Posts Tagged ‘Kleinbosch’

Yves T’Sjoen. Kleinbosch als Afrikaanse locus amoenus

Monday, October 10th, 2016

Gedenkschool der Hugenoten

 

À la recherche du temps perdu. Kleinbosch als Afrikaanse locus amoenus

Tijdens Tuin van Digters, het jaarlijkse Afrikaanse poëziefestival in Wellington, kreeg ik samen met mijn zoon het genoegen in het belendende stadje Paarl te logeren in een afgelegen gastenhuis genaamd Augusta Kleinbosch Guest Farm Hotel. Omgeven door wijngaarden in een uitgestrekt glooiend landschap verbleven we in de Gedenkschool der Hugenoten, sinds het begin van dit millennium een nationaal monument. Op vijftien kilometer van het Afrikaanse Taalmonument, in 1975 gebouwd op een granieten rotsformatie die na een regenbui in de zon zou schitteren als een parel, ligt het beminnelijke landgoed Kleinbosch. De plaas is gevestigd in het vruchtbare Dal Josafat van de Drakensvallei.

In de inkomhal van de gerestaureerde Gedenkschool, na de gedenkwaardige jaren fungerend als opslagruimte en wijnkelder, hangen de portretten van de controversiële predikant Stephanus Jacobus du Toit en de canonieke dichter Jacob Daniël du Toit, die bekend is geworden als Totius. Boven de thans als logeerkamer ingerichte verdieping is sinds kort een permanente tentoonstelling ingericht waar de prille geschiedenis van het Afrikaans als schrijf- en onderwijstaal aanschouwelijk wordt gepresenteerd.

Totius

Totius

Documentair materiaal schetst de historiek van Kleinbosch. Naar verluidt bouwde Ernst du Toit, achterkleinzoon van Francois du Toit, in 1792 het hoofdgebouw op de plaas. De Fransen emigreerden naar zuidelijk Afrika nog voor een meerderheid van de hugenoten de oversteek maakte. Al vroeg, enkele decennia nadat de Verenigde Oost-Indische Compagnie een verversingspost vestigde in de Kaap, baatte de familie Du Toit een boerderij uit. Op dezelfde plek is tegen het einde van de achttiende eeuw de plaas Kleinbosch gesticht.

De geschiedenis van het Afrikaans is daar in Paarl onlosmakelijk verbonden met de hugenoten, met de Du Toits als pioniers. Bijna een eeuw nadat het gebouw is opgericht, mocht S.J. du Toit zich eigenaar noemen van Kleinbosch. Hij volgde Hollandse les in het Gymnasium van Paarl, waar de Nederlandse theoloog Arnoldus Pannevis titularis was. Volgens de geschiedschrijving is de taalkundige Pannevis de initiator van het Genootskap vir Regte Afrikaners dat op 14 augustus 1875 is opgericht. Om die reden wordt hij wel eens de “Vader van die Afrikaanse taal” genoemd. De taalvereniging is naar verluidt ontstaan nadat Pannevis’ voorstel aan het Britse en internationale Bijbelgenootschap om de Statenbijbel naar het Afrikaans te vertalen op niets was uitgedraaid. Het aanbod is geweigerd en het zou nog tot 1933 aanslepen voor de Afrikaanse versie van de bijbel beschikbaar was. Onder anderen de anti-Engels gestemde S.J. du Toit benadrukte dat het Afrikaans eerst een volwaardige cultuur- en schrijftaal diende te zijn vooraleer aan een Bijbelvertaling kon worden gedacht. De taalnationalistische opvattingen van Du Toit liggen ten grondslag aan de in die tijd nauwelijks opgemerkte publicaties onder het weinig verhullende pseudoniem Ware Afrikaner. De teksten verschenen in de Zuid-Afrikaanse Almanak van 1877. Zoals de Statenbijbel aanzienlijk heeft bijgedragen tot de standaardisering van het Nederlands in de zeventiende eeuw, zo speelt de bijbel een cruciale rol in de emancipering van het Afrikaans.

S.J. du Toit staat geboekstaafd als de ideoloog van het Genootskap vir Regte Afrikaners, met als eerste voorzitter de Nederlander C.P. Hoogenhout. Daarnaast was hij als oud-leerling van Pannevis de drijvende kracht achter de Gedenkschool. Begin 1876 nam hij met de vereniging het initiatief voor de uitgave van een eerste Afrikaanse krant, Die Patriot, die in Kaapstad is gedrukt. Voor het eerst fungeerde Afrikaans als geschreven (gedrukte) taal in het publieke domein. In Kleinbosch staat weliswaar niet de handdrukpers waarop Die Patriot is verschenen, maar wel een drukpers waar de eerste tientallen Afrikaanstalige boeken van het GRA zijn vervaardigd.

Over het Genootskap is al veel inkt gevloeid. Zo is het bekend dat het genootschap is opgericht in Paarl in het huis van Gideon Malherbe, zoon van de Malherbes van Kleinbosch, en thans het Afrikaanse Taalmuseum. Het GRA kwam op voor onderwijs in het Afrikaans toen eind negentiende eeuw de Britten in Zuid-Afrika de plak zwaaiden. Ook het onderwijs in het Nederlands is van de hand gewezen. In de luwte van Josafat is toen de Gedenkschool der Hugenoten verrezen. In 1883 zijn de eerste lessen in het Afrikaans gegeven, door Daniël Francois du Toit (mederedacteur van Die Patriot), en ging Afrikaans als ambtelijke taal functioneren. Naast Afrikaans studeerden de leerlingen er Duits, Engels en Wetenschappen. Leerlingen waren onder anderen de zoon van predikant Du Toit, de latere schrijver Totius die kanselier werd van de Potchefstroomse Universiteit vir Christelike Hoër Onderwijs (later de Noordwes Universiteit Potchefstroomkampus), en ook D.F. Malherbe – een van de grondleggers van de typisch Afrikaanse plaasroman in de jaren 1930. Overigens had ook Totius veel te maken met die Bijbelvertaling. Hij verzorgde de psalmberijming in de eerste Afrikaanstalige bijbel.

Toen de Unie van Zuid-Afrika werd gesticht in 1910 moest de school bij gebrek aan fondsen de deuren sluiten. Vele jaren stond het gebouw te verkommeren. Tot een groep van mecenassen enkele decennia geleden aan de restauratie begon en de Gedenkschool uitgroeide tot nationaal monument van het Afrikaans. Onder het toeziend oog van S.J. du Toit, in de inkomhal geflankeerd door zijn pientere zoon Totius, bestaat Kleinbosch vandaag nog als riant guesthouse. Een verre nazaat van de hugenotenfamilie Du Toit is nog altijd de uitbater van deze locus amoenus voor het Afrikaans.

Wie méér wil vernemen over de eerste Afrikaanse taalbeweging, kan onder meer terecht in Jerzy Kochs literatuurgeschiedenis A History of South African Literature. Afrikaans Literature 17th-19th Centuries (Van Schaik Publishers, Pretoria 2015, p. 272-287).