Posts Tagged ‘Peter Snyders’

Yves T’Sjoen. Peter Snyders in de Lage Landen

Tuesday, December 27th, 2016
Etienne van Heerden, Peter Snyders & Marlene van Niekerk

Etienne van Heerden, Peter Snyders & Marlene van Niekerk

‘Dié poem kan jou famous maak’ – Peter Snyders in de Lage Landen

Ter nagedachtenis aan Adam Small (1936-2016)

 

Herinnering aan een passage

Najaar 1997. Nagenoeg twintig jaar geleden. Op uitnodiging van de Nederlandse Taalunie in Den Haag en vermoedelijk na bemiddeling door mijn Amsterdamse collega Ena Jansen is een uitgelezen gezelschap van Zuid-Afrikaanse schrijvers te gast in Nederland en België. Behoud de Begeerte faciliteert  de schrijversoptredens. De keurig uitgestippelde reisroute brengt E.K.M. Dido, Peter Snyders, Wilma Stockenström, Marita van der Vyver, Etienne van Heerden en Marlene van Niekerk ook naar de universiteit in Gent. Ik herinner mij van de passage een uitstap op zondag naar Damme, in de buurt van Brugge, waar het standbeeld van Jacob van Maerlant bewonderende Afrikaanse blikken oogstte en alwaar de lunch is gebruikt samen met mijn oudere professorale collega’s in een plaatselijke brasserie.

Op 6 oktober 2015 postte Etienne van Heerden op zijn Facebookpagina een memorabele archieffoto. De opname is gezien het klinische decor – uitgestrekt grasgroen tafelkleed, onbeschreven groen-blauw krijtbord, eentonige waterflessen van het Belgische merk Spa – gemaakt in een auditorium van de universiteit. De toentertijd achtenvijftigjarige dichter en toneelschrijver Peter Snyders is aan het woord. Tot zichtbaar jolijt van hem flankerende schrijvers, de paranimfen van dienst: Etienne van Heerden en Marlene van Niekerk. Gezien de indrukwekkende stapel papier op tafel, zo stel ik mij dat voor, was Van Niekerk drukdoende met het manuscript van haar roman Agaat.

Nieuwe verzetspoëzie en het literaire establishment

Ik herinner mij het geslaagde optreden van Peter Snyders. In november 1997, kort na de boekenbeurs in Antwerpen. En dus niet in 1998 zoals de Wikipedia-pagina over Snyders memoreert. Snyders trad in die periode op tijdens het Winternachtenfestival in Den Haag en op Poetry International. In Nederland traden Willem van Toorn en Henk van Woerden op, in Vlaanderen zijn Kristien Hemmerechts, Geert van Istendael en de Franstalige Belgische auteur Jean-Luc Outers uitgenodigd samen met de Zuid-Afrikaanse schrijvers.

Er stond in die dagen dus ook een performance gepland in Gent. De dichter bracht Kaaps-Afrikaanse gedichten ten gehore en voorzag zijn spitse voordracht van geestige zelfrelativerende commentaren. Twee jaar later las ik in ‘Perspektief op die moderne Afrikaanse poësie (1960-1997)’, een bijzonder gedocumenteerd overzichtsartikel van Helize van Vuuren, dat Snyders een “Kaapse Vlakte”-vertolker is van “die kollektiewe stem van opstand” en de auteur van “politieke versetgedigte”. Zij voegt toe dat hij “nie skroom om van die humoristies-satiriese Kaapse sosiolek gebruik te maak nie, wat ook sy verse ’n groter populêre gerigtheid gee”. Verder belicht de auteur de schatplichtigheid van de Kaapse Vlaktedichters, medio jaren tachtig en dus nog in de apartheidsera, aan de “satiriese protestaal” van Adam Small in Kitaar my kruis (1961). Van Vuuren noemt Patrick Petersen en Peter Snyders “as van die belangrikste eksponente van ’n kollektiewe nuwe versetpoësie teen apartheid”. Tot slot noteert zij met onverholen verontwaardiging: “Hoewel Petersen, Philander en Small […] deur die literêre establishment gekanoniseer is as individuele bruin digters, is die kollektiewe groep Kaapse Vlaktedigters nie deur die kanon geakkommodeer nie, deels om die vooroordeel op estetiese gronde, deels om die politieke inhoud van die verse”. Het verwijt aan het literaire establishment klinkt in elke lettergreep van de slotzin.

Toen ik vorig jaar (2015) in Bellville bij UWK het Swart Skrywers-symposium mocht bijwonen, handelde een van de discussies over de vermelde ‘accommodatie’, met name het acute gebrek aan institutionele infrastructuur voor kwaliteitsvolle uitgaven van literair werk van bruine en zwarte schrijvers. In hoeverre de poëzie van Peter Snyders, zoals die van onder anderen S.V. Petersen, P.J. Philander en Adam Small, in Zuid-Afrika als canoniek wordt beschouwd weet ik niet. Elk jaar vermeld ik zijn naam voor de zekerheid met enige nadruk in mijn panoramisch overzicht van de Afrikaanse literatuur. De anekdote en de foto in het bezit van Van Heerden zijn verbonden met Snyders’ optreden in de Lage Landen. Ik hou nogal van Snyders’ poëzie. Ik beschik helaas niet over het merkwaardige poëziedebuut dat als een collectieve onderneming is gerealiseerd. Brekfis met vier (1981) is een coproductie van Etienne van Heerden, Daniel Hugo, André Leroux du Toit (Koos Kombuis) en Peter Snyders. Daniel Hugo liet mij ooit, ik meen bij Tuin van Digters in Wellington, een nog moeilijk te traceren exemplaar als resultaat van die bijzondere samenwerking zien. Ik kon evenmin bundels als ’n Ordinary mens (1982), Political joke (1983), ’n Waarskynlike mens (1993) of later dichtwerk inkijken. Helize van Vuuren somt de vermelde titels op en benadrukt “die gebruik van Kaaps” als “’n voortsetting en verdere ontwikkeling van Small se satiriese verse Kitaar my kruis en Sê sjibbolet”.

Snyders in De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten

Gerrit Komrij selecteerde voor zijn anthologiebundel De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten (1999) in totaal zeven teksten van Peter Snyders: ‘Ek is oek important’ (zie de YouTube-opname ter gelegenheid van Snyders’ optreden bij een graadplechtigheid van UWK), ‘Dit’, ‘Tighten your belt’ en ‘Die gesteelde TV’ uit ’n Ordinary mens, ‘Moedertaal’, ‘Versagtende omstandighede’ en ‘Ek skryf ’n gedig’ uit ’n Waarskynlike mens (1992). Zeven gedichten. Dat is een aanzienlijk aantal, gelet op de wall of fame die de bloemlezer van de Afrikaanse dichtkunst voor zijn Nederlandse lezers oprichtte. Komrij koos van de door hem het best aangeschreven dichters een maximum van tien gedichten. Snyders prijkt dus hoog in de literaire pikorde.

Twee jaar na de passage van Peter Snyders in Vlaanderen, na mijn lectuur van Van Vuurens panorama van de Afrikaanse poëzie en van Komrij’s canonieke bloemlezing, was de herontdekking niet minder dan een eye-opener. In 1999 mag door een gezaghebbende kritische stem in Perspektief & Profiel. ’n Afrikaanse literatuurgeskiedenis, bestemd voor een Zuid-Afrikaans lezerspubliek, zijn geopperd dat “Kaapse Vlaktedigters nie deur die kanon geakkommodeer [is] nie”. En dat het gebrek aan respons misschien wel kan worden toegeschreven aan een bepaald begrip van esthetische kwaliteit en de politiek-ideologische inslag van de gedichten. De ruime selectie die Komrij maakte uit twee dichtbundels heeft Peter Snyders een aanzien gegeven in het Nederlandse taalgebied. De zogeheten verzetspoëzie, tegen apartheid en na 1990 als kritische stem in het nieuwe Zuid-Afrika, heeft zonder meer een bereik in Nederland en België. Tot de weerklank hebben naast performances tijdens het Winternachtenfestival (naar verluidt ook nog eens in 2008) publicaties in het Brugse periodiek Kruispunt en vooral Jan Deloofs kleine tweetalige editie Versagtende omstandighedeVerzachtende omstandigheden bij Point (Altea, Alicante 1995) bijgedragen. Deloof vertaalde de Kaapse gedichten overigens niet maar voorzag de teksten van “Nederlandse transcripties”. Daarover meldt hij in de inleiding: “Bij Peter Snyders is dit (namelijk zijn van de standaard afwijkende taal) zelfs een wezenlijk kenmerk van zijn poëzie, die inhoudelijk nauwelijks uitleg behoeft, maar door het gebruikte idioom voor een Nederlandstalige hier en daar moeilijkheden oplevert. Dat is de reden waarom de originele gedichten… vergezeld gaan van Nederlandse transcripties, die enkel en alleen de bedoeling hebben het origineel beter toegankelijk te maken. De lezer gelieve de transcripties niet als vertalingen te beschouwen, want voor mij is vertalen uit het Afrikaans zoiets als Gezelle omzetten in standaard Nederlands.” Later, zo meldt Deloof, heeft Snyders in Afrikaans vandag (maart 1998) een kritisch commentaar geleverd onder de titel ‘Nederlands wil Kaaps raakvat’. Hier en daar, ten slotte, staat nog een gedicht van Peter Snyders in een bloemlezing. Ik denk dan aan het gedicht ‘Vullisblikmentaliteit’ in de tweetalige uitgave Ons klein en silwerige planeet. Afrikaanse, Nederlandse en Vlaamse gedigte oor die omgewing (Johann Lodewyk Marais en Ad Zuiderent (samenstelling), J.L. van Schaik Akademies, Pretoria, 1997, p. 95).

Nog vóór Komrij op het belang van het dichterschap wees, was Snyders zacht gezegd al een opgemerkte naam in Nederland en België.

Ik kan me van die koude winterdag in 1997 niet meer herinneren of Snyders het ironisch-sarcastische ‘Ek skryf ’n gedig’ heeft voorgelezen. De bundel ’n Waarskynlike mens was een jaar tevoren verschenen. De aanstekelijke lach van de spreker staat me nog voor de geest, de humor waarmee Snyders zijn optreden doorspekte. En de scherpzinnige doortastendheid waarmee hij uit de hoek kwam, in de steriele omgeving van een universiteitsaula. Sindsdien heeft de stem een plek veroverd in mijn favoriete privébibliotheek van de Afrikaanse poëzie. Indien ik met studenten spreek over ‘Kaapfrikaans’ en de dwingende stem van de Kaaps-Afrikaanse “bruine” dichtkunst, dan komt niet alleen Adam Small ter sprake. Ook de weergaloze dichter Peter Snyders heeft een plaats in dat pantheon. Tijdens het geanimeerde Swart Skrywers-symposium bij UWK, in oktober 2015, naar aanleiding van de kritische opmerkingen over het uitgeverslandschap voor “bruin” en “swart skrywers”, moest ik terugdenken aan dit gedicht. In zoverre ik mij dat herinner, gaf Peter Snyders toen niet present. En Adam Small was verhinderd vanwege gezondheidsperikelen. De tekst die ik hier presenteer, echoot nog altijd door mijn hoofd.

 

Ek skryf ’n gedig

 

Ek skryf ’n gedig

’n gedig wat almal kop laat staan,

ek wys dit vir my vriende wat sê:

Dié poem kan jou famous maak.

 

Ek tik dit netjies,

onderteken my naam, en,

kopiereg-verskrik

stuur dit toe na elke redakteur

wat waag om goeie vers te druk;

 

drie jaar later hoor ek dié wysie:

Nog nie famous nie?

 

My verwysingsveld –

dít is wat daai sogenaamde redakteurs ontwrig;

ek sal hulle wys,

ek sal my eie uitgewery stig.

 

So, hier sit ek met gevoude arms,

’n baie belangrike mens, sê die bord,

my vriende wat verbygaan sê:

Nóú gaan hy famous word.

 

My naam verskyn in druk, o ja,

op rekenings vir dit of dat,

maar as ek bankrotstraat afstap

gaan my ondersteuners voort:

’n Mens raak famous ná jou dood.

 

(c) Yves T’Sjoen / Desember 2016

Voor een korte vermelding van ‘Skrywers en Schrijvers’ (november 1997), zie Matthijs de Ridder, Behoud de Begeerte. Een literaire geschiedenis 1984-2014. De Bezige Bij, Antwerpen, 2014, p. 177.

Hannalie Taute. Op n ander noot…

Tuesday, November 6th, 2012

Vandag, volgens die nuus-hooftrekke, word daar nuut gedrukte geldnote versprei.  Verblydend behou die groot vyf darem nog hul regmatige plek.

Destyds as hotelpoppie (lees ontvangsdame in hotelbedryf) het ek geld ontvang van ʼn Switzerse gas, en daarop was kunswerke van Giacometti gedruk.   Dit was vir my merkwaardig dat Switzerland ʼn kunstenaar se werk so “vereer “(is dit die regte woord?)

Vir meer inligting besoek hier.

Gestel die kunste was belangrik in ons land (wat ek tans betwyfel), watter kunstenaar/s se werk sal gedruk word op ons geld?  Wie is ons land se groot vyf?

Hier volg my lysie: (glad nie akademies, net ʼn persoonlike keuse- voel vry om met my te verskil)

  • William Kentridge (ek was nou die dag in gesprek met iemand wat glad nie weet wie hy is nie- hoe is dit moontlik?)
  • Willem Boshoff
  • Jane Alexander (ek dink die ‘Butcher boys” sal pragtig lyk op ʼn honderd rand noot)
  • Wim Botha
  • Marlene Dumas (tel sy, aangesien sy met een been in ons land en een in ʼn ander land staan?)

Noudat ek my lysie so beskou is daar dalk een groot probleem- nie een van die bogenoemde was voorheen benadeel nie.

Dit is sekerlik ʼn onbegonne taak om die groot vyf in die beeldende kunste te nomineer.  Wat is goeie kuns, en volgens wie? Is kuns ooit n belegging?   Sal die kunswerk wat op ʼn R10 noot minder belangrik wees as die op ‘n R100 noot?

Maak dit regtig saak?

Ek wil graag afsluit met die gedig:

EK IS OEK IMPORTANT – PETER SNYDERS

As al julle geldgatte

julle geld gespendit,

en julle bananaskille

innie slootjie gegooi het,

en julle bustikkits

soes confetti gestrooi het,

en julle staain en cool drinks

opgedrink het,

en julle borrels en blikkies in ʼn gangetjie gesit het,

en julle visgraatbolle

en vrot vrugte

en stukkene boksies

en papiere

rondgegooi het….

dan kom ek

en maakie wêreld weer skoon:

soe,

ek is oek important.

Daniel Hugo. Hoe vertaal ‘n mens Kaaps?

Sunday, January 30th, 2011

 

Inleiding tot‘n Adam Small vertalingsgesprek. Dit het deel gevorm van die “Jakes Gerwel Gesprekkereeks” van die jaarlikse Suidoosterfees en het plaasgevind by SASNEV op Donderdag 27 Januarie 10:30 tot 12:30 onder die voorsitterskap van dr. Daniel Hugo. Die ander deelnemers was prof. Ilse Feinauer, Robert Dorsman en Ria Olivier. 

Ek wil hierdie gesprek oor vertaling begin met ‘n stelling wat ek doelbewus ekstreem gaan formuleer: Vertaling het in die eerste en laaste instansie met taalregister te doen. Taalregister dui op die graad van formaliteit van die taalgebruik – met ander woorde of jy te doen het met kanseltaal, akademiese taal, koeranttaal, geselstaal, kroegtaal, kindertaal, ensovoorts. Voordat ‘n mens dus kan vra “Hoe vertaal jy Kaaps?” moet jy eers die vraag beantwoord: “In watter situasies word Kaaps gebruik?” Of kortom: “Wat is die status van Kaaps?”

Adam Small

Adam Small

Hieroor het Adam Small uitgesproke idees gehad. In die voorwoord tot die herdruk van sy opspraakwekkende en invloedryke digbundel Kitaar my kruis (1962) skryf hy in 1973 (HAUM, Kaapstad): “Ek wil net sê, by herhaling (want ek moes dit, na die verskyning van Kitaar my kruis, meermale reeds onder die aandag bring), dat Kaaps nie is wat sekere Engelse mense in Suid-Afrika Capey noem nie, en ook nie wat sekere Afrikaanse mense Gamat-taal noem nie. Kaaps is ‘n taal, ‘n taal in die sin dat dit die volle lot en noodlot van die mense wat dit praat, dra: hulle volle lewe ‘met alles wat daarin is’; ‘n taal in die sin dat die mense wat dit praat, hul eerste skreeu in die lewe skreeu in hierdie taal, al die transaksies van hul lewens beklink in hierdie taal, en hul doodsroggel roggel in hierdie taal. Kaaps is nie ‘n grappigheid of snaaksigheid nie, maar ‘n taal.”

Volgens Small is Kaaps dus ‘n volwaardige, selfstandige taal – wat by implikasie duidelik onderskei kan word van gestandardiseerde Afrikaans.

Volgens hom word dit ook in elke lewensfeer gebesig. Hier moet ek ongelukkig van hom verskil, aangesien Kaaps in ‘n redelik beperkte mate geskryf en gepubliseer word. En soos dit met ander sprekers van Afrikaans gaan, sal die meeste transaksies van Kaapse sprekers sekerlik in Engels geskied. Dit doen uiteraard geen afbreuk aan die uitdrukkingsvermoë van die taal nie. Dit kan inderdaad die “volle lewe” uitsê.  

Selfs as ‘n mens Kaaps ‘n dialek noem, doen jy nie afbreuk daaraan as ‘n volwaardige taal nie. Net so min as wat die digter Guido Gezelle se Wes-Vlaams armer of yler as gestandardiseerde Nederlands is, net so min is Kaaps minderwaardig teenoor Afrikaans. Om die waarheid te sê: vir die spreker van ‘n gestandardiseerde taal klink die dialek dikwels kleurvoller en sappiger as sy eie taal. En van “kleurvol” en “sappig” is dit ongelukkig ‘n klein treetjie na “grappig” en “snaaks”.

Al is ‘n dialek soos Kaaps ‘n volwaardige taal, bevat dit tog groot uitdagings vir die vertaler – groter uitdagings as wanneer daar van een standaardtaal in ‘n ander standaardtaal vertaal word. Die rede hiervoor, myns insiens, is dat dit makliker is om die spesifieke register by verskillende standaardtaalvorme vas te stel en in ‘n ooreenkomstige register in die doeltaal weer te gee, as in die geval van ‘n dialek. Ek gee ‘n voorbeeld. As ‘n tienerkarakter in ‘n Afrikaanse boek sy of haar taal deurspek met Engelse woorde, weet die vertaler dadelik dat hy met informele taalgebruik te doen, dit wil sê met sleng of ‘n sosiolek, wat dan op ‘n ekwivalente informele wyse in die doeltaal weergegee moet word. Kaaps bevat ook ‘n groot persentasie Engelse woorde en uitdrukkings, maar dit is – soos Adam Small so nadruklik uitgewys het – nie noodwendig informele of grappige taalgebruik nie. Ongelukkig is daar baie min vertalers wat die presiese register van dialektaalgebruik kan bepaal.

Peter Snyders

Peter Snyders

Daar is vertalers wat dit maar al te goed besef en daarom nie eens ‘n poging aanwend om ‘n egte vertaling van literêre dialektekste te maak nie. Hulle oplossing is dan om slegs die betekenisinhoud in ‘n neutrale standaardregister weer te gee, langs of onder die oorspronklike teks. Dit is wat die Vlaamse vertaler Jan Deloof byvoorbeeld gedoen het met ‘n keuse van Kaapse gedigte uit Peter Snyders se oeuvre, wat in 1996 verskyn het onder die tweetalige titel Verzachtende omstandigheden. Versagtende omstandighede. (Point 36, Germaine Droogenbroodt, Altea, Spanje) In sy “Woord vooraf” sê hy dat Snyders se taalgebruik ‘n wesenlike kenmerk van sy gedigte is. (Terloops dié uitspraak geld vir alle poësie: die unieke taalgebruik is altyd die wesenlike kenmerk daarvan.) Deloof gaan voort: “Dat is de reden waarom de originele gedichten in deze publikatie vergezeld gaan van Nederlandse transcripties, die enkel en alleen de bedoeling hebben het origineel beter toeganklik te maken. De lezer gelieve de transcripties niet als vertalingen te beschouwen, want voor mij is vertalen uit het Afrikaans zoiets als Gezelle omzetten in standaard-Nederlands.”

Ek gee graag ‘n voorbeeld van Deloof se werkwyse na aanleiding van Peter Snyders se gedig “Of hoe?” Snyders se gedig klink só:

 

                   Moetie rai gammattaal gebrykie;

                   dit issie mooi nie:

                   dit dieghreid die coloured mense –

                   of hoe?  

 

                   wat traai djy

                             om ‘n coloured culture te create?

                   of dink djy is snaaks om soe te skryf?

                   of hoe?

 

                   Traai om ôs lieweste op te lig;

                   ôs praat mossie soe nie …?

                   of hoe?

 

En hier is Jan Deloof se “transkripsie”:

 

                   Of niet soms?

 

                   Schrijf toch niet dat koeterwaals (= gebrabbel);

                   dat is niet mooi:

                   het haalt de kleurlingen omlaag –

                   of niet soms?

 

                   Wat probeer je toch

                             een kleurlingcultuur te creëren?

                   of denk je dat je grappig bent

                             door zo te schrijven?

                   of wat?

 

                   Probeer liever ons te verheffen;

                   we praten immers niet op die manier …?

                   of wel soms?

 

Hierdie “transkripsie” is natuurlik nie naastenby so treffend, so sappig, so kleurvol as die oorspronklike nie. Deloof het sy beperkings as vertaler besef en hierdie uitweg gekies. Maar dit lewer ‘n bloedlose produk op wat skaars as ‘n gedig deur die doeltaalleser beskou sal word – selfs al bied hy sy Nederlandse weergawe in dieselfde versvorm as Snyders aan.

Jan Deloof

Jan Deloof

Dit is interessant dat Deloof in die aangehaalde passasie uit sy voorwoord Peter Snyders se Kaaps en standaard-Afrikaans oor dieselfde kam skeer, as hy sê: “… voor mij is vertalen uit het Afrikaans zoiets als Gezelle omzetten in standaard-Nederlands.” Daarmee bedoel hy waarskynlik dat alle soorte Afrikaans eintlik vir die Nederlandstalige leser verstaanbaar is, op enkele vreemde woorde en uitdrukkings na. Dit is natuurlik nie waar nie, en veral nie ten opsigte van die register nie. En in elk geval verwag die lesers van vertaalde poësie ‘n vertaling uit die brontaal wat op sy eie bene as ‘n gedig in die doeltaal kan staan. Met sy vertalings van die gedigte van Antjie Krog, Wilma Stockenström en Gert Vlok Nel het Robert Dorsman reeds oor en oor bewys dat dit baie goed moontlik is tussen Afrikaans en Nederlands.

Robert Dorsman

Robert Dorsman

Van Robert Dorsman gepraat. In die bloemlesing O wye en droewe land. Honderd-en-een gedichten in het Afrikaans wat hy saam met Adriaan van Dis saamgestel het (Meulenhoff, Amsterdam, 1998) staan die transkripsies van die gedigte heel beskeie in klein druk onderaan elke bladsy. Dorsman noem hierdie transkripsies in sy nawoord ‘n “basisvertaling”. Hy weerspreek daarin ook by implikasie Jan Deloof se veronderstelling dat Afrikaans vir Nederlanders in ‘n groot mate verstaanbaar is, met die volgende uitspraak: “Te vaak gebeurt het dat Nederlanders het spoor bijster raken wanneer ze in aanraking komen met het Afrikaans, een taal die op Afrikaanse bodem geworden is tot wat zij is en steeds minder op het Nederlands lijkt.” In dié bloemlesing staan daar ook gedigte in Kaapse Afrikaans – van Peter Blum, Adam Small en Peter Snyders. Dorsman noem Kaaps “Afrikaans op zijn smeuïgst”, dit wil sê Afrikaans op sy soepelste, op sy sappigste.

Dat Adam Small – en daarom ook die ander Kaapse digters – veel gemakliker in Engels vertaal kan word, blyk uit Carrol Lasker se weergawes van Small se “What abou’ de lô?” en “Second Coming” in The Penguin Book of Southern African Verse (1989) saamgestel deur Stephen Gray. Maar sy worstel ook met die register en met die gepaardgaande betekenisassosiasies van sekere woorde in die oorspronklike gedigte. “What abou’ the lô” gaan oor ‘n wit meisie en ‘n bruin man wat op mekaar verlief geraak het en daarmee die destydse ontugwet oortree het. Die openingsreëls klink in Kaaps só: “Diana was ‘n wit nôi / Martin was ‘n bryn boy”. Lasker vertaal dit as: “Diana was a white girl / Martin was a black boy”. Met “girl” gaan die hele konnotasie van baasskap, of dan nôiskap, verlore – en daarmee saam die ideologiese skok wat bewerkstellig word deur die rymwoorde “nôi” en “boy”. Wat in die gedig rym, het nie in die werklikheid van die apartheidstyd gerym nie. Verder vertaal sy “bryn boy” met “black boy” wat ‘n bewuste ideologiese keuse impliseer. 

Selfs al is die vertaling van poësie altyd ‘n haglike onderneming, wag ons nog steeds op die begenadigde vertalers wat Adam Small, Peter Snyders en ander Kaapse digters oortuigend en registergetrou gaan vertaal.

 

(c) Daniel Hugo

 

 

 

 

 

Peter Snyders. Praatjie gelewer by Woordfees 2010 deur Robert Pearce

Tuesday, March 9th, 2010

 

PETER SNYDERS

– nie ‘n Ordinary vriend-terugblik op 30 jaar van vriendskap

 deur Robert J Pearce

 

Praatjie gelewer ter viering van  Peter Snyders se 70ste verjaarsdag,

 Stellenbosch Woordfees 5 Maart 2010

 

 

Ek praat met U as vriend wat vir Peter al vir 30 Jaar ken. Van sy tyd as Christen tot nou as Boedhis. Ek sal probeer om chronolgies te wees, maar indien nie, vergewe maar.

Daar is die staaljie van die Blindes wat die Olifant bevoel het en elkeen het gedink dit is ‘n ander soort gedierte; net so met Peter. Wie ook na Peter verwys sal dit uit hul eie invalshoek doen. Francis, die Kinders en die Kleinkinders sal hom anders onthou as ons uit die Skrywers, Musiek en Teater wêreld sien hom anders-en so hoort dit. Hoe ons ookal vir Peter ervaar is subjektief en is onderhewe aan ons eie oordeel, maar niemand wat hier vanaand teenwoordig is kan nie sê dat Peter nie ons lewens geraak het nie. Vanuit Suid Afrika, tot in Nederland het Peter sy invloed laat geld. Baie van die mense wat vandag groot sterre is kan terug kyk en sê: ons het by Peter begin: Vinette Ebrahim, Solly Philander  en Denise Newman om maar net ‘n paar te noem.

Peter en sy Filosofie/Godsdiens

In 2002 in ‘n onderhoud met Anastacia de Vries van Rapport sê Peter oor sy  Filosofie en Godsdiens en sy ewige Jeug:

Ekkit op 17 Februarie 1971 ‘n expansion of consciousness beleef. My spiritual age is 31.  Ek verdiep my in Islam en  Boeddhisme. Ek loeppie kêkkie. My geestesbelewing is ‘n versoening tussen Christenskap, Islam en Boeddhisme.

 

Eerste Ontmoeting

1979 – Ek ontmoet Peter Snyders by die Belvillese Onderwys Kollege in 1979. Gerry Tertiens van Kleurlingsake het destyds Drama Akteur en Regie-kursusse georganiseer en mense vanuit alle wyke van die land het in die Kaap bymekaar gekom. Tertiens en Kie het ook die Streek Toneelfeeste en die Hooffees in die Joseph Stone, Athlone aangebied-Peter en Unison het nog nooit een gewennie, maar wel die Kellerprinz Fees kompetisie. Wat my bybly van die Dramakursus, wat deur Bill Curry aangebied is, is dat Peter die mees “challenging” vrae aan Bill Curry gevra het. Bill Curry kry swaar as hy probeer om ons te leer hoe om Regie te doen, want sien meeste van ons het al gevestigde drama groepe ne weet hoe om regie te doen. Peter het destyds al deur diep waters gegaan by die Space saam met Pieter Dirk-Uys (Tannie Evita) ensomeer. Peter se groep die Unison Players het hom ook harde bene laat kou en vergewe die pun, hulle het “Min Genade” vir hom gehad.

Ek en Peter ruil telefoonnommers en adresse uit en skryf aan mekaar en ruil tekste uit.

Peter leer my om Dagboek te hou en op elke moontlike ding te skryf waarop jy kan-soos Paul McCarthney van die Beatles wat “Yesterday” se lirieke op ‘n vuurhoutjie dosie geskryf het. Peter vertel my ook van al die liedjies wat hy al geskryf het en die pryse wat hy daarmee gewen het. Kaapse Bands soos Bloodshed het van sy liedjies opgeneem.

Peter wys my ook sy Gibson Semi-accoustic Jazz kitaar, en vir enige kitaarspeler is ‘n Gibson en ‘n Fender Stratocaster diè kitare wat jy eendag moet besit!

Fastforward na 1981- Brekfis met 4 (‘n voorloper vir ‘n Ordinary Mens) word gepubliseer en Peter laat weet my per brief. Nou ek soek nog iemand wat 20 bladsy briewe kan skryf op een slag-dit is ‘n gawe van Peter, selfs in hierdie dae van e-posse, sms en mixit, sal Peter nog vir jou ‘n brief skryf-hierdie briewe bewaar ek in my versamelings in die Unisa Argief en by NALN in Bloemfontein.

1982-Peter besoek vir Sylvia en myself in Eersterus om Chemie Prakties by Unisa te kom doen.

Ek skryf die volgende gedig vir Peter:

 

Kaapse Visitor

(Vir Peter Snyders tydens sy besoek aan Eersterust gedurende 1982)

 

Verlore kom hy in Pretoria aan

“Hallo”, ‘n skrywershandruk en die vriendskap is herbeklink.

“Wees my Gids vir ‘n week of wat, wys my Pretoria want my mission

  is serious

 

Anker my vir die tyd in Pretoria

Wie anker jou in die Kaap?

My vrou, my skryfwerk, my studies, my plek.

 

Ek wys:

Dis Pretoria Stasie

Daar is die Museum, die Voortrekker Monument, en Oom Paul se Square.

So klop Eersterust se hart.

Is dit al?

 

Ek wys:

Die rigting van die lewe,

praat kultuur, politiek, filosofie

praat oor lewe in die hiernamaals…

Is dit al?

 

Waar is Unisa?

Daar

Waar is die hemel?

Stilte

Waar is die hel?

Stilte

Wat is predestination?

Stilte.

 

Is jy uitgepraat?

Nee…maar het jy nie eie antwoorde, directions en landmarks?

 

25/11/82

Eersterust, Pretoria.

 

Pretoria middestad in 1982 is nog lelie-blank. Peter reis per trein vanaf ons huis in Eersterust na Unisa, want die busse is net vir wittes. Saans as Peter tuiskom na aandete vra hy dat ons hom net gou sal verskoon, dan verwdyn hy in die Gastekamer. Na twee dae van die patroon vra ek waarom? Nee, sê Peter, hy bring sy Dagboek op datum deur die dag se gebeure op te skryf. Ek leer ook hierdie gewoonte aan en tot vandag toe skryf ek of soggens of saans.

Ek en Peter se eie Deafiance Campaign: Ek neem Peter een dag na Kerklpein (waar oom Paul se Standbeeld is), die Voortrekker Monument en die Pretoriase Stadsaal waar Marthinus en Andries se Standbeelde is. By Kerkplein is daar die groot Bushalte. Op die busbankies staan geskrywe: slegs vir “blankes/europeans only”. Ek en Peter besluit om die wette te defy en gaan sit daarop. Onthou, destyds kon hulle jou opsluit onder enige van die “Acts” wat Peter in Political Joke noem: Terrorisme ensomeer en die straf was “detention without trial”. Daar was geen repurkussies nie en ek en Peter se protes aksie val plat. Maar dit was, dink ek, die voorloper vir Allan Hendrickse en sy Arbeiders se latere swemmery by Kings Beach, Port Elizabeth. Dan wil die comrades nou nog na liberation vra: wat het julle Bruines in die struggle gedoen? Ons het die wette deliberately oortree.

Gedurende die tyd stel ek vir Peter voor aan Anthony “Speedo” Wilson, Neville Nash en andere. Speedo doen toe ‘n poësie program “‘n dag innie lewe van Peter Snyders” wat in die destydse Staatsteater opgevoer is. Later neem Speedo ook ‘n Televisie program op “Skakerings” met Peter en Neville as gaste. Die boere by die SAUK hou nie van Skakerings as naam en Peter stel voor die titel: “Met ander woorde” wat aanvaar word. Dit was ‘n beter gesêls program as Dali Tambo s’n of die van Felecia Mabuza-Shuttle.

Terwyl Peter by ons kuier nooi ek hom na verskillende Drama aande, en die een naweek wil ek Pap-wors-tamatiesous en Atchaar naweek doop. Die Vrydag by ons huis (soos in enige ander Eersterust huis) eet ons Pap-wors-tamatiesous en Atchaar; Peter eet saam. Dieselfde aan gaan kyk ons na ‘n Drama in die Eersterust gemeenskap saal en soos gewoonlik is daar ‘n onthaal na die tyd en raai wat is oppie menu: Pap-wors-tamatiesous en Atchaar. Die Saterdag het ‘n vriend van ons ‘n verjaarsdag partytjie en ek en Peter woon by, die menu? Pap-wors-tamatiesous en Atchaar. Die vriend het darem ‘n Skaaptjoppie en ‘n stukkie steak ook bygevoeg. Teen Sondag kon Peter dit nie meer hou nie en skreeu dat hy darem nou lus het vir ‘n stukkie snoek! Tot vandag toe, as ek in die Kaap kom, koop ek snoek en chips-maar Peter is nou ‘n vegetariëer en eet net groente en soya.

 

1983- 22 jaar gelede besoek ek Sylvia en die Kinders vir Peter en Francis in Greenhaven vir ‘n week. Peter is elke aan by UWK en spook om sy BA graad in Afrikaans en Linguistiek klaar te maak. Elke aand moet ek luister hoe Peter gestry het met UWK se dosente oor Afrikaans (standaard?) en Kaaps-sien die saak staan so UWK se Taalpuriste kyk neer op Kaaps en Peter is Kaaps en bevorder dit-goeie spanning vir lekker drama-‘n ander storie wat ek na moes luister was die teorieë van Chomsky en Piaget oor die aanleer van twee verskillende Tale tegelyk (byvoorbeeld Engels en Afrikaans) en dat daar gaan “mixing of registers” wees. Peter besluit toe hy gaan Chomsky en Piaget verkeerd bewys. Peter praat met Angie net Engels en Francis met haar Kaaps/Afrikaans. Chomsky en Piaget sê dat Angie gaan verwaard groot work met die “mixing of registers” en Peter hou vol, hy sal die teendeel bewys. Angie is nie verwaard as jong dame, ook nie gemix nie-sy is Engels met Daddy en Afrikaans/Kaaps met Mammie!-Dankie Peter.

Endorphins-ons deel ons kennis daarmee oor “the runners high”-natuurlike opkikkers in jou eie brein.

 

1992 -‘n Waarskynlike Mens. Ek en Sylvia en die Kinders woon in Vendaland en Peter stuur die Bundel aan ons-self uitgegee. Tafelberg sit 10 jaar met ‘n Waarskynlike Mens, na die uitgee van ‘n Ordinary Mens. Toe Peter dit self uitgee vra Tafelberg: nou hoekom so haastig?

Ek skryf die volgende reëls vir Peter as troos:

Seën die angstige skrywer wat wil publiseer, maar seën meer vir geduldige Peter wat tien jaar moes wag vir tweede bundel publikasie.

Saam met Peter Snyders seën dan meer vir:

 

Arthur Nortjè

Bessie Head

Richard Rive

Don Mattera

Leonard Khoza

Ingrid Jonker

Dennis Brutus

Con Januarie O’ Shea

Anthony Wilson

Alex La Guma

James Matthews

David Ernest

Adam Small

Melvin Whitebooi

Ingrid Geldenhuys

Valda Jansen

Oorlede Roger Wastijn en sy vrou Suzanne

Oorlede Patrick Petersen, Elize, Amos, Renate, Antie Sarah en die Sondagdigters

laat ons nie vergeet van die Maandagdigters. 

 

Peter en Kaaps

Peter se Referaat: Die Skrywer as waghond – 2de Swart Afrikaanse simposium Paternoster 1995.

My kultuur het sy eie taal ontwikkel: Kaaps

3rde Swart Afrikaanse simposium 2005-UWK:

My moedertaal is Kaaps. Maar my taal word nie deur hierdie regering erken nie al praat min of meer vier miljoen mense hom op een of ander manier.

Kaaps is nie ‘n variant of dialek van Afrikaans nie. Kaaps was ook nog nooit Afrikaans nie.

Kaaps is ‘n taal uit eie reg.

 

OF HOE ?

 

                                    Moetie daai Gammataal gerykie

                                    dit issie mooi nie

dit degrade die Coloured mense

of Hoe ?

 

Wat try djy ?

Om ‘n Coloured culture te create

Of dink jy di’s snaaks om soe te skryf

Of hoe ?

 

Try om ôs liewerste op te lig

Ons praat mossie soe nie

Of Hoe ?

 

Van Kaaps gepraat. Peter het my persoonlik meegedeel dat Adam Small skryf meer Bo-Kaaps… die Distrik Ses Taal, terwyl hy (Snyders) meer die Kaapse Vlakte Kaaps skryf.

 

Peter as Kleurling

 

Paternoster 1995

Peter lewer die referaat: Die Skrywer as waghond

Daarin sê hy onder andere: Ek aanvaar ek is Kleurling, Bruin, Hotnot of wat ookal…die Khoi-khoi, die swart deel van my geskiedenis is ‘n groep op wie ek trots kan wees….

Uit Political Joke II (1999)

Spieëltjie , Spieëltjie aan die wand, is ek ‘n Swarte in die land?

Die Spieëltjie antwoord: Hy fokkòf Coloured

By die derde Swart Afrikaanse Skrywersverening in 2005 by UWK verklaar Peter ruiterlik:

Ek is ‘n Kleurling met ‘n capital “K”

 

Belangrik vir my op Paternoster, is dat ek die kans gekry het om ‘n foto wat ek al vir 30jaar gesmag het om te neem: een saam met Peter Snyders en Adam Small-drome word waar.

 

Peter se Selfportret

Petersê in “Deur ‘n bril” Ek is klein, dra bril en my hare verdun op ‘n

nie te mooi voorkop. Wat sal sy dink as sy my sien? Dat ek klein is, bril

dra en nie te sleg lyk nie.

 

Peter en die Kritici

Behalwe vir Jakes Gerwel, Vernon February, Hein Willemse, Richard Rive en Steward van Wyk. Petersen, Philander, en Small was hoofsaaklik, maar nie uitsluitlik gekritiseer deur Die Dertigers, Veertigers en Sestigers en Snyders deur meer jonger kritici.Sinspeel jy daarop dat Wittes nie Bruines se skryfwerk kan kritiseer nie? Dat Wit kritici hul Digters soos Totius en Opperman en van Wyk Louw en I D Du Plessis as nie norm en standaard beskou waaraan die Bruin skrywers gemeet moet word?Die Wittes se ervaringswêreld is anders. Hulle meet gewoonlik Bruin Skrywers aan skrywers wat vir hulle bekend is soos Totius, DJ Opperman, of N.P. van wyk Louw. Hulle vergelyk nooit byvoorbeeld Small met ‘n Township digter soos Mzwake Mbuli of ander Swart Afrika Digters. As die Wit kritici net ‘n slag minder negatief wil wees en ophou om Bruin Digters paternalisties volgens Europese kriteria beoordeel .

Peter Snyders het ook al lekker deurgeloop onder die kritici. Ja, in 1981 het ene Elhaivo die volgende te sê gehad oor Snyders en sy gedigte nadat Snyders in Brekfis met Vier gedebuteer het: “Waar die mannetjie [Peter Snyders] aan die absurde gemors kom, sal net hy weet. ‘n Mens kan sy taal nie eens ‘n dialek noem nie. Dan het hy nog die vermetelheid om dit Kaapse Afrikaans te noem….Geen opgevoede mens praat so nie-‘n mens kry dit net by leke en skollie-elemente…Aan Snyders wil ek net sê: gaan studeer eers poësie woor jy weer gedigte skryf. Volgens my weet jy maar min van poësie.”

Daai is nog niks, hoor wat het die Gay digter/kritikus Johan De Lange te sê gehad na die verskyning van Peter se “‘n Ordinary Mens”: “Hierdie gedigte mis die integrasie en skryende ironie van Adam Small […] Die Kleurlingpoësie is simptomaties van ‘n geestelike armoede en stagnasie:in Maslow se hiërargie van behoeftes het hulle vasgesteek by die mees

elementêre behoeftes naamlik voedsel en sekuriteit, en dit lyk nie of hulle enige aspirasies of inisiatief het om verder te ontwikkel nie….”

‘n Growe veralgemening van ‘n Gay laaitie. As sy argument waarde oor die Kleurlinge, dan kan daar ook veralgemeen word en gesê word: Johan De Lange is ‘n Gay man, dus is alle mans Gay…!

‘n Mens moenie kwaad met kwaad vergeld nie. De Lange ken vandag ten dele maar hy sal eendag ten volle verstaan.

In die De Vries onderhoud 2002, nadat hy gevra is of die kritici nie dalk genoeg waardering  vir sy werk het nie  sê  ,Peter:  “Newwer,  ek skryffie ien vi’ hulle nie, soe ek liessie die goete wat hulle oo’ my wêk skryffie. Miskien loep lies ekkit in my toilet!”

 

Tekens van die tye

Titel klink vir my soos die Jehova Getuienes se traktaatjie. Ek dink die Bundel was oorspronklik getiteld: Gemiddelde Mens, maar Protea uitgewers het dit verander. Fanie Olivier sê daar is niks nuuts nie en Snyders speel maar op sy ou Raamkietjie voort…Fanie moes nog net bygevoeg het “Ou Ryperd”-dan was dit ‘n regte Dozi-boere resensie.

 

Gemiddelde Mens

Toe Peter my vra om te help keur uit al die gedigte, het ek so gedoen, maar ek vra ook vir Peter om ek  “Tighten your belt-revisited” kan publiseer in Nederland in die bundel Concept-uit vrees dat die gedig in sy oorspronklike vorm nooit gepubliseer gaan word nie. Peter gee toestemming en so verskyn die glorieryke oorsponklike woorde in die slot (soos wat Peter dit al in 1982 wou gehad het in ‘n Ordinary Mens): …en hier staan ek met geen kak in my mag en hulle vra my aanhoudend om te tighten, maar daar is niks meer om te tighten!

 

Brunch met twee

Peter en Clinton Du Plessis se bundel….

 

Political Joke II, [daais nou politics (1999)]

Peter woon gedurende die tyd in Kempton Park en hy nader vir my en Speedo om daarin te speel. Speedo speel Ralph, die rol wat Ivan Abrahams oorspronklik gespeel het en ek speel Sammy, die rol wat Solly Philander oorspronklik gespeel het. Daarin definieer Peter meeste van die Swartes (dit skemer ook deur in Tekens van die tye): tricameral blacks, aangenaaide swartes, pseudo-intellektuele swartes ensomeer. Al die swartes het Speedo so verwaar dat hy een aand by die Klein Karoo Nasionale Kunstefees swetend van die verhoog gestorm het. Peter praat ook van Jakes Gewel se Literatuur en Apartheid, van Desmond Tutu, Advokaat Bizos ensomeer. Na een van die vertonings storm die joernalis Heinrich Wyngaard na my toe en sê: “Ek dink dit is tyd dat Peter Snyders reguit vir Jakes Gerwel in sy gesig sê wat hy van hom dink!” Ja-nee dink ek: die teater is die spieëlbeeld van die samelewing-does art imitate life or does life imitate art? Ek sê toe vir Heinrich dat Peter maar net teen UWK se Akademici was wat closset struggle politicians was-volgens wat Peter my meegedeel het het daai Akademici net ge-march as daar TV Kameras was en nooit traangas of persreën ervaar nie.Nevvermind om te sê, Heinrich het ‘n negatiewe resensie oor die play geskryf.

 

Fastforward Unisa 1999-2008

Elke jaar toe ek nog by Unisa gewerk het, het ek Takbesoek aan die Parow Takbiblioteek van Unisa gebring-dan surprise ek Peter met ‘n visit. Merkwaardig is, dat nadat ek en Peter gegroet het, hy ons gesprek van ‘n jaar tevore hervat oor Politiek, Kaaps, die Families ensomeer, asof ek net gou toilet toe gegaan het. Laas jaar (2008), weer ‘n surprise, maar Francis sê, Peter mediteer. Ek het maar gewag…daarna het ek en Peter lekker geargumenteer oor Katolisisme (my geloof) en Buddisme (Peter s’n). Uit ons gesprekke oorreed ek ook vir Peter om van sy oorspronklike geskrifte en dokumente aan  Unisa se Argief te skenk ter bewaring vir die nageslag. Dit doen hy en Unisa stel ‘n Inventaris op wat beskikbaar is.

 

2009

Ek en my vrou verhuis na Port Elizabeth. Een Saterdag is ons oppad na George. Toe ons op Plettenbergbaai stop, sê my Muse vir my: bel vir Peter, gee hom jou nuwe kontaknommers. Raai wat, Francis antwoord weer en sê: Peter mediteer. Gee maar alle kontaknommers vir Francis en hoor niks van Peter tot September vanjaar by die Gala Aand van die Northern Arts festival van Billy Paulsen: Hier is Willem Fransman, Peter, Francis, Monty en andere-sommer net so!-iemand daar bo sorg vir ons!

 

David Ernest:

Nog belangriker, is toe David Ernest, ‘n vriend van Peter en myself sy MA verhandeling in Engels gedurende 2004 voltooi met die titel: Meaning in Small, Snyders and Pearce: an application of Lotman’s Semiotics to “coloured” literature. Hierin dui hy aan hoe die kollektiewe geheue en bewussyn regdeur die drama loop. Al drie dramas handel oor verskuiwings van mense onder die Groepsgebiedewet en sluit plekke in soos die Kaap en Pretoria. Die dramas is: Joanie Galant-hulle (Adam Small), Political Joke (Peter Snyders) en die Laaste Supper in Marabastad (Robert Pearce). David se vergelykende studie  het my beker laat oorloop dat een van my dramas, die Laaste Supper in Marabastad vergelyk word met twee van my Gurus se dramas.

Samevattend

Peter het my en ander hier teenwoordig (of nie) geïnspireer, of soos Jimmy Swaggart sê: She…sorry He touched me…Nadat Peter jou ge-touch het, sal jy nooit weer dieselfde wees nie.  Peter het regtig die hele spektrum van temas aangeduf vanaf satire, godsdiens, politiek, sosiale euwels, kleurkwessie, sondes van Apartheid, die Kaapse Vlakte ensomeer….

Is die temas nie ‘n bietjie verouderd nie? Van hulle is, maar mens moet onthou Peter het begin skryf  nog voor die eerste maanlanding, of voor die Internet, voor Soweto ’76, voor die rekenaar uitgevind is, voor ons liberation van 1994, voor PAGAD…… en selfs voor Viagra…

Ek weet dat Peter lekker nuwe temas iewers in ‘n laai of op ‘n Rekenaar se hardeskyf het. Hy gaan ons nog suprise in die tweede fase van sy lewe.

Peter Snyders het my help vorm en geleer om alles obstinaat (lees hardegat) te bevraagteken. Wees altyd jou eie mens, al is jy die odd-person-out. Daarom is Peter Snyders nie vir my ‘n Ordinary Vriend vir my en andere nie.

Hêppie 70th Birthday en mag jou Gode jou vir nog baie jare spaar vir Francis, die Kinders, Kleinkinders en vir ons-Jou Pêl, Robert-namens Sylvie, myself enons Kinders en Kleinkinders.

Dankie!

 

 

Bibliografie:

De Lange, Johan. 1982. Geen vordering ná Merim-en-die-kaalgat-perskes.   Die Vaderland,p.36.

De Vries, Anastacia. 2002. Snyders toon ook tekens van tye. Die Burger, p.5.

Elhaivo. 1981. Gedigte is absurd. Rapport, 12 Maart

Olivier, Fanie. 2002. Op vertroude ramkietjie voortgespeel? Beeld,.

Snyders, Peter.  1982. ‘n Ordinary Mens. Kaapstad: Tafelberg

Snyders, Peter.  1985.  Swart Afrikaanse digters en hul ambag: in  Smith, J et al.  Swart Afrikaanse Skrywers, verslag van ‘n  simposium gehou by die Universiteit van Wes-Kaapland, Bellville op 26-27 April 1985.

Snyders, Peter.  1992. ‘n Waarskynlike. Greenhaven: Unison

Snyders, Peter.  1995.  Die Skrywer as waghond. in   Willemse, Hein et al.  Swart Afrikaanse Skrywers, verslag van ‘n  simposium gehou op Paternoster  29 September tot 1 Oktober 1995.

Snyders, Peter. 2000. Political Joke 2: daais nou Politieks. Greenhaven: Unison

Snyders, Peter.  Tekens van die tye. 2002.  Pretoria. Protea Boekehuis

Snyders, Peter.  2005..Kaaps.  Referaat gelewer by die Swart Afrikaanse  simposium gehou by die Universiteit van Wes-Kaapland, Bellville op  22 Oktober 2005.

 

Robert Pearce

University Librarian

Director: Library & Information Services

Nelson Mandela Metropolitan University

           

 

PETER SNYDERS

biografiese inligting 29 Junie 2005

PETER JAMES SNYDERS is gebore in WYNBERG, Kaap op 14 November 1939. Hy het grootgeword in WYNBERG (6-7 jaar), HAZENDAL (so 2 jaar) en die res van sy jeugjare in SILVERTOWN

Peter het skool begin in Wynberg by Palmerston Primer (1945), tot standerd een by Bokmakierie Primêr (1948), primêre skool voltooi by Silverlea (1952) en daarna is hy HOëRSKOOl – ATHLONE toe waar hy GEMATRIKULEER het in 1957.

Peter het eers B.Sc (Chem.) sowel as B.A. by UNISA studeer. Hy het egter sy B.A. by DIE UNIVERSITEIT VAN WES-KAAP voltooi in 1989. Van beroep was Snyders meestal n LABORATORIUM TEGNIKUS. Tans is hy ‘n afgetrede voltydse SKRYWER van professie. Hy het ‘n magister in skeppende kunste o.l.v. professor Etienne van Heerden by U.K. 2001 tot 2003 geloop maar moes die studies staak weens n gebrek aan geld.

Hy was gemotiveer om te skryf omdat sy familie baie arm was en hy kon as kind geld kry as hy vir n Junior Times skryf. Uiteindelik is n mens seker maar gebore met die talent want wie ander as n malmens wil hom met die harde werk van skryfwerk bemoei?

Snyders is veral bekend vir die MENS in sy gedigte, daarom is daar ook n sterk SOSIALE element in sy werk. Sy gedigte is uniek want hy skryf weg van homself. Hy gebruik die mense om hulself te verwoord. Andersyds is hy n stem vir die stemlose mens in die straat. Hy skep karakters daarom is sy gedigte al getipeer as STRAATGEDIGTE  en PRAATPOëSIE. Met n drama agtergrond het ene Coetzee gou opgelet dat hy skryf  ‘PERFORMANCE GEDIGTE’.

Snyders is gedurig besig om aan n verskeidenheid projekte te werk. Daar is nie n tyd wanneer iets gaan verskyn nie; hy herskryf en herskryf tot die skrifstuk reg is vir die volgende stap. Andersyds is hy ‘superstitious’ en glo nie dat n skrywer moet hom uitlaat oor waarmee hy besig is nie.

Die treffendste bundel van Snyders is ‘n ORDINARY MENS. Hy beskou die ordinary mense as sy grootste kritici want net hulle weet waaroor sy gedigte rêrig gaan. Kritiek uit ander oorde is vir hom interessanthede maar dis nie altyd relevant nie want die wereld van die skrywer is heeltemal anders as die van die kritikus. Hy koop weinig koerant of tydskrifte dus, tensy iemand hom vertel dat daar iets oor hom iewers verskyn het, is hy gewoonlik blissfully onbewus van ander mense se opinies en kommentaar oor hom of sy werk.

Snyders skryf meestal in sy moedertaal, KAAPS.  Hy ken al die reëls van sy eie taal en, al het hy gemajor in Afrikaans en Linguistiek (ook in Afrikaans geloop), is Afrikaans steeds vir hom n taal wat dikwels met sy eie taal bots. As hy in Kaaps skryf is hy nie onseker van homself nie. Onder die tale wat hy studeer het val Afrikaans, Engels, Kaaps, Nederlands, Duits, Xhosa, Zoeloe en Khoitaal.

Al wat Snyders graag wil bereik met sy gedigte is dat mense wat hom lees moet weet dat daar iemand is wat hulle lot verstaan en al kan hy nie veel help nie probeer hy tog troos.

Daar is geen behoeftes aan Snyders om enigiets meer te doen nie maar dit sal nogal nice wees as hy n novelle of  ‘n roman die lig kan laat sien. As sy gepubliseerde gedigte uit ‘n Ordinary mens en n Waarskynlike mens in South African English kan verskyn en as hy n CD kan uitbring van sy gedigte, met musiek en verwerkings wat hy self skep, sou dit ook ghrând wees. n Geestelike boek is ook n opsie maar dit seker na meer kontak met die innerlike Meester.

Snyders weet nie of hy n goeie digter is nie. Hy weet immers nie wat n goeie digter is nie. Al wat hy weet is dat hy steek baie skatte weg in sy werk. Miskien maak sy vernuf om mense weg te lei van sy skatte (d.m.v. humor, n taal wat geleerde mense verag, gewone karakters en alledaagse stof) van hom n goeie digter. Maar dit sal seker eers na sy dood op die proef gestel word.

PUBLIKASIES

POëSIE  

2005    Brekfis met vier (Human & Rousseau)

2002   Tekens van die tye (Protea Boekhuis)

1996    Verzachtende omstandigheden (Point)

1992     ‘n Waarskynlike mens (Unison)

1982     n Ordinary mens (Tafelberg)

1980     Brekfis met vier (Skoppensboer)

DRAMA 

2000    Political Joke II (Unison)

1983     Political Joke (Perskor)

KORT PROSA 

2001     Brunch met Twee met Clinton du Plessis

(Content lot)

 

Unisa Library Archives Manuscripts Collection 162

Peter Snyders Papers

 

1          Personal / Biographical

1.1        CV       2005

1.2        Correspondence            1978-2005

1.3        Copies of certificates     1976-1979

1.4        Finances: writer’s & composer’s expenses          1982-1995

1.5         Press cuttings              1974-1996

1.5.1    Printed poems & articles by Snyders

1.5.2    Reviews (theatre & literature)

1.6        Speeches

1.6.1      Protea Boekhuis           2002

1.6.2     Derde Swart Afrikaanse Skrywersimposium         2005

 

2          Notebooks and notes   1976 -1980; 2003-2005 and undated

 

3          Manuscripts / drafts

3.1        Brunch met twee            2001

Peter Snyders en Clinton v du Plessis

3.2        Beach games

3.3        Beloved inside me

3.4        Bones and Mina

3.5        Byklanke

3.6        Dankie my Baas

3.7        Daughter of Eve

3.8        Dr Olraait

3.9        Domastrant

3.10      Ek is oek important

3.11      Geestelike gedigte

3.12      God with no limits

3.13      Jou baadjie hang hier

3.14      Mirrored prayers

3.15      Negotiation

3.16      Paaie

3.17      Profile of so-called Aliens (ourselves)

3.18      Van alle kante Ektjoel-il diffrens betwien 6 en drie

3.19      Zen poems

3.20 – 3.21 Het ek “ons” gehoor;  Count out love;  Carrying a torch

                                                                     

4          Plays

4.1        The Birds and the Boys

4.2        Min genade

4.3        Violations 

       

5          Songs: words, music, chords and arrangements by

          Peter Snyders

5.1        Lists of submitted /  published titles       

5.2        Aching teenage heart

5.3        Adolessent /  Adolescent

5.4        Alles & almal

5.5        All right Baby

5.6        Altijd herinneringen /  Always remembering

5.7        Anything you want

5.8        Daai maakie saakie

5.9        Hoe

5.10      Hulle’t gesê

5.11      Jy in elke lyn

5.12    Kinderlike liefde

5.13      Komponeer jou lied

5.14      Kreet

5.15      Neem jou toevlug na binne

5.16      Roep van my hart

5.17      Sy laaiks my

5.18      Without you

5.19      Woman is made

 

6          Press cuttings  1979-1992

6.1        Afrikaans language & literature

6.2        Theatre reviews

6.3        “Brown” TV programmes

6.4        Labour Party

6.5        Black Afrikaans authors

6.6        Shrinking birth rate of Whites

 

7          Pamphlets & Brochures           1979-2004

7.1        Theatre programmes etc

List compiled: Marié Coetzee, Unisa Archives & Special Collections, Pretoria

February 2006

Peter James Snyders: G’n Ordinary Mens

Friday, December 4th, 2009

Willem Fransman Jr

Referaat gelewer op Saterdag 28 November 2009

Tydens Vyfde Versindaba: Oude Libertas Stellenbosch

(more…)

Droompies van nat vuurpyle

Monday, November 16th, 2009
Mikhail Kalashnikov

Mikhail Kalashnikov

Mikhail Kalashnikov, ontwerper van die berugte AK-47 masjiengeweer, het verlede week sy 90ste verjaarsdag gevier. Tydens ‘n spesiale verering by die Kremlin is die “Held van Rusland”-medalje deur president Dimitry Medvedev aan hom toegeken. Groot was almal se verbasing toe Kalashnikov in antwoord op dié toekenning ‘n patriotiese vers wat hy self geskryf het, voorlees. “I wrote poetry in my youth, and people thought I would become a poet. But I didn’t become one,” het hy volgens die BBC se verslaggewer agterna gesê en bygevoeg: “There are many bad poets out there without me. I went along a different path.”

Sjoe, pleks Kalashnikov eerder bly klou het aan sy droompies van nat vuurpyle (Breyten Breytenbach se beeld!) as om oor die perfekte wapen te begin droom …

Nietemin, Kalashnikov, wat sy legendariese aanvalswapen ontwerp het terwyl hy gehospitaliseer was tydens die Tweede Wêreldoorlog, het nogtans sy spyt uitgespreek dat dié wapen die voorkeurwapen vir bykans alle terreurgroepe wêreldwyd geword het. “I created a weapon to defend the fatherland’s borders. It’s not my fault that it was sometimes used where it shouldn’t have been. This is the fault of politicians,” het hy gesê. Daar word bereken dat daar soveel as 100 miljoen AK-47s in omloop is vandag.

Alhoewel my aanvanklike voorneme was om die presidensiële strydlied “Umshini wami” vanoggend as meegaande teks te plaas, het ek my bedink. Myns insiens is Erns van Heerden se bekende gedig “Na die front” véél meer gepas vir die week wat op hande is.

***

Dan begin die week sommer met ‘n hele paar nuwe plasings op die webblad: Andries Bezuidenhout het die volgende aflewering in sy reeks oor historiese Johannesburg geplaas, terwyl Philip de Vos ons weereens vermaak met die storie van die seun en die dyk. Ook Charl-Pierre Naudé het ‘n nuwe inskrywing geplaas waarin hy probeer sin maak uit Jonathan Jansen en Antjie Krog se uitsprake die afgelope tyd.

Ten slotte – Saterdag was Peter Snyders se verjaarsdag. Hy het naamlik 70 geword. En ai, ‘n mens dan nie anders as om te staan en hande klap vir hierdie lieflike mens en sy besonderse bydrae tot ons digkuns nie! Veels geluk, Peter; ons hoop dat dit ‘n vreugdevolle viering wasvir jou … En natuurlik maak dié spesiale verjaarsdag dat ‘n mens des te meer uitsien na die huldeblyk wat Willem Fransman tydens Sessie 2 van vanjaar se Versindaba gaan lewer oor Peter en sy impak op ons digkuns.

Terloops, daar is nog net 11 slapies voor die gróót makietie! Maak dus seker dat jy jou kaartjies betyds kry …

Voorspoed met die week en alles wat dit voor jou deur mag aflaai.

Mooi bly.

LE

 

Na die front

 

Toe ek die laaste môre brood eet,

kon ek my hartseer aan jou liewe hande meet;

 

toe ek my rantsoen pak, komberse rol,

was my gedagtes van jou oë vol;

 

toe ek vir oulaas staar, die deur toestoot,

toe spieël my hart hom in jou hart se nood;

 

toe ek die straat uitgaan en weer kyk,

het jou sagte hare oor my wang gestryk;

 

toe ek die trein inklim, met wrange lippe groet,

was jou mond ‘n siddering, jou kus ‘n vloed …

 

Toe ek die sneller en die blink loop vas omklem,

kon ek van jou g’n enkele trek herken.

 

(c) Erns van Heerden (Uit: Op die mespunt, 1963: Nasionale Boekhandel Bpk.)