Posts Tagged ‘Geert Buelens’

Jan Pollet. Poëzie, business as usual.

Sunday, February 28th, 2010
Sneeu-bol

Sneeu-bol

Gedichtendag, die jaarlijkse half-artificiële hoogmis van de poëzie,  ligt alweer een eindje achter ons.  “‘t Ligt niet in mijn aard om zuur te doen over initiatieven van goedwillende instanties, maar er is geen dag waarop ik me meer van de poëzie vervreemd voel dan Gedichtendag. ” begon RCHdG een stukje op zijn blog. Het deed me meteen denken aan de kersverse stadsdichter van Antwerpen die het ook al niet zo begrepen heeft op poëzieconsumptie. Poëzie en cultuurmarketing: het blijft een hybride combinatie voor de geschoolde poëzieliefhebber en/of beoefenaar. Geen medium staat immers zo haaks op de gevestigde systemen, de wetten van de economie en de gezonde communis opinio. Geen medium voelt zich zo thuis in marge.  Buelens, helder en scherp als altijd, vat het treffend samen:
‘Waar poëzie het in wezen moet hebben van stilte, traagheid en volgehouden aandacht is Gedichtendag een veelal luidruchtige, snelle en vluchtige bedoening. Volgens menige cultuurcriticus ademt het hele gebeuren de vervaarlijke lucht van de Cultuurindustrie. Iedereen die wel eens aan Adorno heeft geroken, weet wat dit betekent: te mijden, op risico er volledig door opgeslorpt en vermalen te worden.’ Geert Buelens

Maar laten we het kind niet met het badwater weggooien merkt één van onze beste poëzierecensenten op :
“Serieus, het heeft iedereen meer betaalde voordrachten gebracht, die Gedichtendag. Er is een poëzieclub gekomen die een blad uitgeeft, Awater, en dat de leden drie keer per jaar een bundel toestuurt. En dat betekent voor die bundel een afname van negenhonderd exemplaren en meestal meteen een tweede druk. Heel wat effectiever dan een prijs of een nominatie of vermelding op een jaarlijstje, zou je kunnen bedenken.” Lindner

Jan Fabre

Jan Fabre

‘Het levert iets op’, ‘het helpt de dichter overleven’ is een andere, misschien modernere visie op het poëziebedrijf.  Anders dan in de beeldende kunst is in de poëzie het ideaalbeeld van de dichter-bohémien levend gebleven. ‘Poëzie is een roeping, geen beroep’  luidt een Pessoaanse spreuk, een dichter die we toch niet van een gebrek aan modernisme kunnen verdenken. Het idee van de ‘zakenman-kunstenaar‘ dat in de beeldende kunst snel ingeburgerd geraakte, is in de poëzie nooit echt doorgebroken. De  dichter en de zolderkamer is een ingebakken combinatie die nog steeds gebeiteld zit in het collectief onderbewuste.

 

 

 

Wim Delvoye

Wim Delvoye

De huidige generatie is dit romantisch aureool aan het afschudden. Ze zien brood in optreden en maken dankbaar gebruik van het internet voor zelfpromotie. Het denkbeeld dat een dichter een zaakvoerder wordt à la Jan Fabre, Wim Delvoye, met een team van assistenten durf ik in een onbewaakt moment wel eens tot de mogelijkheden van een niet zo verre toekomst rekenen.
Kleine symptomen van een veranderende poëziementaliteit meende ik onlangs te ontwaren in het laatste gerestylde nummer van Poëziekrant dat intussen al 35 jaar bestaat. Hoofdredacteur Willy Tibergien:
Wij willen af van het etiket ‘literair tijdschrift’ dat bij te veel potentiële lezers en vooral bij jongeren te veel weerstand oproept. Wij willen van Poëziekrant een boeiend ‘maandblad voor poëzie’ maken. De stap is klein. De nuance groot. (…) Een nieuw lettertype en de frisse rustige full quadri lay-out moeten de leesbaarheid vergroten. Ook aan de inhoud is en zal nog gesleuteld worden.”

Poëziekrant

Poëziekrant

Ook dit instituut van de poëzie voelt blijkbaar de behoefte om een oude huid van zich af te schudden en een nieuwe weg op te gaan. Al is me nog niet helemaal duidelijk welke richting ze precies willen uitgaan.
In het kielzog van Gedichtendag schreef Charles Ducal het Gedichtendagessay dat deze trend van poëziemarketing helemaal in vraag stelt. Als we Ducal zelf mogen geloven dan is de dichter-manager nog niet voor morgen:
Poëzie is ongelofelijk belangrijk, maar ik heb ook voortdurend de twijfel dat het in wezen hopeloos romantisch is.

Die jonge generatie is intussen al gecanoniseerd in de nieuwe Jonge Komrij, De 21ste eeuw in 185 gedichten. De Standaard recensent Reynebeau merkt terloops op:
Hij (Komrij) beperkte zich tot werk dat in klassieke bundels is gepubliceerd bij min of meer reguliere uitgeverijen (en zo zijn er in Vlaanderen echt niet veel). Tijdschriften keek hij niet na en hij zocht al evenmin een weg in de nochtans weelderige digitale poëziejungle op het internet. Maar die keuze is verdedigbaar; al valt het niet meteen te bewijzen, de beste poëzie zoekt toch een eindbestemming in een gedrukte bundel.


Komrij

Komrij

Business als usual zou je denken. Ach gedichten, het blijft een eenzaam gesleutel, en dat gesleutel blijft het opwindendste van het hele poëziebedrijf. Om nog maar eens de verse Antwerpse stadsdichter te citeren:
“Een gedicht is als een muziekdoosje. Je moet er lang aan werken en er komt veel techniek bij kijken, maar uiteindelijk is het één harmonisch geheel. (Om deze metafoor nog beter te illustreren, tovert de dichter daadwerkelijk een muziekdoosje/sneeuwbol uit één van zijn vele zakken tevoorschijn) De tientallen vlokjes die je hier ziet, zijn allemaal gedichten. Ze zijn beweeglijk en worden voortdurend door elkaar geschud, maar toch vormen ze één geheel.” >> lees het interview op Dwars.

 

Geuze

Geuze

Tot slot Hubert van Herreweghen onze oudste Vlaamse dichter die deze maand negentig werd. 
“Hij vijlt en beitelt zijn strofen tot beheerste, vormvaste gedichten. ‘Poëzie is altijd een dans. Pas op voor stilstaande gedichten! Het zijn poelen waarin de rotting begint,’ verklaarde hij ooit. Van Herreweghen is een dichter die nog durft te rijmen, wat het ritme, de klankrijkdom en de dansbaarheid van zijn verzen alleen maar ten goede komt. Net zo goed durft hij te jongleren met bladschikking en typografie. De trefzekere vorm verschaft deze dichter een greep op de werkelijkheid die hem omvat,(…)” (Philip Hoorne)
Beluister ook dit mooie interview met de nestor van de Vlaamse poëzie, die een ode schreef aan het zure, maar zeer lekkere Brusselse streekbier: de Geuze.

De winnaar uit 15000 inzendingen [video] van de  Turing Nationale gedichtenwedstrijd.

 


Jan Pollet
http://jjpollet.wordpress.com/
http://www.decontrabas.com/