Een woordenkaper in Colombia
Friday, July 31st, 2009Peter Holvoet-Hanssen
Reis zeven uur tegen de tijd in, richting Andes. Kijk door het vliegtuigraampje naar Colombia, provincie Antioquia. Daar, de Aburra-vallei waar de ‘Paisas’-inwoners jaarlijks hun bloemenkoningin kiezen. Zoom in op de tweede grootste stad van Colombia: Medellín. ‘Stad van de eeuwige lente’. Stad van de smog zul je denken: wolken van uitlaatgassen vermengen zich met wolken die van de bergen afdalen. Hier is in 1935 de Argentijnse ‘Koning van de Tango’ Carlos Gardel neergestort. Por una cabeza… Gardel zingt hartstochtelijk tussen je oren - in het Spaans dat je vlug tracht op te poetsen. Je krijgt het benauwd, tussen twee luchtzakken door.
Volg die Vlaamse dichter met het Venetiaans blonde piekhaar, strompelend naar de luchthavenuitgang. Taxi, volg die auto - scheurt richting Medellín, laat zich niet door glibberige bochten afschrikken. De chauffeur kijkt niet op naar de militairen langs de weg, zijn vrachtje wel: gedurende veertig kilometer, om de vierhonderd meter, staat een doorweekte soldaat paraat, vinger op de pal. Dan wordt wegentol betaald, welkom in de ‘veilige zone’.
Welkom in Medellín. Bruisende grootstad, struggle for life én salsa. Kleurige bussen die zwarte rook spuwen - de extreme luchtvervuiling doet een aanslag op je longen. Meer dan 3,5 miljoen inwoners op mekaar gepakt, honderdduizenden in ellendige omstandigheden in de barakken langs de bergflanken. Die woestijn van lichtjes ’s nachts zul je nooit meer vergeten. Medellín was in de jaren tachtig nog in handen van drugsbaron Pablo Escobar - nu is het aantal moorden per jaar flink geslonken, sust je reisgids. Die vermeldt Medellín ook als de stad van de poëzie, met ’s werelds grootste poëziefestival. Dit jaar is het de negentiende editie, weerom komt men van heinde en verre voor kleppers uit alle continenten. Gran Hotel, vergane glorie, je bent er: hier logeren 75 poëten uit 50 landen.
Rep je naar de openingsceremonie. Meer dan duizend mensen trotseren de regen, verstillen bij de Palestijn Ghassan Zaqtan. Poëzie zindert hier door de aders. Van 4 tot 11 juli slaagt www.festivaldepoesiademedellin.org erin om poëzie overal te laten opgloeien. Zonder oogkleppen: hier leeft poëzie - maar oorstopjes heb je wel nodig tegen het nachtlawaai. Druk bijgewoonde lezingen in huizen van cultuur en educatie, maar ook op pleinen waar voorbijgangers stilstaan en de regen vergeten. Poëzie heeft hier nog een maatschappelijke betekenis. Engagement en verbeeldingskracht gaan hand in hand. Poëzie in universiteiten maar ook in een afgelegen gemeenteschool waar kinderen vanaf 9 jaar met hun ouders anderhalf uur geboeid luisteren naar drie dichteressen - uit Colombia, Costa Rica en Chili - en een dichter uit België. Elders wordt een vlieger met onze driekleur opgelaten (B-H-V is ver weg) voor Peter Cholvoët-Chanssen. Wie is die vreemde vogel? Spreekt hij de taal van Henk van der Waal, van Jan Wagner? Waar ligt Amberes? Lange Wapper? El puente del diablo! Wat is dit? Geen klassieke voordracht, geen performance… ‘Dit festival laat vuurwerk toe’ - zo wordt er gesproken over deze ‘pirata’ van de poëzie. Toenadering. De respons is intens, oprecht warm.
Het klikt tussen ‘HH’ van Het Kapersnest en Sigurdur Pálsson uit Reykjavik. Maar een kaper wil uitbreken uit een goudvisbokaal.
Op zoek naar een originele invalshoek voor dit artikel struikelt Peter haast over een dakloze die in bloot bovenlijf ligt te slapen op de straatstenen. De begeleider van de verstrooide troubadour, de 25-jarige jeugdverhalenschrijver Leonardo Jesús Muñoz, is zijn engelbewaarder. Een groot talent. Leonardo is door taal en verhaal gebeten, werkt deeltijds in een bibliotheek, onderhoudt zijn blogspot ‘enlapalmademimano’ en gidst hem na zijn werkuren met vrienden (’zij zijn mijn familie’) naar plekken waar als je toerist beter wegblijft. Downtown: dertigduizend gele taxi’s. Na het spookuur stoppen ze voor geen rood licht in geen enkele van de 249 wijken. Medellín is een stad van duistere melancholie maar gevaarlijke humor breekt er door de tralies. Overdag: controle (machinegeweerman bewaakt geldautomaat) én anarchie. Een bedelkom voor creatieve werkzoekenden: laat je wegen, laat je kind op het voetpad een computergame spelen. Heb je geen gsm, geen belwaarde? Die dames met pronkende boezem zijn met mobieltjes beladen: ‘minutos celular’ - per minuut te betalen.
Peter en Leonardo duiken op in het prachtmuseum Pedro Nel Gómez, op uitnodiging van de directeur. Gisteren nog poëzie uit Vlaanderen, hedenavond tango. De zangeres Carolina Ramírez is uit de wijk afkomstig, zo komt het dat ook mensen uit de buurt de weg vinden naar het optreden en het museum - arm en rijk zingen mee. Barrio, mi barrio… Later, ten huize van de diva, toont haar vriend - een bezeten theatermaker - trots en ontroerd haar garderobe.
Colombia heeft één metronetwerk: in Medellín. Leonardo voert Peter mee naar de Metro Cable: een kabelbaan voert hen op een onweersavond in een wiebelende cabine de bergflanken op. Ah, de wind in de kabelbaan! Laatste halte: een straatfeest. Rappers geven van jetje tegen drugs, kinderprostitutie, corruptie. Uitzinnige jongeren. Hier geen (zichtbare) paramilitairen of politiemacht. Die jongeman draagt wel een knuppel rond de hals… Hogerop - vertelt Leonardo - moorden kinderen van amper tien voor een handvol geld. Maar Peter voelt zich veiliger dan op de Meir. Gezant van het Vlaams Fonds voor de Letteren, moet je niet terug, festivalwaarts? Peter ziet een merrie in de nacht, zonder meester en zonder zadel, door de straat kuieren. ‘Die gaat ’s ochtends weer naar de baas,’ zegt Leonardo, ‘wij moeten nu naar het metrostation.’
Die nacht is ook het Gran Hotel geen goudvisbokaal meer. Klink mee met de Italiaanse Guido Oldani op een Europa zonder dichtsgeknepen gatskaken, een Europa van de poëzie. Verbroeder met de directeur van het festival: de rots in de branding Fernando Rendón.
’s Ochtends de kater: de regering beticht het festival - symbool voor geweldloos, vitaal poëzie-erfgoed - van sympathie voor de FARC-guerilla. Een petitie gaat rond bij de ontnuchterde schrijvers…
Wat weet je na zeven dagen in je decadent-verwende cocon?
Denk aan de lezing in het Parque Explora, een soort reuze-Technopolis in een van de gevaarlijkste wijken: gratis voor de straatkinderen uit de buurt, tot het vierde leerjaar. Medellín: stinkend als een kaper uit zijn bek, zet de stad het zolderraampje in je schedeldak helemaal open.
Peter Holvoet-Hanssen, www.kapersnest.be






