Elke jaar op 4 Mei is dit Nationale dodenherdenking in Nederland. Dit beteken kortliks dat op dié dag alle slagoffers van die Tweede Wêreldoorlog herdenk word. Dit geld ook vir alle andere oorlogslagoffers sedertdien. Op talle plekke in die land word kransleggingsbyeenkomste gehou by monumente. Dit gebeur op verskillende plekke in Amsterdam. Die grootste byeenkoms is op die Damplein. Dit word direk op die nasionale televisie uitgesaai, klokslag om agtuur. Vir twee minute lank heers dan deur die hele land STILTE. Elke jaar op die aand van 4 Mei met nuustyd, absolute STILTE. Selfs vir my, wat nie deel in die kolletiewe, pynlike herinneringe van ‘n gebombardeerde en uitgehongerde Nederland nie, is dit aangrypend. Mens hou spontaan jou asem in.
Ramsey Nasr, die Vaderlandsdigter van Nederland, was ook op die Damplein in Amsterdam. Vir vier jaar lank is dit veral sy taak om hoogte-en dieptepunte in die Nederlandse samelewing in sy poësie te weerspieël. Sy digterlike interpretasie van iets wat gebeur en wat almal aangegryp het, word daarna in die NRC-Handelsblad gepubliseer. Iets het hier gebeur, driekwart part deur die stilte. Skielik. Iemand skree. ‘n Man aangetrek soos ‘n Ortodokse Jood. Kan dit waar wees? Binne-in so ‘n gewyde stilte wat ook die ses miljoen Joodse slagoffers herdenk?
Mense spat uit mekaar. Hulle loop die veiligheidstralies onderstebo. Ook mekaar. In ‘n ommesientje het die koningin, kroonprins Willem Alexander, prinses Maxima en ander hoogwaardigheidsbekleders verdwyn. Die skare weerspieël die massiewe angs van die bevolking. Op die televisie sien ‘n mens hoe loop veiligheidswagte met beseerdes in hulle arms na ambulanse. Ma’s en kinders staan en huil. Dan kom ‘n aankondiging dat iemand “onwel is geworden”, dat die verrigtinge sal voortgaan. Ek vertrou die aankondiging nie. “Onwel”? Het iemand geskreeu omdat hy siek voel?
Die koningin en haar gevolg verskyn weer. Die respekvolle stilte is aangetas, maar die volkslied word gesing. Die kransleggingsseremonie gaan voort. Die publiek is op die oog af weer kalm. Sulke gedrag verdien respek. Respek vir die Nederlandse bevolking se eerbied teenoor die verlede. Respek vir hulle houding teenoor voorouers en vriende wat hulle lewens opgeoffer het vir die vryheid van vandag. Respek vir almal se houding op die Damplein: ons laat ons nie deur ‘n versteurde se geskreeu ontwrig nie. 63 mense is beseer.
Die oorangstige gedrag van die publiek is waarskynlik die gevolg van ‘n aanslag op die koningsgesin ‘n jaar gelede met Koninginnendag in Apeldoorn. Sewe mense het toe omgekom. Tallose was beseer. Een van die oorledenes was die 38-jarige Karts Twat met sy swart Suzuki Swiftdeur die sorgelose skare gejaag het. Hy het uiteindelik teen ‘n oorlogsgedenknaald tot stilstand gekom. Ook die moorde op Pim Fortuyn en Theo van Gogh is nog lewendig in die herinneringe.
Dit is deel van die Nederlandse psige om massa byeenkomste te hou: ernstige herdenkings, vrolike feeste of uitdagende betogings. Nou word hierdie byeenskomste veral van binne af bedreig. Elke burger het die vryheid om te doen wat hy wil. Dit word soms ten kwade uitgebuit. Nasr reageer so met:
‘n Mooi dag om stilte te verskeur
‘n Mooi dag om stilte te verskeur.
Oudrebelle staan en bewe langs die kant
die blikke op swartwit - en dit gebeur.
Sommerso, omdat dit kán gebeur. Omdat één man.
Dit is die wet van Nederland. By ons
moet alles een of ander tyd gebeur,
dan maar dít ook. Elkeen soek na die lig
soos hamsters in ‘n hok met oop deure.
Ek het vandag my oorlogsland herdenk
en struikel vorentoe sonder enige terugstaan
in so ‘n mate bevry dat ek ‘n kind vertrap.
Vlak voor my voete val ‘n hoogsbejaarde
in sy kostuum. Hy huil. Ek kyk.
Waar alles mag, is elkeen voëlvry.
Bostaande gedig het verskyn op p. 3 in die NRC-Handelsbladvan 6 Mei 2010.
Die oorspronklike Nederlandse gedig kan ook op Ramsey Nasr se amptelike webblad gelees word.
Stadsdichters van de 21e eeuw: exit Assurancetourix
Jan Pollet
Assurancetourix
In de digitale kolommen van Knacks nieuwe boekensite is een oude bekende opgedoken die, sinds zijn scherpe polemische stukken in het literaire tijdschrift de Brakke Hond al een tijdje uit de running was. Zijn naam is Bart de Man, hij staat voor ‘een collectief van specialisten modernisme en deconstructie in beeldende kunst en literatuur‘, maar wie hij precies is blijft een mysterie. Terloops wil ik u ook attent maken op een andere blogger van wie de Vlaamse literaire incrowd zich afvraagt: wie is hij toch? De geheimzinnige vrijetijdsblogger luistert naar de naam Achille van den Branden (geïnspireerd op het verhaal ‘Het boek’ uit Een slagerszoon met brilletje van Tom Lanoye) en brengt dagelijks goed geschreven en gedocumenteerde recensies die een constant kwalitatief niveau halen.
Maar laten we terug keren naar onze Bart de Man die muis en klavier met zwavelzuur heeft opgepoetst om tussen het boekennieuws op Knack/deBuren af en toe zijn dodelijke scuds af te vuren.
Doelwit van zijn vlijmscherp ongenoegen was deze keer het fenomeen ’stadsdichter’. Zijn vlammende tirade bevat een stroom aan toespelingen op lokale politieke en literaire toestanden die in het kort hierop neerkomt: dichters moesten zich schamen om mee te spelen in het pr-circus van een stad. Een dichter die zich laat strikken voor een aanstelling als stadsdichter, verkoopt niet alleen zijn ziel, maar gooit daar bovenop nog eens de goede naam van de poëzie te grabbel.
Om zijn stelling visueel kracht bij te zetten vergelijkt hij een stadsdichter met een personage uit de strip Asterix en Obelix: Assurancetourix namelijk, de bard die, gewapend met een harp, bij elke officiële gelegenheid zijn verplicht nummertje wil opvoeren tot unaniem afgrijzen van de voltallige dorpsgemeenschap. Steevast eindigt hij geboeid en gekneveld aan een boom.
Stadsdichter: het is een fenomeen dat in Nederland de laatste tien jaar een hoge vlucht kent en stilaan ingeburgerd is in het beleid van een stad. In België hebben alleen de Vlaamse steden het Nederlandse voorbeeld gevolgd. In Wallonië is het fenomeen totaal onbekend. Brussel opteerde voor een collectieve variante, waarover straks meer.
Hoewel ik Bart de Man best kan volgen in zijn aversie voor de gelegenheidspoëzie die weinig tot geen uitstaans heeft met de echte poëzie, vind ik dat het stadsdichterschap in de drie grote steden (Antwerpen, Gent, Brussel) toch ook een paar interessante evoluties heeft doorgemaakt.
Tom Lanoye. Stadsgedicht
Antwerpen.
Monumentaal en aangrijpend was het Boerentoren-gedicht (geen verband met de Zuid-Afrikaanse Boeren… ) van Tom Lanoye. Een metershoge banner die de hoogste toren van Antwerpen sierde. Een pleidooi voor tolerantie in de door rechts extremisme geplaagde stad Antwerpen: “Aanvaardt mij. Neemt mij. Ziet mij staan” zo luiden de oud-Vlaamse beginregels van het gedicht, dat subliem grafisch werd vorm gegeven door Gert Dooreman.
Met de aanstelling van de Nederlandse dichter van Palestijnse afkomst Ramsey Nasr, belandde het Antwerpse stadsbestuur in een xenofobe crisis nav een stuk dat Nasr schreef ter verdediging van de Palestijnen in de Palestijnse gebieden. Niet de poëzie maar de uitgesproken mening van de stadsdichter zorgde hier voor ophef.
Antwerpen koos trouwens een tweede keer voor een Nederlandse dichter met de aanstelling van Joke van Leeuwen, die ondermeer een schitterend video-gedicht afleverde waarin ze duidelijk refereerde naar de typografische experimenten van wijlen stadsgenoot Paul van Ostaijen. Een visueel hoogstandje over de multilinguale context van een grootstad.
Video: Joke van Leeuwen
Gent
De kleinere Oost-Vlaamse havenstad wisselt het stadsdichterschap af met een stadstoondichterschap. Roel Richelieu en Erwin Mortier hielden het bij het klassieke stadsgedicht. De recente aanstelling van de derde stadsdichter verliep ronduit klunzig. Met name Yves T’Sjoen, mede-blogger op deze site, haalde op De Contrabas scherp uit naar het gebrek aan professionalisme in Gent Letterenstad. Tenslotte viel na een advies van het Gentse Poëziecentrum en een verhoging van het honorarium, de naam van Peter Verhelst die iedereen verraste met zijn visie op zijn nieuwe functie:
“Ik wil geen gedichten schrijven voor Gent, maar ik wil wel literatuur maken van Gent. Kortom: vervang stadsdichter door dromenvanger’
“Exact twaalf jaar geleden vatte ik het plan op de dromen van een stad te verzamelen. Het is er nooit van gekomen. Toen ik de vraag kreeg stadsdichter van Gent te worden, was dit het eerste wat ik wist: ik wil een dromenboek maken.”
Verhelst heeft hiermee misschien een oplossing gevonden om de inwoners van een stad echt bij de poëzie te betrekken en zo het artificiële karakter dat aan veel gelegenheidspoëzie kleeft te omzeilen. De stadsdichter laat de vele stemmen van een stad klinken en zet zijn eigen ego en poëticaal talent opzij. Terloops wil ik toch graag wijzen op de gemiddelde afmetingen des dichters ego die veel, veel liever aan zijn eigen persoontje en kwellinkjes zijn pen slijpt dan aan de - laat ons wel wezen - droge, versteende symboliek van een stad. Bovendien zijn steden zijn geen afgelijnde biotopen meer. Vroeger werd je in een stad geboren, je stierf er en je nageslacht deed hetzelfde, honderden jaren lang. Daar is sinds de auto en het vliegtuig toch wat verandering in gekomen. Er zijn zoveel steden als er inwoners zijn van die stad.
Brussel
Als hoofdstad van Europa koos Brussel resoluut voor een multicultureel en meertalig stadsdichterscollectief. De stadsdichter van Brussel is namelijk veelkoppig: de Brusselse Galiciër Xavier Queipo, de Marokkaanse Belg Manza die in het Frans rapt, de Franstalige Laurence Vielle en de Nederlandstalige Geert van Istendael. Dit Brusselse Dichterscollectief, bezield door David Van Reybrouck en Peter Vermeersch en gepatroneerd door Passa Porta, realiseerde dit jaar een Europese Grondwet in Verzen: 52 dichters hebben er aan meegewerkt. Ook niet-Europese dichters die in Europa onderdak hebben gevonden, brachten opmerkelijke lyrische artikels aan. Ze schreven in meer dan 20 verschillende talen. Bijna 70 vertalers zorgden voor een versie in het Nederlands , Frans en Engels.
Actie en interactie, dat lijken meer en meer de ordewoorden te zijn om de poëzie een functie te geven in de samenleving. Bij zijn officiële aanstelling tot president van de Verenigde Staten stond Obama er op dat een dichter de plechtigheid zou opluisteren. Slechts 4 van zijn voorgangers waren eerder op het idee gekomen om een dichter aan het woord te laten tijdens hun inauguratie. Het wijst erop hoe ongewoon het is geworden om poëzie met officiële gebeurtenissen in verband te brengen. Het wijst er ook op dat poëzie misschien niet (meer) het voor de hand liggende medium is waarmee machtshebbers historische momenten kunnen verankeren in het collectieve geheugen. Maar Obama waagde het erop. Misschien hoopte hij hiermee definitief de spons te halen over het oorlogszuchtige beleid van zijn voorganger. Misschien rekende hij op de helende kracht van een paar verzen om het 9/11-trauma te doen vergeten. Een buitenkans voor de poëzie die dichteres van dienst, Elisabeth Alexander, echter niet waarmaakte toen ze kwam aandraven met het brave, klassieke en slaapverwekkende Praise the day waarmee ze nog maar eens het vooroordeel van de grote massa bevestigde: poëzie is saai en lastig.
Nee, dan liever de Nederlandse Dichter des Vaderlands, ex stadsdichter van Antwerpen, Ramsey Nasr en zijn swingende, actuele, grappige en pijnlijke toekomstige taalvisioenen van een Rotterdammer anno 2059: Nasr: Mi have een droom
de eerste strofe gaat als volgt:
“wullah, poetry poet, let mi takki you 1 ding: di trobbi hier is dit
ben van me eigen now zo 66 jari & skerieus ben geen racist, aber
alle josti op een stokki, uptodate, wats deze shit? ik zeg maar zo
mi was nog maar een breezer als mi moeder zij zo zei: “azizi
doe gewoon jij, doe je gekke shit genoeg, wees beleefd, maak geen tsjoeri
toon props voor je brada, zeg ‘wazzup meneer’, ‘fawaka’ -en duh
beetje kijken op di smatjes met ze toetoes is no trobbi
beetje masten, beetje klaren & kabonkadonk is toppi
aber geef di goeie voorbeeld, prik di chickies met 2 woorden”
zo deed mi moeder takki toen & boem tranga! kijk, hier staat ik
hand in hand, harde kaas, api trots op di belanda, niet dan?
now dan, want mi lobi roffadam & deze stitti is mi spanga ”
Hier ziet en hoort u de Dichter des Vaderlands Mi have een droom performen (bekijk ook het interview met Nasr op de video rechts.)”
Vandag is Remco Campertse 80ste verjaarsdag. Ten spyte daarvan dat hy versoek het dat daar nie ’n groot gedoente van gemaak word nie, beplan sy uitgewer, De Bezige Bij, ’n hele reeks publikasies rondom dié besonderse mylpaal. So is daar die publikasie van Poëzie is een daad, wat ’n poëtiese huldeblyk is aan een van die heel grotes in wêreldliteratuur. Onder die digters wat aan dié huldeblyk meegewerk het, is Gerrit Kouwenaar, Jan Bernlef, Ramsey Nasr, Jules Deelder, Anna Enquist, Stefan Hertmans, Luuk Gruwez, Erwin Mortier en Miriam Van hee. Daar is selfs ’n bydrae van Simon Vinkenoog wat onlangs oorlede is. Volgens De Papieren Man is “het resultaat meer dan voortreffelijk en overstijgt verre de gelegenheidspoëzie.” Nog besonderse publikasies wat binnekort op die rakke sal wees, is Remco Campert - Dichter, ’n knewel van ’n boek van meer as 700 bladsye waarin Campert se verse byeengebring word, asook Vurrukkulluk wat drie van Campert se belangrikste romans, Het leven is vurrukkulluk (1961), Liefdesschijnbewegingen (1963) en Tjeempie! of Liesje in luiletterland (1968), bevat.
Hieronder volg die vers waaruit die huldigingsbundel se titel geneem is.
En onthou om vanaand om 22:00 op RSG na Vers & Klank te luister; Libbie Daniels lees dan verse oor en vir kinders voor. Maak ook seker dat jy nie Bernard Odendaal se nuutste blog miskyk nie … Poësiemoeilikheid is inderdaad ‘n skitterende kontekstualisering rondom die kwessie van toeganklike en “moeilike” poësie; iets wat uiteraard direk aansluit (én voortbou) op die gesprek rondom die vertelvers wat tans op die webblad gevoer word. En dan trakteer Johann Lodewyk Marais ons vanoggend met twee nuwe inskrywings wat hy oornag geplaas het: een oor Martin Heidegger en een oor die Anglo-Boereoorlog, terwyl Johann de Lange ons weer verras met ‘n ikoniese vers in die gay-literatuur. Pure leesplesier!
So - geniet jou leestyd en mag hierdie dag vir jou ’n fabeljante affêre wees …
Mooi bly.
LE
Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.
Poëzie is een toekomst, denken
aan de volgende week, aan een ander land,
aan jou als je oud bent.
Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.
Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is poëzie.
Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin poëzie.
Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.
Tenslotte wint de dood, jazeker,
maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is een ontroering.
Na my Nuuswekker verlede Vrydag, waarin ek berig het van die enorme bedrag geld wat bewillig is vir die bevordering van Nederlandse letterkunde in Brittanje, het ek vinnig deur ons eie regering se webblaaie gesnuffel om te kyk of ek enige aanduiding van soortgelyke projekte kan vind; ek meen, ons het dan kulturele samewerkingsooreenkomste met bykans elke land waar ’n boek vasgehou kan word … Nietemin, groot was my vreugde toe ek inderdaad ’n uitmuntende projek kon raaklees: die Departement vir Kuns en Kultuur het naamlik in Februarie vanjaar opdrag aan die Nasionale Biblioteekdienste gegee om bepaalde klassieke inheemse literêre werke te herdruk. Minister Pallo Jordan, wat die “Reprint of South African Literary Classics Project” op 19 Februarie afgekondig het, het die volgende te sê gehad: “(This) campaign wishes to promote reading and writing in indigenous languages, and thereby to help promote literacy. It is our fervent hope that (the project’s) impact will be to inspire emergent writers and even those who might have given up owing to the discouraging environment of the past, to come forward with their works.” Blykbaar is daar reeds 27 titels herdruk, waaronder werke van Samuel Mqhayi, Sibusiso Nyembezi, ML Bopape, SP Lekaba and TN Maumela. Die volledige berig kanhier gelees word. (Terloops, die foto hiernaas is ’n kunstenaar se voorstelling van die nuwe Nasionale Biblioteek wat in die vooruitsig is.) Maar, ter wille van interessantheid, nog ’n aanhaling uit minister Jordan se toespraak: “If no one else wishes to preserve these works, we as South Africans have a responsibility to our nation and humanity to ensure that they survive into the future.” En natuurlik geld dieselfde argument ook ten opsigte van die Afrikaanse letterkunde, en veral die digkuns: Indien óns nie daadwerklik tot die behoud en bevordering daarvan meewerk nie, sal niemand anders dit doen nie; die wanbalans is gewoon té groot.
Ten slotte - Dit was Saterdag Simon Vinkenoog se begrafnis in Amsterdam. Getrou aan sy rol as Dichter des Vaderlands het Ramsey Nasr ‘n gedig ter ere van die ontslape digter geskryf. Dié gedig kan hier op De Standaard se webblad gelees word. Vir ‘n meer omvattende verslag kan jy De Papieren Man se berig hier lees. Terloops, in ‘n vorige Nuuswekker het ek genoem dat Peter Holvoet-Hanssen inderhaas vir Vinkenoog op die Felix Poetry Festival se program moes vervang nadat laasgenoemde gehospitaliseer is vir ‘n been-amputasie. Peter was vriendelik genoeg om vir ons die teks van sy Pleidooi vir die poësie vir plasing op die webblad te stuur. Moenie dat dié entoesiastiese en inspirerende praatjie jou verbygaan nie … Pure leesplesier, soos ‘n mens inderdaad van hierdie “seerower des lettere” kan verwag. Die berig is hier geplaas. En lees sommer ook sy vermaaklike brief wat in die Brieweboks geplaas is.
’n Vreugdevolle week word jou toegewens en balanseer tog die dinge uit.
Dit was vir my interessant om Antjie Krog se vertelling aangaande Ramsey Nasr, die nuwe Nederlandse Dichter des Vaderlands, te lees, aangesien hy hom op 7 Mei ‘n stortvloed kritiek op die hals gehaal het toe hy sy gedig Psalm voor een afkomst tydens die opening van ‘n Calvijntentoonstelling ter viering van Calvyn se 500ste verjaarsdag, voorgedra het. Die meer behoudende Christene in die gehoor het ernstig aanstoot geneem en hom van godslastering beskuldig. “Pijnlijk”, het raadslid Bert Staat die Dichter des Vaderlands se voorlesing genoem: ”Calvijn stond zo dichtbij God, Nasr zo veraf. Als koningin Beatrix niet in de Grote Kerk van Dordrecht had gezeten, was ik de kerk uitgelopen toen Nasr het gedicht voordroeg, want ik voelde me erdoor gekwetst”, het hy gesê.
Blykbaar was Nasr se gedig as diskriminerend teen die Calvynse voorvaders ervaar (Willem van Oranje in die besonder), terwyl dit terselfdertyd die Bybel banaliseer en ’n onreg jeens God is. Gaan lees die berig hier en lees (of luister) na Ramsey Nasr se voordrag hier.
Voorspoed en onthou om jou gehoor altyd in die oog te kyk.
Marius Crous: Ek dink J C Kannemeyer moet beslis kennis neem van...
KOLOFON
Onder redaksie van Marlise Joubert [Webmeester] & Louis Esterhuizen [Inhoudsbestuurder]. Toepaslike kommentare word verwelkom. Enige onwelvoeglike of beledigende kommentare & bydraes sal sonder kennisgewing verwyder word.