Posts Tagged ‘Robert Hass’

Edwin Fagel. Eerste brief aan O.

Thursday, March 25th, 2010

Beste O.,

Erg bedankt voor Een open plek. Ja, ik ken Jellema, maar ik zou mezelf geen kenner van zijn werk willen noemen. Eigenlijk ken ik alleen die postume bundel goed, Stemtest, dat vind ik een erg mooie bundel. Een verrassende keuze – al snap ik wel, na ons gesprek in Ton’s Muziekcafé, waarom je me juist dit essaybundeltje stuurt. Het ziet er mooi uit trouwens, ik bedoel de vormgeving.

C.O. Jellema - Een open plek

C.O. Jellema - Een open plek

Ik ben geen filosoof, en ook geen theoloog, dus misschien kun je me even helpen: wat bedoelt Jellema met het ‘waarheidsbeginsel’? Het is volgens mij de kern waar al zijn essays, en ik denk ook zijn gedichten, om draaien. Maar ik krijg er niet goed de vinger op wat hij er nu precies mee bedoelt.

 

 

Heb je het boekje zelf gelezen? In het eerste essay legt hij namelijk aan de hand van een droom zijn opvattingen over poëzie uiteen. Hij citeert het verhaal van de droom letterlijk uit een verslag dat hij destijds (5 april 1983) direct na het wakker worden in een schriftje opschreef. In de droom wordt hij door een bevriend dichter (een afsplitsing van hemzelf, zegt Jellema zelf) uitgenodigd samen met hem het boek Ruth te gaan vertalen. En aan de hand van het kernwoord ‘vertalen’ komt Jellema dan tot de volgende conclusie:

Ik denk dat ik daarmee precies gezegd heb, waar het bij het maken van een gedicht om gaat. Om iets te begrijpen, niet in het systeem van een theorie, maar in de ordening van beelden, zodat het inzicht niet vooraf gaat aan de formulering, doch het voltooide gedicht inzicht achteraf pas mogelijk maakt. (p. 9).

De opmerking waar de droom mee begon is dan te plaatsen. Jellema zegt in zijn droom namelijk: “Ik ben geen pure estheet, maar een waarheidszoeker.” Hij legt dat uit met de opmerking dat een gedicht alleen in de vorm die het noodzakelijkerwijs kreeg ‘waar’ kan zijn: Geleid worden die reflecties door een achter alle bewuste of onbewuste beslissingen staand waarheidsbeginsel (p. 10).

Maar wat houdt dat waarheidsbeginsel dan in, weet jij dat? Jellema stelt de vraag zelf trouwens ook en hij beantwoordt hem als volgt: In elk geval ligt die door de esthetiek van de vorm heen ook weer buiten de esthetiek, hoewel niet anders dan in die ene vorm op die manier waar. In elk geval geen van te voren gekende waarheid, en geen algemeen geldige. Het is een waarheid die zichzelf voortbrengt in het gedicht en dan voor een bepaalde duur geldigheid heeft. (p. 10-11).

Ik vind dat wel mooi gezegd, maar echt heel veel helderder wordt het er wat mij betreft niet op. Hij komt er verderop in het boekje nog wel op terug. Hij schrijft in het daarop volgende essay bijvoorbeeld: En als ik hier het woord waarheid gebruik, versta ik dat vanuit zijn Griekse equivalent, de alètheia, dat oorspronkelijk de ‘onverborgenheid’ betekent. (p. 16).

Zelf zou ik geloof ik niet zo snel spreken van een ‘waarheid’, die in poëzie tot uitdrukking wordt gebracht. Er zit ook iets van een waardeoordeel in die term lijkt me: iets is waar, dus goed; of onwaar, dus slecht. Ik lees poëzie ook niet primair om inzicht te krijgen. Denk ik. Ik zou daarom eerder het woord ‘werkelijkheid’ gebruiken. Een ‘werkelijkheid’ is. En is voor iedereen verschillend. Een ‘werkelijkheid’ is niet waar of onwaar. Het is er.

Maar misschien begrijp ik Jellema wel helemaal verkeerd. Misschien bedoelt hij wel hetzelfde als wat ik bedoel met mijn ‘werkelijkheid’. Dus ik zou graag eens horen wat jij daarvan vindt.

Heb je trouwens de laatste Poëziekrant gelezen? Ik vond vooral die gedichten van Robert Hass in de vertaling van H.C. ten Berge erg goed. Die opmerking van jou, dat esthetisch genot erotisch van aard is, wist je dat die van Ezra Pound is? Dat zegt Hass tenminste. Ik dacht dat je hem zelf had verzonnen. Hieronder het gedicht, en dan ga ik slapen. Morgen weer vroeg op.

 

Ezra Pounds grondstelling

 

Schoonheid is sexueel, en sexualiteit

Is de vruchtbaarheid van de aarde en de vruchtbaarheid

Van de aarde is economie. Ofschoon hij op het punt van financiën

Geen aanbeveling voor dichters is,

Dacht ik aan hem in de drukkende hitte

Van nachtelijk Bangkok. Niet ouder dan veertien slentert ze op je af

Buiten het Shangri-la Hotel

En zegt in verstaanbaar Engels,

‘Wat denk je van een feestje, stoere jongen?’

 

Zo gaat het min of meer in zijn werk:

De Wereldbank regelt het krediet waarna de stuwdam

Driehonderd dorpen onder water zet en de dorpelingen hun weg vinden

Naar de stad waar hun dochters in de bomvolle straten oplossen

En de grote turbines van de dam, knap gefabriceerd

In Lund of Dresden of Detroit, gefinancierd

Door Lazard Frères in Parijs of de Morgan Bank in New York,

Mogelijk gemaakt door slimme donaties van Bechtel uit San Francisco

Of Halliburton uit Houston aan de plaatselijke politieke elite,

Aangedreven door de kracht van stromend water

Koren van glinsterend zilver zijn geworden,

Die stroomafwaarts dat blauwige flikkerlicht werpen

Over haar jukbeenderen en haar lieftallige huid.

 

(Robert Hass, uit: Time and Materials, 2007).

 

De door Ten Berge vertaalde selectie heet Een verhaal over het lichaam en komt ergens in dit jaar uit bij Meulenhoff. Ik ben in juli jarig. Onthoud dat.

 

Tot nader,

 

(Edwin Fagel)