Posts Tagged ‘Remco Ekkers gedigte’

Remco Ekkers. Twee gedigte (De vleugelnootboom spreekt; Hop)

Thursday, December 19th, 2013

De vleugelnootboom spreekt

  

Loop naar mijn kurkstam, onder mijn takken. 

Ik sta hier alleen, al zou ik met soortgenoten 

een indrukwekkende laan kunnen maken. 

Zie mijn hoogte, trots reik ik 

naar de daken van het Rijksmuseum.

 

Loop naar rechts. 

Hoewel ik hier wortel, kom ik van ver:

Armenië of de Kaukasus.

Hollandse winters deren mij niet: 

sneeuw op mijn takken. 

In de zomers een dicht bladerdak. 

Tussen twee vleugels mijn vrucht.

 

Keer om en loop naar links. 

Ik wijs je de weg. Je ziet 

de wandelpaden van mijn labyrint. 

Loop van mij weg. Mis je me al? 

Straks loop je weer naar me toe 

en zie je de veelarmigheid van mijn kroon. 

Kijk naar de andere, lage beplanting. 

In mijn schaduw groeit niet erg veel, 

maar de buxushaagjes doen het goed. 

Ga nu kwiek naar binnen en verbaas je 

over wat onze ogen verstouwen kunnen 

en wat handen kunnen maken: 

de glans van koper, druiven, satijn, een edelsteen. 

Let op de schaduw van de hand, 

de handschoen en de kip van een marketentster.

 

 

==

 

Hop

 

 

Toen wij de ‘Buurtschap
van de kale mannen’ binnenreden
zongen wij luid en schaamteloos:
‘De hop heeft een slordig nest’!

In vlucht is zijn vlinderachtige
verschijning als vuurwerk
fladdert met ronde vleugels
over akkers en stenen muurtjes
stort dan plotseling ter aarde.

Bij verontrusting drukt hij zich
tegen de grond en vliegt pas op
wanneer men direct voor hem staat.

Beweegt zich prikkend en poerend
voort, ziet er slank uit en klein.
Waar hij woont roept hij poe-poe-poe
wat lijkt op de strofe van de ruigpootuil.

Roept ook een diep en hees sissend ah-ah-ah.

 

© Remco Ekkers / 2014

 

 

 

 

Remco Ekkers. Twee gedigte (De handen van Imogen Cooper; Meisjes aan zee)

Wednesday, December 11th, 2013

De handen van Imogen Cooper

 

Twee kleine ijsberen in de spiegeling van de vleugel. 

Ze hollen achter elkaar aan, zonder elkaar ooit in te halen. 

Soms springt de rechterbeer vooruit, maar houdt dan weer in. 

Zijn poten bewegen snel, heftig, soms ook voorzichtig, teder bijna. 

De linkerbeer springt soms even over de rechter, springt terug en weer vooruit

maar blijft dan weer achter. Het is een durende draf naar voren

 en toch hollen ze nooit buiten beeld. 

 

==

 

Meisjes aan zee

 

Zo komen de meisjes samen

zes over land en ze stappen

éen voor éen op de vlonder.

 

Niet hangend aan een waslijn

maar als danseressen aan een bar

de rokken niet doorzichtig

licht in de wind boven stromend water

kijken naar het land.

 

Ze zijn niet even groot, muzieknoten

aan een balk, misschien zijn ze

aan het zingen.

 

Eén meisje wijst met haar teen

naar het water.

 

Meeuwen drijven buiten beeld.

 

==

 

© Remco Ekkers / 2013

 

 

Remco Ekkers

Remco Ekkers werd geboren in Bergen (NH) (1941); groeide op in Den Helder, studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Groningen. Doceerde letterkunde aan de Noordelijke Hogeschool en de Rijks Universiteit te Groningen. Poëzielessen aan het FLMD en de Groninger Schrijversschool. Cursussen en lezingen over letterkunde en mythologieën.Debuteerde met de bundel Buurman (1979), uitg. Zeeuws Kunstenaarscentrum, Middelburg. Hij publiceerde gedichten voor 12+ bij Leopold. Voor Haringen in sneeuw(1984) ontving hij in 1985 een zilveren griffel. Na Praten met een reiger (1987) verscheen in 1990 Van muis tot minaret , in 1996 Een geur van tijd. Bij DiVers in 2001 Hoe word je beroemd? ; in 2004 Vreemd lezen. Bij uitgeverij Meulenhoff verschenen de bundels: Een faun bij de grens (1986), De vrouw van zwaarden (1989) en Het gras vergeten (1991).Hij schrijft sinds 1976 poëziekritieken in de Gentse Poëziekrant; van 1987 tot 1992 in De Gids; sinds 1991 in de Leeuwarder Courant. Gedichten en verhalen o.a. in de Revisor, Tirade, De Gids, Hollands Maandblad, Maatstaf, Raster. 2004 Proza: De Feeëntrein ( Brieven aan Philippine), uitg. Kleine Uil;  2005 Poëzie De Alice voorbij, uitg. Kleine Uil; 2007 Poëzie Opgewekte & Nuttige gedichten, Uitg. Kleine Uil; 2010 Poëzie Pinksterbloemen in september, Uitg. Kleine Uil.