Posts Tagged ‘Jules Deelder’

Nuuswekker. Jules Deelder skryf die geskenkbundel vir Poëzieweek 2017

Monday, January 9th, 2017
Jules Deelder

Jules Deelder

Januarie is in Nederland en Vlaandere die maand van die digkuns, want nie net is Poëzieweek 2017 geskeduleer vir die week vanaf Donderdag, 26 Januarie, nie, maar die jaarlikse “geskenkbundel” deur ‘n genomineerde digter is vanaf vandag gratis beskikbaar by alle goeie boekwinkels. Tydens die Poëzieweek word die digkuns op vele (en alle) maniere gevier: van spesiale blootstelling in die media, tot bykans elke dorp of stad of gehuggie wat die een of ander poësieprogram of gebeurtenis aanbied rondom vanjaar se tema: Humor.

En wie beter is daar om vir hierdie geskenkbundel te nomineer, as die enigmatiese Jules Deelder (1944), wanneer humor ter sprake is. Op die amptelike webtuiste van Poëzieweek 2017 word dié keuse soos volg gemotiveer: “Humor en poëzie? Jawel, zegt Jules Deelder, die het Poëziegeschenk 2017 zal schrijven. Met het thema humor in de Poëzieweek 2017 komt er aandacht voor gedichten die op de lachspieren werken, uit hilariteit, herkenbaarheid of uit ironie. Humor is in Deelders poëzie in ieder geval geen curiosum. Deze Nederlandse dichter van een omvangrijk oeuvre staat in binnen- en buitenland bekend om zijn memorabele performances, waarbij de Beat Generation nooit veraf lijkt.”

J.A. (Jules) Deelder is immers bekend as performance poet  en sy loopbaan strek terug tot  1966. Na sy debuut, Gloria Satoria (De Bezige Bij), volg daar vele publikasies, waarvan die meer onlangses die volgende is:  Tussentijds (2008), Ruisch (2011), Het graf van Descartes (2013) en Dag en nacht (2014). Deelder ontvang vir sy oeuvre die Anna Blaman Prijs (1988), die Johnny Van Doorn-prijs vir voordragkuns (1999), en die Tollensprijs (2005).

Vir jou leesplesier volg een van sy gedigte.

*

Wonderland

 

Bij het pompstation
bleken acht van de negen
pompen super te leveren
en maar één normaal

Op m’n vraag of het geen
tijd werd de bordjes te ver-
hangen keek de pompbediende
mij niet begrijpend aan

Toen ik later in een
etalage op een bord las
dat men bij aanschaf van
vijf batterijen één

staaflantaarn cadeau gaf
begreep ik dat ik
in de omgekeerde wereld
was beland.

© Jules Deelder
Uit: ‘Interbellum‘ 1987.

 

Chris Coolsma. Jazz! (1)

Saturday, November 6th, 2010

Wat is er veel dat het leven waard maakt, geleefd te worden. Geliefden en vrienden allereerst, maar de kunst in bijna al haar vormen zit hen dicht op de huid. Al dikwijls heb ik gedacht dat ik een voorstander zou zijn van reïncarnatie, als ik mijn leven over mocht doen met de kennis van nu en de lichamelijke en geestelijke energie van een zeventienjarige. Dan zou ik weer proberen om het grootste deel van mijn leven te vullen met literatuur, klassieke muziek, jazz, goede popmuziek, alle vormen van beeldende kunst en films, veel films. Die zijn immers een cumulatie van veel van deze kunstvormen?

Maar ook vandaag is de tijd beperkt en moet ik me bepalen tot één van die voertuigen van de verrukking. En het wordt de jazz. Want wat maakt net zo gelukkig als de muziek die ‘tussen de toetsen ontstaat’ (Chick Corea)? Alles in jazz is onverwacht. Jazz is altijd nieuw en ontstaat altijd opnieuw. Het verrukkelijkste zijn de veranderingen aan ritme, structuur, melodie en harmonie, die plaatsvinden tijdens elke uitvoering. Probeer eens om mee te zingen of te fluiten met John Coltrane in zijn historische uitvoering van Equinox (http://www.youtube.com/watch?v=5m2HN2y0yV8), ook op Coltrane’s Sound (Rhino/Atlantic R2 75588). Lukt het? Dat bedoel ik. Hij komt altijd eerder of later, varieert altijd anders dan je dacht, herhaalt zichzelf nooit precies op dezelfde manier. Hij bedenkt het ter plekke en zelfs nu ik het voor de misschien wel zeshonderdste keer hoor, klinkt het alsof hij het weer uitvindt. De melodie is simpel en Coltrane blijft er dichtbij, maar vervelen doet hij nooit. Jazz is geestelijke vrijheid en bevrijding, onvoorspelbaarheid en twijfel, verrassing en schok, ontembaar en onsterfelijk. Wat me nu bij het verrukkelijke gedicht (of is het proza?) van Jules Deelder brengt:

Jazz is. Jazz leeft. Gebeurt. Beweegt. Jazz neemt. Jazz geeft. Jazz weet. Jazz spreekt. Jazz doet. Jazz laat. Jazz komt. Jazz gaat. Uniek. Muziek. Van vlees en bloed. Jazz waagt. Jazz wint. Breekt baan. Jazz bonkt. Jazz staat. Jazz valt. Is overal. Ontroert. Verwarmt. Grijpt bij de keel. Jazz knettert. Knalt. Ontketent. Heerst. Jazz heelt. Jazz zuivert. Lichaam. Geest. Jazz swingt. Jazz vecht. Is waar. Is echt. Geen loze kreet. Geen leeg gebaar. Jazz werkt. Versterkt. Ontwapent. Toont. Jazz laaft. Jazz loont. Is water. Brood. Jazz lacht. Jazz huilt. Jazz in. Jazz uit. Legt bloot. Daagt uit. Jazz kookt. Jazz bruist. Jazz troost. Jazz bijt. Jazz bloedt. Heeft schijt. Is zwart. Is wit. Is rood. Niet grijs. Jazz vloekt. Jazz moet. Verbroedert. Zoekt. Jazz vindt. Jazz wijst. Jazz schokt. Jazz eist. Jazz hoog. Jazz laag. Jazz voor. Jazz na. Jazz rookt. Jazz jaagt. Is eigen baas. Vereent. Verzoent. Begeestert. Woedt. Bevrijdt. Bewijst. Begrijpt. Vervoert. Jazz spreidt. Jazz sluit. Bezielt. Verrijkt. Geeft hoop. Verblijdt. Jazz schittert. Glanst. Jazz flitst. Jazz danst. Verhit. Zweept op. Bemint. Verleidt. Jazz roept. Jazz voelt. Jazz groeit. Jazz bloeit. Jazz blaakt. Jazz blijkt. Betovert. Geilt. Jazz ademt. Zweet. Jazz fluistert. Schreeuwt. Ontmaskert. Snijdt. Jazz glijdt. Jazz sluipt. Jazz slijpt. Jazz spuit. Jazz klinkt. Jazz dwingt. Jazz lonkt. Jazz blinkt. Jazz vraagt. Jazz raakt. Verlost. Verbaast. Viert feest. Verklaart. Is bitter. Zoet. Is hot. Is cool. Jazz ijlt. Vooruit. Voorbij. Ver weg. Dichtbij. Paraat. Bereid. Op weg. Altijd. Jazz was. Jazz is. Jazz blijft.

Lang geleden, in 1975, stond ik met mijn zoontje van twee jaar bij de rand van een podium op een pleintje in Utrecht. Op twee meter afstand speelden drie van de grootste Nederlandse mannen van de geïmproviseerde muziek met klank, tijd en ruimte. Een piepjonge Ernst Reisiger, toen al een duivelskunstenaar op de cello (voor recent werk zie http://www.youtube.com/watch?v=XAmoc2LMWJI&feature=related ). Maarten van Regteren Altena, bassist en componist. En Han Bennink, een geheel autonome niet-elektronische eenmans ritmesectie. (zie de unieke documentaire op http://video.google.com/videoplay?docid=-8470686043713694913# of koop de CD ‘Monk’ van Han Bennink, Michiel Borstlap en Ernst Glerum, http://gpmusic.nl/shop/ ) Ik geloof niet dat er verder iemand luisterde (sic!), maar mijn zoontje stond een uur lang op de hoek van het podium naar de musici te kijken en ik verdween naar hoger sferen. Geluid en ritme werden voor onze ogen opnieuw uitgevonden. Dat is jazz.

De verrukking die jazz en de aanverwante blues, soul en gospel altijd weer teweegbrengen, is ook onder woorden gebracht door Billy Collins. Ja, ik geef toe, ook daarom houd ik zo van zijn werk. In vijf gedichten improviseert hij op het thema van de ontroering en de sensatie die deze muziek veroorzaakt. Vandaag de eerste twee. Ik zeg het er weer eens bij: je moet ze voorlezen om de kracht van de gedichten ten volle te voelen. Daarvoor zou ik natuurlijk eigenlijk de Engelse versie moeten bijleveren. Als iemand dat graag wil, laat het me dan weten. Ik ben nu te lui om alles over te tikken.

Een zondagmorgen met de Sensational Nightingales

Het waren niet de Five Mississippi Blind Boys
die me die zondagmorgen
van de grond tilden
toen ik naar beneden reed voor de krant, wat sinaasappelen en brood.
Noch waren het de Dixie Hummingbirds
of de Soul Stirrers, ondanks hun opwekkende naam,
of zelfs de Swan Silvertones
die me inspireerden om over het tumult van de bomen heen
naar het open hemelgewelf te kijken.

Nee, het waren de Sensational Nightingales
die toevallig die vroege zondagmorgen
zongen op de gospelzender
en de eer moeten krijgen van het opstoten
van mijn ziel, de opwekking van de muizen daarbinnen.

Ik heb altijd van deze harmonie gehouden,
als vier, soms vijf treinen, naast elkaar
denderend over een golvend landschap –
maak er een trillend landschap van rode aarde van,
wilde bloemen groeien langs de zilveren sporen,
kanten tafelkleden bedekken de heuvels,
de mannen en vrouwen in witte hemden en jurken
lopen in de richting van een hoge spits.
Zondagochtend in perfect Georgia.

Maar ik ben hier niet om het geluid te beschrijven
van de falsetto die jammert en de sombere bas,
alt en tenor die zich daar knus in voegen;
alleen om te getuigen van mijn kleine hemelvaart
door hun gezang die morgen, zo evenwijdig,
over de gebruikelijke thema’s,
de hof van het lijden,
de druppels bloed op het voorhoofd,
de steen voor het graf in de heuvel,
en de oude vertrouwde golvende wateren
die we op een dag moeten oversteken.

God zegene de Sensational Nightingales,
dacht ik terwijl ik het geluid harder zette,
God zegene hun families en hun poeierblauwe pakken.
Ze staan ver van het zwijgende knielen
waarmee ik grootgebracht werd
ze staan handenklappend ver van de kaarsen
die gloeiden in de alkoven
en de verstarde ogen van heiligen
die neerstaarden uit hun hoeken.

O, mijn pet stond recht die zondagmorgen
en ik hield de auto keurig op de weg.
Niemand zou ooit geraden hebben
dat ik de lucht in werd getild door nachtegalen,
opgehesen door hun snavels als een lang spandoek
dat kronkelt in een lege blauwe lucht,
gevangen in de aankondiging
van deze hemelse, zeer bemoedigende tijding.

Ik hak wat peterselie terwijl ik luister naar Art Blakey’s versie van ‘Three Blind Mice’

En ik begin me af te vragen hoe ze blind zijn geworden.
Als het erfelijk was, konden ze broertjes en zusjes zijn,
en ik denk aan de arme moeder
piekerend over haar niets ziende jonge drieling.

Of was het een gewoon ongeluk, waren ze alle drie
gegrepen door een verzengende explosie, vuurwerk misschien?
Zo niet,
als elk van hen afzonderlijk blind was geworden,

hoe slaagden ze er dan in, elkaar te vinden?
Het is al moeilijk voor een blinde muis
om een ziende medemuis te vinden,
hoe zou dat gaan met vinden van twee blinden?

En hoe zouden ze, in hun minuscule duister,
ooit achter de vrouw van een boer aan hebben kunnen rennen
of wiens vrouw ook?
Om maar te zwijgen over het waarom.

Ze had zomaar hun staarten kunnen afhakken
met een slagersmes, antwoordt de cynicus,
maar de gedachte aan hen zonder ogen
en nu ook nog zonder staarten om door het vochtige te gras te slepen

of om de hoek van een plint te glippen
drijft de cynicus die altijd in mij rondlummelt
van zijn sofa en naar het raam
om de groeiende weekheid die hij voelt te verbergen.

Inmiddels snij ik uienringen
wat de oorzaak kan zijn van het vochtige steken
in mijn eigen ogen, hoewel Freddie Hubbard’s
trieste trompet in ‘Blue Moon’

dat het volgende nummer blijkt te zijn,
de zaken er nu niet bepaalt beter op maakt.

Remco Campert verjaar vandag

Tuesday, July 28th, 2009
Remco Campert

Remco Campert

Vandag is Remco Campert se 80ste verjaarsdag. Ten spyte daarvan dat hy versoek het dat daar nie ’n groot gedoente van gemaak word nie, beplan sy uitgewer, De Bezige Bij, ’n hele reeks publikasies rondom dié besonderse mylpaal. So is daar die publikasie van Poëzie is een daad, wat ’n poëtiese huldeblyk is aan een van die heel grotes in wêreldliteratuur. Onder die digters wat aan dié huldeblyk meegewerk het, is Gerrit Kouwenaar, Jan Bernlef, Ramsey Nasr, Jules Deelder, Anna Enquist, Stefan Hertmans, Luuk Gruwez, Erwin Mortier en Miriam Van hee. Daar is selfs ’n bydrae van Simon Vinkenoog wat onlangs oorlede is. Volgens De Papieren Man is “het resultaat meer dan voortreffelijk en overstijgt verre de gelegenheidspoëzie.” Nog besonderse publikasies wat binnekort op die rakke sal wees, is Remco Campert – Dichter, ’n knewel van ’n boek van meer as 700 bladsye waarin Campert se verse byeengebring word, asook Vurrukkulluk wat drie van Campert se belangrikste romans, Het leven is vurrukkulluk (1961), Liefdesschijnbewegingen (1963) en Tjeempie! of Liesje in luiletterland (1968), bevat.

Hieronder volg die vers waaruit die huldigingsbundel se titel geneem is.

En onthou om vanaand om 22:00 op RSG na Vers & Klank te luister; Libbie Daniels lees dan verse oor en vir kinders voor. Maak ook seker dat jy nie Bernard Odendaal se nuutste blog miskyk nie … Poësiemoeilikheid is inderdaad ‘n skitterende kontekstualisering rondom die kwessie van toeganklike en “moeilike” poësie; iets wat uiteraard direk aansluit (én voortbou) op die gesprek rondom die vertelvers wat tans op die webblad gevoer word. En dan trakteer Johann Lodewyk Marais ons vanoggend met twee nuwe inskrywings wat hy oornag geplaas het: een oor Martin Heidegger en een oor die Anglo-Boereoorlog, terwyl Johann de Lange ons weer verras met ‘n ikoniese vers in die gay-literatuur. Pure leesplesier!

So – geniet jou leestyd en mag hierdie dag vir jou ’n fabeljante affêre wees …

Mooi bly.

LE

Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.

Poëzie is een toekomst, denken
aan de volgende week, aan een ander land,
aan jou als je oud bent.

Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.

Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is poëzie.

Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin poëzie.

Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.
Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is een ontroering.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
© Remco Campert. Uit: ‘Het huis waarin ik woonde’ (1955)