Posts Tagged ‘Delphine Lecompte’

Delphine Lecompte. Zuurkool, moeder, God

Wednesday, August 1st, 2018

Zuurkool, moeder, God

 

Ik ben langzaam aan het stikken in zuurkool

In een polyvalente zaal terwijl een dirigent met een walrussnor

Mij valse beleggingen aansmeert, ik word wakker en trek donkere kleren aan

Om naar de begrafenis van de gepensioneerde stierenvechter te gaan

Hij heeft zijn hoofd gestoten tegen een raamkozijn en is toen gestorven

Aan een fabelachtige bloedvergiftiging, en dit gebeurde in Turijn.

 

Maar het was een droom, want daar loopt de gepensioneerde stierenvechter

Kwiek en verend, met een boodschappentas vol sardines en coca cola

Op zijn schouder zit een fret met een geringschattende blik

Ik spreek de gepensioneerde stierenvechter niet aan

Het is te vroeg om mijn klaaglijke stem te moeten aanhoren, te vroeg voor hem en te vroeg voor mij.

 

Toen ik nog niet leefde was mijn moeder een klein eigengereid baldadig kind

Ze was bevriend met bietebauwen en vliegen

Een Bretonse waarzegster vertelde haar dat ze later moeder zou worden van een pyromaan

En dat de bevalling episch en afschuwelijk zou zijn

Mijn moeder trachtte zelfmoord te plegen met prikkeldraad, maar een kreeftenkok hield haar tegen.

 

Al heel haar leven wordt mijn moeder gered door kreeftenkoks

En trompettisten, zwarte en witte

Al heel mijn leven haalt mijn moeder de kastanjes uit het vuur

Mijn moeder is op haar mooist wanneer ze brood scheurt

Soms steelt ze orgels en verkeerspalen, niemand neemt het haar kwalijk.

 

Ik keer terug naar huis en trek mijn rouwkleren uit

Naakt vraag ik aan God waarom ik er niet in slaag om onafhankelijk te zijn

Maar God vindt dat ik net te onafhankelijk ben

Hij zegt: ‘Trek feestkleren aan en aanbid mij op luidruchtige wijze, ik heb je aanbidding nodig.

Vooral vandaag.’

 

© Delphine Lecompte  2018

 

Delphine Lecompte. Wees tevreden op het strand

Monday, July 30th, 2018

Wees tevreden op het strand, smeed geen vriendschap in de zee

 

Je haat de mensen aan wie je hulp hebt moeten vragen

Ze zijn dood maar ze blijven je kwellen

Je vraagt: ‘Heeft het werkwoord sjouwen een Arabische oorsprong?’

Ik weet het niet, op mijn strandhanddoek staan radeloze goudzoekers

En redeloze zeppelinbouwers, op jouw strandhanddoek zweven taarten in het ijle.

 

Je bent ongelukkig omdat je gisteren de liefde van je leven hebt laten ontkomen

Ze zat tegenover je op de trein, ze at een frangipanekoekje heel beheerst

Ze las een boek over kwantumfysica, ze onderstreepte net genoeg

Ze gaf geld aan een bedelaar, ze gaf veel te veel en vergat meteen hoeveel

Je denkt dat je lijdt maar je weet nog niet wat afzien is, verwende blaaskaak.

 

Ik zwem om me minder bitter te voelen

In het water leer ik een fatalistische horlogemaker kennen

Als je horloges herstelt word je vanzelf fatalistisch, denk ik

Ik vraag aan de horlogemaker of hij me wil meenemen naar zijn hol

Ik laat je moeiteloos achter omdat ik koud en leeg ben.

 

Het hol van de fatalistische horlogemaker is een groot huis met acht kamers:

In de eerste kamer staat een bed met daarin een bedlegerige markiezin en haar kameleon,

In de tweede kamer staat een ballenbad met daarin een dwergvrouwtje en haar stola,

In de derde kamer ligt een kwijlende profetes op een spijkerbed,

In de vierde kamer ligt een dode telescoopvis op een roodfluwelen kussen,

 

In de vijfde kamer hangt een portret van een paus die je bijna geen pijn wil doen,

In de zesde kamer hangt een foto van een ijsvogel die je niet kan vereren,

In de zevende kamer eet een bipolaire visser rijstpap met zijn handen,

In de achtste kamer geeft de fatalistische horlogemaker me een uppercut,

Het is te laat om je naar waarde te schatten, fantastische kruisboogschutter.

 

© Delphine Lecompte 2018

Recensie: ‘Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten!’ van Delphine Lecompte

Thursday, November 26th, 2015

9200000046552182

Een gevaarlijke, sexy stem

Lecompte zet het rariteitenkabinet baldadig naar haar hand

JANITA MONNA

Ja, waarom niet, dat uitroepteken? Een nieuwe bundel van de Vlaamse Delphine Lecompte is, zou je kunnen zeggen, zoveel als een gebeurtenis. ‘Gedichten!’ Dus.

Lecompte’s werk mag dan niet per se voldoen aan het beeld dat veel mensen van poëzie hebben, haar fantastische gedichten zijn in korte tijd niet meer weg te denken uit de Nederlandstalige poëzie. Sinds ze in 2010 de C. Buddingh’-prijs ontving voor haar debuut ‘De dieren in mij’, verscheen er vrijwel jaarlijks een nieuwe bundel. En nu ligt daar ‘Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten!’.

En opnieuw is daar die hoofdpersoon die zich staande houdt in een waanzinnige en wrede wereld, die worstelt met familieverhoudingen en andere relaties, en die een eigen, nóg absurdere wereld creëert om aan de echte te ontsnappen.

Het is de vrouw die lezers van Delphine Lecompte kennen uit vorige bundels, met een morbide verhouding tot seks en nog immer vergezeld van haar muze, ‘de oude kruisboogschutter’.

Wat deze vrouw zoal overkomt, in wat voor situaties ze verzeild raakt, wat voor zonderlinge figuren ze ontmoet, is nauwelijks na te vertellen.

Ik was eens verliefd op een kind, het was wederzijds / Een dag lang liep het niet gesmeerd, de dag was een woensdag / We gingen eerst naar het strand, op het strand had de ezeldrijver in de gaten / Dat ik een gewiekste pedofiel was, hij wees naar mij en beschuldigde mij / Vier sponzenverkopers trachtten mij dood te knuppelen met spanen.

Dit is Lecompte, korte afgemeten zinnen, met na iedere regel een scherpe bocht die een volkomen onverwachte, bizarre slinger aan het verhaal geeft. Wat niet wil zeggen dat al die regels zonder samenhang zijn, integendeel.

Terugkerende personages als de ezeldrijver, de incestueuze imker, de bedeesde zeepzieder, de touwslager geven een vreemd soort houvast in Lecompte’s meedogenloze en humorvolle wereld.

Er moet afgerekend worden met een jeugd die getekend is door vreemde en wrede seksuele ervaringen, met een moeder die haar kind ‘un monstre sacré’ noemt. Onzekerheid en gevoelens van minderwaardigheid worden te lijf gegaan met seks, bijvoorbeeld met een speculaasfabrikant tussen lakens die ruiken naar ‘ontstoken geitenoren’ (kom er eens op!). Flink gepijpt wordt er ook.

Het is ook vermoeiend, al die grilligheid: ‘Dichter, bokser, koningsdochter’ is geen bundel om in een keer uit te lezen.

Maar de baldadige stem die de boel in dit rariteitenkabinet naar haar hand zet, die fantasieën creëert in taal en die even makkelijk weerspreekt, die poëzie vergelijkt met een kermis (‘sexy en gevaarlijk’), zich nergens laat leiden door een gevoel van ‘zo hoort het’, die maakt deze bundel tot een onvoorspelbaar avontuur.

Delphine Lecompte: Dichter, bokser, koningsdochter. Gedichten! De Bezige Bij; 112 blz. € 19,50

© Janita Monna / 2015

Delphine Lecompte. Rond een kuststad.

Tuesday, May 7th, 2013

 Rond in een kuststad

 

Ik loop rond in een verrukkelijke kuststad met een kloppende kinderwens.

Om de wens te onderdrukken ga ik een hengelsportwinkel binnen. Ik koop niets, maar ik toon mijn borsten aan de uitbater met de hazenlip.

Hij zegt: ‘Het aas voor de karpers is in afslag.’

Ik verlaat de winkel, en kom vijf minuten later mijn ex-dermatoloog tegen. ‘Heb je aas voor karpers nodig?’ vraag ik hem.

Hij negeert mij ostentatief. Aan zijn linkerhand hangt een jongetje met een wijnvlek in de vorm van een egel op zijn voorhoofd. De stekels van de egel zijn opgericht, omdat hij bedreigd wordt door een bende lijmsnuivende poppenkasttroubadours.

Ik besluit het jongetje te ontvoeren. Maar hoe zal ik dat aan boord leggen?!

Terwijl ik op de drempel van een gesloten wekkerwinkel nadenk over de ontvoering, komt mijn ex-dermatoloog opnieuw voorbij! Maar deze keer hangt het jongetje aan zijn rechterhand. En de egel met de opgerichte stekels is verdwenen!?!!

Dan wrijf ik mijn ogen uit en bijna alles wordt duidelijk: het is een ander jongetje. De wijnvlek van dit jongetje spreekt niet tot mijn verbeelding.

Ik laat het duo vreedzaam passeren. Mijn ex-dermatoloog draait zich evenwel om, en vraagt: ‘Hoe gaat het met het craquelé-eczeem van je muze?’

‘Dat gaat je niet aan, charlatan!’ antwoord ik snibbig. De huiddokter haalt zijn schouders op. Het jongetje met de teleurstellende wijnvlek imiteert hem.

De wekkerwinkel gaat open. Ik koop vijf blauwe wekkers voor vijf bipolaire touwslagers die niet bestaan. De vrouw van de horlogemaker vraagt of ik wel weet dat mijn neus bloedt?!

Ze geeft mij een onthutsend propere zakdoek met de initialen van haar onthoofde vader, toevallig ook mijn initialen. Dankzij mijn bloed wordt de onthutsende properheid van de zakdoek opgeheven. En ook de gedeelde initialen worden onleesbaar.

Mijn neus blijft bloeden. Een moeizieke klant belt een ambulance op. Ik gooi de zakdoek naar zijn trotse kruis, en loop hollend de winkel uit.

Buiten wordt mijn hollen na vijf minuten slenteren. Ik slenter langs de dijk. Ik krijg zomaar een ijsje van een stokoude vrouw: aardbei en pistache. Wanneer ik het ijsje aanneem verandert de oude vrouw in een profetische teckel. Gelukkig voorspelt hij niets.

Mijn neus bloedt niet meer, en ik heb zopas een profetische teckel geadopteerd, maar mijn kinderwens is nog nooit zo kloppend geweest.

 

© Delphine Lecompte, 2013.

 

Delphine Lecompte. Bijna alle vaders trekken bloed

Monday, January 7th, 2013

Bijna alle vaders trekken bloed

 

Bijna alle vissers die ik niet ken wisten

Dat ik vandaag jou zou verraden

Nu het verraad achter de rug is lik ik

Aan de bovenste bol van mijn hoorntje.

 

Na het ijs het gokken

In de goktempel zit ik naast een ex-stierenvechter

Hij zegt: ‘Ik heb een lelijke zoon

Die mij om de haverklap in verlegenheid brengt.’

Ik vraag: ‘Is hij hier ook?’

‘Natuurlijk niet, hij is bedlegerig!’

 

Het ijs is gebroken

De ex-stierenvechter liegt honderduit

Over zijn meubilair

Het aantal klopt

Maar de tafels zijn jonger

En de stoelen hebben verschoten schoten.

 

We besluiten gelijktijdig de goktempel te verlaten

De met horloges gevulde zakken van de ex-stierenvechter

Trekken zijn broek naar beneden

Zodat ik zijn bovenste rij schaamhaar zie

Is de bovenste rij de eerste? Vraag ik niet.

 

In het hoekhuis van de ex-stierenvechter tel ik

Hardop de tafels

Maar ik sla drie en veertien over

‘Waarom sla je drie en veertien over?’

Vraagt de ex-stierenvechter niet.

 

Op de vijftiende tafel bedrijven we

De liefde op een vastgenagelde landkaart

Ik ben er nooit geweest

Mijn vader daarentegen heeft er tien jaar

Bloedpuncties uitgevoerd op ranzige mandenmakers.

 

Bijna alle vaders die ik ken vermoedden

Dat ik vandaag mijzelf zou verloochenen

Nu de verloochening op mijn buik een korst wordt smacht ik

Naar mijn eigen hoekhuis

Onder mijn enige tafel ligt een potlood

Op dit gedicht te wachten.

 

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. Het is gemakkelijk

Saturday, December 29th, 2012

Het is gemakkelijk

 

Het is moeilijk om mij te concentreren

De oude kruisboogschutter vertelt een verhaal

Het begon in een caravan van een messenwerper

Die zijn toenmalige schoonvader was

Maar ondertussen zit hij op het lege kippenhok

Van zijn geëlektrocuteerde zus.

 

Het kippenhok is leeg omdat de kippen zijn verkocht

Toevallig genoeg aan de loodgieter van mijn grootmoeder

Bij mijn grootmoeder mogen de kippen

Twee dagen nerveus en/of heilig rondscharrelen

Daarna worden ze geslacht

En ik gedoopt.

 

Wanneer ik word gedoopt

Is het te laat

Terug thuis zijn de kippen morsdood

Ik kan veertien woorden spellen

Ze beginnen allemaal met een ‘s’

Het zijn amfibieën in het Frans.

 

Tijdens het doopfeest stikt

De grootste melkboer in mijn kleinste amulet

Eigenlijk inhaleert hij een splinter

Van mijn houten slang

Die daar en dan eindelijk geluk brengt

Want de melkboer is een vijand van mijn sponsachtige onschuld.

 

Het is gemakkelijk om terug te keren

De oude kruisboogschutter eindigt zijn fabel

Op de woonwagen van een koorddanser

Die nooit zijn rivaal was

Maar ondertussen ben ik naakt

En de vermoorde melkboer danst nog steeds

In onze bunker met mijn huisdierdas op zijn kop.

 

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. Zonder bijgeloof de supermarkt trotseren

Sunday, December 23rd, 2012

Zonder bijgeloof de supermarkt trotseren

 

Ik trotseer met een buidel de supermarkt

In mijn buidel zitten duiten

Die ongeldig zijn in Sheffield

Daar woont een toverachtige yuppie

Toen ik verliefd op hem was had hij

Vier ledematen en twee dochters.

 

Ondertussen is alles gehalveerd

Deeltijds werkt de toverachtige yuppie

Zonder benen aan de erfenis

Van zijn jongste dochter

Ik denk vaak aan zijn huidskleur

En aan de witte douchecel waarin we

Elkaar hebben bezoedeld met schaamte.

 

Zijn schaamte

Mijn verlegenheid

Ook nu bloos ik

Wanneer ik een blik

Doperwten laat vallen

Op de matte schoentop

Van een blanke spreadsheetverslaafde

Die nooit magisch kan zijn.

 

Eigenlijk is dit een liefdesgedicht

Ik heb het niet gewenst

Ik kon het onmogelijk voorspellen

In mijn buidel zitten centen

Die voldoende zijn om erwten

En een telescoop te kopen.

 

’s Avonds deel ik sterren en planeten

Met mijn muze de oude kruisboogschutter

De erwten zwelg ik stiekem achteraf

In de badkamer van mijn muze lijkt alles verdubbeld

Alsof de grote beer mij dronken heeft gevoerd

Maar als ik mijn linkeroog afdek ben ik weer arm.

 

© Delphine Lecompte. 2012

Delphine Lecompte. God heeft nog maar twee keer tegen mij gesproken

Friday, December 21st, 2012

God heeft nog maar twee keer tegen mij gesproken

 

De eerste keer toen God mij toesprak was het onverwacht

Ik was zes en ongeletterd

Onder de keukentafel stond ik op het punt

De grote teen van mijn rechtervoet af te knippen

Met een schaapscheerderschaar.

 

De tweede keer was een antwoord op mijn vraag

Ik was twintig en had God gevraagd waarom

Hij mij niet wilde genezen van mijn kleptomanie

God zei: ‘Ik vind het amusant en verwaarloosbaar.

Zolang je slechts blikken linzen van je dorre tantes

En bronzen stieren steelt van protserige parvenu’s

Sta ik erboven en kijk ik er naar…’

 

Sindsdien is het stil gebleven

Ik speel met scharen en steel

Ik steel en vermink mijn armen met tafelranden

Hoe zwijgzamer God wordt hoe vaker ik vragen stel

Mijn vragen zijn altijd nieuwsgierig en hees.

 

Voorbeelden van vragen die ik onlangs nog

Gesteld heb aan God:

Hoe gaat het met jou vannacht?

Heb je een lievelingskleur?

Ben je een hermafrodiet?

Vind je kikkerdril vies?

Waar wonen de meest vrome mensen ter wereld?

Heb je ook iets in de pap te brokken op andere planeten??

 

Het zwijgen van God ontmoedigt me soms

Zoals vandaag (vrijdag visdag)

Dan pak ik mijn trommel

En ga tekeer met mijn klauwtjes

Terwijl Charley Patton onze blues zingt.

  

© Delphine Lecompte. 2012