Posts Tagged ‘Etienne van Heerden’

Yves T’Sjoen. Breytenbach, Van Heerden en Universiteit Leiden.

Sunday, November 20th, 2016
220px-keizersgracht_141

Keizersgracht 141

 

Breytenbach, Van Heerden en Universiteit Leiden. Bijzondere activiteiten van Gents Centrum voor Afrikaans in Zuid-Afrikahuis

Yves T’Sjoen

Het is intussen genoegzaam bekend dat het Gentse Centrum voor het Afrikaans en de Studie van Zuid-Afrika (Universiteit Gent) tal van activiteiten initieert waarbij culturele en academische instituties in binnen- en buitenland betrokken worden. Recent zijn banden gesmeed met de Stigting vir Bemagtiging deur Afrikaans (SBA) en het Suid-Afrikaanse Sentrum voor Nederland en Vlaandere (SASNEV) in Pinelands (http://www.litnet.co.za/sasnev-en-gents-centrum-voor-afrikaans/). Een constructief gesprek in Het Pand (Gent) met de heer Jan Mutton, oud-ambassadeur van België in Zuid-Afrika, heeft het pad geëffend voor gedegen samenwerking en overleg. Zo zal het Gentse onderzoekscentrum actief participeren in een internationaal symposium dat volgend jaar ter gelegenheid van Eugène Marais’ tachtigste overlijdensjaar bij SASNEV is gepland. Recent presenteerde mevrouw Marlène le Roux namens SBA de plenaire en zeer gesmaakte openingslezing tijdens het derde congres voor het Afrikaans aan de Universiteit Gent (http://www.litnet.co.za/derde-gentse-colloquium-het-afrikaans/).

Breyten Breytenbach aan de Keizersgracht 141

In de Lage Landen kan de coöperatie met de Vlaams-Zuid-Afrikaanse Cultuurstichting (Brussel) en het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam worden genoteerd. VZAC heeft onlangs voorgesteld de zomercursus voor Zuid-Afrikaanse studenten voortaan in Gent te organiseren en die ook te willen financieren. Naast de Zomercursus Nederlandse taal en cultuur, georganiseerd door het Universitair Centrum voor Talenonderwijs (Gent) en de Taalunie, komt nu ook de zomerschool voor Zuid-Afrikanen naar de Universiteit Gent. Ook de Week van de Afrikaanse roman, op instigatie van Ingrid Glorie en een werkgroep, krijgt in 2017 een volwaardig Gents luik naast de lezingen en de voorstellingen in Amsterdam.

Het Gentse universitaire centrum voor Afrikaans is volgende dinsdag 22 november met maar liefst vijftig Vlaamse studenten te gast in het pand aan de Keizersgracht 141C. Bij monde van de directeur Guido van den Berg en de medewerkers Isabelle Vermeij en Corine de Maijer is enthousiast gereageerd op het voorstel een werkbezoek te brengen aan het gerenoveerde huis. De onderzoeksgroep van de UGent contacteerde voor deze gelegenheid doctor honoris causa van mijn alma mater, de meester Breyten Breytenbach. Het is een bijzonder voorrecht en een hele eer Breyten Breytenbach volgende week in het Zuid-Afrikahuis te kunnen verwelkomen. Ten behoeve van studenten en docenten zal hij in gesprek gaan met de oud-directeur van uitgeverij Meulenhoff en vertaler Laurens van Krevelen. Uit Die singende hand stelt Van Krevelen een bloemlezing samen die voor een Nederlandstalige lezerspubliek is bestemd. Het is alvast uitkijken naar de vertaling in het fonds van Podium. Het belooft een bijzondere gebeurtenis te worden, zonder overdrijven een landmark in de publiekswerking van het Gentse Centrum en wellicht ook van het Zuid-Afrikahuis. Een volgende keer nodigen we Adriaan van Dis uit die nu verhinderd is. Er worden tijdens de visite topstukken uit de imposante boekencollectie geëxposeerd en Gentse studenten krijgen toelichting bij de historiek en de werking van het huis. Dat het evenement niet onopgemerkt voorbij gaat, mag blijken uit de genereuze steun die door de heer Axel Buyse, Vertegenwoordiger van de Vlaamse Regering in Nederland, is toegezegd. Onze studenten en collega’s worden met spijs en drank verwelkomd en zullen zich het bezoek en de gesprekken met Breyten Breytenbach en Laurens van Krevelen blijven heugen. Met vereende krachten worden jonge mensen die kiezen voor het opleidingsonderdeel Afrikaans: taal- en letterkunde in hun opleiding in Gent enthousiast gemaakt voor een taal en voor de rijke literaire productie die in het Afrikaans tot stand komt. Het recordaantal belangstellenden voor Afrikaans dit academiejaar is wellicht het gevolg van de inspanningen die het Gentse Centrum zich getroost.

Interuniversitaire samenwerking Leiden-Gent

Deze week bereikte mij het verblijdende nieuws dat de universiteiten Leiden en Gent op het gebied van de Afrikaanse taal- en letterkunde voortaan zullen samenwerken. De volgende dagen worden nog enkele meer detaillistische punten doorgepraat. Beide opleidingscommissies, van de Universiteit Leiden en de Universiteit Gent, spraken het voornemen uit aan studenten- en docentenuitwisseling te doen. Sinds het emeritaat van Zuid-Afrikakenner en mijn aimabele collega dr. Eep Francken worden in Leiden Zuid-Afrikaanse academici uitgenodigd om een blokcursus en gastlezingen aan te bieden. In het voorjaar van 2017 is Etienne van Heerden te gast, zo liet prof. Yra van Dijk weten, en later is het de beurt aan een belangrijk dichter writer in residence. Het is vanzelfsprekend aan de Leidse collega’s die naam te gelegener tijd publiek te maken. De samenwerking tussen Leiden en Gent bestaat erin de gastdocent ook voor een lezing uit te nodigen naar Gent. Bij speciale gelegenheden reizen de Leidse studenten naar de Universiteit Gent, bijvoorbeeld ter gelegenheid van de vierde Mandela Lecture die in het najaar van 2017 door Tom Lanoye en Antjie Krog (onder voorbehoud) wordt verzorgd. En omgekeerd worden Gentse studenten in Leiden verwelkomd voor activiteiten die de collega’s daar op het getouw zetten. Over PhD-onderzoek en andere academische onderzoeksactiviteiten wordt eerstdaags gepraat. Hoe dan ook zal op die manier een cruciale as tot stand komen in de Lage Landen die gericht is op onderwijs over en onderzoek naar het Afrikaans en de Afrikaanstalige literatuur in Nederland en België.

Nu dat interuniversitaire overleg het beoogde resultaat oplevert, heeft de afdeling Internationalisering via de opleidingscommissie Taal- en letterkunde laten weten financiële middelen ter beschikking te stellen voor Zuid-Afrikaanse studenten en docenten die in Gent colleges willen bijwonen en/of onderzoek doen. Het Gentse Centrum zal dankbaar gebruikmaken van die opportuniteit door kandidaten aan te bevelen, bij de bevoegde facultaire/universitaire instanties te pleiten en zelf de nodige faciliteiten te voorzien.

Etienne van Heerden in Leiden en Gent

Etienne van Heerden

Etienne van Heerden

Op een moment dat Afrikaans op universitaire campussen in Zuid-Afrika in de verdrukking staat en zich almaar moet legitimeren, trachten wij in alle bescheidenheid en met de middelen die ons ter beschikking staan een hart onder de riem, of dus in het Afrikaans een riem onder het hart te steken. Alle engagementen kunnen bijdragen tot een vruchtbare transnationale en intercontinentale dialoog met Afrikaans als gedeelde passie. Binnenkort spreek ik tijdens het colloquium van het Gents Afrika Platform over het Gentse Centrum en in het bijzonder de samenwerking met de Universiteit Stellenbosch en andere partners in het Zuid-Afrikaanse academische landschap. Op die manier wordt ook de universitaire goegemeente hier te lande en elders in Afrika geïnformeerd. Het GAP is een ondernemende onderzoeksgroep met tal van partners op het Afrikaanse continent. Het Centrum voor het Afrikaans kan in het licht van méér productieve vormen van samenwerking als een voorbeeld van good academic practice worden beschouwd. De Engelstalige tekst plaats ik begin december online via LitNet Neerlandinet. Ik ben zeker dat Etienne van Heerden via dat elektronische platform onze activiteiten op de voet volgt. We zullen hem dan ook graag, na het genereuze aanbod van de collega’s in Leiden en na tussenkomst van collega en Sartonmedaillist 2016 Steward van Wyk, als eminente gast ontvangen in Gent in het voorjaar van 2017.

 

(c) Yves T’Sjoen / November 2016

Etienne van Heerden: Bedankingswoord

Wednesday, October 14th, 2009

GELOOFSBRIEWE

Etienne van Heerden

By die ontvangs van die Universiteit van Johannesburg-prys vir Letterkunde, 8 Oktober 2009

 

 

Dames en here

 

Etienne van Heerden

Etienne van Heerden

Die titel van my bedankingswoord vanaand is “Geloofsbriewe”. Dit gaan oor ‘n jong vrou wat in 1908 in Tafelbaai op ‘n passasiersboot na Europa klim. ‘n Eeu gelede. Ter sprake is die vir ons steeds bekende spanning tussen metropool en kolonie, tussen Europa en Afrika. Sy kom vandaan; sy gaan terug. Terwyl die skip wegvaar, staan sy op dek. Dis ‘n besonderse beeld: die see en die berg, en die wit streep skuim agter die boot. Sodra Tafelberg agter die horison verdwyn, gooi sy die bekendstellingsbriewe wat haar familie en kennisse aan haar gegee het om die jare wat in Amsterdam vir haar voorlê, makliker te maak, in die see. Sy kyk hoe die opgeskeurde bladsye op die golwe wieg en dan verdwyn.

 

Voordat u dink dat die jong vrou van wie ek vertel, die hoofkarakter in 30 Nagte in Amsterdam is, moet ek haastig byvoeg: nee, dis ‘n ander tante – dit is nie tante Zan of Xan of Susan de Melcker van 30 Nagte nie, alhoewel die tante Zan van my roman natuurlik ook op ‘n reis na Amsterdam gegaan het om daar by die anti-apartheidsbeweging aan te sluit.

 

Nee, dit gaan om ‘n ander tante uit my familiegeskiedenis, naamlik dr Petronella van Heerden, wat as jong vrou teen massiewe teenstand in besluit om haar as mediese dokter te bekwaam. Haar ouers sien vir haar die rol van ‘n eggenoot en moeder, en teen hul geloof dat dit vir ‘n jong vrou onstigtelik sou wees om verder te studeer, protesteer sy met ‘n eet- en praatstaking. Hulle gee bes, en sy vertrek uiteindelik in 1908 per boot na Amsterdam om haar daar te gaan bekwaam as Suid-Afrika se eerste vroulike mediese dokter. Sy is weerbarstig, eiesinnig en eksentriek – natuurlik, anders hoort gedaantes van haar nie in my boeke nie. U sal haar herken as die voorganger van tante Zan in 30 Nagte in Amsterdam, naamlik die nimlike tant Geert uit my roman Kikoejoe.

 

 Vir ons doeleindes vanaand gaan dit om die geloofsdaad van tante Petronella van Heerden – en dit is naamlik dat sy die eerste persoon – man of vrou – word wat uiteindelik haar doktorsgraad in die medisyne in Afrikaans skrywe.

 

Tante Nan of dr Nellie van Heerden word eersdaags in Amsterdam met ‘n spesiale simposium vereer, ‘n geleentheid waarna die Nederlandse Maatschappij der Nederlandse Letterkunde akademici en skrywers genooi het om oor haar as skrywer en as dapper vrou en, kortom, as persoonlikheid referate te lewer. Sy was natuurlik benewens ginekoloog en vriendin van mense soos Olive Schreiner, Emily Hobhouse en Bertrand Russell, ook skrywer. Maar meer so: sy was sosiaal-betrokkene, vir die Boere in die Tweede Vryheidsoorlog, maar later, in 1936, uitgesproke teen die uitsluiting van Suid-Afrika se swart gemeenskap uit die stemreg.

 

Dit is ook algemene kennis dat tant Nan nie hoog opgegee het oor mans nie en nooit in die huwelik getree het nie. Ek onthou haar besoeke aan ons plaashuis goed: sy’t daar in ‘n flannelbroek met omdraaipype gesit met haar enkel op haar knie, nes my pa.

 

Sy het ook inderdaad – soos ek in my roman Kikoejoe verhaal – haar borste en haar vrouedele laat verwyder omdat kanker sy tol in haar voorgeslagte geëis het.

 

Sy het, ondanks die feit dat sy so tegendraads was, die Geslagsregister van die familie Van Heerden, 1701-1968 nagevors en geskrywe, ‘n vuisdikke boek wat, ironies vir ‘n feminis, die patriargale afkoms van die Van Heerdens karteer en in die jaar van my vader se dood, 1969, verskyn. Sy, wat so in opstand was teen die beperkings wat die mannewêreld aan haar opgelê het, vors versigtig, oor jare heen, die patriargale linies na. ‘n Geslagsregister, ‘n afkomsnarratief. Die stamboom op die spoor van mansbloed, hierdie stamboom wat soveel vastigheid gee – meestal natuurlik verbeel – aan aankomelinge in die nuwe wêreld, nes stambome in ander voormalige kolonies oor die hele aardbol heen. Ek onthou hoedat sy by ons aan huis gesit en notas neem het ter voorbereiding van haar werk aan hierdie geslagsregister.

 

Wat my vanaand egter meer interesseer, is twee dade: eerstens, die weggooi van die geloofsbriewe in die see, en tweedens, die ander geloofsdaad: om haar doktorsgraad in die ginekologie in Afrikaans te skrywe.

 

Ek word hier bekroon as Afrikaanse skrywer, vir ‘n werk wat ten diepste gemoeid is met afkoms en rebellie, met verbondenheid en protes. Met, as u wil, afskeid en vertrek. Met die vernietiging van geloofsbriewe en die terugkeer, dekades later, na die askol. Dis ‘n werk waarin die Afrikaanse taal ‘n kompos word van mites en gewoontes en ou idiome en liedjies en dier- en plant- en plekname, en veral ‘n manier van kyk, ‘n geheue en ‘n leefwêreld – taal nie net as grondwetlik verskanste reg nie, en nie taal as sentimentele versoeningsruimte of taal as bloot instrument nie, maar taal as lyf; as kompos waarin die heengaan en die nuwe groei van dinge stinkerig, ontbindend, heerlik voedsaam, maaier.

 

Ek weet nie wat tant Nan van Heerden se presiese motivering was daarvoor om haar doktorsgraad in Afrikaans te verly nie. Ek vermoed dit was nie juis ‘n keuse nie; dit was ‘n noodwendigheid. Dit was, dink ek, verset teen wat van haar verwag is – om in die taal van die metropool te skrywe – en dit was ook ‘n aankoms in Afrikaans vir iemand wat eens die geloofsbriewe so dapper verskeur en oor die golwe verstrooi het.

 

Sy’t weggegaan en moes agterlaat, sy moes wegbreek om haarself te word, en toe keer sy terug na wat sy was.

 

So kompleks is dit mos. Ek weet ook dat die skryf van 30 Nagte in Amsterdam in Afrikaans geen keuse was nie. Dit was ‘n biologiese gebaar, die intrek en dan diep uitblaas van ‘n asem. So ‘n boek is deel van my lyf, is my lyf; is biologies ek.

 

Ons staan op ‘n universiteitskampus. Ek meen dat wanneer dit by die skryf van akademiese verhandelings of proefskrifte kom, daar minder biologiese drif teenwoordig is as wanneer die romanskrywer die pen opneem, en dat ‘n oorwoë besluit die besluit is wat geneem word wanneer die jong akademikus sy of haar tesis of proefskrif skrywe. En tog is dit die verhaal van tant Nan wat ek vanaand aan u wil bring. Ons kan terugkyk na hoe sy haar eiesinnige self was – ook as dit kom by hogere geleerdheid. Teen die beterwete van haar tyd in het sy haarself gewees en ‘n ruimte vir haar taal, en dus haarself en haar mense, oopgeskryf.

 

Dit is byna presies ‘n eeu ná tant Nan se dapper daad. Ek is nie bekommerd oor die kompostaal van my ander tante, 30 Nagte in Amsterdam se tante Zan, nie. Dis iets wat sal bly voortbestaan, en ons kan heerlik bespiegel oor hoe Afrikaans op straatvlak en op die internet en in die monde van Cape Flats-rappers gaan muteer en verander en nuwe energieë kry. Dit sal wel gebeur, en ons moet dit seën en waardering hê vir die verrotting van groei, vir die heengaan van nuwe energie en vir die paradoksale doodsreuk van geboorte.

 

Elke generasie skep sy eie kompos.

 

Maar dis nie genoeg vir ‘n taal om net straattaal te wees nie. Taal is ‘n viool, soos die ou vuisvoos karakter in my roman Asbesmiddag op ‘n keer dink, en ‘n viool kan nie net gebruik word om te “fiddle” nie. Die viool moet ook sy plek kan volstaan in die komplekse ruimte van die simfonie-orkes.

 

Ek is geen taalbul nie en had ‘n Engelse moeder – Afrikaans is dus nie my moederstaal nie, maar is wel my moedertaal – maar ek is bekommerd oor die hoër funksies van Afrikaans. Daardie student wat so heerlik sms en e-pos en tweet op Twitter is besig om by te dra om Afrikaans in nuwe ruimtes in te neem. Laat hy maar sy taal mix en snoei. Daardie Afrikaanse rockgroep wat laat waai, is besig om Afrikaans verder te neem. Die mense wat sê dat ons in plaas van net die woord dankie ook die woord tramakassie in die HAT moet opneem, is besig om Afrikaans verder te neem. Maar hierdie jongmense – en ons sien dit aan ons universiteite – se vermoë om akademies na te dink in Afrikaans, is besig om jaarliks te versleg. Hoofsaaklik omdat die teoretiese leeswerk in die vakgebiede waarin hulle hul bekwaam, hoofsaaklik in Engels is.

 

Ek het geen stryd teen akademiese leesstof in Engels nie. Dank vader dat ons Engels as toegangstaal tot die wêreld het. Dit maak ons rats. Dit maak ons koppe en ons harte en ons leefwêrelde oop.

 

Máár: ons as die oorgangsgenerasie wat Afrikaans uit die ou na ‘n ander Suid-Afrika moet neem, moet hier in die interregnum bewústelik daaraan werk om Afrikaans te behou en te vestig as taal van kennis – as taal waarin die paradokse van die postmodernisme, die tegnologie van die maatskappyereg, die towertaal van die wiskunde en die formules van die ingenieurswese uitgedruk word.

 

Ons kan die geloofsbriewe van die ou wêreld in die see gooi. ‘n Nuwe geslag máák so, en dis nodig. Ons kan die nuwe wêreld invaar en Jan van Riebeeck se Tafelberg sien wegsink agter die horison. Maar ek vra: bedink tant Nan se hardnekkige weerstand en haar aandrang daarop om van haar afskeid ook ‘n nuwe aankoms te maak. Laat die oue agter, maar moenie dat jy aankom by iets wat jou nie eien nie.

 

Wees skaamteloos wat jy is.

 

Ek doen ‘n beroep op akademici om Afrikaans as akademiese taal te vestig en te behou as voertuig vir akademiese navorsing. Laat ons moderne wetenskappers wees wat nie terugdeins van die wêreldwye Engelstalige akademiese gesprek nie, maar laat ons ook sorg dat ons Afrikaanssprekende studente materiaal in hul eie taal kan raadpleeg en hulself intelligent in hul beroepsidioom kan uitdruk. Ons moet aanvaar dat ons jongmense hul geloofsbriewe sal opskeur, want elke geslag wil die wêreld in sy eie terme aanvat. Maar ons kan ook verseker dat hulle sal tuiskom, uiteindelik, in iets wat hulle is.

 

Ons staan op die keerpunt: óf Afrikaans gaan behoue bly as taal van die kernfisika en die ekonomiese wetenskappe, die oogkunde en die antropologie, óf Afrikaans gaan oor ‘n jaar of twintig akademies gesproke met sy bek vol tande staan.

 

Ek dank u vir hierdie besondere toekenning van die Universiteit van Johannesburg. Dit is vir my ‘n groot eer.

 

I am greatly honoured by this award. My gratitude to you all.

 

 

Bron

Annemarié van Niekerk: A woman who made her mark in history but remained marginalised in the documents of history: Petronella van Heerden. Tydskrif vir Literatuurwetenskap, Desember 1998.