Posts Tagged ‘Elliott Smith’

Edwin Fagel. Mooi (2)

Monday, September 19th, 2011

Elliott Smith - From a basement on the hill (2004)

‘I can’t prepare for death any more than I already have’, zingt singer-songwriter Elliott Smith (1969-2003) in ‘King’s Crossing’. Toen het nummer op cd verscheen was Smith al bijna een jaar dood.

De drie jaar voor zijn dood had hij aan From a basement on the hill gewerkt. Het was een ambitieus project: het moest een dubbel-cd worden met zowel liedjes als geluidsexperimenten. Door zijn zelfmoord op 21 oktober 2003 heeft hij het album niet kunnen voltooien. Zijn nabestaanden hebben ervoor gekozen de plaat niet af te laten maken door David McConnell, de producer waar Smith op dat moment mee werkte, maar door Rob Schnapf, de producer van Smiths succesvolle twee voorgaande platen: XO (1998) en Figure 8 (2000). Het is natuurlijk de vraag in hoeverre het eindresultaat lijkt op wat Smith zelf voor ogen stond, maar ik denk dat hij zich niet zou schamen voor de plaat die uiteindelijk is uitgebracht.

Het is onmogelijk naar de cd te luisteren zonder verwijzingen te horen naar Smiths noodlottige einde. Alleen al daarom is het een aangrijpende plaat, de liedjes lijken soms wel berichten uit het hiernamaals. Meer dan op het summiere briefje dat hij vlak voor zijn dood schreef, neemt Smith op From a basement on the hill afscheid. De plaat laat ook zijn worsteling horen.

In hetzelfde ‘King’s Crossing’ zingt hij bijvoorbeeld: ‘Give me one good reason not to do it’, waarna op het achtergrond een vrouwenstem zegt: ‘Because I love you so much’. Er zijn meer plaatsen aan te wijzen waar hij duidelijk verwijst zijn naderend einde. ’This is not my life,’ zingt hij in ’A fond farewell’. ’It’s a fond farewell to a friend’. De opgewekte melodie en de milde tekst klinken berustend. Maar in andere liedjes klinkt hij vooral wanhopig. ‘King’s Crossing’ eindigt bijvoorbeeld met de herhaalde oproep: ‘Don’t let me get carried away’, besluitend met: ‘Don’t let me be carried away’.

De geluidsexperimenten zijn (vanwege contractuele beslommeringen) uiteindelijk niet uitgebracht, maar ze werken wel door in de liedjes. Het geluid van de plaat sluit daardoor goed aan bij de veelal nachtmerrieachtige teksten. Het openingsnummer ‘Coast to coast’, bijvoorbeeld, staat onder hoogspanning vanwege de vervormde gitaren, de gruizige bas, het zware drumgeluid, de lijzige zang. En natuurlijk de spreekstem van dichter Nelson Gary, die het hele nummer door enkele gedichten voordraagt over het onvermogen van de mens zichzelf te genezen. Het overspannen gitaargeluid geeft ook het aangrijpende ‘Don’t go down’ een naargeestige lading:

She had a dream, woke up in shock

She had seen her own body outlined in chalk

I split the scene, the globe had been spun

And her ghost leaned down to kiss me with a message from the sun

Don’t go down, don’t go down

Stay with me, baby stay

Merkwaardig genoeg is From a basement on the hill geen ronduit depressieve cd. Dat komt enerzijds door de krachtige melodieën, die eerder melancholisch dan depressief zijn. Anderzijds ook door het duidelijke spelplezier: de (hoewel wat wrange) humor in de zang en de teksten, het verbeten gitaarspel, de manier van opnemen, de geluidsexperimenten. En gelukkig staan er ook mooie liedjes zonder dit soort verwijzingen op, zoals bijvoorbeeld ‘Twilight’, een mooie, schrijnende dialoog tussen een man en een vrouw.

De omstandigheden waaronder Elliott Smith stierf zijn nooit echt helder geworden. Hij zou zichzelf in de borst hebben gestoken na een ruzie met zijn vriendin. Sectie wees uit dat hij op dat moment niet onder invloed was. Dit, en het gegeven dat hij zijn eigen naam verkeerd spelde op het summiere afscheidsbriefje, voedde de geruchten dat hij zou zijn vermoord. Maar de spanning die uit het hele oeuvre van Smith spreekt, en die op From a basement on the hill het meest pregnant tot uiting wordt gebracht, is ondubbelzinnig. Als luisteraar is die al moeilijk vol te houden. Hij lijkt me voor de maker ondraaglijk.

(Edwin Fagel)

Elliott Smith - From a basement on the hill

Elliott Smith - From a basement on the hill

Edwin Fagel. Brief over eigenzinnigheid

Monday, August 9th, 2010

Ha O.,

Uit ons telefoongesprek zojuist maak ik op dat ik in mijn vorige brief niet overal even helder ben geweest. In deze brief dus een toelichting.

Elliott Smith

Elliott Smith

Op Youtube staat een filmpje waarin singer/songwriter Elliott Smith zijn houding ten opzichte van het schrijven (van liedjes) uiteenzet. Hij zegt in dat filmpje twee interessante dingen. Het eerste is de opmerking dat hij niet zozeer is geïnteresseerd in melodieën, maar veel meer in vormen. Hij bedoelt daar (denk ik) opeenvolgende akkoorden mee, en uit het filmpje blijkt ook dat hij lang niet alle akkoorden en grepen bij naam kent. Met andere woorden: hij zoekt bij het schrijven van liedjes eenvoudigweg naar de klanken en de bewegingen van klanken die hem bevallen - en kennelijk visualiseert hij die in vormen, beelden. Dat vind ik interessant omdat veel beeldende kunstenaars, Kandinsky bijvoorbeeld, het tegenovergestelde proberen: zij proberen muziek weer te geven in hun beelden.

 

De tweede interessante opmerking sluit hierop aan. Dit soort kunstenaars waagt zich op onbekend terrein. Onbekend voor henzelf, in ieder geval. Daar heb je lef voor nodig. En een zekere eigenwijsheid. Elliott Smith zegt in het filmpje dat je bij het schrijven niet teveel moet letten op wat anderen ervan vinden. “You like it, don’t you? So there must be something good about it,” citeer ik hem uit het hoofd. Ik denk dat grote kunst alleen kan ontstaan als de kunstenaar uitgaat van zijn eigen smaak, zijn eigen ideeën – en die alleen. Er zullen in zijn tijd vast veel mensen zijn geweest die vonden dat Satie rare zweefmuziek maakte. Denk je eens in wat er zou zijn gebeurd als hij zich die kritiek had aangetrokken. Niets! Hij had misschien gangbare muziek geschreven, in overeenstemming met de mode van zijn tijd. En we zouden het nu niet meer over Satie hebben.

Je haalde op je kaartje Herman Gorter aan, dat vind ik ook een sterk voorbeeld. Bij het schrijven van Verzen, schreef hij eens aan een vriend, wachtte hij met schrijven tot hij de gedichten hoorde klinken. Pas dan begon hij te schrijven. En als hij ophield, was dat omdat hij ‘óp’ was. Het resultaat is een van de meest eigenzinnige en gewaagde bundels die ooit in het Nederlands zijn geschreven. Hij heeft het er in de tijd dat de bundel verscheen (1890) niet gemakkelijk mee gehad. De kritieken waren honend, en zijn leerlingen (hij was toen leraar) pestten hem bijvoorbeeld met de opmerking dat ze hun ‘pennige pen-pen’ op de grond hadden laten vallen. Maar hij bleef radicaal vertrouwen op zijn eigen smaken en voorkeuren, zijn eigen instinct, en precies dat maakt hem naar mijn mening tot een van de grootste dichters die ons land heeft gehad.

Dat bedoelde ik in mijn vorige brief met de waarde van polemiek. Grote kunst is altijd polemisch, omdat het anders is. En het is groot omdat het dat anders-zijn heeft moeten veroveren op de omgeving, op de heersende smaak, en zodoende die heersende smaak heeft veranderd. Maar die eigen smaak en die eigen opvattingen, daar word je niet mee geboren. Die moet je ontwikkelen. En je ontwikkelt je smaak alleen als je met veel kunst kennis maakt, erover nadenkt – en erover discussieert. Het gaat er m.i. in een goede polemiek niet primair om de tegenstander te overtuigen. Het gaat om het kennis maken met, en wegen van, argumenten.

Het zal je misschien gek voorkomen, mij een lans te horen breken voor eigenzinnigheid en polemiek. Je kent me, en je weet dus dat ik van mezelf niet erg polemisch ben - integendeel. Dat zie ik eerlijk gezegd ook als mijn grootste handicap, en daarom moet ik bovenstaand, dat voor anderen misschien een open deur is, mezelf voortdurend voorhouden om überhaupt iets op te kunnen schrijven.

Smaken en voorkeuren zijn (als het goed is) voortdurend aan ontwikkeling onderhevig. Dat gebeurt onder invloed van andere smaken en voorkeuren. Er zijn naar mijn idee ook veel dichters die juist teveel op hun eigen instinct vertrouwen; die hebben misschien wel talent, maar ze vergeten dat talent te ontwikkelen. Je moet volgens mij, als je ooit ‘grote’ poëzie wil schrijven, óók voortdurend je eigen smaken en voorkeuren ter discussie stellen. De vraag is dus eigenlijk: hoe kun je tegelijk onder alle omstandigheden op je eigen smaken en voorkeuren vertrouwen, als je ze ook voortdurend ter discussie stelt? Mijn voorlopige antwoord is: er moet een focus zijn. Voor Gorter was dat uiteindelijk het communisme, voor Elliott Smith was dat, stel ik me voor, het plezier in het maken van de ‘vormen’.

Maar het blijft een zoektocht, schrijven – en een worsteling, kan ik je vertellen. De ene keer vind je wat je zelf hebt geschreven prachtig, de andere keer is dezelfde tekst troep. Je kunt eigenlijk helemaal niet op je eigen oordeel vertrouwen. En al helemaal niet op het oordeel van een ander. Want je weet nooit of hij, als hij zegt dat iets ‘mooi’ is, hetzelfde bedoelt als wat jij met dat woord bedoelt. En toch heeft Elliott Smith gelijk. Als iets mooi is, wéét je het. Du Perron schreef eens: “Maar tenslotte zijn onze gevoelens wel het meest onfeilbare in ons, ontegenzeggelijk; het minst bepaalbare, het veranderlijkste en, als het er op aan komt, het zekerste.”

Hartelijks,

(Edwin Fagel)