Posts Tagged ‘Jan Pollet’

Louis Esterhuizen. Wanklank tussen die kontrabas en die ooteoote-trompet

Wednesday, December 14th, 2011

 

Goeie nuus is dat die nuwe weblog vir die Nederlands-Vlaamse letterkunde, Ooteoote, waarna Arnoud van Adrichem in die onlangse onderhoud verwys het, toe verlede week sy opwagting op die internet gemaak het. Volgens hul missie stel ooteoote die volgende as oogmerk: “Ooteoote, vernoemd naar Jan Hanlo’s legendarische klankgedicht, is een online informatieknooppunt, waar Nederlandse en Vlaamse auteurs berichten over literair nieuws en faits divers uit binnen- en buitenland […] Ooteoote wil dé literaire plek op internet zijn waar geschreven wordt met kennis van zaken, vanuit een oprechte nieuwsgierigheid en betrokkenheid met de wereld die zich uitstrekt voorbij het boek. Het plezier van de tekst zal daarbij steeds centraal staan.”

Die redaksie bestaan uit Arnoud van Adrichem, Joost Baars, Rozalie Hirs, Frank Keizer, Jan Pollet, Matthijs Ponte, Matthijs de Ridder en Jeroen van Rooij.

Reeds met genoemde onderhoud en die venynige gesprek wat tussen Van Adrichem, Chrétien Breukers, Jan Pollet en Martijn Benders opgevlam het, het dit geblyk dat die melk wat dié manne in mekaar se koffie skink, ‘n ietwat surerige klankie het. Tragies genoeg het dié geurtjie nou ten volle uitgebars nadat Jan Pollet, wat tot enkele maande gelede nog saam met Chrétien Breukers (en Ton van’t Hof) die weblog De Contrabas bedryf het, ‘n ope brief op Tzum geplaas het waarin hy die redes verskaf waarom hy “noch met De Contrabas noch met Chrétien Breukers geassocieerd (wens ) te worden.”

In hoofsaak kom dit daarop neer dat Breukers sy medewerker aangesê het om sy tasse te pak nadat Pollet ‘n stuk oor Ann Cotton op De Reactor, waarby Van Adrichem onder andere betrokke is, geplaas het. Volgens Pollet se skrywe was daar ook ander, meestal finansiële oorwegings rondom hul subsidie-aansoek en betaling vir sy bydraes, wat bygedra het tot die hakkerigheid tussen hulle. Nadat hy weg is by De Contrabas het Jan Pollet toe ‘n eie weblog begin onder sy eie naam, maar nou – enkele maande later – besluit om dié inisiatief prys te gee ten gunste van sy betrokkenheid by Ooteoote.

Op De Contrabas het Breukers nou sy reaksie op Jan Pollet se “ope brief” geplaas. Na hy Pollet se griefskrif punt vir punt hanteer het, som hy alles met die volgende opmerking op: “Pollet stelde zich een vervolgsituatie voor waarin hij wel betrokken was bij de website, maar niet meer zakelijk betrokken bij De Contrabas. Tegelijkertijd zocht Pollet toenadering tot andere websites. Dat is zijn goed recht, maar ik begon me toch af te vragen of zijn loyaliteit naar De Contrabas nog wel intact was.”

Nou ja, toe. So is dit dan. En meteens vind ek die tydsberekening rondom Van Adrichem se kritiek op die stand van die poësiekritiek in Nederland, die woedende gesprek op Versindaba na die onderhoud met hom oor dié aangeleentheid geplaas was, en nou Jan Pollet se “ope brief” op Tzum ten tye van Ooteoote se kubergeboorte ietwat verdag … Of wat praat ek nou?!

Nietemin, ook Gerrit Komrij, voormalige Dichter des Vaderlands, het klaarblyklik sy bedenkinge oor dié nuwe inisiatief van Van Adrichem en Pollet. Met sy kenmerkende eiesinnigheid het Komrij die volgende waarneming op FaceBook geplaas: “Poëziesite Ooteoote op Sinterklaasdag in de lucht. Allemaal briljante studiehoofden die oprecht de pest aan me hebben. Gesubsidieerd door het Fonds voor de Letteren, het Vlaams Letterenfonds en de Lira. Ik zal me weer uit eigen zak moeten verdedigen.”

Wat vir ons persoonlik egter teleurstellend is, is die feit dat daar van meet af aan ‘n besonder goeie band tussen Versindaba en De Contrabas bestaan het: nuusbrokkies, skakels en selfs meer formele “Nuusbriewe” was oor-en-weer uitgeruil. Skakeling was gemaklik en wedersyds stimulerend. En ja, selfs nadat Jan Pollet sy rekenaar uit De Contrabas se kantore verwyder het ten einde sy eie ding te doen, het die wedersyds voordelige skakeling voortgeduur met beide rolspelers.

‘n Mens kan derhalwe maar net hoop dat dié geskil mettertyd besleg sal word en dat al die inisiatiewe gesamentlik tot voordeel van hul indrukwekkende letterkunde (en digkuns) sal kan werk …

Vir jou leesplesier plaas ek Norman Cameron se toepaslike vers hieronder.

***

The Compassionate Fool

 

My enemy had bidden me as guest.

His table all set out with wine and cake,

His ordered chairs, he to beguile me dressed

So neatly, moved my pity for his sake.

 

I knew it was an ambush, but could not

Leave him to eat his cake up by himself

And put his unused glasses on the shelf.

 I made pretence of falling in his plot,

 

And trembled when in his anxiety

He bared it too absurdly to my view.

And even as he stabbed me through and through

I pitied him for his small strategy.

 

(c) Norman Cameron  

 

Louis Esterhuizen. De Papieren Man skakel hul rekenaars af

Tuesday, September 20th, 2011

In die sfeer van literêre weblogs word De Papieren Man se Dirk Leyman en Hans Cottyn vir etlike jare al gereken as van die mees toonaangewende kommentators van letterkunde wêreldwyd. Trouens, verlede jaar is hul weblog hoeka bekroon met die gesogte Dutch Bloggie vir die beste letterkunde-blad in Nederland.

Hartseernuus is egter dat hulle die afgelope naweek bekend gemaak het dat hulle nie meer met De Papieren Man gaan voortgaan nie: “De papieren man zet vandaag een punt achter zijn berichtgeving,” skryf Leyman en Cottyn in hul laaste berig. “Precies vijf jaar lang hielden we de vinger aan de pols van het literaire – en boekennieuws in de Lage Landen en verre omstreken. Nu hebben de makers – na rijp beraad, zoals dat heet – besloten om er de stekker uit te trekken. De redenen zijn uiteenlopend. Feit is dat het beheren en updaten van deze site een intense, veeleisende en dagelijkse bezigheid was. Een berenklus, zonder meer. Die hebben we lang met veel plezier, liefde en inzet gedaan, bovenop en naast een drukke baan. We hebben ondertussen zowat  elke literaire prijs gecoverd, elke faits divers de revue zien passeren, elk geveild manuscript gescand én over elke schrijver van aanzien bericht, in ettelijke duizenden nieuwsstukjes. Nu lijkt de tijd rijp voor andere projecten. En jawel. Er is ook een leven buiten de literatuur.”

In sy reaksie het Jan Pollet, wat voorheen verbonde was aan De Contrabas, dié tragedie soos volg gestel: “Het nieuws bereikte ons als een donderslag bij heldere hemel: Dirk Leyman en Hans Cottyn, de pioniers van de literaire berichtgeving op internet, en hun medewerkers gaan niet meer door met hun geesteskind De papieren man. Hiermee verdwijnt een monument/instituut uit het literaire internetcircuit. We kunnen hier alleen maar zeggen: jammer, doodjammer.”

Heel gepas sluit hy sy berig met ‘n gedig deur Hans Faverey af:

Niets blijft heelhuids,
niets wordt gespaard, maar
niets gaat verloren
en zie: de zon
blijft, de zon

blijft
waar hij verbrandt.

(Hans Faverey, Verspreide publicaties)

***

 

 

Jan Pollet. ‘Vader at patrijzen en Moeder was er niet’.

Sunday, November 8th, 2009

Van Rompuy

Van Rompuy

De Belgische premier Herman Van Rompuy wist de internationale pers te halen met … een haiku. Al sinds jaar en dag is de leider van dit land een verwoed beoefenaar van deze Japanse miniatuurversvorm. Op zijn persoonlijke door poëzie geïnspireerde blog, die trouwens luistert naar de naam Haiku, publiceert hij met de regelmaat van de klok een versje. Dat zijn geliefkoosde hobby hem ooit zou katapulteren tot topfavoriet als eerste president van de Europese Unie had de Belgische premier wellicht nooit gedacht. Tijdens een persconferentie wist hij de internationale pers voor zich te winnen toen hij volkomen onverwacht een zelfgeschreven haiku voordroeg.  Sindsdien wordt  Herman Van Rompuy met grote zekerheid getipt als de eerste topman van de Europese Unie. Zowel Nederlandse als Engelse journalisten schrijven  zijn succes toe aan deze haiku:

 

Drie golven rollen
Samen de haven binnen
Het trio is thuis

Van Rompuy is niet de enige staatsman die zich met de dichtkunst inliet. Een kort overzicht vind je hier.

Damiaan

Damiaan

België haalde trouwens nog eens het wereldnieuws met de heligverklaring van pater Damiaan. Deze missionaris uit het Vlaamse dorpje Tremelo wijdde zijn leven aan het verzorgen van de verbannen lepralijders op het eiland Molokai. Damiaans lot was tragisch: lepra zou ook zijn deel worden. Op 49-jarige leeftijd overleed hij. Damiaan inspireerde Contrabascollega Chrétien Breukers tot een oproep aan de Nederlandse en Vlaamse dichters om een gedicht te schrijven over Damiaan “die het heus niet gemakkelijk heeft gehad, en daarin dus toch wel een beetje op de gemiddelde dichter leek…”  Er kwamen vele en mooie inzendingen binnen.

Veel, heel veel inzendingen ook voor de Nationale Gedichtenwedstrijd 2009 een iniatief van de Poëzieclub en de Turing Foundation. De organisatoren hadden gerekend op een 25OO inzendingen. Het zijn er meer dan 15000 geworden! De wedstrijd is intussen afgesloten. Zowel amateurs als professionele dichters konden meedingen naar de hoofdprijs van €10.000,-. Eind januari word bekend wie het beste Nederlandstalige gedicht geschreven heeft. Ondertussen weet de jury onder leiding van Poëzieclub-stichter Gerrit Komrij wat gedaan in de komende winteravonden. 

Bosch

Bosch

Actiever dan ooit die Komrij. Al zou je het hem niet aangeven als je hem zo rustig ziet keuvelen tijdens zijn talrijke televisie-optredens. Tussen het wikken en wegen van 15000 gedichten door, liet hij zijn ‘rare stem waar niet onderuit te komen valt’ weerklinken bij de viering van 50 jaar boekhandel De Slegte, declameerde hij zijn gedichten in de muziektheaterproductie De Zeven Zonden van Jeroen Bosch., nam hij een cd-dvd op samen met componist Gauthier, Dansen op spijkers, en dook hij af en toe op in een  tvshow.  

Eind oktober trok een delegatie Vlaamse en Nederlandse dichters naar Berlijn naar aanleiding van het tienjarig bestaan van Lyrikline, een van de beste en meest bezochte internationale poëziewebsites ter wereld. 12 Nederlandstalige dichters werden naar aanleiding van de festiviteiten toegevoegd aan de website en meer dan 150 nieuwe vertalingen van hun gedichten staan nu in een tiental verschillende talen op de website. De namen van de dichters vind je hier

In Vlaanderen namen we afscheid van dichter Bert Decorte, hij werd 94. We namen ook afscheid van Revolver, een gereputeerd literair tijdschrijft dat de administratieve rompslomp niet langer de baas kan. CeLT, de vereniging van de culturele en literaire tijdschriften uit Vlaanderen maakt zich zorgen omdat deze totaal inefficiënte rompslomp het voortbestaan van de tijdschriften onder druk zet. Zij vraagt dan ook met aandrang om ook hier werk te maken van administratieve vereenvoudiging.” Erik Lindner verwijst er ook naar in zijn column over het tijdschrift Armada.

Verkommeren de klassieke papieren literaire tijdschriften, dan valt er toch nieuw leven te bespeuren bij hun digitale broertjes. De geboorte heeft lang op zich laten wachten maar nu is hij er: De Reactor. Deze nieuwe recensiesite onder redactie van Arnoud van Adrichem, Matthijs de Ridder, Patrik Bassant, Piet Joostens en Anneke Jansen wil een tegengewicht bieden voor de impressionistische sterretjeskritiek in kranten en weekbladen. Diepgravende literaire recensies over proza en poëzie zullen wekelijks gratis te lezen zijn op dereactor.orgHier kan u een tv-interview beluisteren met redactielid Patrick Bassant en poëzierecensent Johan Sonnenschein. De beginselverklaring van Bert Bultinck staat hier.

De vorig jaar overleden Hugo Claus werd nu al herdacht met een Clausmarathon. Stefan Hertmans las aan het slot van de voorleesmarathon op 6 oktober 2009 in Passa Porta, een hommage voor bij de uitreiking van de Nobele Prijs van Passa Porta 2009 aan Veerle Claus-De Wit. Hertmans citeerde deze Clausregel die destijds een gat in zijn verbeelding boorde:

Vader at patrijzen en Moeder was er niet‘.

Over Claus gesproken, die is levendiger dan ooit. Luister maar naar deze zeer geslaagde song, die de Vlaamse popgroep Absynthe Minded maakte van het beroemde Claus-gedicht envoi intussen een ware radiohit.

 
(http://www.youtube.com/watch?v=xE5KvIHcCZ8)

Nu Nog

I
Nu nog, aan de galg vandaag, met een vod in de mond,
zij die wakker wordt met gezwollen lippen, ogen toe,
zij was iets dat ik wist en toen verloren heb, en hoe,
maar hoe ben ik haar kwijt, hoe blaft een dronken hond?

II
Nu nog haar gezicht als de maan en haar lijf als de maan
jong, bitter jong, met die borsten en billen en die ribben.
Vroeger had je liefdespijlen, je voelde ze voorwaar,
zij teisterden, dacht je, die blanke volle maan van haar.

III
Nu nog haar afgebeten nagels, haar gekwetste tepels,
haar gladde billen waartussen zij verticaal lachte
en zij die metafysica verachtte zei: ‘Ach, schat,
in elke cel van je zaad zitten God en zijn moeder.’

IV
Nu nog de strepen schrammen vlekken tatoeëringen,
allemaal kwetsuren van liefde onder haar lichte jurk,
en ik vrees dat dit zal blijven duren, dit wrang achterbaks
krabben en klauwen naar haar ondermaatse niemandsland.

VI
Nu nog weet ik hoe moe en melig na het loom vrijen
zij ‘s ochtends bijna schroomvallig haar hoofd vooroverboog,
een eend die over het meer gleed en aan ‘t water nipte
en toen duikelde naar mij en hapte en toen nooit meer.

VII
Nu nog knoop ik haar gitzwarte haren in hanige
kammen en sprieten en stekels en verheerlijk haar als
totem en kruis in mijn huis dat onhandig en haastig
verandert in een tempel voor Minne, de steelse godin.

VIII
Nu nog al die kamers en nachten en roomkleurig naakt
en al die slaap erna en ervoor en de geur van hei.
Hoe ze snurkte toen ik vroeg of ze nu gelukkig was
en hoe ze de peluw aaide plompverloren naast mij.

IX
Nu nog haar ledematen, alle vier bezig, bekaf,
en haar pasgewassen haar over haar warme wangen,
toen greep zij mijn nek met haar enkels, giechelende beul,
onthoofd bood zij mij haar koele glinsterende wonde.

XI
Nu nog, nu ik op het punt sta over te schakelen
naar dat andere leven, leidt ze mij als door zwart water
en loert en loenst naar mij door haar gevaarlijke wimpers
en lacht als ik kletsnat opklim tegen haar gouden berm.

XII
Nu nog is haar hele lijf karmijn en glimt van het zweet
en van babyolie glad zijn haar openingen.
Toch blijft wat ik van haar weet een zonderling gebaar,
iets zonder echo, vol bitterheid, toeval en spijt.

XIII
Nu nog vergeet ik weer de goden en hun ministers,
zij is het die mij versplintert, veroordeelt en vergeet,
zij van alle seizoenen maar vooral van de winter
want zij wordt mooier, kouder naarmate ik verder sterf.

XIV
Nu nog tussen alle vrouwen is er niet een als zij,
niet een waarvan de woeste mond mij zozeer heeft verrast.
Mijn zotte ziel zou over haar vertellen als zij kon
maar mijn ziel werd met al haar hebben en houden verwoest.

XV
Nu nog hoe zij beefde van vermoeidheid en fluisterde:
‘Waarom doe je dit? Ik laat je nooit meer los, mijn koning.’
Er was geen killere vorst dan ik en overmoedig
liet ik haar zien hoe de Koning traande uit zijn éne oog.

XVI
Nu nog als ik durf te denken aan mijn verloren bruid
tril ik op mijn benen als ik denk aan wie haar nu plukt,
mijn wandelende oleander van een bruid die steeds
opnieuw het onkruid dat ik ben uit zijn lusttuin rukt.

XVII
Nu nog terwijl de bijen van de dood om mij zwermen
proef ik de honing van haar buik en hoor ik het gezoem
van haar klaarkomen en staar ik naar de natte roze
blaadjes van haar beweeglijke vleesetende bloem.

XVIII
Nu nog ons breed bed dat ruikt naar haar en haar oksels
ons bleek bed door de vogels van de wereld bescheten.
Op de vogelmarkt zei zij: ‘Die wil ik, die wilde daar,
die almaardoor met zijn bek tikt tegen die tiet van haar.’

XIX
Nu nog. hoe zij zich verweerde en mijn mond weigerde,
en pas toen ik haar vloerde met mijn nagels in haar borst,
lam lag en toen, terwijl ik dronken van haar weelde sliep,
mij weer oppookte als een lang gedoofd gewaande haard.

XX
Nu nog haar beweeglijke borst die in mijn handen lag
en haar lippen dik door de beten van mijn tanden
en haar afgebeten nagels en gekwetste tepels
en hoe zij scheel keek in het wrede licht van de morgen.

XXI
Nu nog verbeeld ik mij dat zij in de smalle tijd
tussen mij en de poolnacht de sterren is geweest,
het gras, de kakkerlakken, de vruchten en de maden
en dat ik dit aanvaardde en dat dit mij nog steeds verblijdt.

XXII
Nu nog, hoe haar beschrijven, met wat haar vergelijken?
Tot in mijn graf zal ik haar ordenen en haar verven
en bederven en haar amechtig weer tot leven blazen
met mijn ergerlijk geklaag, mijn zenuwslopend zeuren.

XXIII
Nu nog haar ogen met de rimmel en de oogschaduw
en de scharlaken lelletjes van haar oren doorboord.
‘Ik heb koorts,’ zei zij, ‘ik kan niet meer, ik vermoord
je, die vingers van jou, niemand anders ooit, nergens, nooit.’

XXIV
Nu nog blijft zij negentien, al drinkt zij; nog zo veel,
en hebben te veel tranen rimpels over haar wangen
getrokken, oorlogsbeschildering en camouflage,
de schimmel en de diepvries van haar leven zonder mij.

XXV
Nu nog als ik haar terug zou vinden als een sprookje
van de maan na de regen en ik lik weer haar tenen,
weer op de been met mijn hart van steen dan vrees ik wordt er
weer een griezelig week lied gewekt als van Cole Porter.

XXVI
Nu nog, zij; meer dan het water in haar wonderlijk lijf
een zoutmeer waarop een eend zou drijven en beklijven
en die eend met een pik was ik – hoor me kwaken! – en zij
meer zijnde wiegde mij op de baren of deed alsof.

XXVII
Nu nog als ik haar terug zou zien met die bijziende blik
van haar, zwaarder in de heupen en voller in de kont,
ik zou haar, geloof ik, weer omhelzen, weer van haar drinken,
een hommel was niet drukker bezig blijer leniger.

XXVIII
Nu nog terwijl ik in haar verstrengeld en geknoopt zit
is de Verwoester bezig en verschroeit Hij de mensen.
Mensen van enige standing zijn hun weg verloren
als na een gevecht zonder wapens en zonder winnaars.

XXIX
Nu nog in haar boeien geklonken en met de bloedneus
van minnaars zeg ik, van haar bloeiende lente vervuld:
‘Dood, folter niet langer de aarde, wacht niet, lieve dood,
tot ik klaargekomen ben, maar doe zoals zij en sla toe!’

 

Hugo Claus


Jan Pollet
http://jjpollet.wordpress.com/
http://www.decontrabas.com/

Jan Pollet. Stadsdichters van de 21e eeuw: exit Assurancetourix

Monday, October 5th, 2009
Assurancetourix

Assurancetourix

In de digitale kolommen van Knacks nieuwe boekensite is een oude bekende opgedoken die,  sinds zijn scherpe polemische stukken in het literaire tijdschrift  de Brakke Hond al een tijdje uit de running was. Zijn naam is Bart de Man, hij staat voor ‘een collectief van specialisten modernisme en deconstructie in beeldende kunst en literatuur‘,  maar wie hij precies is blijft een mysterie. Terloops wil ik u ook attent maken op een andere blogger van wie de Vlaamse literaire incrowd zich afvraagt: wie is hij toch? De geheimzinnige vrijetijdsblogger luistert naar de naam Achille van den Branden (geïnspireerd op het verhaal ‘Het boek’ uit  Een slagerszoon met brilletje van Tom Lanoye) en brengt dagelijks goed geschreven en gedocumenteerde recensies die een constant kwalitatief niveau halen.
Maar laten we terug keren naar onze Bart de Man die muis en klavier met zwavelzuur heeft opgepoetst om tussen het boekennieuws op Knack/deBuren af en toe zijn dodelijke scuds af te vuren.

Doelwit van zijn vlijmscherp ongenoegen was deze keer het fenomeen ‘stadsdichter’. Zijn vlammende tirade bevat een stroom aan toespelingen op lokale politieke en literaire toestanden die in het kort hierop neerkomt: dichters moesten zich schamen om mee te spelen in het pr-circus van een stad. Een dichter die zich laat strikken voor een aanstelling als stadsdichter, verkoopt niet alleen zijn ziel, maar gooit daar bovenop nog eens de goede naam van de poëzie te grabbel.
Om zijn stelling visueel kracht bij te zetten vergelijkt hij een stadsdichter met een personage uit de strip Asterix en Obelix:  Assurancetourix namelijk, de bard die, gewapend met een harp, bij elke officiële gelegenheid zijn verplicht nummertje wil opvoeren tot unaniem afgrijzen van de voltallige dorpsgemeenschap. Steevast eindigt hij geboeid en gekneveld aan een boom.

Stadsdichter: het is een fenomeen dat in Nederland de laatste tien jaar een hoge vlucht kent en stilaan ingeburgerd is in het beleid van een stad. In België hebben alleen de Vlaamse steden het Nederlandse voorbeeld gevolgd. In Wallonië is het fenomeen totaal onbekend. Brussel opteerde voor een collectieve variante, waarover straks meer.
Hoewel ik Bart de Man best kan volgen in zijn aversie voor de gelegenheidspoëzie die weinig tot geen uitstaans heeft met de echte poëzie, vind ik dat het stadsdichterschap in de drie grote steden (Antwerpen, Gent, Brussel) toch ook een paar interessante evoluties heeft doorgemaakt.

Tom Lanoye. Stadsgedicht
Tom Lanoye. Stadsgedicht

Antwerpen.

Monumentaal en aangrijpend was het Boerentoren-gedicht (geen verband met de Zuid-Afrikaanse Boeren… ) van Tom Lanoye. Een metershoge banner die de hoogste toren van Antwerpen sierde. Een pleidooi voor tolerantie in de door rechts extremisme geplaagde stad Antwerpen: “Aanvaardt mij. Neemt mij. Ziet mij staan” zo luiden de oud-Vlaamse beginregels van het gedicht, dat subliem grafisch werd vorm gegeven door Gert Dooreman. 
Met de aanstelling van de Nederlandse dichter van Palestijnse afkomst Ramsey Nasr, belandde het Antwerpse stadsbestuur in een xenofobe crisis nav een stuk dat Nasr schreef ter verdediging van de Palestijnen in de Palestijnse gebieden. Niet de poëzie maar de uitgesproken mening van de stadsdichter zorgde hier voor ophef.
Antwerpen koos trouwens een tweede keer voor een Nederlandse dichter met de aanstelling van Joke van Leeuwen, die ondermeer een schitterend video-gedicht afleverde waarin ze duidelijk refereerde naar de typografische experimenten van wijlen stadsgenoot Paul van Ostaijen. Een visueel hoogstandje over de multilinguale context van een grootstad.

 

Video: Joke van Leeuwen

Gent

De kleinere Oost-Vlaamse havenstad wisselt het stadsdichterschap af met een stadstoondichterschap. Roel Richelieu en Erwin Mortier hielden het bij het klassieke stadsgedicht. De recente aanstelling van de derde stadsdichter verliep ronduit klunzig. Met name Yves T’Sjoen, mede-blogger op deze site, haalde op De Contrabas scherp uit naar het gebrek aan professionalisme in Gent Letterenstad. Tenslotte viel na een advies van het Gentse Poëziecentrum en een verhoging van het honorarium, de naam van Peter Verhelst die iedereen verraste met zijn visie op zijn nieuwe functie:

“Ik wil geen gedichten schrijven voor Gent, maar ik wil wel literatuur maken van Gent. Kortom: vervang stadsdichter door dromenvanger’
“Exact twaalf jaar geleden vatte ik het plan op de dromen van een stad te verzamelen. Het is er nooit van gekomen. Toen ik de vraag kreeg stadsdichter van Gent te worden, was dit het eerste wat ik wist: ik wil een dromenboek maken.”

Verhelst heeft hiermee misschien een oplossing  gevonden om de inwoners van een stad echt bij de poëzie te betrekken en zo het artificiële karakter dat aan veel gelegenheidspoëzie kleeft te omzeilen. De stadsdichter laat de vele stemmen van een stad klinken en zet zijn eigen ego en poëticaal talent opzij. Terloops wil ik toch graag wijzen op de gemiddelde afmetingen des dichters ego die veel, veel liever aan zijn eigen persoontje en kwellinkjes zijn pen slijpt dan aan de – laat ons wel wezen – droge, versteende symboliek van een stad. Bovendien zijn steden zijn geen afgelijnde biotopen meer. Vroeger werd je in een stad geboren, je stierf er en je nageslacht deed hetzelfde, honderden jaren lang. Daar is sinds de auto en het vliegtuig toch wat verandering in gekomen. Er zijn zoveel steden als er inwoners zijn van die stad.

Brussel
Als hoofdstad van Europa koos Brussel resoluut voor een multicultureel en meertalig stadsdichterscollectief. De stadsdichter van Brussel is namelijk veelkoppig: de Brusselse Galiciër Xavier Queipo, de Marokkaanse Belg Manza die in het Frans rapt, de Franstalige Laurence Vielle en de Nederlandstalige Geert van Istendael. Dit Brusselse Dichterscollectief, bezield door David Van Reybrouck en Peter Vermeersch en gepatroneerd door Passa Porta, realiseerde dit jaar een Europese Grondwet in Verzen:  52 dichters hebben er aan meegewerkt. Ook niet-Europese dichters die in Europa onderdak hebben gevonden, brachten opmerkelijke lyrische artikels aan. Ze schreven in meer dan 20 verschillende talen. Bijna 70 vertalers zorgden voor een versie in het Nederlands , Frans en Engels.

Actie en interactie, dat lijken meer en meer de ordewoorden te zijn om de poëzie een functie te geven in de samenleving.  Bij zijn officiële aanstelling tot president van de Verenigde Staten stond Obama er op dat een dichter de plechtigheid zou opluisteren. Slechts 4 van zijn voorgangers waren eerder op het idee gekomen om een dichter aan het woord te laten tijdens hun inauguratie. Het wijst erop hoe ongewoon het is geworden om poëzie met officiële gebeurtenissen in verband te brengen. Het wijst er ook op dat poëzie misschien niet (meer) het voor de hand liggende medium is waarmee machtshebbers historische momenten kunnen verankeren in het collectieve geheugen. Maar Obama waagde het erop. Misschien hoopte hij hiermee definitief de spons te halen over het oorlogszuchtige beleid van zijn voorganger. Misschien rekende hij op de helende kracht van een paar verzen om het 9/11-trauma te doen vergeten. Een buitenkans voor de poëzie die dichteres van dienst, Elisabeth Alexander, echter niet waarmaakte toen ze kwam aandraven met het brave, klassieke en slaapverwekkende Praise the day waarmee ze nog maar eens het vooroordeel van de grote massa bevestigde: poëzie is saai en lastig.

Nee, dan liever de Nederlandse Dichter des Vaderlands, ex stadsdichter van Antwerpen, Ramsey Nasr en zijn swingende, actuele, grappige en pijnlijke toekomstige taalvisioenen van een Rotterdammer anno 2059: Nasr: Mi have een droom

de eerste strofe gaat als volgt:

“wullah, poetry poet, let mi takki you 1 ding: di trobbi hier is dit
ben van me eigen now zo 66 jari & skerieus ben geen racist, aber
alle josti op een stokki, uptodate, wats deze shit? ik zeg maar zo
mi was nog maar een breezer als mi moeder zij zo zei: “azizi
doe gewoon jij, doe je gekke shit genoeg, wees beleefd, maak geen tsjoeri
toon props voor je brada, zeg ‘wazzup meneer’, ‘fawaka’ -en duh
beetje kijken op di smatjes met ze toetoes is no trobbi
beetje masten, beetje klaren & kabonkadonk is toppi
aber geef di goeie voorbeeld, prik di chickies met 2 woorden”
zo deed mi moeder takki toen & boem tranga! kijk, hier staat ik
hand in hand, harde kaas, api trots op di belanda, niet dan?
now dan, want mi lobi roffadam & deze stitti is mi spanga

Hier ziet en hoort u de Dichter des Vaderlands Mi have een droom performen (bekijk ook het interview met Nasr op de video rechts.)”


Jan Pollet
http://jjpollet.wordpress.com/
http://www.decontrabas.com/

“De Taal” as driepootpot

Monday, September 21st, 2009
Driepoottaalbeleid

Driepoottaalbeleid

Dit wil voorkom asof die taaldebat in die Nederlandse taalgebied weer momentum verkry. Nie net het Jan Pollet in De Contrabas se tweeweeklikse Nuusbrief ‘n paar treffende opmerkings hieroor te make gehad nie, maar ook die volgende artikel wat in De Standaard verskyn het, handel direk daaroor. Onder die opskrif Ammehoela, een vluchtmisdrijf” word naamlik berig dat Belgies Nederlands nou die status bereik het om as volmondige taalvariant naas Nederlands Nederlands en Surinaams Nederlands.

So het Prisma, die grootste uitgewer van woordeboeke in Nederland, pas 1,800 Belgies Nederlandse woorde in hul nuwe sakgrootte woordeboek opgeneem. “Tot nu toe gingen Nederlandse vertaalwoordenboeken vooral uit van de variant zoals die in Nederland algemeen gebruikt wordt. Daardoor waren zij niet altijd toereikend voor de Vlaamse gebruiker,” het ‘n woordvoerder van Prisma aan De Standaard se verslaggewer gesê. Later vanjaar word daar ook nog ‘n verklarende handwoordeboek in die vooruitsig gestel.

Prisma se keuse van woorde wat opgeneem word, is gebaseer op ‘n lys van ongeveer 4.000 Belgies Nederlandse woorde wat onder leiding van twee Vlaminge, prof. dr. Willy Martin (VU Amsterdam) en prof. dr. Willy Smedts (KU Leuven), saamgestel is. Prof. Martin se kommentaar was soos volg: “Het is natuurlijk niet de eerste keer dat verklarende of vertaalwoordenboeken Belgisch Nederlandse woorden opnemen en labelen. Het grote verschil is dat Prisma het nu op systematische wijze doet … Het Belgisch Nederlands heeft het stadium van volwassen variant van het Nederlands bereik”, het hy gesê, en bygevoeg: “Het natiolect staat naast het Nederlands Nederlands en het Surinaams Nederlands. Men accepteert stilaan dat die evenwaardig zijn. Onze taal is een driepoot.” Ruud Hendrickx, hoofdredakteur by Van Dale, het dié siening beaam en gesê dat hy inderdaad van mening is dat Nederlandssprekendes tans ryp is om ook die variante op ‘n gelykwaardige manier te beskryf en te erken. Volgens hom sal die volgende uitgawe Van Dale beslis ook die voorbeeld van Prisma-woordeboeke volg. (Gaan kyk gerus by die skakels hier en hier indien dié onderwerp jou interesseer.)

Wat egter vir my sardoniese oog besonder interessant was, was van die kommentare onder aan die De Standaard-berig: Belgisch Nederlands’ is natuurlijk een monstervormpje. Het moet ‘Nederlands in Vlaanderen’ of ‘Vlaams Nederlands’ zijn,” het ene Marcel van Cleemput byvoorbeeld opgemerk.

Mmm, hoe meer dinge verander, hoe meer bly dit dieselfde, lyk dit my. Of wat praat ek alles?

***

Dan is ons verheug dat nog ‘n debuutdigbundel einde verlede week in die boekwinkels gearriveer het, naamlik Johannes Prins se bundel Een hart (Lapa Uitgewers). Lees gerus die onderhoud wat met Johannes gevoer is, en ook die inligtingstuk wat van die uitgewer af ontvang is. Nog heerlike leesstof wat gister op die webblad geplaas is, is die essay Eg(g)olalie van Breyten Breytenbach, asook ‘n onderhoud wat Andries Visagie met Ester Naomi Perquin gevoer het. (Indien jy nog nie prof. Louise Viljoen se toespraak tydens die bekendstelling van Breyten Breytenbach se nuwe bundel, Oorblyfsel/Voice over gelees het nie, moet jy gerus so maak; dit is ‘n absoluut skitterende werk.) En nog is het de einde niet – nie minder nie as drie bloggers het nuwe stukke geplaas gedurende die naweek nie, te wete: Andries Bezuidenhout, Philip de Vos en Desmond Painter

Sjoe, wat ‘n bedrywige naweek! Lekker lees aan alles. Vir jou eetplesier hierdie week plaas ons in navolging van die “driepoot-tema” die volgende resep vir ‘n beesstertpotjie; spesiaal geneem vanaf “Weg!” se webblad. Begin hom maar solank voorberei, want teen die tempo wat die tyd verbysnel, is dit weer naweek voor jy dit besef …

‘n Smaaklike week word jou toegewens en lees darem ook so nou en dan ietsie, hoor …

Mooi bly.

LE

BEESSTERTPOT

Ryk, vleiserig en lymerig. Dit neem lekker lank om te berei en gee jou die ideale geleentheid om agter te kom waaroor potjiekos eintlik gaan.

3 e kookolie
1 beesstert, in litte gesny
1 gekapte ui
2 fyngekapte knoffelhuisies
500 ml droë rooi wyn (onthou, as dit nie goed genoeg is om te drink nie, kook jy nie daarmee nie)
2 lourierblare
2 teelepels sout
1 e gedroogde roosmaryn
1 e gedroogde pietersielie
‘n paar draaie van die swart peperpot
6 middelslag-wortels, geskil
4 selderystingels met blare, in stukke gesny
3 bakhande vol vars of bevrore ertjies

Wanneer “openbare vyande” hande vat

Thursday, September 10th, 2009
Openbare vyande

Openbare vyande

Verlede jaar is die Franse letterkunde geskud toe briewe tussen die liberaaldenkende Bernard-Henri Lévy en aartspessimis Michel Houellebecq verskyn het. Pas het hierdie korrespondensie, wat in uiterste geheimhouding via e-pos gevoer is van Januarie tot Julie 2008, in Nederlandse verskyn met die vertalings deur Rokus Hofstede (Lévy) en Martin de Haan (Houellebecq). Volgens De Papieren Man se berig is die één aspek wat die twee uiteenlopende skrywers in gemeen het, die volgende: “Tussen ons beiden ligt een wereld van verschil, behalve op één punt, en niet het minste: wij zijn allebei tamelijk verachtelijke individuen.” (Aldus Houellebecq se openingsbrief.)  Volgens Houellebecq sou “veel vooraanstaande journalisten […] een zweem van vreugde voelen wanneer ze zouden vernemen dat ik zelfmoord heb gepleegd.”

Nou kan ‘n mens natuurlik nie help om te wonder of so iets ooit in ons Afrikaanse lettere moontlik sou wees nie … Ek meen, wat is die kanse dat ons binnekort die geheime korrespondensie tussen ons openbare bekvegters sal kan aankondig? Ai, ai, ai. Die vreugde om onverwags te ontdek dat die swaargewigte van ons lettere inderdaad besig is (of was) om met mekaar te práát.

Dit laat my meteens dink aan die storie van die emmers water wat vriend Viljee bykans 35 jaar gelede al aan my vertel het: jy neem drie emmers water; die een vul jy met koue water, die volgende met lou water en die laaste een met warm water. Persoon “A” steek ‘n arm in die emmer met koue water en ‘n ander (Persoon “B”) steek sy (of haar) arm in die warm water. Op ‘n gegewe moment moet hulle hul ander arms in die emmer met lou water steek en sê of die water koud of warm is. Natuurlik gaan Persoon “A” sê die water is warm, terwyl “B” weer sal sê die water is koud. En tog, dit bly dieselfde emmer water …

Laat jou dink, nè?

Nietemin, Publieke vijanden is ‘n gesamentlike projek tussen De Arbeiderspers en De Geus. En dít op sigself is ‘n kragtoer van versoening. Die hoop beskaam dus nie.

As nagedagte, die volgende aanhaling uit die pen van W.H. Auden: “No poet or novelist wishes he (or she) was the only one who ever lived, but most of them wish they were the only one alive, and quite a number fondly believe their wish has been granted.” (Uit: Writers on writing, Jon Winoker, Headline Press, 1988.)

Dan wriemel die webblad omtrent vanoggend met nuwe leesstof … Welkom terug aan Bernard Odendaal na sy oorsese reis; die voorneme wat hy in sy nuwe blog uiteensit, klink beslis na ‘n opwindende onderneming. Ook besonder welkom aan Yves T’Tsjoen wat sý eerste blog geplaas het; ‘n insigwekkende stuk oor Ger Groot van De Groene Amsterdammer en bepaalde aspekte tov leesstrategieë. Dan is daar natuurlik die onderhoud met Valzhyna Mort, Richard Jürgens as Charl-Pierre Naudé se derde gas-blogger, De Contrabas se tweede Nuusbrief, plus ‘n hele emmer vol nuwe verse! Gelukkig lê die naweek darem net om die draai met (hopelik) genoeg tyd om alles rustig en stelselmatig deur te lees … Of wat praat ek alles?

*

‘n Lekker Donderdag vir jou; en kyk tog jou opponent in die oog. Hy (of sy) is jou vernaamste reklame-agent.

Mooi bly.

LE

Jan Pollet. Dat was wel even anders in 1830.

Tuesday, September 8th, 2009
Illustrasie Broodthaers
Illustratie: “Fémur d’homme belge” and “Fémur de la femme francaise” van de Belgische dichter en beeldend kunstenaar Marcel Broodthaers.

 

Net als Contrabas-collega Chrétien Breukers ken ik  Zuid-Afrika door de literatuur. Zelf ben ik er nooit geweest. Vlamingen van mijn generatie associëren jullie tot de verbeelding sprekend land spontaan met Tom Lanoye die parttime in Kaapstad verblijft en wiens werk in het Zuid-Afrikaans vertaald is. Samen met zijn buurvrouw Antjie Krog trok hij in 2008 op tournee door Vlaanderen. (youtube)

Onlangs was  ‘de grootste kenner van Potchefstroom op het noordelijk halfrond’ , zoals de Vlaamse dichter Luuk Gruwez  zichzelf noemt, in Zuid-Afrika te gast.  In zijn reisverslag merkt hij het volgende op
“Frederik Willem de Klerk, Zuid-Afrika’s laatste apartheidspresident, houdt er een sereen pleidooi voor de Afrikaanse taal. Ik heb mijn stekels opgezet, maar luister naar een zinnige toespraak die er vooral op gericht is de taal van haar politieke bezoedeling te ontdoen. ‘Het Russisch’, zo oreert De Klerk, ‘moet toch ook niet onder smetvrees blijven lijden omdat het de taal van Stalin is geweest?’
Het mag geen wonder heten dat uitgerekend een Vlaming extra gevoelig is voor de taalproblematiek in een multilinguaal land. In geen enkel ander land is de taal zo’n beladen onderwerp als in België. Het Nederlands is nu een officiële taal in België maar dat was wel even anders bij de (artificiële) stichting van dit koninkrijk in 1830. Toen was het Frans de officiële taal. Vlaanderen was op dat ogenblik een amalgaam van ontelbare dialecten die zo sterk van elkaar verschilden dat een Antwerpenaar een inwoner van de kust 5O km verderop onmogelijk kon verstaan. Door die vergaande verbrokkeling van de taal was het Vlaams in de ogen van de Franssprekende hogere klasse een ‘patois’ een ‘bastaardtaal’ een ‘boerentaal’ (niet te verwarren met de Zuid-Afrikaanse Boeren).

Hadden, in de loop van de 19e eeuw,  schrijvers als Rodenbach en Gezelle en intellectuelen als Vermeylen en Jan Frans Willems  niet gepleit voor de erkenning van het Vlaams als volwaardige taal, dan sprak men nu misschien wel Frans in Vlaanderen. Maar zo ver is het dus niet gekomen.  Het Nederlands is nu de officiële taal in België naast het Frans en het Duits.

Intussen is de splitsing van België weer een hot item. Deze week zorgde een Vlaams popgroepje voor een kleine rel: hun ode aan België viel niet in goede aarde bij de Vlaamsnationalistische partij N-VA, die voor een scheiding van België ijvert. Dichter en professor literatuur Geert Buelens plaatste het  voorval in het ruimere kader van de propagandaliteratuur.
“Want sinds wanneer heeft de Vlaamse Beweging een probleem met negentiende-eeuwse propagandaliedjes? Het volkseigen prototype ervan ligt op de lippen van de beleidsman bestorven: ‘Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, / Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft’.”  waarmee Buelens refereert naar de Vlaamse Leeuw, het heraldisch symbool van de Vlaamse strijdlust. Toch moet ik hier opmerken dat deze bij wijlen heftige taalstrijd nooit tot enig bloedvergieten heeft geleid. Op een uitgestoken klauw na, is de tegenstelling tussen Vlamingen en Walen bij verbaal gebrul gebleven.

Hotel New Flandres
Hotel New Flandres


Om het allemaal nog wat ingewikkelder te maken staat ook het Nederlands in Vlaanderen op gespannen voet met het Nederlands dat in Nederland gesproken wordt. Nederlanders en Vlamingen kunnen elkaar taalkundig perfect verstaan, ook al verstaan ze elkaar vaak niet…  Deze (separatistische) poëziebloemlezing die dit jaar voor flink wat controverse zorgde tussen Nederland en Vlaanderen illustreert nog maar eens hoe ver de Groot-Nederlandse gedachte van wijlen Jan Frans Willems van ons af ligt. Maar dat is een ingewikkeld verhaal waaraan ik meer dan één speciale bijdrage zal wijden.

Ook over de poëzie van onze Franstalige landgenoten heb ik het nog niet gehad. En ook daar kom ik zeker op terug.

Illustratie: Dhaen
Christine D”haen

Deze maand was het belangrijkste poëzienieuws uit Vlaanderen het overlijden van dichteres Christine D’haen. Ze stierf op 85-jarige leeftijd na een slepende ziekte.  In 1958 verscheen haar eerste bundel Gedichten 1946-1958 die opviel door een grote, klassieke vormbeheersing. Op dat moment bepaalden de uitbundige vormvrije Vijftigers echter het klimaat. Toch zou Christine D’haen nooit toegeven aan de grillen van de tijd. Haar leven lang bleef ze trouw aan haar classisistische opvattingen. Dat maakte haar tot een monumentale dichteres in het Nederlandse taalgebied.  Ze werd bekend bij het grote publiek door haar biografie van priester-dichter Guido Gezelle, ‘De wonde in ‘t hert’, (‘hert’ een West-Vlaams dialectwoord voor ‘hart‘). In 1992 kreeg ze de Prijs der Nederlandse Letteren. Marc Reynebeau schreef in De Standaard het volgende over haar: “Naarmate ze steeds scherper het gevoel kreeg dat ze met die ideeën dwars op haar eigen tijd stond, werd ze steeds meer een angry old woman. Symbolisch daarvoor is haar strijd tegen de geluidshinder van de toeristenkoetsen die onafgebroken voorbij haar huis in het volgens haar versuikerde Brugge klepperden.
Alle I.M.’s  naar aanleiding van haar overlijden heb ik verzameld in dit bericht.

Hier

      Hier was ik nu, ongaarne, maar hoe graag
      zag ik het duisterend licht, binnen, van glans
      tot grijzen, zwart met wit; landschap dat langs
      het glas voorbijgleed, groen en laag en traag;

      een zucht aan huid en bloem, adem, orkaan
      in bomen. Schotse lucht; wat daar rondom
      de aardbol draait, wolk, sterrentrans, de maan,
      een moniale door de nacht gaand, stom;

      vreugden te veel (gamba, papier, pastel;
      dat vrienden ver zijn; glimlach, stilte, taal;
      stemmen, buigzaam; schrift, dans, toneelspel, lied).

      Braakland, auto’s in regen; en totaal
      vreemd zijn: dromen, gedachte, ik wil het wel,
      wat weerkeert, nog, nog – en ik wilde niet!

      Christine D’haen (1923-2009)
      uit: Merencolie (1992)

 

Jan Pollet

Jan Pollet
Jan Pollet

 

http://jjpollet.wordpress.com/

http://www.decontrabas.com/

Alliansie met De Contrabas

Monday, August 31st, 2009
Chrétien Breukers

Chrétien Breukers

Vandat ons webblad enkele maande gelede op die internet gevestig is, het daar ‘n besondere alliansie met De Contrabas, wat die toekenning vir die beste literêre weblog verlede jaar in Nederland ontvang het, tot stand gekom. Etlike van ons artikels is deur hulle oorgehewel; in dié mate dat bykans 30% van ons besoekers tans vanuit Nederland/Vlaandere afkomstig is. Daarom is dit ‘n voor die hand liggende inistiatief om nog nouer bande met ons vennoot in die ander halfrond te smee.

Vanoggend is dit dan met borrelende opwinding dat ons kan bekend maak dat daar voortaan ‘n tweeweeklikse nuusbrief deur die redaksie van De Contrabas in die Brieweboks geplaas sal word. Hierdie Nuusbriewe sal nuus bevat van gebeure rondom die poësie in Nederland en ook Vlaandere. As teenprestasie sal ons ‘n soortgelyke maandelikse nuusbrief aan hulle verskaf. Soos Versdindaba is De Contrabas ‘n onafhanklike webblad wat deur drie persone bedryf word, by name Chrétien Breukers (Utrecht), Ton Van’t Hof (Leeuwaarden) en Jan Pollet (Gent).

Die eerste bydrae, by wyse van bekendstelling, is vanoggend in die Brieweboks te lese en is deur Chrétien Breukers geskryf. ‘n Meer omvattende nuusbrief sal binne enkele dae geplaas word.

Uiteraard is ons sommer baie opgewonde oor dié ontwikkeling; enersyds omrede dit ons plaaslike liefhebbers van die digkuns selfs nog meer op hoogte van die verwikkelinge in die ander halfrond sal bring, maar ook omrede dIt die prominensie van ons digkuns aldaar net nog verder sal kan verhoog. Onthou dus om hierdie skakel te kliek ten einde op hoogte te kom van nuusgebeure in die Ware Noord. (Lees gerus ook Yves T’Sjoen se kommentaar op die Miriam Van hee-onderhoud wat gisteraand op De Contrabas geplaas is waarin hy reageer op haar van die hand wys van Gent se stadsdigterskap. Die volledige berig kan hier gelees word.)

Dan het ons omtrent rede om hierdie week met ‘n handeklap-sessie te begin, aangesien nog ‘n nuwe bundel verlede week by die boekwinkels gearriveer het, naamlik Cas Vos se vyfde digbundel Intieme afwesige (Protea Boekhuis). Gaan loer dus by Publiksies in vir meer inligting oor dié besonderse bundel en lees veral Johann de Lange se skitterende onderhoud met Cas Vos. Intieme afwesige is beslis ‘n belangrike toevoeging tot ‘n reeds indrukwekkende oeuvre.

Lekker lees aan alles en geniet die week wat op hande is.

Mooi bly.

LE