Posts Tagged ‘Tuin van Digters Wellington’

Yves T’Sjoen. Dichters des Vaderlands in de West-Kaap

Monday, September 21st, 2015

cats

Dichters des Vaderlands in de West-Kaap

Onder de kop ‘Breyten Breytenbach: “Ope gesprek oor taal nodig”’, gepubliceerd in Die Burger van 21 september, neemt Willem de Vries het volgende citaat op: “Maak mekaar sáám anders met Afrikaans”. Het krantenartikel refereert aan het gesprek dat Francis Galloway met de schrijver voerde tijdens de vierde editie van Tuin van Digters in Wellington (19-20 september 2015). Behartigenswaardige uitspraken zijn: “Ek praat van kreolisering, ek praat van saam mekaar anders maak. En Afrikaans ís dit” en ook: “[…] ons is besonder bevoorreg met hierdie taal wat ontstaan het uit tale wat op mekaar ingepraat en saam ’n ander taal geword het. Dit is die manier waardeur jy jouself leer ken. Dis ’n taal wat die wysies en deuntjies van ander tale in hom opneem en ook die textuur van ander tale”. Breytenbach spreekt over taal als een levend organisme, een levensbepalend medium dat zoals het menselijke bestaan en de natuur zelf voortdurend aan verandering onderhevig is en invloeden van andere talen en culturen ondergaat. Afrikaans wordt wel eens de zuster- of dochtertaal van het zeventiende-eeuwse Nederlands of Zeeuws-Vlaams genoemd. Die klemtoon is reductionistisch en doet geen recht aan de rijkdom van het Afrikaans. Het is, zoals Breytenbach stelt, een gecreoliseerde taal met tal van inheemse en buitengaatse invloeden. Afrikaans is, zoals elke levende taal, inderdaad “’n taal wat die wysies en deuntjies van ander tale in hom opneem en ook die textuur van andere taal”.

Dezer dagen zijn de Dichters des Vaderlands van Nederland en België te gast in de West-Kaap. Hun aanwezigheid is in menig opzicht niet onbelangrijk voor het contact tussen talen en schrijvers in die verschillende talen. Maar misschien zet hun passage in Wellington, Stellenbosch, Bellville en Kaapstad landelijke culturele instituten en personen, zoals de Akademie vir Kuns en Wetenskappe, aan het denken. Misschien kan een nieuw initiatief worden genomen in deze roerige tijden. Niet dat de wereld er in Zuid-Afrika spectaculair anders door wordt, maar het kan een daad van symbolische waarde zijn.

Met steun van het Nederlandse Letterenfonds en de Vertegenwoordiging van de Vlaamse regering in Zuid-Afrika namen Anne Vegter en Charles Ducal afgelopen weekend deel aan Tuin van Digters. Beiden lazen voor uit eigen werk, ook uit de gedichten die zij van ambtswege hebben geproduceerd, en zij zijn bij die gelegenheid in gesprek gegaan met respectievelijk Antjie Krog en Alfred Schaffer. Dat leverde interessante dialogen en kruisbestuivingen van ideeën en klankkleuren op. Ik denk bijvoorbeeld aan raakvlakken tussen Vegters en Krogs poëzie (in Mede-wete, 2014) die ik eerder onmogelijk kon opmerken en waar ook de Nederlandse schrijfster van te kijken stond. Daarnaast presenteerde Anne Vegter op uitnodiging een poëzieworkshop bij UWK in Bellville en op vrijdag 18 september een bijeenkomst over sexual abuse in de literatuur. Op maandagochtend 21 september waren Vegter en Ducal te gast in het college van Alfred Schaffer waar zij voor studenten Nederlands en Afrikaans uit eigen werk voorlazen en met de docent in gesprek gingen. Ook SAVN en UWK, op uitnodiging van Anastasia de Vries, zijn instituties waar de dichters uit Nederland en België hun opwachting maken.

De Wellingtonse uitspraak van Breytenbach in gedachten moet het postkoloniale contact tussen schrijvers uit het Nederlandse taalgebied en het Afrikaans van cruciaal belang worden genoemd. Niet uit misplaatste neokoloniale of melancholisch politiek-ideologische overwegingen, evenmin om linguïstisch-historische redenen (‘zuster- of dochtertalen’). Het transnationale gesprek, met auteurs uit verschillende taalgebieden, dus ook Afrikaans en Nederlands, is van grote betekenis voor een taal die weliswaar door de perverse taalideologie van apartheid is aangetast maar vooral steeds, ook vandaag en morgen, nieuwe impulsen ondergaat. Afrikaans en Nederlands hebben zoals alle zwarte inheemse talen veranderende texturen, eigen “wijsies en deuntjies”, die tot klinken moeten worden gebracht in een multiculturele omgeving. Het gebruik van de eigen moedertaal in het gesprek met de ander niet minder dan een mensenrecht. Breytenbach verwerpt de blinde anglificering en de markteconomische nivellering, niet alleen in Zuid-Afrika maar in globaal perspectief. De schoonheid en de rijkdom van Zoeloe en Xhosa, om me te beperken tot deze talen, zijn van onschatbare waarde. Ze bezitten een even rijke textuur en klankkleur als bijvoorbeeld het Afrikaans. Waarom zouden we dan met zijn allen (slecht) Engels spreken? Deze taalvariëteit, maar dan van het Nederlands, kwam helemaal tot uitdrukking tijdens de publieke optredens van Anne Vegter en Charles Ducal. Vlaams is de geuzennaam die men heeft bedacht voor het Nederlands dat ten zuiden van de Moerdijk wordt gesproken. Ook dit een teken van taaldiscriminering maar dan in het Nederlandse taalgebied.

Het ambt van Dichter des Vaderlands wordt in Nederland en België uiteenlopend ingevuld en heeft een heel andere geschiedenis. In Nederland introduceerde Gerrit Komrij naar Anglo-Amerikaans model de functie van Poet Laureate. Later namen ook Ramsey Nasr, Driek van Wissen en sinds kort Anne Vegter het mandaat op. In de historiek van het Vaderlandse Dichterschap ondergingen de spelregels in Nederland wel eens wijzigingen. De Nederlandse dichter wordt verondersteld teksten te ontwerpen die met de actualiteit zijn verbonden en die vervolgens in NRC Handelsblad worden afgedrukt. In tegenstelling tot Nederland is het Belgische Dichterschap des Vaderlands, pas een jaar geleden geïnitieerd, een literair initiatief dat door Poëziecentrum (Gent), Vonk & Zonen (Antwerpen) en het Maison de la Poésie (Namen) is ondernomen. Het is geen politieke maar een culturele daad. De Franstalig Belgische schrijfster Laurence Vielle neemt vanaf januari 2016 de fakkel van Charles Ducal over. Tegelijk wordt met ambassadeurs gewerkt: vandaag is de Waalse auteur Ducals vertegenwoordiger in Franstalig België en vanaf januari neemt Ducal die rol waar voor de nieuwe Dichter des Vaderlands. Charles Ducal lichtte in Wellington en Stellenbosch toe welke de doelstellingen zijn van het dichtersambt. Naast het slechten van de muur tussen taal- en cultuurgemeenschappen (in België gaat het over Nederlands, Frans en Duits) wil de Dichter des Vaderlands thema’s aansnijden die “zo veel mogelijk Belgen relevant vinden, wat de publieke opinie beroert”. Daarenboven wil hij of zij mensen dichter bij elkaar brengen en een tegengewicht bieden voor het neo-liberale rechtse discours dat vandaag het maatschappelijke leven in België domineert. Wat vooral van belang is: het is een manier voor Vlamingen de Franstalige dichters in België te leren kennen en andersom. Ten spijte van het culturele verdrag tussen de Nederlandse en Franse cultuurgemeenschappen bestaat veel onkunde en een stuitend gebrek aan belangstelling voor literatuur aan de andere kant van de taalgrens. Het aanstellen van ambassadeurs draagt er aanzienlijk toe bij dat er makkelijker toegang mogelijk is tot elkaars literaire netwerken en culturele organisaties. Wat ook anders is ten opzichte van de Nederlandse ambtsinvulling is dat de productie van de Belgische dichter steeds in drie talen bekend wordt gesteld. Door de teksten in de krant te publiceren is het de betrachting een zo breed mogelijk maatschappelijk veld te bereiken.

Ik keer terug naar de uitspraken van Breytenbach die door Die Burger zijn geciteerd. Aandacht voor onze medemens, voor elkaars cultuur en taal, zal bijdragen tot een verrijking van en meer cohesie in het sociale weefsel waarin we als individu bestaan. Tot een meer leefbaar bestaan. Vandaag staat de bevoorrechting en dus de status van het Afrikaans in Zuid-Afrika, en in het bijzonder op de universitaire campus van Stellenbosch, ter discussie. Vasthouden aan en verwijlen in het verleden is een slechte raadgever. Niet dat het Afrikaans als taal moet worden bestreden. Ze bloeit als nooit tevoren indien we het werk van zo vele interessante Zuid-Afrikaanse schrijvers lezen. Ze is even rijk, vitaal en ritmisch als alle andere inheemse talen. Breytenbach pleit vooral voor het behoud van de meertaligheid, voor een wereld in en van talen, met naast het Afrikaans prachtige zwarte talen die ook de moedertaal zijn van miljoenen mensen. Het gesprek tussen de talen moet worden bevorderd en zal vanuit dat respect en die aandacht van Zuid-Afrika een betere leefomgeving maken. Het is misschien een idee, zoals Alfred Schaffer opmerkte, ook in Zuid-Afrika een Dichter des Vaderlands aan te stellen en daar een werkbare formule voor te verzinnen. Misschien moeten enkele organisaties daarover eens samenzitten. Waarom zouden de teksten van die aan te duiden schrijver niet in de tien andere inheemse talen kunnen worden vertaald? Als dat lukt met een grondwet, dan ook met de poëzie. Transformatie, het woord dat vandaag om de haverklap in verhitte discussies valt, is inderdaad niet de omzetting van wit in zwart. Breytenbach spreekt over een geleidelijk proces waarbij inclusiveness en privileges vooral obstakels zijn. Hoewel de Belgische politieke en sociale context met drie taalgemeenschappen onvergelijkbaar is, kan de symbolische waarde van het Dichterschap des Vaderlands ook in Zuid-Afrika misschien gelden als antidotum. Een tegengewicht voor het conservatieve denken en de retrospectieve blik die de geesten verlamt. Het kan de kloof tussen mensen, zoals door een bepaald politiek discours uitvergroot, dichten en de aandacht voor de anderen aanscherpen. Ik ben nieuwsgierig welke schrijver in het complexe en door het verleden ontwrichte Zuid-Afrika moet worden voorgedragen als eerste Dichter des Vaderlands.