Ik was twintig en had God gevraagd waarom

Hij mij niet wilde genezen van mijn kleptomanie

God zei: ‘Ik vind het amusant en verwaarloosbaar.

Zolang je slechts blikken linzen van je dorre tantes

En bronzen stieren steelt van protserige parvenu’s

Sta ik erboven en kijk ik er naar…’

 

Sindsdien is het stil gebleven

Ik speel met scharen en steel

Ik steel en vermink mijn armen met tafelranden

Hoe zwijgzamer God wordt hoe vaker ik vragen stel

Mijn vragen zijn altijd nieuwsgierig en hees.

 

Voorbeelden van vragen die ik onlangs nog

Gesteld heb aan God:

Hoe gaat het met jou vannacht?

Heb je een lievelingskleur?

Ben je een hermafrodiet?

Vind je kikkerdril vies?

Waar wonen de meest vrome mensen ter wereld?

Heb je ook iets in de pap te brokken op andere planeten??

 

Het zwijgen van God ontmoedigt me soms

Zoals vandaag (vrijdag visdag)

Dan pak ik mijn trommel

En ga tekeer met mijn klauwtjes

Terwijl Charley Patton onze blues zingt.

  

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. Maakbaar in Maastricht

Monday, October 29th, 2012

Maakbaar in Maastricht

In het tankstation koop ik drie repen chocolade zonder rijbewijs. De vrouw die het tankstation uitbaat heeft een tatoeage van de Eiffeltoren op haar dominante handrug.

‘Hou je van Parijs?’ vraag ik om het ijs te breken. Ze kijkt me verbijsterd aan. De verbijstering duurt vier minuten en 56 seconden.

‘Nee,’ antwoordt de tankstationvrouw uiteindelijk hees. Wanneer ik opnieuw naar haar handrug kijk is de Eiffeltoren veranderd in een giraf.

‘Hou je van auto’s?’ vraag ik omdat ik niet durf te vragen waarom er een giraf op haar handrug staat.

‘Ik ga sluiten,’ zegt de tankstationvrouw met onverholen misprijzen. Ik prop de chocoladerepen in mijn binnenzak en ga zo zacht mogelijk naar buiten.

Terug in de Maastrichtse hotelkamer eet ik de drie repen terwijl op de televisie een antiquair met het geluid af een vals napoleontische snuifdoos in een fontein laat vallen. Hij lijkt op de voetverzorger van mijn moeder.

Ik denk aan de tenen van mijn moeder en vergeet tijdelijk dat de mijne onaf zijn.

Zonder de oude kruisboogschutter kan ik niet in slaap geraken. Het is 3u ’s nachts en in de gang kibbelen levende wielrenners met dode glazenwassers. Omdat het volle maan is wint niemand.

Op de televisie laat een Portugese hondenfluisteraar zijn laatste m&m vallen in een doopvont.

Hij probeert het snoepje er uit te vissen, maar zijn toekomstige petekind graait eerst en stopt de m&m in zijn linkerneusgat. Ongedoopt wordt hij door zijn vader op beide wangen geslagen. De m&m schuift verder naar boven en de peuter sterft.

De hondenfluisteraar zal nooit peter worden.

Wanneer hij drie weken later twee leeggeblazen eieren, waarop hij profetische gazellen en blinde teckels heeft geschilderd, op de urne van zijn gemankeerde petekind probeert te balanceren wordt hij gewurgd door de moeder die een hekel heeft aan de Portugese rituelen van haar schoonfamilie.

Er zijn geen honden in het hiernamaals. En als er toch honden zijn dan moeten ze niet toegefluisterd worden, vermoed ik.

Uiteindelijk wordt het 4u30, met veel goede wil noem ik mijn wandeling een ochtendwandeling.

Het tankstation is opnieuw open. Sprakeloos koop ik drop.

Een dappere vrachtwagenbestuurder die achter mij staat vraagt aan de tankstationvrouw waarom er een giraf op haar handrug staat.

‘Het is een obelisk,’ antwoordt ze nasaal.

De zon komt op en ik word aangesproken door een fysiotherapeutische dichter. Hij herkent mij. Niet als potentiële patiënt, maar wel als mededichter.

Want ik ben hier niet zomaar in Maastricht; vanavond mag ik voordragen tijdens een poëziefestival.

In het mythische en/of carnavaleske Maastricht moet ik voordragen zonder de oude kruisboogschutter. Ik heb hem in Brugge gelaten, omdat ik mij stoer en/of geëmancipeerd voelde…

Na het ontbijt met de poëtische fysiotherapeut bel ik huilend naar mijn muze. Hij lacht mij uit en neemt de beste trein naar Luik.

In luik wordt zijn naai-etui gestolen. Mijn muze legt zich neer bij de diefstal.

In de trein van Luik naar Maastricht heeft hij spijt van zijn laksheid, maar ach… Gelukkig heeft hij zijn vingerhoed in Brugge gelaten.

Wanneer de oude kruisboogschutter toekomt in het hotel ziet hij mij eerst. Hij denkt mij te zien flirten met een Zimbabwaanse gnoescheerder.

Hij vindt het niet erg, hij vindt het gezond, maar ik was niet aan het flirten!!?!

’s Avonds luister ik naar briljante dichters en declameer ik als een plechtige communicant met richtingsloze branie. Dat is de bedoeling althans. De toehoorders zijn even belicht als de dichters. Even belicht en soms bespot.

In de brochure van het festival staat dat ik hygiëne belangrijker vind dan poëzie. Het is waar. Toch ben ik blij dat ik deze ochtend de douchecel getrotseerd heb..

In het publiek zitten minstens 6 bijgelovige schoenmakers, 5 consciëntieuze neurologen, 4 gulle idolen, 3 welriekende surrogaatmoeders en mijn toekomstige biograaf. Enkel die laatste kijkt bedenkelijk en/of afkeurend.

De oude kruisboogschutter knikt geruststellend na iedere strofe. Of knikkebolt hij?

Delphine Lecompte. Hoeveel kamelen ben ik waard?

Friday, August 10th, 2012

Hoeveel kamelen ben ik waard?

 

Ik kan geen boete betreuren in de wittebroodstraat

Want de oude kruisboogschutter betaalt

Hij trakteert mij op voetbalsjaals in een gehucht

Dat roerig klinkt, roerig en Duits.

 

De avond valt

Nooit ordinair

Nauwelijks op ons

Wel op een fade luifel

Mijn moeder belt mij op

Met een mes vanuit een kleedhok.

 

Ze zegt dat ze zelfmoord wil plegen

Ze beweert: eerst met een mes

En daarna met een Romeins cijfer

Van een stationshorloge afgekraakt

Maar nu past ze zichzelf in een paarse BH.

 

De borsten van mijn moeder zijn inschikkelijk

Tien maanden voor mijn geboorte waren ze

Voor mijn vader bestemd

Hij was toen nog niet geïnteresseerd in snaren

Vijf dagen na mijn geboorte heeft hij zijn eerste gitaar gekocht.

 

De oude kruisboogschutter wil graag borsten enten

Mijn moeders tieten op mijn uilachtige borstkas

Hij zegt dat ik het woord ‘tieten’ niet mag uitspreken

Het is een mannenwoord, beweert hij

Van trotse metsersvaders en gefrustreerde kubistenzoons.

 

Na het telefoongesprek ogen de voortuinen hels

Overal dreigt lavendel

Mij terug te voeren

Naar die reis

Egypte met mijn moeder

Toen ze mij voor de grap wilde ruilen

Vond ik vier kamelen een belediging.

 

© Delphine Lecompte, 2012