Posts Tagged ‘Joke van Leeuwen’

Onderhoud met Joke van Leeuwen

Sunday, February 27th, 2011

(…e-posverbinding tussen Nederland en êrens in Azië…)

Carina van der Walt in gesprek met die Vlaamse stadsdigter van Antwerpen, Joke van Leeuwen,

 wat ook by Woordfees 2011 gaan optree 

 

Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen

CvdW:  U was al eerder in Zuid-Afrika – in de noorden, toch? Welke impressies kunt u zich nog herinneren?

 

 JvL:  Ja,  in Bloemfontein en Pretoria. Een vrolijk feest waar ook literatuur aanwezig was (en veel vrijwilligers) en een paar optredens voor studenten. Dat was allemaal heel positief. Het viel me toen op dat er op het feest weinig zwarten waren en bij een prachtig concert van Miriam Makeba weinig witten. Het zal ook lang duren om zo’n geschiedenis te overkomen. MAAR persoonlijk gesproken heb ik genoten van de mensen, de steden, de natuur.

Jakaranda seisoen in Pretoria

Jakaranda seisoen in Pretoria

 

CvdW:  Het stadsdichterschap in Nederland en België heeft eigenlijk nog maar een korte geschiedenis. De “poet laureate” in Engeland bestaat al langer. Welk doel wordt daar volgens u mee gediend? Kunt u uw antwoord een beetje toelichten?

 

JvL:  Opzet en doel kan per stad verschillen. Ik spreek dus maar alleen over Antwerpen. Ik denk dat Antwerpen ook vrij uniek is wat betreft de openheid en mogelijkheden voor het stadsdichterschap. Het is mogelijk veel (vaak tijdelijks) te realiseren, zodat de gedichten de stad zelf als drager kunnen hebben. Zo heb ik samen met ontwerper Bob Takes en anderen bijv. een tijdelijk gedicht van meer dan een kilometer gerealiseerd voor in de voetgangerstunnel die onder de rivier de Schelde de binnenstad verbindt met een flatgebouwenwijk aan de andere oever, en hebben we voor de inwoners van een relatief arme industriewijk heel groot op een silowand twee regels over hen laten aanbrengen. Iedere (voor twee jaar aangestelde) stadsdichter mag zijn/haar eigen invulling geven, het is niet verplicht om over bepaalde evenementen of zo te schrijven. Wel leeft het stadsdichterschap in Antwerpen zo sterk dat veel groeperingen verzoeken indienen. Zo zijn er bijv. gedichten ontstaan over de oppositie in de stad tegen een nieuwe verkeersbrug, over kindermishandeling (dit is een permanent monument geworden), over en vanuit asielzoekers zonder papieren, maar ook over een olifantje in de dierentuin, de dood van een geliefde zanger en de haven. De stadsdichter kan zaken die leven in de stad op een andere manier verwoorden dan via een artikel of een pamflet en geeft daarmee een stem aan de inwoners (ik sprak altijd eerst met de mensen over wie het gedicht moest gaan). Ook ben je een soort ‘vrije ambassadeur’ in de stad: ik bezocht bijv. buurtfeesten, avonden waarop havenarbeiders hun eigen poëzie over hun leven brachten, plekken waar ‘hangjongeren’ kwamen, bewoners van zogeheten (ik houd niet van de term) achterstandswijken enz.

 

Die “poet laureate” van Engeland is vanaf 2009 Carol Ann Duffy uit Glasgow, en word vir ’n tydperk van ongeveer tien jaar gekies.

Die “poet laureate” van Engeland is vanaf 2009 Carol Ann Duffy uit Glasgow, en word vir ’n tydperk van ongeveer tien jaar gekies.

 

CvdW:  Bestaat er een verband tussen nar, troubadour en stadsdichter volgens uw taakopvatting?    

 

JvL:  Dat is vooral de opvatting van mijn opvolger, troubadour Peter Holvoet-Hanssen. Wel vond ik het belangrijk dat ik veel podiumervaring heb en dus ook plezier in het optreden, waarbij ik graag in zingen uitbarstte of de mensen een lach of glimlach gaf. Tot nu toe zijn alle Antwerpse stadsdichters mensen geweest met podiumervaring.

’n Posseël uit Duitsland met ’n afbeelding van die hofnar.

’n Posseël uit Duitsland met ’n afbeelding van die hofnar.

 ’n Skets van troebadoers wat buite die middeleeuse stadsmure optree.

‘n Skets van troebadoers wat buite die middeleeuse stadsmure optree.

CvdW:  Als dertienjarig meisje verhuisde u samen met uw ouders van Nederland naar de Belgische stad Brussel. Voor Zuid-Afrikaanse begrippen is het geografisch niet eens zo ver uit elkaar. Taalverschillen tussen Amsterdam en Brussel zijn onbegrijpelijk. Kunt u iets vertellen van uw eigen taalverwarring in deze tijd?

 

JvL:  Ik kwam toen uit een dorp (woonde ook van mijn tweede tot achtste in Amsterdam). Brussel is een tweetalige stad, maar de Franstaligen overheersten nog meer dan nu (ook politiek, en Vlaanderen had zijn sterke economische en culturele opleving toen nog niet gehad). Veel leraren waren in het Frans opgevoed. In die tijd namen ze het Hollandse Nederlands als maatstaf en vroegen ze soms aan mij of ze iets goed zeiden, wat ik als verlegen grietje nogal genant vond, vooral ook omdat ik wist dat ze de Hollanders betweters noemden. Behalve het probleem dat mijn klasgenoten volledig drietalig waren (Nederlands, Frans en het dialect van hun grootouders) en ik nog nauwelijks Frans sprak, waren er ook verwarringen door ander woordgebruik. Zo gebruikt men in Nederland het woord lopen voor het gebruikelijke rustige voortbewegen, terwijl men het daar gebruikte voor rennen, hollen. Dus toen in de school werd geroepen ‘Ge moogt gaan, maar ge moogt niet lopen, dacht ik: wat moet ik dan, springen of kruipen?;-). Ook gebruikt men er bijv. het woord merkwaardig in de positieve zin van opmerkelijk, bijzonder, terwijl dat woord in Holland klinkt als vreemd, raar. Dus toen een Vlaming een Nederlander wilde complimenteren door hem een merkwaardig schrijver te noemen, was hij ervan in de war, want wat was er zo vreemd aan hem? Inmiddels zijn de Vlamingen zoveel zelfverzekerder geworden dat ze Nederland veel minder als maatstaf nemen, terwijl de Nederlanders in een verwarrende tijd zijn terechtgekomen en veel meer dan vroeger kijken hoe Vlamingen een en ander aanpakken.

 

Taaltrots: ’n Nederlandse straattoneel.

Taaltrots: ’n Nederlandse straattoneel.

In Brussel leef die twee tale, Frans en Vlaams, langs mekaar op straat.

In Brussel leef die twee tale, Frans en Vlaams, langs mekaar op straat.

 

CvdW:  Welke grote cultuurverschillen kunt u zich nog herinneren tussen bijv. Amsterdam en Brussel?

 

JvL:  De Vlamingen in Brussel waren toen nog een ondergeschoven groep. Weinig Franstaligen deden moeite om Nederlands te begrijpen. Bij vriendinnetjes zagen we thuis veel minder boeken dan we gewend waren, en ze dronken tussen de middag bier. Eten in een restaurant of naar het café gaan was veel gewoner, de school was veel gedisciplineerder, de leerlingen konden minder eigen initiatieven nemen, bijv. voor een schoolkrant. De stad was veel groter en er waren bedelaars, dat kende ik niet. Protestanten zoals wij waren een kleine minderheid, klasgenoten vroegen of wij ook christelijk waren. En ons noordelijke accent (minder zangerig, een hardere g) viel ook meteen op. Nu ben ik blij in twee culturen te zijn opgegroeid, een meer zuidelijke en een meer noordelijke.

 

Oupa, ouma en kleinkinders geniet die miniatuurstadjie Madurodam, wat die Nederlandse kultuur in boustyle en straatbeeld uitdruk.

Oupa, ouma en kleinkinders geniet die miniatuurstadjie Madurodam, wat die Nederlandse kultuur in boustyle en straatbeeld uitdruk.

'n Alombekende straatbeeld in Brussel wat miljoene toeriste jaarliks trek: Mannekin Pis.

‘n Alombekende straatbeeld in Brussel wat miljoene toeriste jaarliks trek: Mannekin Pis.

 

CvdW:  Hoe lang woonde u in Antwerpen toen u als stadsdichter verkozen werd? Wat is het groot verschil tussen Brussel en Antwerpen, ook als het gaat om de gesproken taal op straat? 

 

JvL:  Ik studeerde eerst drie jaar in Antwerpen en kwam er daarna in 2002 weer terug. Brussel is groter en internationaler, al telt Antwerpen ook veel nationaliteiten. Maar Antwerpen is officieel eentalig – Nederlandstalig. Als stadsdichter heb ik ook ondervonden dat de lijnen naar het stadsbestuur kort zijn. Brussel is veel ingewikkelder: het zijn eigenlijk 19 aan elkaar geplakte gemeenten met elk een burgemeester etc. Nu er zoveel politieke problemen zijn om een federale regering te vormen, maak ik me wel zorgen over de houding van veel Vlamingen t.o.v. Brussel. De stad heeft geld nodig om de serieuze problemen in bepaalde delen aan te pakken, veel Vlamingen die in Vlaanderen wonen werken wel in Brussel, ik beschouw de stad als onze hoofdstad, en splitsing zou denk ik ook het in de steek laten van de Brusselse Vlamingen betekenen. En België is al zo’n klein (en fijn) landje, moet het nog kleiner? Vlamingen, Brusselaars en (de Franstalige) Walen lijken meer op elkaar dan ze zelf beseffen.

 

CvdW:  Welke gedicht was voor u een persoonlijke hoogtepunt gedurende de twee jaar van uw stadsdichterschap? Waarom?

 

JvL:  Het tunnelgedicht (het was een vrij gedicht over beide kanten van het water, de mensen lazen het hardop als ze door de tunnel liepen), het eerste digitale gedicht, omdat het een vernieuwende vorm had en op allerlei plaatsen tegelijk kon worden geprojecteerd en het gedicht voor bovengenoemde industriewijk, omdat de inhuldiging een fraai buurtfeestje werd, waarvoor werknemers van het bedrijf met de silo spontaan een enorme hoeveelheid lekker eten maakten.

 

Die tonnelgedig onder deur die Schelde wat begin met Ha ga hier… en dan volg ses maal op verskeie plekke in die tonnel die aanspreekvorme: …u jij golle jullie gij …

 

 

Carina van der Walt. Joke van Leeuwen se rol as stadsdigter van Antwerpen

Sunday, February 27th, 2011

Joke van Leeuwen 

Stadsdigter van Antwerpen (2008 – 2010)

 

Vir Suid-Afrikaners is die fenomeen stadsdigterskap lewensvreemd. Om dit te verstaan, moet mens eers gaan kyk na hoe ‘n stad ontstaan het en wat die digter van toentertyd se verhouding met die stad was. Alle groot stede in Nederland en België benoem of verkies vanaf ongeveer 2000 stadsdigters, gewoonlik vir periodes van twee jaar. Dit is ‘n ereposisie. Antwerpen in België staan bekend vir sy uitstekende stadsdigters. Joke van Leeuwen (1952) was die vierde stadsdigter op ‘n ry na Bart Moeyaert (2006 – 2007), Ramsey Nasr (2005) en Tom Lanoye (2003- 2004). Tans is Peter Holvoet-Hanssens die stadsdigter van Antwerpen. Van Leeuwen was die enigste vrou in hierdie ry. Sy is binnekort op besoek by Woordfees.

Lees ook die onderhoud wat met haar gevoer is.

 

Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen

 

‘n Stad draai in Europa op ander skarniere as in Afrika. Hierdie skarniere is stokoue oorblyfsels uit die middeeleeue. Toe was die hofhouding van ‘n vors die middelpunt van bestuurlike en ekonomiese aktiwiteite en die kulturele sentrum van die omgewing. Kulturele aktiwiteite het die hofkapel met predikant en musikante, ‘n hofskilder en ‘n hofnar ingesluit. Die hofnar het aan die onderkant van die sosiale leer gestaan, maar kon sê wat hy wou, teen die heersende opvattinge in en sonder dat hy gestraf is. Hy’t die vors vermaak en soms gewaarsku. Engeland het as uitvloeisel hierop eeue later die idee van “poet laureate” ingevoer.

Van Leeuwen stap vandag gemaklik in hierdie rol. Sy is só bekend om haar humor, dat die erns in haar woorde soms verlore gaan. Op Winternachten 2010 het die gehoor by voorbaat al met ‘n grinnig op haar gestaan en wag, want hier kom weer iets! Haar sprankelende woorde kom as’t ware los van hulle gelade betekenis. Maar wie byvoorbeeld net “tielierelarelom” wil hoor, hoor net “tielierelarelom”. As “stadsnar” vermaak sy, maar sy stel ook dinge in die samelewing wat skuur en krap aan die kaak.

Sy lê haar digtersvingers op die seer kolle in die Antwerpse samelewing. Dit sluit lokale rusies oor nuwe aanbouings en nuwe riglyne vir sindelikheid vir vreemdelinge in. Op universeler vlak skryf sy oor die verwaarlosing van asielsoekers (sy noem hulle mense sonder papiere), eensame bejaardes en kindermishandeling. In die sonnet Vader skryf Van Leeuwen oor alzheimer. Die gedig skryf sy na aanleding van die vieringe rondom die vyftigste sterfjaar van Willem Elsschot (1882-1960). Hy was vir Antwerpen wat James Joyce vir Dublin was.

 

Vader

 

Hij was gekamd, gewassen en in leven,

geen tanden meer, maar warm rond zijn karkas,

verbaasde ogen achter brillenglas.

Waar was zijn vrouw, waar was zijn huis gebleven.

 

Stadsdigters moet op kort kennisgewing lykdigte kan skryf. Die dood oorval die mens en dus ook die digter. Verkieslik moet so ‘n gedig oor ‘n bekende van die stad gaan. Van Leeuwen skryf Blijft bij ons by die dood van Wannes Van de Velde – die grootste nie-amptelike stadsdigter wat Antwerpen gehad het. Van Leeuwen is egter eiewys en hou nie altyd by die voorskrifte nie. Sy skryf ‘n lykdig vir ‘n totaal onbekende vrou. Niemand het by haar begrafnis opgedaag nie. Al wat Van Leeuwen weet, is dat sy en die vrou dieselfde voorletter het: JvL. Juis hierdie eerbetoon laat haar uitstyg as digtersikoon.

Die hofhouding van die middeleeue is eintlik die stad van vandag. In stede in die Lae Lande moet mens vandag steeds jouself as nuwe intrekker by die stadsraad gaan inskryf. As jy verhuis, moet jy jouself weer uitskryf  – asof daar nog stadsmure om is. Die bevolkingsadministrasie is anders as in Suid-Afrika, heeltemal gedesentraliseer. Dit skep by die stadsinwoners ‘n baie sterk gevoel van verbondenheid. Eie variasies in taal ontstaan, selfs eie gebruike.

In die middeleeue het rondtrekkende troebadoers met hulle liefdesliedere by hofhoudings aangedoen. Hulle moes vermaak verskaf. Die kombinasie van musiek en digkuns is nie vreemd nie – selfs vandag. Tradisioneel is alle gedigte gesing.  Troebadoers kom rondom 1300 uit die suide van Frankryk. In Duitsland is hulle minnesangers genoem. Die stadsdigter van vandag het  in eerste instansie die taak om die skoonheid van sy stad te besing; om en die hoogtepunte in die stadslewe  te verwoord. Van Leeuwen is nie romanties in haar lofuitinge nie.

Sy skryf by die inwyding van ‘n nuwe stadspark Je bent er.

 

Je bent er  

 

til een scherf uit de stad

maak een laken van gras

neem de zon als plafond

 

gras is nooit ooit alleen

ligt en richt zich weer op

bomen hoeven geen huur

 

In die slotstrofe gebruik sy dieselfde tipe voëlklanke as waarvoor Jan Hanlo bekend is. Vir die Sint Anna-tonnel onder die Schelderivier deur wat bedoel is vir voetgangers en fietsryers, moes Van Leeuwen ‘n lang gedig met twee strofes skryf. Die Elfhonderd meter gedig moes die oewers aanmekaar verbind. Die gebruikers moes al lesende daardeur kon stap. Dis die ander wonderlike ding van Van Leeuwen as stadsdigter. Baie van haar gedigte is op mure van geboue, dakke, banke, sypaadjieteëls, vensters en digitale flitsborde aangebring. Sommige gedigte of reëls was net tydelik, ander pryk permanent. Van Leeuwen is opgelei as grafiese ontwerper. Dit het nog altyd handig te pas gekom in die openbare ruimte, meer nog in haar posisie as stadsdigter. Nie al haar stadgedigte is in die strate sigbaar nie, want Aan een olifantje is geskryf vir die geboorte van ‘n olifantjie in die dierentuin van Antwerpen. Soms is die verering van Antwerpen baie subtiel weggesteek.

 

Hoe is't

Hoe is't - gedichten in 't stad

Die titel van die digbundel wat haar twee jaar stadsdigterskap afsluit, is Hoe is’t? gedichten in’t stad. Die vraag na welstand verraai ‘n Antwerpse dialek. Nog iets in die subtitel maak dit eie aan Antwerpen: in’t – want eintlik moet dit “de stad” wees. Antwerpenare is sjiek mense wat praat van “het stad” asof dit vir hulle “het leven” is. Tydens haar tyd as stadsdigter het Joke van Leeuwen in elke vesel Antwerpenaar geword.  Maar soos ‘n regte troebadoer moes sy na twee jaar weer vertrek.  

Om die gedigte in Hoe is’t? te lees, daarna te luister en te kyk waar dit in Antwerpen uitgebeeld is, klik hier.   

Onderhoud met Melt Myburgh oor die komende Woordfees

Tuesday, February 1st, 2011

Elwe & Selwe – En kuier kán die spulletjie!

Louis Esterhuizen gesels met Melt Myburgh, Woordfees se Woordkunsprojekbestuurder

Melt Myburgh

Melt Myburgh

Melt Myburgh woon op Stellenbosch en werk by Woordfees as Woordkunsprojekbestuurder. Hy het langs die Oranjerivier op Karos naby Upington grootgeword.

Nadat hy in 1992 ‘n M.A.-graad in Afrikaans en Nederlands aan die Universiteit van Stellenbosch verwerf het, was hy vir 15 jaar lank onderwyser in Afrikaans en Engels in skole regoor die land.

Van sy gedigte is in Nuwe Stemme 2 opgeneem. Hy skryf gereeld vir Rapport se boekeblad.

 

Sy debuurbundel, Oewerbestaan, het verlede jaar by Protea Boekhuis verskyn.

 

Melt, ten eerste veels geluk met ʼn uiters indrukwekkende program. Met die eerste deurkyk wil dit voorkom asof dié program meer omvangryk is en selfs nog meer verskeidenheid bied as wat dit in die verlede was. Is dit so?

Baie dankie, Louis. Die program is inderdaad omvangryker as verlede jaar omdat soveel nuwe uitgewers en belangegroepe met aanbiedings aangesluit het by die Woordfees. Om eerlik te wees, ons wou ʼn kleiner formaat aan feesgangers bied, maar die energie wat die Woordfees oor die afgelope paar jaar laat versnel het, is duidelik nog nie uitgewoed nie.

Hierdie is reeds die tweede Woordfees-program waarby jy betrokke is as Woordkunsprojekbestuurder. In welke mate voldoen vanjaar se fees aan die persoonlike doelwitte wat jy daarvoor in die vooruitsig gestel het?

Woordwerkers: Dorothea van Zyl & Melt Myburgh

Woordwerkers: Dorothea van Zyl & Melt Myburgh

My persoonlike doelwitte stem ooreen met die Woordfees sʼn; juis daarom bly my werk my passie. Ons streef daarna om ʼn platform vir woordkunstenaars te skep sodat die breë publiek kennis kan neem van hul werk en dit geniet. Vir my is dit belangrik dat skrywers en kunstenaars op ʼn fees soos hierdie geakkommodeer word met die respek wat hulle verdien. Daarom lê veral die profielaanbiedings, waar skrywers gehuldig word vir hul bydraes tot ons letterkunde, my na aan die hart.

Melt, ons fokus is uiteraard die teenwoordigheid van digkuns op die program. In dié opsig is daar die spesiale verering van TT Cloete wat vanjaar nie net 86 word nie, maar ons ook met ʼn magtige bundel, Onversadig, verras. Vertel ons ietsie meer oor dié spesifieke item wat op 9 Maart om 19:00 in die Sasol Kunsmuseum plaasvind?

TT Cloete

TT Cloete

Ons is baie gelukkig om vir TT Cloete in hierdie senior lewensjaar van hom vir die eerste keer by die Woordfees te ontvang. By die profielaanbieding lewer Joan Hambidge ʼn oorsig oor Cloete se bydrae tot die Afrikaanse letterkunde. Heilna du Plooy praat oor Cloete as mens. André Strijdom het pragtige toonsettings van Cloete se verse gemaak en die sopraan Elizabeth Frandsen sal hiervan sing by die geleentheid. En natuurlik lewer Cloete ʼn wederwoord.

Vir my was dit tot dusver ʼn inspirerende ervaring om met Cloete te skakel om alles gereël te kry.

Nog ʼn besonderse item is die gesprek wat die twee Marais’s, Danie en Loftus, tydens ʼn noenmaal op 8 Maart by De Vette Mossel gaan voer oor die indringende vraag “Hoe vry is die vrye vers?” Wat vermoed jy kan ons van dié gesprek te wagte wees?

Danie en Loftus het ingestem om vanjaar se LitNet-skryfskool, wat moontlik gemaak word deur Sanlam, aan te bied. Tussen die skryfskool-sessies word daar by De Vette Mossel oor middagete gesprek gevoer oor die onderwerp “Hoe vry is die vrye vers?” Ek vermoed dit gaan ʼn baie interessante gesprek wees. Die kwessie van die praatvers, waaroor daar gereeld hier op Versindaba rede gevoer word, sal sekerlik aangeroer word.

Hopelik stik voorstanders van tradisionele vormvaste konstruksies darem nie in die heerlike seekosgeregte wat De Vette Mossel voorsit nie.

Joke van Leewen

Joke van Leewen

ʼn Groot verrassing op die program vanjaar, is die teenwoordigheid van Antwerpen se voormalige stadsdigter, Joke van Leeuwen. Waarom het julle juis op haar besluit en hoe moeilik (of maklik) was die onderhandelinge om haar in te voer Stellenbosch toe vir dié geleentheid?

Die Woordfees is baie bevoorreg om ʼn vennootskap te hê met organisasies wat skrywers uit die Lae Lande sekondeer vir optrede tydens die fees in Stellenbosch. Danksy die ondersteuning van die Nederlandse Taalunie, bemiddel deur die Kaapse Forum, kan ons vir Joke, ʼn uitstekende voordragkunstenaar, akkommodeer in die volgende program-items: Poësie: vyf van die beste op 10 Maart om 19:00 in die Sasol Kunsmuseum, Soete Groete op 11 Maart om 19:00 in die Bilton Wynlandgoed en by die Neerlandistiekdag op 12 Maart vanaf 09:00 tot 14:00 in die Lettere-gebou se Lokaal 693. 

Dorothea van Zyl het al ʼn optrede van Joke in Nederland meegemaak, en was baie beïndruk met haar. Die korrespondensie tussen die Woordfeeskantoor en Joke was tot dusver joviaal: in terme van toeganklikheid en professionaliteit is sy ʼn engel.

Wat ons die afgelope tyd opval, is dat Nederlandse skrywers ons al hoe meer kontak en aandui dat hulle graag by die Woordfees sou wou optree.

Soos altyd bied die Woordfees ook heelwat vir die jonger, meer avontuurlustige poësieliefhebber. Watter items het julle juis met hierdie oogmerk by die program ingesluit?

Dit is altyd heerlik om debuutdigters by die Woordfees te akkommodeer. Vanjaar bring NB-Uitgewers vir Martina Klopper (Nadoodse ondersoek) en Andries Samuel (wanpraktyk). Hulle tree op 8 Maart om 18:00 in die Erfurthuis in gesprek met Joan Hambidge.

Oopmonddigters

Oopmond, onder leiding van Ronel Nel, is ook weer op die program. Dié gewilde aanbieding het verlede jaar sy Woordfeesdebuut gemaak. Ek dink die name wat deelnemende digters toe-eien, sê alles oor die gewildheid van dié tradisionele geveg tussen vers-makers: D.J. Stotterman (Andries Bezuidenhout), Breyten Lykverdag, (Niel van Deventer), Joe Moer! (Jo Prins), Ingrid Dronker (Ronel Nel) en NP van Lykskou (Danie Marais). Hulle is op 10 Maart te sien in die nuwe Dorpstraat Teater net buite Stellenbosch.

Die Adam Tas Studentevereniging sorg vir ʼn heerlike opskop by Aan de Braak Teater op 11 Maart om 20:15 met Drink, dig, kuier! Hulle maak spesifiek voorsiening vir studentedigters. En soos jy weet, Louis, is hier baie talent onder die Maties. En kuier kán die spulletjie!

En natuurlik is daar ook heelwat items vir die meer besadigdes onder ons; soos byvoorbeeld Skemerverse (13 Maart, Botaniese Tuin, 18:00) waarmee die fees tradisioneel afsluit. Watter soortgelyke items is daar om na uit te sien?

Gert Vlok Nel

Gert Vlok Nel

Skemerverse, wat vanjaar spog met digters soos Gert Vlok Nel, Ronel Nel, Andries Bezuidenhout, Robert Bolton, Johan Myburg, Jo Prins en Ronelda Kamfer, verkoop gewoonlik vroeg-vroeg uit.

Ek is baie opgewonde oor Engelse digters wat onder Leon de Kock se vlerk saamtrek. Hulle word ondersteun deur ProQuest, ʼn maatskappy wat digitale inligtingstelsels verskaf aan opvoedkundige instellings. Op 11 Maart om 17:00 lees Finuala Dowling, Sindiwe Magona, Ari Sitas, Marí Peté en Karin Schimke saam met Leon uit hul werk voor in die Boektent. Die Woordfees verwelkom digters en skrywers in tale waarmee Afrikaans ʼn historiese en geografiese verwantskap deel.

Een van die hoogtepunte op die poësieprogram is Poësie: vyf van die beste op 10 Maart in die Sasol Kunsmuseum. Hier word feesgangers getrakteer op verskuns uit die boonste rakke met T.T. Cloete, Petra Müller, Lina Spies, Danie Marais en Joke van Leeuwen.

Op die NB-program kan ons luister na Mari Grobler oor haar nuwe bundel, Toe dit nog vroeg was (8 Maart om 11:00) en Joan Hambidge oor Visums by verstek (10 Maart om 14:00). Tom Gouws en Marthinus Beukes voer op 12 Maart daar in jou en Marlise se Protea-boekwinkel die woord oor Gouws se Ligloop.

Liefhebbers van die klassieke vers-kuns kan op 12 Maart gaan luister na die US Departement Antieke Studie se aanbieding van ʼn dramatiese voorlesing uit die werk van die Romeinse liefdesdigter Catullus. Ek haat en ek het lief beloof om iets besonders te wees.

Ek is baie bly dat ons die bekendstelling van Adinda Vermaak en Pieter Strauss se Rymreise kan akkommodeer. Dié bloemlesing vir laerskoolleerders word deur Nasou Via Afrika bekend gestel tydens ʼn pragtige geleentheid in die US Kunsgalery op Vrydag 11 Maart om 19:00. Alida Bothma se illustrasies, wat in die bundel opgeneem is, word ook daar uitgestal.

Die ATKV se multimedia-tentoonstelling Skilder met woorde II, waarin gedigte met skilderye en ʼn klankbaan vermeng word, is ʼn ervaring wat nie misgeloop moet word nie. Sewe digters se werk is hierin opgeneem en die tentoonstelling is van 4 tot 13 Maart te sien in die Sasol Kunsmuseum.

Melt, persoonlik vind ek die items wat by die kategorie “Woordmusiek” aangetref word, besonder opwindend; veral omrede so baie van hierdie musiekitems in kombinasie met toonsettings van gedigte en/of voorlesing geskied. Watter van hierdie sou jy as moontlike hoogtepunte uitsonder?

Petra Müller

Petra Müller

Om iets uit te sonder is mos soos om ʼn oupa te dwing om tussen sy kleinkinders te kies. Ek dink egter Boegoe vannie liefde, Witlig en Vergesigte Vermeerder in Vers en Fuga is bo-aan my lysie. Die poësie van Hans du Plessis, Petra Müller en Tom Gouws word in dié pragproduksies omtower tot multimedia-ontploffings van woord, beeld en klank.

Ten slotte – ek vermoed dat daar met die saamstel van so ʼn omvattende program altyd items is wat vir watter rede ook al, nie geakkommodeer kan word nie. Items wat jy besonder graag sou wou betrek, maar helaas nie kon nie. Is ek verkeerd hierin of is daar inderdaad items buite rekening gelaat waaroor jy spyt is?

Ja, daar is items wat nie op die fees geakkommodeer kon word nie omdat daar eenvoudig nie plek op ʼn omvattende program is nie. Of soms is kunstenaars nie beskikbaar nie. Ek mis byvoorbeeld die ASV se bydraes vanjaar. Dit breek altyd mens se hart as iemand weggewys moet word. Maar daar is altyd ander geleenthede waar mens weer kan inhaal, soos met Versindaba later vanjaar.

Baie dankie vir hierdie gesprek, Melt. Mag vanjaar se fees vir jou nie net ʼn kroonfees wees nie, maar ook ʼn persoonlike vreugde.

Baie dankie, Louis; ek hoop woordliefhebbers geniet die fees net soveel soos verlede jaar. By wyse van toegif volg Zandra Bezuidenhout se feesgedig, “Elwe & Selwe” hieronder.

 

Elwe & Selwe

 

Op hierdie Woordfees gaan ons delwe

na die vele elwe en die selwe.

Deur woorde, kuns en die musiek

lig ons die sluiers oor geheime,

en reis ons met die oog en oor

langs al die wonderlike weë

wat die sinne en die hart bekoor.

 

Eintlik is ons almal elwe,

elkeen anders, elk uniek,

party met een, party met baie selwe.

Die Woordfees wil die pad plavei

vir jou en my om saam te dans

langs duisend kronkels van genot,

waar elf en self, vermom as kunstenaars,

kom goël en smokkel met die kop.

 

Elke asem, elke elf en self,

kan deelhê aan die spel van twintig-elf.

Die taal se pyl en boog, so word vertel,

is droom en fantasie se metgesel.

Maak dus jou koker vol;

kom jag die storie-bokkies sonder tal.

Ja, ‘n fees wat op die spoor van woorde loop

maak die poorte na ‘n sprokieswêreld oop!

 

(c) Zandra Bezuidenhout

 

 

Jan Pollet. Stadsdichters van de 21e eeuw: exit Assurancetourix

Monday, October 5th, 2009
Assurancetourix

Assurancetourix

In de digitale kolommen van Knacks nieuwe boekensite is een oude bekende opgedoken die,  sinds zijn scherpe polemische stukken in het literaire tijdschrift  de Brakke Hond al een tijdje uit de running was. Zijn naam is Bart de Man, hij staat voor ‘een collectief van specialisten modernisme en deconstructie in beeldende kunst en literatuur‘,  maar wie hij precies is blijft een mysterie. Terloops wil ik u ook attent maken op een andere blogger van wie de Vlaamse literaire incrowd zich afvraagt: wie is hij toch? De geheimzinnige vrijetijdsblogger luistert naar de naam Achille van den Branden (geïnspireerd op het verhaal ‘Het boek’ uit  Een slagerszoon met brilletje van Tom Lanoye) en brengt dagelijks goed geschreven en gedocumenteerde recensies die een constant kwalitatief niveau halen.
Maar laten we terug keren naar onze Bart de Man die muis en klavier met zwavelzuur heeft opgepoetst om tussen het boekennieuws op Knack/deBuren af en toe zijn dodelijke scuds af te vuren.

Doelwit van zijn vlijmscherp ongenoegen was deze keer het fenomeen ‘stadsdichter’. Zijn vlammende tirade bevat een stroom aan toespelingen op lokale politieke en literaire toestanden die in het kort hierop neerkomt: dichters moesten zich schamen om mee te spelen in het pr-circus van een stad. Een dichter die zich laat strikken voor een aanstelling als stadsdichter, verkoopt niet alleen zijn ziel, maar gooit daar bovenop nog eens de goede naam van de poëzie te grabbel.
Om zijn stelling visueel kracht bij te zetten vergelijkt hij een stadsdichter met een personage uit de strip Asterix en Obelix:  Assurancetourix namelijk, de bard die, gewapend met een harp, bij elke officiële gelegenheid zijn verplicht nummertje wil opvoeren tot unaniem afgrijzen van de voltallige dorpsgemeenschap. Steevast eindigt hij geboeid en gekneveld aan een boom.

Stadsdichter: het is een fenomeen dat in Nederland de laatste tien jaar een hoge vlucht kent en stilaan ingeburgerd is in het beleid van een stad. In België hebben alleen de Vlaamse steden het Nederlandse voorbeeld gevolgd. In Wallonië is het fenomeen totaal onbekend. Brussel opteerde voor een collectieve variante, waarover straks meer.
Hoewel ik Bart de Man best kan volgen in zijn aversie voor de gelegenheidspoëzie die weinig tot geen uitstaans heeft met de echte poëzie, vind ik dat het stadsdichterschap in de drie grote steden (Antwerpen, Gent, Brussel) toch ook een paar interessante evoluties heeft doorgemaakt.

Tom Lanoye. Stadsgedicht
Tom Lanoye. Stadsgedicht

Antwerpen.

Monumentaal en aangrijpend was het Boerentoren-gedicht (geen verband met de Zuid-Afrikaanse Boeren… ) van Tom Lanoye. Een metershoge banner die de hoogste toren van Antwerpen sierde. Een pleidooi voor tolerantie in de door rechts extremisme geplaagde stad Antwerpen: “Aanvaardt mij. Neemt mij. Ziet mij staan” zo luiden de oud-Vlaamse beginregels van het gedicht, dat subliem grafisch werd vorm gegeven door Gert Dooreman. 
Met de aanstelling van de Nederlandse dichter van Palestijnse afkomst Ramsey Nasr, belandde het Antwerpse stadsbestuur in een xenofobe crisis nav een stuk dat Nasr schreef ter verdediging van de Palestijnen in de Palestijnse gebieden. Niet de poëzie maar de uitgesproken mening van de stadsdichter zorgde hier voor ophef.
Antwerpen koos trouwens een tweede keer voor een Nederlandse dichter met de aanstelling van Joke van Leeuwen, die ondermeer een schitterend video-gedicht afleverde waarin ze duidelijk refereerde naar de typografische experimenten van wijlen stadsgenoot Paul van Ostaijen. Een visueel hoogstandje over de multilinguale context van een grootstad.

 

Video: Joke van Leeuwen

Gent

De kleinere Oost-Vlaamse havenstad wisselt het stadsdichterschap af met een stadstoondichterschap. Roel Richelieu en Erwin Mortier hielden het bij het klassieke stadsgedicht. De recente aanstelling van de derde stadsdichter verliep ronduit klunzig. Met name Yves T’Sjoen, mede-blogger op deze site, haalde op De Contrabas scherp uit naar het gebrek aan professionalisme in Gent Letterenstad. Tenslotte viel na een advies van het Gentse Poëziecentrum en een verhoging van het honorarium, de naam van Peter Verhelst die iedereen verraste met zijn visie op zijn nieuwe functie:

“Ik wil geen gedichten schrijven voor Gent, maar ik wil wel literatuur maken van Gent. Kortom: vervang stadsdichter door dromenvanger’
“Exact twaalf jaar geleden vatte ik het plan op de dromen van een stad te verzamelen. Het is er nooit van gekomen. Toen ik de vraag kreeg stadsdichter van Gent te worden, was dit het eerste wat ik wist: ik wil een dromenboek maken.”

Verhelst heeft hiermee misschien een oplossing  gevonden om de inwoners van een stad echt bij de poëzie te betrekken en zo het artificiële karakter dat aan veel gelegenheidspoëzie kleeft te omzeilen. De stadsdichter laat de vele stemmen van een stad klinken en zet zijn eigen ego en poëticaal talent opzij. Terloops wil ik toch graag wijzen op de gemiddelde afmetingen des dichters ego die veel, veel liever aan zijn eigen persoontje en kwellinkjes zijn pen slijpt dan aan de – laat ons wel wezen – droge, versteende symboliek van een stad. Bovendien zijn steden zijn geen afgelijnde biotopen meer. Vroeger werd je in een stad geboren, je stierf er en je nageslacht deed hetzelfde, honderden jaren lang. Daar is sinds de auto en het vliegtuig toch wat verandering in gekomen. Er zijn zoveel steden als er inwoners zijn van die stad.

Brussel
Als hoofdstad van Europa koos Brussel resoluut voor een multicultureel en meertalig stadsdichterscollectief. De stadsdichter van Brussel is namelijk veelkoppig: de Brusselse Galiciër Xavier Queipo, de Marokkaanse Belg Manza die in het Frans rapt, de Franstalige Laurence Vielle en de Nederlandstalige Geert van Istendael. Dit Brusselse Dichterscollectief, bezield door David Van Reybrouck en Peter Vermeersch en gepatroneerd door Passa Porta, realiseerde dit jaar een Europese Grondwet in Verzen:  52 dichters hebben er aan meegewerkt. Ook niet-Europese dichters die in Europa onderdak hebben gevonden, brachten opmerkelijke lyrische artikels aan. Ze schreven in meer dan 20 verschillende talen. Bijna 70 vertalers zorgden voor een versie in het Nederlands , Frans en Engels.

Actie en interactie, dat lijken meer en meer de ordewoorden te zijn om de poëzie een functie te geven in de samenleving.  Bij zijn officiële aanstelling tot president van de Verenigde Staten stond Obama er op dat een dichter de plechtigheid zou opluisteren. Slechts 4 van zijn voorgangers waren eerder op het idee gekomen om een dichter aan het woord te laten tijdens hun inauguratie. Het wijst erop hoe ongewoon het is geworden om poëzie met officiële gebeurtenissen in verband te brengen. Het wijst er ook op dat poëzie misschien niet (meer) het voor de hand liggende medium is waarmee machtshebbers historische momenten kunnen verankeren in het collectieve geheugen. Maar Obama waagde het erop. Misschien hoopte hij hiermee definitief de spons te halen over het oorlogszuchtige beleid van zijn voorganger. Misschien rekende hij op de helende kracht van een paar verzen om het 9/11-trauma te doen vergeten. Een buitenkans voor de poëzie die dichteres van dienst, Elisabeth Alexander, echter niet waarmaakte toen ze kwam aandraven met het brave, klassieke en slaapverwekkende Praise the day waarmee ze nog maar eens het vooroordeel van de grote massa bevestigde: poëzie is saai en lastig.

Nee, dan liever de Nederlandse Dichter des Vaderlands, ex stadsdichter van Antwerpen, Ramsey Nasr en zijn swingende, actuele, grappige en pijnlijke toekomstige taalvisioenen van een Rotterdammer anno 2059: Nasr: Mi have een droom

de eerste strofe gaat als volgt:

“wullah, poetry poet, let mi takki you 1 ding: di trobbi hier is dit
ben van me eigen now zo 66 jari & skerieus ben geen racist, aber
alle josti op een stokki, uptodate, wats deze shit? ik zeg maar zo
mi was nog maar een breezer als mi moeder zij zo zei: “azizi
doe gewoon jij, doe je gekke shit genoeg, wees beleefd, maak geen tsjoeri
toon props voor je brada, zeg ‘wazzup meneer’, ‘fawaka’ -en duh
beetje kijken op di smatjes met ze toetoes is no trobbi
beetje masten, beetje klaren & kabonkadonk is toppi
aber geef di goeie voorbeeld, prik di chickies met 2 woorden”
zo deed mi moeder takki toen & boem tranga! kijk, hier staat ik
hand in hand, harde kaas, api trots op di belanda, niet dan?
now dan, want mi lobi roffadam & deze stitti is mi spanga

Hier ziet en hoort u de Dichter des Vaderlands Mi have een droom performen (bekijk ook het interview met Nasr op de video rechts.)”


Jan Pollet
http://jjpollet.wordpress.com/
http://www.decontrabas.com/