Posts Tagged ‘Lies van Gasse’

Lies van Gasse. Het laatste lied

Monday, November 12th, 2012

Lies van Gasse

 

 

 

Het laatste lied

 

 

 

Dat ik dit lied begon,
was een oefening in vergeten.

 

Ik zag u lichten in de nacht,
hoorde u rammelen door land.
Ik zong, met een nog vale stem.

 

Het was een lang geluid,
dat mag ik zeggen.
Elke dag denk ik aan regen.

 

Dat ik met dit lied begon,
was taai. Ik droeg mij
ingetogen naar de stam.

We zochten een zwart hart
aan de andere oever.
De oogst was hier gedoemd.

Ik zag u zuigen aan een scherm,
uw duiven dicht bewaren.
Boven het meer was de donder.

 

Dat ik zong,
was als een kind te klein.

In het zand bewoog een tempel
en gouden afgodsbeelden
straalden in een plant.

Het bladerdak bewoog.
Ik rinkelde mijn knoken
en woog geluk.

Ik borg mijzelf in doeken.

 

De vliegende vogel verlaat.
Water volgt glinsterende golven.

Een hert vertrappelde paden,
haar hoeven maakten blind.

 

Wij waren kool, wij groeiden
naar een opgezette hemel,
schoten bonen in de lucht.

Er is een einde dat duurt.

In de stad zag ik een huwend meisje.
Wenend ging ik bij haar staan.

 

Zij depte met haar witte kleed
mijn lang vergeten ogen.

Een staart wordt nat.

 

In het dal weerklonk mijn laatste lied.
Zo naderde het sluiten van de tijd.

Het land kromp tot een klare lijn,
mijn klein gevaar tot tegenstem.

 

De man ging voor en op het eind
gingen de dingen weer bewegen.

 

We botsten op elkaar in meren.
Er zong een wervelwind inwendig.

 

Op het eind vergat ik niet.

 

 

 

© Lies van Gasse

 

Luuk Gruwez. Waterdicht

Tuesday, September 6th, 2011
Lies van Gasse (1983), sinds haar eerder dit jaar verschenen bundel ‘Brak de waterdrager’ ongetwijfeld een van de meest beloftevolle Vlaamse dichters van haar generatie, heeft in Peter Theunynck (1960) een literaire compagnon de route gevonden. Hij is niet alleen bekend als dichter van onder meer ‘Naar een nieuw zeeland’, maar ook als de gedegen biograaf van Karel van de Woestijne. Het resultaat van beider onderlinge samenwerking is ‘Waterdicht’, een ‘graphic poem’, zijnde een soort beelddicht dat uit Engeland is overgewaaid en waarbij verzen in tekeningen of schilderijen worden geïncorporeerd. Van Gasse, ook beeldend kunstenaar, heeft in het genre vorig jaar al een proeve van bekwaamheid afgeleverd met ‘Sylvia’. Nu heeft zij het poëziedebuut van Theunynck ter hand genomen dat ook ‘Waterdicht’ heet, er de strofes van uit elkaar gerukt en onderdak geboden in een nieuwe, plastische context. 

Het motto dat voorafgaat aan dit Gesamtkunstwerk is van Shakespeare: ‘Wij zijn van dezelfde soort/ stof waaruit dromen gemaakt worden/ en ons korte leven is/ omringd met slaap.’ Het zet niet alleen de toon van het samenwerkingsverband, maar wil ook een indicatie zijn van de gezamenlijke queeste die Theunynck en Van Gasse in een verdroomde wereld ondernemen.  De dichter vat een heroïsche queeste aan, in casu een jacht op de walvis. Die zou in principe zijn prooi moeten zijn. Maar veeleer zijn de rollen aan het eind omgekeerd: zijn uitwendige zoektocht levert de dichter in toenemende mate een besef van innerlijke verlichting op: ‘Dan klimmen wij,/ balein na balein, veerkrachtig/ in het gewelf dat hemel heet.’
Van Gasse en Theunynck leveren hier samen een bundel af waarnaar je makkelijk teruggrijpt, die het mysterie oog houdt en de lezer blijft intrigeren, niet alleen vanwege visuele aantrekkelijkheid, maar ook doordat hij zoveel meer dan een plaatje bij een praatje te bieden heeft.      

______________________

LIES VAN GASSE & PETER
THEUNYNCK
WaterdichtWereldbibliotheek, 19,90 euro 
AANTAL STERREN:****(op vijf) 

 

Lies van Gasse. Wenteling XV

Sunday, May 22nd, 2011

Wenteling XV

 

Deze avond, wanneer de lucht zingt als bloed

en het laken scheurt, zit zij kaal op de einder.

 

Wij kunnen recht in haar hart kijken.

 

De wind is zwak en veranderlijk.

Ze knipt paarden en dames.

 

Deze avond, wanneer de stenen splijten,

en zij het haar als touwen rond zich draagt,

zien wij u staan.

 

U kan in een muur van water veranderen.

 

Ze doet of ze een vijver is

en kiest de vissen in zich.

 

Het zijn de laatste uren

die haar in de vernieling zuigen,

maar u schijnt licht in het middelpunt.

 

Ze zit haar mannen op het vel,

gooit trossen los, steekt over,

bevaart een beter leven.

 

Ze zal niet meer zingen.

Ze maakt zich traag en ondoorgrondelijk,

leest uw schaduw op de wand die haar omsluit.

 

Ik zie armen die haar houden kunnen

als bijna onontkoombaar,

 

maar ze zien haar niet

en wensen niet te houden.

 

Dus deze avond, wanneer zij in het donker overzwemt

als een kuiken dat zijn ei niet vindt,

bergt geen man zijn meisje.

 

Waarom zou men zoeken?

 

Ze zal zich om u heen slaan

als zacht touw.

 

Ze zal u omhelzen als draad.

 

En zo,

het jong,

het nest

 

en al het grind daartussen

zit als een kleine veer in haar

die soms tot vleugels groeit.

 

Ik heb geen stok onder uw taal

en ik weet niet waar het schip zal stranden,

of de rivier zich inwaarts trekt,

 

maar wat het mooiste zweeft, valt hard.

 

Niets hiervan is noodzakelijk.

Wij hebben een wak te vullen in elkaar.

 

© Lies van Gasse. Mei 2011

 

 

Lies van Gasse (1983), studeerde aan Sint Lucas Antwerpen en de Accademia di Brera in Milaan en keerde terug als “meester in de beeldende kunst”. Schrijven bleek op jeugdige leeftijd al een natuurlijke gave. Met haar eerste bundel “Hetzelfde gedicht steeds weer” (2008) wordt ze onmiddellijk beschouwd als een gerijpte jonge dichteres. Haar poëzie is indringend, subtiel, veelal bedrieglijk eenvoudig en toegankelijk. De uitweg uit haar gedichten is heel wat moeilijker te vinden. In 2010 verrast ze met het graphic poem Sylvia, een beeldgedicht en mythisch verhaal over twee geliefden, in 2011 verscheen haar nieuwe bundel Brak de Waterdrager. Samen met Annemarie Estor schiep ze in 2009 ook de figuur Hauser, een historisch beladen figuur die beide dichters-kunstenaars de wijde wereld insturen.