Posts Tagged ‘Luuk Gruwez gedicht’

Luuk Gruwez. Im Abendrot

Monday, January 21st, 2019

IM ABENDROT

 

Olo houdt er prompt mee op. Maar Wellington en Philo

niet. Leve, bijgevolg, Wellington en Philo. Exit Olo.

Zal op een mooie dag nog iemand aan hem denken?

 

Olo heeft  te lang in later geloofd. Ziehier, lees zelf

zijn testament. Blijkt daar niet uit hoezeer hij naliet

te noteren dat ook híj heeft geleefd? Geen gram

 

blijft straks nog van hem over. O domme, domme Olo!

Akkoord, verscholen achter woorden van anderen lagen weer

woorden van andere anderen in een hinderlaag te wachten

 

om die van hem te versmachten. En soms denkt hij:

dit was beslist een list van Wellington of Philo!

Er is, vindt Olo, de meeste tijd alleen gemis. En indien niet,

 

dan mist hij zijn gemis. Maar is dit erg? Zodra hij grijs

werd, heeft men hem tot in de kleinste moleculen met

krokus, tulp en  sneeuwklokje vertrouwd gemaakt.

 

Kan Wellington of Philo zulks beweren? Gediscussieerd

heeft hij met reiger, vliegenier en leeuwerik

om aldus hoger te leren vliegen dan wie dan ook

 

zonder neer te storten in dat bodemloze zelf  dat dichters

zo vaak balen doet. ‘Kom dan, liefste,’ zegt hij zacht,

‘het wordt avond, leg je oren tegen mijn kleine hart

 

en hoor de pasgeborene die ik ooit ben geweest.’

 

© Luuk Gruwez  / 2019

Luuk Gruwez. Over het orgasme van een meisje van om en bij de achttien op een ijskoude Decemberdag

Monday, March 10th, 2014

Over het orgasme van een meisje van om en bij de achttien op een ijskoude Decemberdag

 

Terwijl daarnet nog sneeuw en wind en jingle bells.

Terwijl haar middelvinger alsnog aarzelt,

maar binnenshuis haar hijgen toeneemt en zij

de kleverige legging, de string tussen haar billen

voelt en al het ijzige dat langzaamaan uit haar verdwijnt

 

nu zij gehoorzaam is aan alle wensen van haar lijf

en almaar sneller ademt, heel haar adem weldra op,

terwijl het in haar fonkelt, vonkt en buiten alweer kilte dreigt 

en ook de jingle bells ter wille van een winters kind

dat binnenkort al komt en blaken zal van heilzaamheid.

 

Terwijl dit hier gebeurt, gebeurt iets anders elders:

de nacht showt een decembermaan, vervuld van

bessensap en moedervlek en menstruatiebloed.

En waar er straks geboren wordt, moet gauw een ooi

of os geslacht. Pas dan paart zij het zaligst met zichzelf.

 

© Luuk Gruwez / 2014




Luuk Gruwez. Waiting for the miracle to come

Thursday, April 26th, 2012

Op 25 april vond in een uitverkochte Antwerpse Bourlaschouwburg voor achthonderd mensen een hommage plaats aan Leonard Nolens die vijfenzestig jaar is geworden. Meer dan twintig dichters lazen een gedicht voor dat zij speciaal voor die gelegenheid geschreven hebben. Een van hen was Luuk Gruwez met onderstaand gedicht:

 

WAITING FOR THE MIRACLE TO COME

 

                                We are ugly, but we have the music.
                                 Leonard Cohen

 

Er zijn natuurlijk, Leon, de deelnemers en de toeschouwers,
trekkers, blijvers, zij die weigeren te wonen. En dan wij.
Hoe te bewijzen dat toeschouwers ook deel kunnen nemen,
dat deelnemers meesterlijk toe kunnen kijken?

Er zijn natuurlijk, Leon, die ene echte seconde
en alle valse eeuwigheden, die ene onvergetelijke
efemere en al het pompeuze dat doet of het duurt.
Er zijn jouw zwaarte en mijn lichtheid, jouw lichtheid

en mijn zwaarte die hardnekkig zoeken te verbroederen
– paarden in de ochtendnevel en pianotoetsen pianissimo
vanachter een vitrage over een korenzware zomerakker:
al die paradoxen in dat ellendige heelal van niemendal.

Er is natuurlijk – maar wat is natuurlijk? – Leon,
dat verhaal van een schepping, verkeerd gefabriceerd:
zodat wij, zodat wij, zodat wij. Wij hoeven het
elkaar maar te zeggen en het gebeurt op papier,

op een scherm, op de bühne van ons malle bestaan.
Er zijn jouw zwaarte en mijn lichtheid, Leon,
jouw lichtheid en mijn zwaarte, terwijl jij toch
naar elders ging en ik van elders kwam.

Maar verjaren doen wij eensgezind: wachtend
op het mirakel, maniakaal muzikaal. Als hostie
of kauwgom kleeft het woord aan ons verhemelte,
want elk van ons aast minstens op een hemel,

ook al moet, Leon, die pamper van ons eerst nog vol.

                          

Luuk Gruwez

Luuk Gruwez. Vroegere liefsten

Tuesday, January 10th, 2012

VROEGERE LIEFSTEN

 

Ze zeggen dat liefsten van vroeger, zij van wie

men nooit meer zeker weet in welke mate zij van vroeger,

ze zeggen dat vroegere liefsten soms het meest. Zéggen zij.

Dat vroegere liefsten je vermoeien, je vermoedelozen.

 

Dat vroegere liefsten aan de tralies in je hersens rukken

en daar woekeren, daar hevig woekeren. Zo weinig,

zeggen zij, weten liefsten van vroeger wat verdwijnen is

dat zij besluiten hun afscheid uit te stellen, uit en uit

 

tot zij zichzelf en iedereen vergeten zijn.

 

© Luuk Gruwez. 2012

(Gedicht maakt deel uit van de bundel ‘Wijvenheide’ die half maart van dit jaar verschijnt bij uitgeverij De Arbeiderspers in Amsterdam.)