Posts Tagged ‘Frank Decerf’

Bert Bevers. Een geslaagde broze poging

Sunday, November 15th, 2015

Getuigenissen Frank Decerf

Een geslaagde broze poging

Oostendenaar Frank Decerf (° 1958) debuteerde als dichter in 1981 met Na de afwezigheid. Sindsdien verschenen bundels als Stof van spiegels slaan (1991), Kinderen van niemand (2001) en Maria Cordobés (2006). Decerf schreef ook de verhalenbundel Vrienden (1997) en de roman Het bezoek (2010). Met Getuigenissen / Témoignages / Testimonies is de auteur toe aan zijn negende poëziebundel.

Zoals de titel reeds doet vermoeden bevat de bundel de gedichten in zowel het Nederlands, Frans als Engels. Decerf schreef behalve de originelen zelf de Engelse versie daarvan. De Franse vertalingen zijn van de hand van Herbert Plovie. Opmerkelijk toepasselijk zijn de strakke illustraties in zwart-wit die Joe Moran bij ieder vers maakte.

In Getuigenissen / Témoignages / Testimonies spreekt Decerf voor zesentwintig slachtoffers van de concentratiekampen van de nazi’s. Het mag gegeven deze thematiek geen verbazing wekken dat de sfeer van deze poëzie luguber is. Zo besluit het openingsvers met en voor de rest trokken de dagen voorbij, / zwart als bloed in modder. De dichter evoceert dat sommige huizen in de kampen net mooie Lego-blokken waren, met rode schoorstenen hoog, scherp en majestueus als Vlaamse vaandels in een kleurrijke stoet. Maar de vele kamers hadden geen delicate Brugse kant, / geen Pools porselein, geen geurige lenteglans / of Beiers klokgetik. Wel was er vaak veel rook, vettig, zwart, traag / verstikkend vernietigingsvuur, kleverig / als karamel in blond meisjeshaar. De nachten waren er stiller dan de dag, vooral als er geen treinen reden / en de rails besneeuwd bleven…

Frank Decerf heeft zich op huiveringwekkende wijze ingeleefd: Het hier en nu was hel op aarde. Ook navrant: De wereld wist van niets of deed heel goed alsof.

Paul Absil, Gaston Baete, Constant Carena, Hendrik Daens, Henri Elsen, Léon Fabry,Albert Gabreau, Robert Hansen, Jozef Ickmans, Raymond Jacobs, Frans Keersmaekers, Fernand Ladrier, Jean Mabille, Hubert Navez, Theofil Orens, François Pardaens, Jules Quertimont, Hubert Ramaut, Louis Scherens, Hubert Thora, Guillaume Uten, Florimond Vaes, Maurice Wallon, Julien Xhrouet, Maurice Ysabie, François Zels. Zesentwintig slachtoffers, alfabetisch gerangschikt met achter hun naam hun kampnummer, die dankzij Frank Decerf ontrukt zijn aan de vergetelheid.

Eigenlijk zevenentwintig, want het boek is opgedragen aan Regine Beer (1920-2014), die in Auschwitz KZA5140 op haar arm kreeg getatoeëerd, overleefde en op latere leeftijd meer dan duizend keer op scholen is gaan spreken over haar ervaringen in het concentratiekamp. Opdat we niet vergeten.

Frank Decerf zette zich aan deze cyclus ‘omdat het het werk van de dichter is om onrecht aan te kaarten en het vergeten tegen te gaan’: “Stilaan verdwijnen de laatste getuigen van een waanzinnige tijd uit onze geschiedenis, maar als de mond sluit kan de dichter die verstilde stem overnemen. Een broze poging om wat waar was als waarheid te laten overleven.” Laat het in de woorden van deze geëngageerde dichter zelf een broze poging zijn, ze is in heel haar wrange verwoording wonderwel geslaagd.

Wel zou ik het stijlvol hebben gevonden als de gedichten ook een Duitse versie hadden gekregen. Duitsland heeft zich immers op bewonderenswaardige wijze weten te ontworstelen aan de schaduw van de oorlogsgruwelen, en herbergt onderhand lezers genoeg die zich durven te confronteren met dit soort poëtische aanklachten.

Getuigenissen / Témoignages / Testimonies, Frank Decerf, illustraties Joe Moran, Uitgeverij Partizaan, Gent, 2015, ISBN 9 789492 007308

© Bert Bevers / 2015

 

Frank Decerf. Boekenwoud

Tuesday, June 14th, 2011

A

 

De mensen werden met de dag grauwer

ook trager en luier. Ze bewogen als knokige spoken

die niet meer wilden spelen, niet meer wilden plagen.

Hun armen groeiden naar de schriele grond

want zwaaien en handgeklap waren hier overbodig.

De onmensen werden schimmen, schuchtere bange schimmels

waar enkel de bijtende luizen nog mee bevriend waren

en voor de rest trokken de dagen voorbij,

zwart als bloed in modder.

 

B

 

Sommige huizen waren net mooie Lego- blokken.

De rode schoorstenen hoog, scherp en majestueus

als Vlaamse vaandels in een kleurrijke stoet,

maar de ramen van de vele kamers hadden

geen bloembakken, geen delicate Brugse kant,

geen Pools porselein, geen geurige lenteglans

of Beiers klokgetik.

 

Vaak was er veel rook, vettig, zwart, traag

verstikkend vernietigingsvuur, kleverig als karamel

in zondags blond meisjeshaar.

In de straten zonder verkeer werd niet gespeeld,

nooit gelachen, amper gezongen, vaak geweend.

Op de gespannen prikkeldraad zaten nooit verloren vogels

want zij waren niet van hier, zij kenden de weg naar buiten.

Zij waren meer waard, mochten hun vleugels

wel uitslaan.

 

(c) Frank Decerf

 

Ik ben een Oostendse auteur en publiceerde reeds een tiental boeken, zowel poëzie, proza als een roman. Ik ben vicevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. Ik werd geboren uit een Vlaamse vader en een Ierse moeder op 23 april 1958. Naast schrijven maak ik ook poëzieobjecten. Ik ben literair medewerker van diverse tijdschriften en recenseer geregeld nieuwe publicaties. Mijn poëzie wordt gekenmerkt door een groot engagement en in bijna al mijn gedichten staat de mens centraal. Ik volg geen trends. Werk van mij werd vertaald in het Engels, Frans en Spaans. In 2010 werd mijn werk vereeuwigd in het Vogelzangpark te Oostende. Op een reeks banken werden mijn gedichten door steenkalligrafe Stéphanie Busard tot een kunstwerk gebeiteld.