Posts Tagged ‘Ramsey Nasr’

Louis Esterhuizen. Ramsey Nasr beoog projek om gedigte te verfilm

Friday, November 2nd, 2012

 

Volgens ‘n berig op Poetry International beoog Ramsey Nasr (foto), die huidige Dichter des Vaderland in Nederland, ‘n besonderse projek om die klassieke digkuns onder veral die jonger lesers te populariseer. Hy wil naamlik 20 verse uit die Nederlandse poësie-skatkis opdiep en verfilm; met die hoop dat dié films veral vir gebruik in skole geskik sal wees. Digters wat deur hom geoormerk is vir hierdie projek is onder andere Focquenbroch, Leopold, Van Ostaijen and Vasalis.

Poetry International beskryf die beoogde projek soos volg: “In filming these poems, Nasr will be taking an approach that focuses more on pure visual interpretation rather than direct representation of their contents. The poems will not be accompanied by an analytical text or an explanation, but instead each clip is a response from its creator and an interpretation of the poem on its own terms, aiming to elicit a unique interpretation in turn. This project aims to breathe new life into old poetry, and to bring that poetry to a new group of people.”

Die laureate self het sy projek soos volg gemotiveer: “Dichter Draagt Voor  is the name of a project that I have wanted to realise since I became poet laureate. The goal of this project is to get more people, especially young people, interested in poetry. The idea is based on my experience that a poem has a more direct appeal when it is read aloud than when it is simply read. All the assumptions that people have about poetry – difficult, elitist, spacey, incomprehensible – disappear like snow in the sun as soon as they actually hear a poem instead of having to read it themselves. For many readers it’s simply a way to get a handhold in a poem that sometimes lacks any punctuation. With these clips we can give them some semblance of comprehensibility: the poem will not become any easier, but they will no longer have to start from scratch. With these clips we want to bridge the gap to a new world of potential readers. As Poet Laureate, I would like to use this project as my way of leaving something behind.”

‘n Lofwaardige projek, inderdaad.

Vir jou leesplesier plaas ek een van my gunsteling (klassieke) gedigte uit die Nederlandse skatkis. En watter manjifieke film sal dié gedig nie maak nie!

***

Marc groet’s morgen de dingen

 

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem

                                    ploem ploem

dag stoel naast de tafel

dag brood op de tafel

dag visserke-vis met de pijp

           en

dag visserke-vis met de pet

         pet en pijp

    van het visserke-vis

         goeiendag

 

D a a – a g vis

dag lieve vis

dag klein visselijn mijn

 

© Paul van Ostaijen

 

 

Carina van der Walt. Nasr wen kultuurprys vir digbundel

Wednesday, May 23rd, 2012

 

Op 10 mei het die Nederlandse Dichter de Vaderlands, Ramsey Nasr (foto), die E. du Perron-prys 2011 gewen vir sy digbundel Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst. Die Du Perron-prys is ‘n kultuurprys wat jaarliks uitgereik word aan persone of instellings wat ‘n aktiewe bydrae gelewer het aan die bevordering van wedersydse begrip en goeie verstandhoudinge tussen verskillende bevolkingsgroepe in Nederland. Soms val die kollig in hierdie prys ook op verhoudinge met bevolkingsgroepe wat historiese bande met Nederland het.

In 2008 het Adriaan van Dis die E. du Perron-prys gewen. Hy is alombekend vir sy betrokkenheid by Indonesië (vanweë sy herkoms) en Suid-Afrika. Sy roman Tikkop en die televisiereeks Van Dis in Afrika getuig van ‘n deurgaanse en opregte geïnteresseerdheid in Suid-Afrika. Met die uitreiking van die E. du Perron-prys in 2010 het Antjie Krog die eerste Du Perron-lesing kom hou. Hierdie prys word reeds meer as twee dekades lank uitgereik. ‘n Lesing was ‘n noodsaaklike vernuwende stap, omdat die uitreiking nie meer saam met ‘n simposium vir Kinder- en jeugliteratuur plaasgevind het nie. Dat Krog as digter ‘n jaar gelede uitgenooi is, het miskien onbewustelik die klokke ingelui vir die uitreiking aan ‘n digter. As dit gaan oor kontroversie en maatskaplike betrokkenheid by hulle onderskeie samelewings, staan Krog en Nasr op dieselfde lyn. Albei digters vervul die rol van intellektuele kritici.   

E. du Perron

E. du Perron

Die E. du Perron-prys is vernoem na Charles Edgar de Perron (1899-1940), ‘n Nederlandse skrywer, digter en kritikus. Hy het opgegroei in Nederlands-Indië, maar woon en werk in sy volwasse lewe in Parys, Brussel en in Nederland. Hy was baie aktief in kuns en literêre kringe. Du Perron het bekendheid verwerf met sy roman Het land van Herkomst (1935). Die res van sy literêre werk was veral essays, wat gepubliseer is in die invloedryke literêre tydskrif Forum. Du Perron het ‘n skerp tydsbeeld gegee van die destydse Europa deur sy fyn  waarnemings, aangevul met verbeeldingryke taalgebruik. Die kragtige taalgebruik in die volgende gedig van Du Perron was Nasr se inspirasie toe hy Mijn nieuwe vaderland geskryf het.

 

P.P.C.

 

Vaarwel, Clary. Ik wens u geen geluk.

Zoiets klinkt dom, bij hen reeds die het menen.

Gij hebt u goed verkocht. Maak u niet druk

over de rest: want álle mensen wenen.

 

Uw huis was klein. Uw heer heeft het vergroot.

De bron van zijn fortuin heet niet te stelpen.

Uw roem wordt groot en duurt wel tot zijn dood.

Uw ziel is klein. Ik kon het niet verhelpen.

 

Uw lijf is goed. Gij zijt een mooie vrouw.

Gij zult uw heer veel mooie kindren baren.

Uw hart is nauw; gij blijft ook wel trouw.

Gij zult hoogstaan en goed uw naam bewaren.

 

Vaarwel, Clary. Mij zult gij niet meer zien.

Ik zal u mijden, zelfs tot in uw dromen.

Gij waart mijn droom, voor ik u had gezien.

Gij zijt uzelf. Ik minacht u volkomen.

 

Met sy gemengde herkoms van Nederlands en Palestyns en sy kritiese beskouings op al die huidige veranderinge in Nederland, is Nasr ‘n waardige wenner van die E. du Perron-prys 2011. Die sewe jurielede het hulle keuse so verduidelik:      

Juryrapport E. du Perronprijs 2011

De jury heeft besloten de E. du Perronprijs 2011 toe te kennen aan Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst (De Bezige Bij, 2011).

Omslag

Omslag

“In deze bundel doet Ramsey Nasr wat van een Dichter des Vaderlands verwacht mag worden: hij geeft een cultuurkritische en pijnlijke diagnose van het hedendaagse Nederland. Het is ongebruikelijk dat de jury van de Du Perronprijs een dichtbundel bekroont, maar Nasrs bundel is zo dwingend en aansprekend dat de jury zich gelukkig prijst deze dichtbundel te mogen lauweren.

Nasr stelt zich op als een klassieke geëngageerde schrijver: haaks op de tijdsgeest, uitgesproken kritisch over het politieke beleid, en dit alles in een zeer poëtische taal die trilt van urgentie. Hier geen landerige gedichtjes uit een slappe tijd, maar het zout der aarde rechtstreeks in de wonden. Nasr laat zien dat poëzie vandaag de dag ertoe doet. Met zijn optreden als Dichter des Vaderlands, waar deze bundel de neerslag van vormt, roept Nasr controverse op, zowel in de samenleving als in literaire kringen. De dichter deinst er niet voor terug om zich in scherpe bewoordingen uit te laten over maatschappelijke misstanden; hij neemt daarin zijn rol als publieke intellectueel serieus. Daarmee getuigt hij een erfgenaam van Du Perron te zijn.

Nasr zet de sluizen van de poëzie open en overspoelt de lage landen, die gebukt gaan onder een krampachtige vrees voor natte voeten. Hij schreef een hybride bundel waarin gedichten, essays en lezingen verzameld zijn. Verschillende tekstsoorten lopen door elkaar en allerlei stemmen uit de samenleving worden geïncorporeerd. Nasr schrijft een poëzie met veel adem en uit volle borst. Dan weer lijken zijn gedichten klassiek en ingetogen, dan weer zijn zij uitbundig en onconventioneel. Hij neemt de rol aan van de klassieke bard: zanger en (aan-) klager. De poëzie in deze bundel is uitgesproken zonder dat de boodschap voor de lezer wordt uitgespeld. Nasr weet de mystiek van de poëzie te laten klinken zonder dat dit afdoet aan de begrijpelijkheid ervan. Daarmee slaagt hij erin een adequate vorm te vinden voor het dichterschap des vaderlands: hij verbindt poëtische finesse aan maatschappelijke relevantie en verstaanbaarheid. In een rancuneuze prozaïsche tijd laat Nasr een even lyrisch als noodzakelijk geluid horen.”

 

(c) Carina van der Walt

 

 

Carina van der Walt. Nasr reageer – Nasionale Gedigtedag 2012

Sunday, February 5th, 2012

Nasr reageer – Nasionale Gedigtedag 2012

Aflewering 5

Op 26 Januarie was dit weer tyd vir die nasionale Gedichtendag in Nederland. Jonk en oud, kind en kraai, arm en ryk het landwyd daaraan deelgeneem. As inleiding van die besondere dag is die wenner van die VSB-Poësieprys die vorige aand op 25 Januarie al aangekondig. Op radio en televisie het die versoek geklink dat alle vergaderings die volgende dag met ‘n gedig moes open. Hierdie jaar se nuwe Gedichtendag-bundeltjie was weer orals te kry.

Jan Lauwereyns

Die Vlaamse digter Jan Lauwereyns was die wenner van die VSB-Poësieprys met sy digbundel Hemelsblauw. Hy is ‘n neuro-wetenskaplike en woon in Japan. Joke van Leeuwen het die bundeltjie met tien gedigte spesiaal vir Gedichtendag geskryf. Die titel is Half in zee. Dit is altyd ‘n groot eer as ‘n digter daarvoor gevra word. Verder het elke groepie poësieliefhebbers in elke stad op hulle eie manier aandag gegee aan die tema van die jaar: stroom. Ek was bevoorreg om die Gedichtendag in beide Tilburg en Eindhoven te beleef. Dit het soos nag en dag verskil.

In Tilburg het die stadsdigters de treinreisigers op die stasie met hulle voordragte verras. Of was dit vergas? Dit was nogal ‘n ongemaklike takie. Reisigers wat afklim is altyd haastig op pad na ‘n bus of ‘n taxi toe en stroom letterlik die trappe af. Hulle wou nie vir ‘n gedig voorgekeer word nie. Die digters moes dus konsentreer op vertrekkende reisigers wat vir hulle treine wag. Verder moes daar rekening gehou word met die akoestiek in die buitelug. Elke digter moes eers vinnig rondkyk of stroom daar nie ‘n trein binne nie, anders kon sy voordrag onderbreek word. Die digters se tydsberekening en vermoë om ‘n wildvreemdeling se aandag te trek én te behou, is behoorlik getoets. Ses ure lank het hulle saamgespan en net dít gedoen.

'n Groepie van die stadsdigters op Tilburg se stasie wat binnekort weer uit Nederland op Woordfees sal optree.

‘n Groepie van die stadsdigters op Tilburg se stasie saam met Theater van de Verloren Tijd, wat binnekort weer uit Nederland op Woordfees sal optree.

In Eindhoven was dit ‘n perd van ‘n heeltemal ander kleur. Daar is ‘n voordragmiddag gereël. Enige iemand kon sy of haar gunsteling gedig gaan voorlees in ‘n luukse, warm en rustige ruimte. Enkele digters is gevra om ook iets van hulleself te gaan doen. Die akoestiek was geen probleem nie. Dit het volgens ‘n noukeurig saamgestelde program verloop. Geprojekteerde beelde en klankopnames van digters wat al oorlede is, het die middag verder opgeluister. ‘n Wonderlik ryke verskeidenheid aan poësiesmaak van die Eindhoven se publiek het hier die landelike Gedichtendag ingevul.

Rutger Kopland, Adriaan Roland Holst, Tonnus Oosterhoff, Guido Gezelle, Leo Vroman, Willem Elsschot, Remco Campert, M. Vasalis, Bart Moeyaert, P.J.H Mattheij… hulle het almal verby gekom. Vertaalde gedigte van die Poolse digteres, Wisława Szymborska en die Tsjeggiese digter, Miroslav Holub het ‘n eksotiese tikkie aan die aand gegee.

Drie verskillende aanbiedinge van Le pont Mirabeau (1912) van de Franse dichter, Guillaume Apollinaire het die publiek uitgeboul. As inleiding is hierdie gedig eers in Frans en toe in ‘n Nederlandse vertaling voorgelees. Daarna het ons na die stem van Apollinaire in ‘n krakerige opname geluister. Nog ‘n Franse gedig is voorgelees, van die digter Arthur Rimbaud. ‘n Japanse haikoe en ‘n stukkie in Sanskrit het die internasionale tint versterk. Hier was dit nie die reisigers of die treine wat gestroom het nie, maar was dit ‘n dik en ryk stroom aan digterstemme.

Carina van der Walt saam met Kreek Daey Ouwens uit Eindhoven. Sy was verlede jaar een van die genomineerdes vir die VSB-Poësieprys.

Carina van der Walt saam met Kreek Daey Ouwens uit Eindhoven. Sy was verlede jaar een van die genomineerdes vir die VSB-Poësieprys.

 

Ramsey Nasr het hierdie jaar spesiaal vir Gedichtendag ‘n klassieke sonnet oor digterskap en die invloed van die digter op die leser geskryf. Die titel, Sonnet voor 456 letters, lyk asof dit lukraak gekies is. As mens die gedig elektronies gaan toets, kom jy agter dat ‘n Word-program álles (tekens, reëls, spasies ens.) kan tel in ‘n teks, behalwe die aantal letters. Dit bring mens uit by die vraag of die titel wel so “lukraak” gekies is? Of wil dit iets sê oor die professionele máák van ‘n gedig; oor die noukeurige konstrueer van woorde, klanke, betekenisse, ritmes, leestekens, letters en spasies om by ‘n treffende gedig uit te kom? Sonnet voor 456 letters bestaan uit honderd woorde, titel ingesluit. Die Afrikaanse vertaling bestaan ook uit honderd woord, titel uitgesluit. Die titel moes natuurlik ook “vertaal” word.

Hieronder volg die Afrikaanse vertaling: 

Sonnet vir 414 letters

 

En hier gebeur dit alles: binne-in

lê die sinne doodstil opgeklap                 

soos chromosome, diep onder my kaf.                                     

Hulle wag op ‘n oog om te begin.

 

U lees – en lomerig weet ‘n vers om te ontspin.

Dit was ‘n strik, u het daarin getrap.

Geld nog ewigheid word aan u verskaf.

Hoogstens het ‘n ander iets om in te win.                                    

 

Iemand anders se letters kaap u gedagte:                                                              

my DNA uitgedink en opgeslaan

het uit niks uit alles wat bestaan, onttroon.

 

My liggaam vonkel op geroofde kragte.                                                                    

Voel hoe ek groei en blakend oop gaan.

Wie lees, word deur hierdie lewe bewoon.

 

Die bronteks kan in Nederlands op Nasr se webwerf gelees word.

http://www.ramseynasr.nl/web/DDVpagina/Sonnet-voor-456-letters.htm

{Carina van der Walt}

 

 

Janita Monna. Voor behoud van beschaving

Tuesday, December 20th, 2011

Ramsey Nasr – Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst.

Nog niet zo lang geleden was het normaal als je de tijd nam om je mening te vormen over ingewikkelde zaken als een referendum over de Europese grondwet of de uitzetting van een ingeburgerde asielzoeker. Die tijd is zo’n beetje voorbij. Wie tegenwoordig het woord ‘eh’ laat vallen als hij een complexe vraag voor de kiezen krijgt, is een twijfelkont. Een vette kop in een wakkere krant of een item van twee minuten op televisie moet meer dan voldoende zijn om te weten wat je ergens van vindt.

In zo’n snelle tijd kan het geen kwaad dat zo nu en dan iets of iemand je uit de meningenmaalstroom haalt. Poëzie kan dat. Een goed gedicht dwingt je als vanzelf tot een adempauze, tilt je even uit het nu. Maar voor veel mensen is een dichtbundel een vrijwel onneembare vesting. Daarom is het goed dat gedichten af en toe het papier verlaten en de openbare ruimte opzoeken.

Vaak gebeurt dat met de poëzie die stadsdichters schrijven – het is geen slechte ontwikkeling dat steden van Groningen tot Rotterdam, van Deventer tot Amsterdam een eigen dichter hebben.

Rotterdam benoemde begin van het jaar Ester Naomi Perquin tot stadsdichter. Een van haar gedichten hangt metershoog aan een gevel bij het Rotterdamse centraal station. Een ander gedicht, geschreven voor de voedselbank, vond recent zijn weg naar het publiek: het is gedrukt op tasjes die via een bakkerij in de stad verspreid worden. ‘Er woont een vrouw in de stad, levend van water/ en lucht. Ze draagt haar lege tassen door/ de straten. Thuis schikt ze gaten op/ schalen, dan lijkt het nog wat.’ Stel, je hebt net twee broden gekocht en neemt de moeite om even te lezen wat er op je tas staat. Die paar heldere dichtregels laten je even anders naar je brood kijken, doen je onverwacht stilstaan bij het gemak waarmee je ze kon kopen. De kracht van een paar woorden.

De huidige Amsterdamse stadsdichter F. Starik – vroeger punk, nu een instituut – is al jaren de man achter ‘eenzame uitvaart´, waarbij overledenen van wie geen nabestaanden kunnen worden getraceerd een gedicht als afscheid krijgen. Veel dichters werken mee aan deze ‘poule des doods’, het heeft een aantal kleine monumenten opgeleverd. Veel (vaak) naamloos gestorvenen leven zo voort, de poëzie bewijst dat ze bestaan hebben. Het project drong zelfs door in de dramaserie ‘Adam en E.V.A. ‘, waarin een van de hoofdfiguren als ambtenaar van de gemeente regelmatig een dichter inhuurt bij eenzame begrafenissen.

Sinds januari 2009 vraagt ook Ramsey Nasr als Dichter des Vaderlands geregeld om een moment van bezinning. Nasr werd destijds met afstand verkozen als meest geschikte kandidaat om gebeurtenissen van nationaal belang van een gedicht te voorzien. Een andere blik op het nieuws en op de maatschappij. In Antwerpen, waar Nasr eerder al stadsdichter was, had hij zich al regelmatig kritisch geuit en zich solidair getoond met randfiguren in de samenleving.

Ook als Dichter des Vaderlands ontpopt Nasr zich steeds meer als vertolker van het tegengeluid, als poëtisch criticaster van wat er scheef zit in de politiek, in Nederland en in de wereld.

Afgelopen week verscheen onder de titel Mijn nieuwe vaderland de tussenstand van zijn arbeid als Dichter des Vaderlands tot nu toe.

Hij schreef onder andere over 400 jaar betrekkingen tussen New York en Nederland, hij maakte een gedicht nadat Karst T. in Apeldoorn met zijn auto op de koninklijke familie inreed, na het schreeuwincident bij de 4 mei herdenking op de Dam in Amsterdam, hij hernieuwde Tollens’ oude volkslied ‘Wien Neêrlandsch bloed in d’aders vloeit’.

Uit al die gedichten blijkt: Nasr schuwt de confrontatie niet, hij kritiseert, maar zonder te vervallen in holle retoriek of louter grote woorden. Met als belangrijkste thema’s de oneindige vrijheid – ‘waar alles mag, is ieder vogelvrij’ – en de afbrokkelende beschaving.

Wat als een beeldgedicht bij ‘De dame met de weegschaal’ van Vermeer begint, eindigt bij Nasr als een felle uithaal, verwijzend naar de crisis in de internationale bankenwereld, een loflied transformeert halverwege tot hekeldicht:

 

Dit was de bestuurskamer.

 

Vanuit dit vertrek werden jarenlang als losse parels leningen verstrekt.

Al wie een spiegel kon bewasemen ja zonder hulp een krabbel zetten kon

kreeg knikkers toegerold, terwijl intussen werd gepoogd de parel

te behouden, of tenminste de glans achter te houden en deze apart

nogmaals te verpatsen

 

Nasr zet de toon die Gerrit Komrij in 2000 als eerste Dichter des Vaderlands zette voort. Ook Komrij was scherp – zijn gedicht na de moord op Pim Fortuyn leverde hem felle kritiek op; zijn vers bij de verloving van Máxima en Willem-Alexander was meer dan een felicitatie een sneer naar het verleden van de vader van de toekomstige bruid. De monoloog van een dwaze moeder beviel het koningshuis maar matig. Het instituut Dichter des Vaderlands leek een vroege dood te sterven toen Komrij zijn functie voortijdig aan de wilgen hing en light verse dichter Driek van Wissen (hij overleed in 2010) een jaar later het stokje overnam. Zijn vaderlandse verzen deden af en toe een mondhoek krullen, maar wierpen zelden nieuw licht op dingen.

Nasrs woede en ergernis komen uit z’n tenen, zo blijkt uit z’n gedichten – zie bijvoorbeeld de afgemeten ‘Nieuwjaarsgroet‘ aan toenmalig premier Balkenende, geschreven kort na de uitkomsten van de commissie-Davids:

 

zo, JP, hoe voelt het om te liegen

en dan te moeten zien dat het gedrukt staat?

hoe voelt dat, om als christendemocraat

de zijde van herodes te verkiezen

 

Maar wie bereikt hij uiteindelijk met zijn gedichten? De eerste publicatie is voorbehouden aan NRC Handelsblad, uiteraard plaatst Nasr ze op zijn website. Daarnaast is hij meermaals te gast in goed bekeken televisieprogramma’s als De wereld draait door en Pauw&Witteman. Bij die laatste heren mocht de mediagenieke dichter (Nasr is ook acteur) afgelopen jaar een fragment van zijn op Tollens geïnspireerde vers voordragen, gericht tegen het gedoogkabinet Rutte:

 

Ik eer de leiders van mijn land.

    Hun vlekkeloos parcours

leert mij wat macht vóór al verlangt:

    ‘t geweten van een hoer.

Ik eer mijn leiders hemelhoog

    en ‘t hoogst zit een fascist

die u en mij zolang gedoogt –

    zolang als hij beslist.

 

Ook Stef Blok van de VVD en Job Cohen (PvdA) zaten die avond aan tafel. Nasr had met zijn niets verhullende gedicht een snaar geraakt bij de fractieleider van de liberalen. Maar de discussie met het gedicht als inzet werd in de kiem gesmoord door de presentatoren. Alsof zij wilden zeggen: leuk, die gedichten, maar nu gaan we over de echte zaken gaat praten.

De dichter als ‘side-kick’, vroeger ook wel hofnar genoemd: hij zegt de waarheid, zaagt aan poten en reputaties, maar is voor niemand echt gevaarlijk, niemands positie staat écht op het spel.

 

‘In versjes schrijven bij koninklijke geboortes en bruiloften heb ik weinig trek,’ was onder dichters een veel gehoorde uitspraak toen het plan voor een Dichter des Vaderlands werd gelanceerd.

Meer dan een hofdichter heeft Nasr zich laten gelden als een hofnar: hij houdt de Rooms-Katholieke kerk, de staatssecretaris van cultuur, de ‘gewone burger’ een grote glimmende spiegel van taal voor. Een die soms venijnig weerspiegelt, dan weer geestig, soms lichtvoetig, dan weer ronkend en cynisch. De narrenpositie heeft als groot voordeel dat Nasr zich nergens iets van aan hoeft te trekken. Binnen de vrijplaats van het gedicht kan hij zich veel permitteren, al zal hij een term als ‘dichterlijke vrijheid’ niet snel als schild gebruiken.

Gevaar van de narrenpositie is dat de boodschap snel vergeten is, nadat men in ‘tweet’ of sms zijn mening heeft gegeven – hij krijgt zeker bijval, Nasr citeert in zijn voorwoord een weinig subtiele reactie: ‘Ramsey Nasr je bent zelf een facist en ook nog een nep Nederlander. Man flikker op naar je zandbak waar je vandaan komt want vuil zoals jou hebben we hier niet nodig.’ Zodra de krant in de oud-papierbak ligt, haalt iedereen z’n schouders op zodat de dichter voor de échte maatschappelijke discussie begint, al buiten spel is gezet.

Ramsey Nasrs gedichten des vaderlands zijn kleine pamfletten voor behoud van beschaving, niet voor de lege huls van het woord maar voor de inhoud daarvan. Zijn kanttekeningen bij het morele verval zouden inzet kunnen zijn van het reeds lang aangekondigde debat over normen en waarden. Maar, zou Rutte wakker liggen van zijn Dichter des Vaderlands, las Wilders Nasrs woorden over Mauro? ‘Eenzaam land en ik/ Gaan roerloos varen/ Bijna onbemand.’

 

Ramsey Nasr – Mijn nieuwe vaderland. Gedichten van crisis en angst. De Bezige Bij, 111 pagina’s, 16,50 euro, ISBN 9789023469940

 

Deze recensie verscheen eerder in Trouw.

Dichter des Vaderlands en stadsdichters

 

In 2000 werd op initiatief van de stichting Poetry International, NRC Handelsblad en de NPS voor het eerst een Dichter des Vaderlands gekozen. Het idee daarvoor was afkomstig uit Engeland, waar men sinds 1616 een poet laureate kent. De Engelse poet laureate wordt benoemd door de kroon. John Betjeman en Ted Hughes bekleedden de functie, de huidige poet laureate is Carol Ann Dufy. In de Verenigde Staten wordt jaarlijks een nieuwe poet laureate gekozen.Gerrit Komrij was de eerste Nederlandse Dichter des Vaderlands, hij werd democratisch gekozen, evenals zijn opvolger Driek van Wissen. Bij de laatste verkiezing was een voorselectie van tien kandidaten gemaakt. Na felle campagnes was Ramsey Nasr de uiteindelijke publieksfavoriet.

www.dichterdesvaderlands.nl

Van de gemeente Aa en Hunze tot Zwolle, veel Nederlandse en Vlaamse steden, en ook dorpen, kennen tegenwoordig een stadsdichter. In sommige steden is die functie officieel en ontvangt de dichter een (klein) honorarium; veel plaatsen kennen ook een officieuze stadsdichter: zo gold Simon Vinkenoog jarenlang al als de officieuze bard van Amsterdam, voordat Adriaan Jaeggi in 2005 de eerste officiële stadsdichter werd. Uitgeverij Kontrast verzamelde gedichten van stadsdichters in een serie bloemlezingen. http://www.uitgeverijkontrast.nl/stadsdichters/

 

  

Luuk Gruwez. Pleidooi voor onzuiverheid

Tuesday, November 22nd, 2011

Ramsey Nasr, voor vier jaar benoemd tot Nederlands Dichter des Vaderlands, maakt in een bloemlezing van gedichten die hij in zijn functie tot dusver tweeënhalf jaar lang geschreven heeft, een tussenstand op aan de hand van een bloemlezing uit zijn werk..

Deze korte bespreking verscheen eerder al in De Standaard der Letteren.

Ramsey Nasr

Ramsey Nasr

Ramsey Nasr heeft een keuze gemaakt uit de gedichten die hij tweeënhalf jaar lang heeft geschreven als Dichter des Vaderlands. Hij brengt die onder in cycli waaraan hij telkens weer een link koppelt naar de actualiteit die hem heeft geïnspireerd. Hij heeft bovendien niet enkel poëzie opgenomen, maar ook twee polemieken, die eerder in diverse kranten zijn verschenen. In zijn voorwoord verdedigt hij de hybride vorm van zijn bundel vanuit zijn voorliefde voor de onzuiverheid. Nasr gedraagt zich in beide gedaantes, die van dichter en die van essayist, vaak als een meeslepend redenaar die niet kan verbergen dat hij van opleiding acteur is.

Een van zijn dominante thema’s is de vrijheid. Daar plaatst hij in een polemische tekst deze kanttekening bij: ‘In Nederland móet alles worden gezegd. Daarom heeft niets van wat wij zeggen nog waarde.’ Maar ook is het hem hier uiteraard te doen om zijn eigen en ons aller identiteit binnen de context van een multiculturele samenleving die veranderingen in de definitie van het woord vaderland teweegbrengt. Hij brengt verslag uit over een maatschappij die op alle mogelijke terreinen in crisis is en plaatst zijn samenlevingsmodel tegenover dat van Geert Wilders en premier Rutte.

Wat ons rest, dat is noch min noch meer de kunst, suggereert de dichter met gezonde  behoudzucht. Het is datgene wat ons van de aap onderscheidt. Eigenlijk blijft hij geloven in de heilzaamheid van cultuur, des te meer nu hij die bedreigd acht. Elders formuleert hij het als  volgt: ‘hier, in de open kuil van onze ziel / juist hier zou iets groots kunnen worden verricht / laat ons beginnen met een gedicht.’ Het valt niet weinig op dat Ramsey Nasr zijn gelegenheidsverzen naar hartenlust laat fonkelen. Ik kan mij goed voorstellen dat sommigen  zullen vinden dat op zijn gedichten te veel galm zit. Zijn barokke beeldenstroom, zijn baldadige coloriet, zijn schaamteloos pathos vol o’s of andere geëxalteerde uitroepen zijn wel eens over the top. Het zijn kenmerken die hem met evenveel gemak ten goede als ten kwade kunnen worden geduid.

Op 4 mei 2010 besluit de Nederlander Yaël K. een daad te stellen. Hij wandelt naar de Dodenherdenking op de Dam, wacht tot het 20.00 uur is, en begint dan als een beest te brullen. In de paniek die ontstaat raken 63 mensen gewond. Het is de eerste grote verstoring in de 65-jarige geschiedenis van de Dodenherdenking

een mooie dag om stilte te verscheuren

een mooie dag om stilte te verscheuren

oud-strijders staan te beven aan de kant

de blikken op zwart-wit – en het gebeurt.

gewoon, omdat het kan. omdat één man.

 

het is de wet van nederland. bij ons

moet alles vroeg of laat een keer gebeuren

dus dan ook dit. elkeen zoekt naar het licht

als hamsters in een bak met open deuren.

 

ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht

en struikel voort in volle ongeremdheid

zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.

 

vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde

in zijn soldatenpak. hij huilt. ik kijk.

waar alles mag is ieder vogelvrij.

 

                                     Ramsey Nasr

 

_________________________________

RAMSEY NASR

Mijn nieuwe vaderland / Gedichten van crisis en angst; De Bezige Bij, 111 blz., 16,50 euro

AANTAL STERREN: *** 

 

 

Die sarkasme van ‘n digter

Tuesday, March 22nd, 2011
Ramsey Nasr

Ramsey Nasr

Soos ek al met vorige Nuuswekkers laat blyk het, is nie almal in Nederland beïndruk met Ramsey Nasr, hul Dichter des Vaderlands, se buite-kurrikulêre aktwiteite as politieke agitator nie. En veral in ‘n land waar daar tans op die politieke verhoog erge spanning en verdwarreling heers, kan so iets tot vlammende reaksie aanleiding gee. So land ek via ‘n skakel by De Contrabas op ‘n webtuiste met die naam DeJaap.nl waar die digter Hans van Willigenburg ‘n snydende aanval op Nasr by wyse van ‘n ope brief loods. Reeds met die openingsparagraaf besef die leser dat Van Willigenburg kwaad is: “Het moet maar eens gezegd: de schamele bijval die jij als Dichter des Vaderlands, immer waakzame Ramsey Nasr, oogst, mag tekenend heten voor het geestelijk verval in Nederland. Als er iemand aangewezen moet worden die met grote regelmaat en op een onveranderlijk hoog kwaliteitsniveau ten strijde trekt tegen de fascistische PVV en het intellectuele wrakhout daarachter en desnoods tot diep in de nacht de juiste spookbeelden uit het alfabet schudt, dan ben jij het wel: onze vaderlandse Nasr.”

Hans van Willigenburg

Hans van Willigenburg

Maar na ‘n uitgerekte tirade waar daar onder andere na Nasr verwys word as “dichter-soldaat”, eindig hy sy stuk met die volgende stukkie sarkasme: “Ik wens jou vanuit het diepste respect voor jouw talent en met heel mijn hart dan ook het nationale dichterschap van een ander, jou dierbaar land toe: Palestina! Jouw poëzie zal het daar, te midden van de bloedplassen van een geknecht volk, oneindig veel beter doen dan, hier, in de zee van helder verlichte huiskamers en weldoorvoede burgers. Want zoals het een groot kunstenaar betaamt, hunker jij naar een plek in het brandpunt van de geschiedenis, naar een verdedigings- of aanvalslinie waar jouw stem de doorslag geeft. Bij Lobith of Baarle-Nassau ga je die, dat zweer ik je, niet vinden.”

Die snaakste van dié stuk is egter die reaksie daarop. Ene Bart Nijman het die volgende ter ondersteuning van Van Willigenburg kwytgeraak: “Ramsey Nasr is een verongelijkt mannetje in een non-functie, van waaruit hij het hele volk zou moeten vertegenwoordigen – dus óók die anderhalf miljoen PVV-stemmers. Meneer de verongelijkte half-Palestijn gebruikt zijn positie echter om linkse onderbuikgevoelens te propageren. Van mij mag de hele functie ‘Dichter des Vaderlands’ meteen worden afgeschaft, maar als dat te veel gevraagd is, neem ik genoegen met het ontslag van Nasr. Vervelende moraalprediker.”

Gelukkig gaan nie almal akkoord met hierdie sentimente nie. So moes einste Van Willigenburg dit aan die vlymtong van ene BraveHendrik ontgeld: “Nimmer heeft men Hans van Willigenburg op een krekke formulering kunnen betrappen, noch, ooit, op een bijster originele gedachte. Het is altijd drip-en-drup-en-drap, steeds snip-en-snap, en altijd slaat het als een lul op een oeroud cliché. Altijd is het overal elders al 10x beter verwoord. Schijt hem uit, rol hem van de heuvel, die weemoedig makende onwelriekende kontenkrummel.”

Nou ja, kyk. Wat die laaste woord in die aanhaling hierbo beteken, weet ek nie. Maar beslis klink dit nie gesond nie. Vir jou leesplesier volg daar ‘n vers van Hans van Willigenburg hieronder. Oordeel maar self of hy een van die skoner uitveërs is wat tans probeer om hul eie Dichter des Vaderlands uit die annale gewis te kry.

***

Vrydag is ‘n besonderse mooi boek by die boekwinkels afgelewer: As die woorde begin droom is ‘n keur uit Wilhelm Knobel se digkuns, met heelwat ongepubliseerde verse en vertalings daarby. Johann de Lange was verantwoordelik vir dié uitsonderlike produk. Om die geleentheid te vier, het ons ook Marius Crous se besonderse oorsig van Knobel se digwerk uit die argiewe opgerakel en afgestof. Verder het Heilna du Plooy haar resensie oor Joan Hambidge se nuutste bundel, Visums by verstek, gelewer.

Aan die blogkant van sake is daar nuwe bydraes deur Andries Bezuidenhout en Pieter Odendaal om kennis van te neem.

Geniet die dag wat op hande is.

Mooi bly.

LE

 

De uitverkorenen?

 

Er zijn er die zonder Raden van Bestuur
aan een rietje zuigen en met een standpunt
robuust als een maliënkolder
hele gezelschappen tot overgave dwingen.

Er zijn er die zonder GPS een bos in wandelen
en de handen op hun rug vouwen
om eensklaps, als de spanning verslapt,
op een dartelende eekhoorn in de verte te wijzen.

Er zijn er die zonder cursus “Effectief communiceren”
iemand op een dusdanig natuurlijke manier aanraken
dat er sprake is van iets dat zich niet beschrijven laat,
zeker niet door professionele psychologen of filosofen.

Er zijn er, kortom, die het zonder kunnen.

Nóg wel.

Doelgroepgerichte heisessies zijn in de maak
om hun unieke talent verder te ontwikkelen.

 

Hans van Willigenburg

 

Carina van der Walt. ‘n Gloeiende lykdig vir Harry Mulisch

Tuesday, November 16th, 2010

Ramsey Nasr, Dichter des Vaderlands, se lykdig vir Harry Mulisch

 

Harry Mulisch

Harry Mulisch

Op 30 Oktober is een van die grootste skrywers van Nederland in Amsterdam oorlede. Harry Mulisch. Na baie huldeblyke in die daaropvolgende week is ‘n gedig van Ramsey Nasr tydens ‘n private afskeidseremonie voorgedra in die Amsterdamse Stadskouburg. Met hierdie gedig dra Nasr by tot die mitologisering van Mulisch. Dit is ‘n taak so reg in die kraal van ‘n vaderlandsdigter, alhoewel die Nederlandse samelewing en selfs Mulisch hier nie ontsnap aan Nasr se skerp kritiese blik nie.    

Die titel van Nasr se gedig is In memoriam Mei. Aanvanklik is dit raaiselagtig. Dan besef die leser dit verwys na die uitbreek en einde van die Tweede Wêreldoorlog in Nederland (10 Mei 1940 tot 5 Mei 1945). Die aanleiding vir die titel was waarskynlik ook die volgende uitspraak van Mulisch, wat telkemale herhaal is na sy dood: “Ik ben de tweede wereldoorlog.” Hy het dit gesê na aanleiding van sy Duits-Joodse agtergrond en al die implikasies wat dit vir sy eie lewe gehad net.

Die gedig sluit visueel aan by een van die NOS Joernaal-uitsendinge na sy dood. Die nuus het geopen met ‘n swart-wit foto van Mulisch tussen twee vuurspuwende vulkane. Die Nederlandse media het veral in die verlede gefokus op Mulisch se arrogante houding en selfverheerliking. Uit sy sêgoed was dit dan ook logies om so-iets af te lei, byvoorbeeld: “eers was daar die oerknal, toe die geboorte van Jesus Christus en toe De aanslag.” Volgens Joost Zwagerman het so ‘n uitspraak egter altyd gepaard gegaan met ‘n gesonde dosis self ironie. Mulisch het Zwagerman in Februarie 2010 benoem tot sy kroonprins – ‘n kroonprins wat Mulisch as 16-jarige begin lees het en elke keer verras was deur die variasie in sy styl. Daartoe was Reve en Hermans nie in staat by die jonge Zwagerman nie. Hulle is die ander twee skrywers wat saam met Mulisch bekend staan as die Groot Drie van die Nederlandse letterkunde.

Ramsey Nasr

Ramsey Nasr

Nasr bevestig in In memoriam Mei die verwaandheid van Mulisch. Intertekstuele verwysings na twee van sy boeke, De Pupil en De ontdekking van de hemel én sy woning naby die Leidseplein kom voor. Die gedig eindig met Mulisch se veelbesproke teorie oor die dood. “Angst voor de dood heb ik niet. Ik zal nooit naar waarheid de zin kunnen uitspreken: ‘Ik ben dood.’ … Dood ben je alleen voor de omstanders, die zeggen: ‘Nu is hij dood.'” (NRC-Handelblad, 6 November 2010, p.1-2)

Neem Nasr hartroerend afskeid van Harry Mulisch? Ek dink nie so nie. Die kans is sterker dat reëls soos “Ek was die goudstof en die wind, ek was ibis, piramides” en “Ek was die koeëlvaste skoenlapper…” in die lug bly hang. Om deur ‘n brutale selfgemaakte skrywer uit ‘n volgende geslag toegeëien te word.      

 

In memoriam Mei

 

Ek, Harry Kurt Victor Mulisch, volle seun van alle muses

ek was die gloeiende bode van vuur, komende van niks

was ek op weg na ‘n brandnuwe mite.

 

Ek was die goudstof en die wind, ek was ibis, piramides

ek was ‘n ommekeer in ink, ek was die duisendjarige lig

ek was die pyp, die Leidseplein, ek was ‘n pupil van onsterflikheid.   

 

Ek was die koeëlvaste skoenlapper en die kern van alle oorlog

vulkaanswemmer, gode-eter, ek, die keiser van die lot

ek was die heimat, ek was ballingskap: ek was die Paradoks.

 

En hier, binne-in hierdie eenpersoonsheelal, my blou labirint

waar alle vingers uitdoof – stadig op gevoel, hier het ek oorgebly.

Die dood is die holte van my hand: Grote Eén gaan trap na oneindige trap.

 

Met die trek in my beendere en ‘n uitsig sonder god

so bly ek, Harry Mulisch, die ontdekker van u hemel.

Ek was die bringer van letter en stof. En as u sterf, dan leef ek nog.

 

(c) Ramsey Nasr (Geleentheidsvers, Amsterdamse Stadskouburg. 6 November 2010)

Vetaling: Carina van der Walt 

*** 

(Bostaande gedig het verskyn in die NRC-Handelsblad van 6 November 2010 op p.7.

Die oorspronklike Nederlandse gedig kan u lees op:

http://www.nrc.nl/digitaleeditie/NH/20101106___/1_007/lowres_page.pdf)

 

Voordracht van In memoriam mei deur Kitty Courbois

http://nos.nl/video/196396-in-memoriam-mei.html

 

Harry Mulisch (1927 – 2010) To be and not to be

http://www.youtube.com/watch?v=nah4nHgS4yI

 

Carina van der Walt. Ramsey Nasr reageer – Nationale dodenherdenking

Thursday, June 17th, 2010
Ramsey Nasr

Ramsey Nasr

Elke jaar op 4 Mei is dit Nationale dodenherdenking in Nederland. Dit beteken kortliks dat op dié dag alle slagoffers van die Tweede Wêreldoorlog herdenk word. Dit geld ook vir alle andere oorlogslagoffers sedertdien. Op talle plekke in die land word kransleggingsbyeenkomste gehou by monumente. Dit gebeur op verskillende plekke in Amsterdam. Die grootste byeenkoms is op die Damplein. Dit word direk op die nasionale televisie uitgesaai, klokslag om agtuur. Vir twee minute lank heers dan deur die hele land STILTE. Elke jaar op die aand van 4 Mei met nuustyd, absolute STILTE. Selfs vir my, wat nie deel in die kolletiewe, pynlike herinneringe van ‘n gebombardeerde en uitgehongerde Nederland nie, is dit aangrypend. Mens hou spontaan jou asem in.

Ramsey Nasr, die Vaderlandsdigter van Nederland, was ook op die Damplein in Amsterdam. Vir vier jaar lank is dit veral sy taak om hoogte-en dieptepunte in die Nederlandse samelewing in sy poësie te weerspieël. Sy digterlike interpretasie van iets wat gebeur en wat almal aangegryp het, word daarna in die NRC-Handelsblad gepubliseer. Iets het hier gebeur, driekwart part deur die stilte. Skielik. Iemand skree. ‘n Man aangetrek soos ‘n Ortodokse Jood. Kan dit waar wees? Binne-in so ‘n gewyde stilte wat ook die ses miljoen Joodse slagoffers herdenk?

Mense spat uit mekaar. Hulle loop die veiligheidstralies onderstebo. Ook mekaar. In ‘n ommesientje het die koningin, kroonprins Willem Alexander, prinses Maxima en ander hoogwaardigheidsbekleders verdwyn. Die skare weerspieël die massiewe angs van die bevolking. Op die televisie sien ‘n mens hoe loop veiligheidswagte met beseerdes in hulle arms na ambulanse. Ma’s en kinders staan en huil. Dan kom ‘n aankondiging dat iemand “onwel is geworden”, dat die verrigtinge sal voortgaan. Ek vertrou die aankondiging nie. “Onwel”? Het iemand geskreeu omdat hy siek voel?

Die koningin en haar gevolg verskyn weer. Die respekvolle stilte is aangetas, maar die volkslied word gesing. Die kransleggingsseremonie gaan voort. Die publiek is op die oog af weer kalm. Sulke gedrag verdien respek. Respek vir die Nederlandse bevolking se eerbied teenoor die verlede. Respek vir hulle houding teenoor voorouers en vriende wat hulle lewens opgeoffer het vir die vryheid van vandag. Respek vir almal se houding op die Damplein: ons laat ons nie deur ‘n versteurde se geskreeu ontwrig nie. 63 mense is beseer.           

Die oorangstige gedrag van die publiek is waarskynlik die gevolg van ‘n aanslag op die koningsgesin ‘n jaar gelede met Koninginnendag in Apeldoorn. Sewe mense het toe omgekom. Tallose was beseer. Een van die oorledenes was die 38-jarige Karts T wat met sy swart Suzuki Swift deur die sorgelose skare gejaag het. Hy het uiteindelik teen ‘n oorlogsgedenknaald tot stilstand gekom. Ook die moorde op Pim Fortuyn en Theo van Gogh is nog lewendig in die herinneringe.

Dit is deel van die Nederlandse psige om massa byeenkomste te hou: ernstige herdenkings, vrolike feeste of uitdagende betogings. Nou word hierdie byeenskomste veral van binne af bedreig. Elke burger het die vryheid om te doen wat hy wil. Dit word soms ten kwade uitgebuit. Nasr reageer so met:

 

‘n Mooi dag om stilte te verskeur

 

‘n Mooi dag om stilte te verskeur.

Oudrebelle staan en bewe langs die kant

die blikke op swartwit – en dit gebeur.

Sommerso, omdat dit kán gebeur. Omdat één man.

 

Dit is die wet van Nederland. By ons

moet alles een of ander tyd gebeur,

dan maar dít ook. Elkeen soek na die lig

soos hamsters in ‘n hok met oop deure.

 

Ek het vandag my oorlogsland herdenk

en struikel vorentoe sonder enige terugstaan

in so ‘n mate bevry dat ek ‘n kind vertrap.

 

Vlak voor my voete val ‘n hoogsbejaarde

in sy kostuum. Hy huil. Ek kyk.

Waar alles mag, is elkeen voëlvry.  

 

Bostaande gedig het verskyn op p. 3 in die NRC-Handelsblad van 6 Mei 2010.

Die oorspronklike Nederlandse gedig kan ook op Ramsey Nasr se amptelike webblad gelees word.

 

Carina van der Walt