Posts Tagged ‘Gedichtendag’

Stefaan Goossens. Stemvork 1

Saturday, February 19th, 2011

Mijn eerste blogbericht over poëzie-actualiteit in Vlaanderen en Nederland is gewijd aan een terugblik op wat voor vele poëzieliefhebbers in ons taalgebied als hoogtepunt van het jaar geldt, Gedichtendag.

Gedichtendag

Gedichtendag werd in ons taalgebied voor het eerst georganiseerd in 2000. Het was toen nog uitsluitend een Nederlands initiatief, gecoördineerd door Poetry International. Al snel stak het initiatief de landsgrens over naar Vlaanderen, waar de coördinatie achtereenvolgens door Behoud de Begeerte en Stichting Lezen gebeurde.

Traditioneel wordt Gedichtendag gehouden op de laatste donderdag van januari. Was het initiatief aanvankelijk aan de grote spelers in het literaire veld, vandaag wordt in bijna elk dorp en elke stad van Vlaanderen en Nederland wel een activiteit georganiseerd rond Gedichtendag. Soms met grote namen op de affiche, maar vaak gewoon met lokale deelnemers. Poëziebeleving staat centraal.

 

Traditiegetrouw wordt elk jaar aan een dichter gevraagd om een tiental gedichten te schrijven, die op Gedichtendag in een gelegenheidsbundel verschijnen. Dit jaar was het de beurt aan Remco Campert die zijn gedichten samenbracht onder de titel Een oud geluid. Gewoontegetrouw komt de Gedichtendagdichter zijn verzen voorstellen op een groot evenement op Gedichtendag. Jammer genoeg kwam de 81-jarige Campert een paar dagen voor Gedichtendag ten val en brak hij zijn schouder. Hier kan je Remco Campert zijn gedichten horen voorlezen. Wil je wat meer toelichting bij de bundel, dan kan je het interview herbeluisteren dat Heidi Lenaerts op Cobra.be van Campert afnam een paar dagen voor Gedichtendag. Vorige Gedichtendagbundels werden onder meer geschreven door Tjêbbe Hettinga, Mark Boog, Leonard Nolens en Antjie Krog.

De smaak van het geluid van het hart

Sinds 2008 verschijnt er naast een Gedichtendagbundel ook een Gedichtendagessay. Op uitnodiging van het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Poëziecentrum schrijft een dichter een persoonlijke Defence of poetry. Vorige essays werden geschreven door Paul Bogaert (2008), Luuk Gruwez (2009) en Charles Ducal (2010). Dit jaar was het de beurt aan Jan Lauwereyns, die vanuit zijn achtergrond als neuro-wetenschapper een erg particuliere kijk op het fenomeen poëzie biedt. De titel van zijn essay is De smaak van het geluid van het hart. Het Gedichtendagessay werd voorgesteld in het Poëziecentrum aan de vooravond van Gedichtendag. Fragmenten van de voorstelling kan je hier, hier en hier herbekijken. Op de website van Cobra.be kan je een recensie lezen van het essay en een gesprek met Jan Lauwereyns nabeluisteren.

 

In de week rond Gedichtendag worden telkens ook een aantal poëzieprijzen toegekend. De Herman de Coninckprijs bekroont de beste oorspronkelijk Nederlandstalige bundel van een Vlaamse dichter van het afgelopen jaar. Dit jaar werd die prijs gewonnen door Mark Tritsmans met zijn bundel Studie van de schaduw (Nieuw Amsterdam). De jury was onder de indruk van het werk van Marc Tritsmans omwille van de eenvoud en de toegankelijkheid. ‘Zo is deze poëzie voor de lezer “bruikbaar”: herkenbaar en toch verrassend, troostend maar niet tranerig.’ Tritsmans (1952) die sinds zijn debuut De wetten van de zwaartekracht in 1992 negen dichtbundels publiceerde, wint met deze bekroning € 6000. Met Vuurdoorn me won Annemarie Estor de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. De jury vond het ‘een speels en verrassend debuut, dat verwachtingen schept.’ Zij won hiermee € 1000. Haar gedichten verschenen onder andere in Poëziekrant en Deus ex Machina. Estor is Nederlandse maar woont sinds 2004 in Antwerpen, ‘uit onvrede met de Nederlandse cultuur, die aan fantasieloosheid ten onder gaat’. Omdat ook de stem van de poëzieliefhebber niet mag ontbreken in dit gebeuren, kon ook meegestemd worden voor een publieksprijs voor het ‘beste gedicht’ (telkens gekozen uit de genomineerde bundels). Ook die prijs werd gewonnen door Mark Tritsmans met het gedicht ‘Uitgesproken‘.

Armando

Op de vooravond van Gedichtendag werd in het Stadhuis van Utrecht de VSB Poëzieprijs voor de beste Nederlandstalige dichtbundel van het voorbije jaar uitgereikt aan Armando voor Gedichten 2009. Hij won hiermee een geldbedrag van € 25 000. De VSB Poëzieprijs is de hoogst gedoteerde prijs voor Nederlandstalige poëzie.

De jury - Wim Brands, Tom Sintobin, Johan Sonnenschein, Cin Windey en juryvoorzitter Maaike Meijer - heeft de winnaar geselecteerd uit 159 ingezonden bundels die verschenen tussen 1 januari 2009 en 1 september 2010. Zij nomineerden naast Armando: Paul Bogaert voorde Slalom soft (Uitgeverij Meulenhoff/Manteau), Eva Cox voor een twee drie ten dans (Uitgeverij De Bezige Bij), Kreek Daey Ouwens voor De achterkant (Uitgeverij Querido) en Henk van der Waal voor Zelf worden(Uitgeverij Querido).

De jury van de VSB Poëzieprijs was erg onder de indruk van Gedichten 2009 van Armando: ‘Met grote hardnekkigheid - alsof elk gedicht het laatste en meest definitieve zal zijn - herneemt hij steeds dezelfde thema’s: het landschap dat schuldig is, de dreiging, de aanval, de kilte. Een wereld waarin zwart de voornaamste kleur is, waarin oorlog en geweld altijd aanwezig zijn en waarin het verleden nooit voorbij is. Op zijn werk zijn woorden als troost of hoop niet van toepassing. Zijn werk is somber en indrukwekkend. Zijn beelden roepen afgronden op, waarin hij ons dwingt te kijken.’

Aan de vooravond van Gedichtendag werd ook de winnaar van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd bekend gemaakt. De Turing wedstrijd wordt georganiseerd door de Poëzieclub met steun van de Turing Foundation en staat open voor zowel professionele dichters als amateurdichters. Het initiatief voor de prijs kwam van Gerrit Komrij die zich liet inspireren door de National Poetry Competition in het Verenigd Koninkrijk. De winnaar ontvangt maar liefst € 10.000. Dit jaar was dichter Henk van Loenen de gelukkige winnaar. Onder het pseudoniem Juliën Holtrigter publiceerde hij al verschillende dichtbundels, waarvan Het feest van de schemer uit 2009 de voorlopig laatste was. De tweede prijs ging naar Peter Knipmeijer en Maarten van Doremalen won de derde prijs.

Tot hier een korte update rond Gedichtendag 2011. Ik probeer om de twee weken een nieuwe post aan te maken. Als iemand vragen heeft over het poëziegebeuren in Vlaanderen of Nederland, laat dit dan gerust weten via Comment of stuur me een mailtje.

Poëzie boven!

PS Onder de titel Stemvork verscheen in 2010 een verzameling essays, gedichten en vertalingen van Jan Lauwereyns en Arnoud van Adrichem bij uitgeverij Ijzer.

Jan Pollet. Poëzie, business as usual.

Sunday, February 28th, 2010
Sneeu-bol

Sneeu-bol

Gedichtendag, die jaarlijkse half-artificiële hoogmis van de poëzie,  ligt alweer een eindje achter ons.  “‘t Ligt niet in mijn aard om zuur te doen over initiatieven van goedwillende instanties, maar er is geen dag waarop ik me meer van de poëzie vervreemd voel dan Gedichtendag. ” begon RCHdG een stukje op zijn blog. Het deed me meteen denken aan de kersverse stadsdichter van Antwerpen die het ook al niet zo begrepen heeft op poëzieconsumptie. Poëzie en cultuurmarketing: het blijft een hybride combinatie voor de geschoolde poëzieliefhebber en/of beoefenaar. Geen medium staat immers zo haaks op de gevestigde systemen, de wetten van de economie en de gezonde communis opinio. Geen medium voelt zich zo thuis in marge.  Buelens, helder en scherp als altijd, vat het treffend samen:
‘Waar poëzie het in wezen moet hebben van stilte, traagheid en volgehouden aandacht is Gedichtendag een veelal luidruchtige, snelle en vluchtige bedoening. Volgens menige cultuurcriticus ademt het hele gebeuren de vervaarlijke lucht van de Cultuurindustrie. Iedereen die wel eens aan Adorno heeft geroken, weet wat dit betekent: te mijden, op risico er volledig door opgeslorpt en vermalen te worden.’ Geert Buelens

Maar laten we het kind niet met het badwater weggooien merkt één van onze beste poëzierecensenten op :
“Serieus, het heeft iedereen meer betaalde voordrachten gebracht, die Gedichtendag. Er is een poëzieclub gekomen die een blad uitgeeft, Awater, en dat de leden drie keer per jaar een bundel toestuurt. En dat betekent voor die bundel een afname van negenhonderd exemplaren en meestal meteen een tweede druk. Heel wat effectiever dan een prijs of een nominatie of vermelding op een jaarlijstje, zou je kunnen bedenken.” Lindner

Jan Fabre

Jan Fabre

‘Het levert iets op’, ‘het helpt de dichter overleven’ is een andere, misschien modernere visie op het poëziebedrijf.  Anders dan in de beeldende kunst is in de poëzie het ideaalbeeld van de dichter-bohémien levend gebleven. ‘Poëzie is een roeping, geen beroep’  luidt een Pessoaanse spreuk, een dichter die we toch niet van een gebrek aan modernisme kunnen verdenken. Het idee van de ‘zakenman-kunstenaar‘ dat in de beeldende kunst snel ingeburgerd geraakte, is in de poëzie nooit echt doorgebroken. De  dichter en de zolderkamer is een ingebakken combinatie die nog steeds gebeiteld zit in het collectief onderbewuste.

 

 

 

Wim Delvoye

Wim Delvoye

De huidige generatie is dit romantisch aureool aan het afschudden. Ze zien brood in optreden en maken dankbaar gebruik van het internet voor zelfpromotie. Het denkbeeld dat een dichter een zaakvoerder wordt à la Jan Fabre, Wim Delvoye, met een team van assistenten durf ik in een onbewaakt moment wel eens tot de mogelijkheden van een niet zo verre toekomst rekenen.
Kleine symptomen van een veranderende poëziementaliteit meende ik onlangs te ontwaren in het laatste gerestylde nummer van Poëziekrant dat intussen al 35 jaar bestaat. Hoofdredacteur Willy Tibergien:
Wij willen af van het etiket ‘literair tijdschrift’ dat bij te veel potentiële lezers en vooral bij jongeren te veel weerstand oproept. Wij willen van Poëziekrant een boeiend ‘maandblad voor poëzie’ maken. De stap is klein. De nuance groot. (…) Een nieuw lettertype en de frisse rustige full quadri lay-out moeten de leesbaarheid vergroten. Ook aan de inhoud is en zal nog gesleuteld worden.”

Poëziekrant

Poëziekrant

Ook dit instituut van de poëzie voelt blijkbaar de behoefte om een oude huid van zich af te schudden en een nieuwe weg op te gaan. Al is me nog niet helemaal duidelijk welke richting ze precies willen uitgaan.
In het kielzog van Gedichtendag schreef Charles Ducal het Gedichtendagessay dat deze trend van poëziemarketing helemaal in vraag stelt. Als we Ducal zelf mogen geloven dan is de dichter-manager nog niet voor morgen:
Poëzie is ongelofelijk belangrijk, maar ik heb ook voortdurend de twijfel dat het in wezen hopeloos romantisch is.

Die jonge generatie is intussen al gecanoniseerd in de nieuwe Jonge Komrij, De 21ste eeuw in 185 gedichten. De Standaard recensent Reynebeau merkt terloops op:
Hij (Komrij) beperkte zich tot werk dat in klassieke bundels is gepubliceerd bij min of meer reguliere uitgeverijen (en zo zijn er in Vlaanderen echt niet veel). Tijdschriften keek hij niet na en hij zocht al evenmin een weg in de nochtans weelderige digitale poëziejungle op het internet. Maar die keuze is verdedigbaar; al valt het niet meteen te bewijzen, de beste poëzie zoekt toch een eindbestemming in een gedrukte bundel.


Komrij

Komrij

Business als usual zou je denken. Ach gedichten, het blijft een eenzaam gesleutel, en dat gesleutel blijft het opwindendste van het hele poëziebedrijf. Om nog maar eens de verse Antwerpse stadsdichter te citeren:
“Een gedicht is als een muziekdoosje. Je moet er lang aan werken en er komt veel techniek bij kijken, maar uiteindelijk is het één harmonisch geheel. (Om deze metafoor nog beter te illustreren, tovert de dichter daadwerkelijk een muziekdoosje/sneeuwbol uit één van zijn vele zakken tevoorschijn) De tientallen vlokjes die je hier ziet, zijn allemaal gedichten. Ze zijn beweeglijk en worden voortdurend door elkaar geschud, maar toch vormen ze één geheel.” >> lees het interview op Dwars.

 

Geuze

Geuze

Tot slot Hubert van Herreweghen onze oudste Vlaamse dichter die deze maand negentig werd. 
“Hij vijlt en beitelt zijn strofen tot beheerste, vormvaste gedichten. ‘Poëzie is altijd een dans. Pas op voor stilstaande gedichten! Het zijn poelen waarin de rotting begint,’ verklaarde hij ooit. Van Herreweghen is een dichter die nog durft te rijmen, wat het ritme, de klankrijkdom en de dansbaarheid van zijn verzen alleen maar ten goede komt. Net zo goed durft hij te jongleren met bladschikking en typografie. De trefzekere vorm verschaft deze dichter een greep op de werkelijkheid die hem omvat,(…)” (Philip Hoorne)
Beluister ook dit mooie interview met de nestor van de Vlaamse poëzie, die een ode schreef aan het zure, maar zeer lekkere Brusselse streekbier: de Geuze.

De winnaar uit 15000 inzendingen [video] van de  Turing Nationale gedichtenwedstrijd.

 


Jan Pollet
http://jjpollet.wordpress.com/
http://www.decontrabas.com/