Posts Tagged ‘Vertalings in Frans’

Yves T’Sjoen. Afrikaanse literatuur in Franse vertaling

Wednesday, August 24th, 2016

Breyten1---Copy

 Breyten Breytenbach
.

Afrikaanse literatuur in Franse vertaling

La femme dans le soleil

La femme dans le soleil

De voorbije maanden kregen twee Zuid-Afrikaanse auteurs ruime en lovende persaandacht in Frankrijk en Franstalig België. Eerst verscheen de poëziebloemlezing La femme dans le soleil van Breyten Breytenbach, later Rivière fantôme van Dominique Botha. Dat laatste boek is opgenomen in het fonds van Éditions Actes Sud. Het debuut van Botha is uitgegeven in het Afrikaans en het Engels met als titel Valsrivier respectievelijk False River. Na gunstige reacties en literaire onderscheidingen in Zuid-Afrika ontvangt de schrijfster nu veel waardering in de Franstalige media. De schrijver en vertaler Georges Lory, voorheen onder meer diplomaat en directeur internationale uitzendingen van de radiozender France Internationale, liet eerder al vertalingen verschijnen met werk van de Zuid-Afrikaanse/Franse schrijver Breytenbach (o.a. Métamorphase, Grasset, Parijs, 1987). Verder vertaalde hij Adriaan van Dis naar het Frans alsook Zuid-Afrikaanse schrijvers onder wie Nobelprijslaureaat Nadine Gordimer, Antjie Krog, Kopano Matlwa en Deon Meyer. Lory vertaalt rechtsreeks uit het Afrikaans en het Engels. Als Franse vertaler van Breytenbach moet hier in elk geval ook Jean Guiloineau worden vermeld.

Het is bekend dat literaire teksten van enkele Zuid-Afrikaanse schrijvers in vertaling weerklank krijgen in het Nederlandse taalgebied. Met een modieuze cultuursociologische term spreekt men over de constructie van een imago: vertalers en recensenten dragen bij tot de beeldvorming van auteurs in een buitenlands/anderstalig literair landschap. De schrijvers zelf voegen met optredens en interviews een facet toe aan dat beeld. In dat geval spreekt de Zwitserse literatuurwetenschapper Jérôme Meizoz over een posture. In een anderstalig gebied orkestreren auteurs met specifieke uitspraken en schrijversoptredens een beeld dat op die manier niet hoeft samen te vallen met de perceptie in de eigen nationale literatuur of het taalgebied waarin de tekst is geproduceerd.

Zuid-Afrikaanse, meer bepaald Afrikaans-schrijvende, auteurs dringen niet altijd door tot de Angelsaksische wereld: hun werk wordt niet steeds vertaald naar of geconcipieerd in het Engels. Louise Viljoen heeft in een bijdrage in het vaktijdschrift Internationale Neerlandistiek dit gegeven toegelicht. Indien de literatuur via de Afrikaanse brontaaltekst wordt vertaald in het Nederlands, dan spreekt zij in de lijn van de onderzoekers Shu-mei Shih en Françoise Lionnet over een “laterale transnationale beweging” van een kleine taal in Afrika naar een middelgrote Europese taal. Wat een dimensie toevoegt aan de bestaande inzichten over laterale tekstbewegingen is de rol van de ‘transitzone’. Teksten van onder anderen Antjie Krog en Charl-Pierre Naudé zijn aanwezig in het Duitse taalgebied via de transitzone van het Nederlandse taalgebied. Beiden verbleven op uitnodiging van de Deutscher Akademischer Austauschdienst (DAAD) als ‘writer in residence’ in Berlijn en werk van hun hand is sinds kort in het Duits beschikbaar.

Georges Lory

Georges Lory

De vertalingen van Breytenbachs werk in het Frans vinden al langer een afzetmarkt. Georges Lory, goede vriend van de schrijver, en ook Jean Guiloineau hebben zich de voorbije jaren ingezet om de in Parijs verblijvende auteur een plek te geven in het pantheon van de Franse literatuur. “Son dernier recueil de poèmes”, zo zegt Kerenn Elkaim in de Belgische krant Le Soir (9-10 juli 2016), “est l’itinéraire poétique d’un homme que l’histoire a changé en oiseau migrateur”. La femme dans le soleil biedt een fraaie inkijk in en een introductie voor het Franse poëzieminnende lezerspubliek van het omvangrijke dichtwerk van Breytenbach. De receptieteksten die de voorbije maanden in de Franse media zijn verschenen, zijn sterk biografisch gekleurd. Breytenbach maakt trouwens gebruik van interviews (bv. in La Cité en Le Soir) om de actuele taalproblematiek en de geanimeerde discussie over het Afrikaans als schrijf- en wetenschapstaal onder de aandacht te brengen. Over de toenemende anglisering merkt hij op: “Nous allons arriver à la situation suivante: tout le monde parlera mal la langue commune, l’anglais, au lieu que chacun puisse parler la sienne. Le propos peut déconcerter ceux qui imaginent encore que l’anglais est la première langue parlée du pays. La réalité est pourtant toute autre. Les idioms les plus utilizés sont, dans l’ordre: le zoulou, le xhosa et l’afrikaans. Et la langue de Shakespeare alors? Elle arrive en quatrième position” (La Cité, mei 2016).

Dominique Botha

Dominique Botha

De bemiddelaarsrol van Breytenbach voor Zuid-Afrikaanse schrijvers in andere (Europese) taalgebieden komt aan bod in Le Soir. Op het einde van het vraaggesprek stelt de auteur: “Quand je lis votre roman [van Dominique Botha, yt], je me sens fier d’avoir aidé une nouvelle génération d’écrivains sud-africains à écrire. Cela m’aide à croire en l’évolution d’un monde meilleur”. Breytenbach treedt niet alleen op als mentor van Zuid-Afrikaanse auteurs. Hij attendeert vertalers op hun werk en in het geval van Botha raakt na een tip Georges Lory onder de indruk en produceert met veel métier en affiniteit een Franse vertaling bij een prestigieus uitgevershuis waarbij hij al vele jaren betrokken is.

Ook het feit dat Breytenbach en Botha samen enkele interviews gaven, versterkt nog de institutionele betekenis van de toeziende mentor. De schrijver neemt een actieve rol waar in de beeldvorming van jongere schrijvers in het buitenland. Overigens wordt Rivière fantôme in de Franse pers, door Hannah Kruithof in haar voortreffelijke scriptie (UGent) een “fictionele memoir” genoemd, overwegend gelezen als Bildungsroman en autobiografisch boek. De lezingen zijn sterk biografisch en politiek-ideologisch gekleurd. Stilistische en compositorische aspecten, die van Valsrivier een bijzonder boek maken, komen minder aan bod. In de Afrikaanstalige receptie is meermaals gewezen op de muzikaliteit en het ritme van Botha’s taal en ook in de masterscriptie komt de bijzonder poëtische kracht van Botha’s idioom ruim aan bod. Voor de Franse lezer staat Rivière fantôme vooral bekend als “triple hommage: à ses parents […], à ce frère aimé […], a cette terre riche et belle dans laquelle ils sont tous profondément enracinés” (Notes bibliographiques, 16 juni 2016). Sophie Joubert spreekt in L’Humanité over een “[r]oman d’apprentissage”. Alleen in Le matricule des anges signaleert recensente Julie Coutu de complexe genrekwestie: “Ci véritablement roman, ni précisément autobiographie, Rivière fantôme peut prétendre au titre de Mémoires, les souvenirs passés au prisme du subjectif et de l’oubli, filtrés par les années, soumis à la relecture imposée par le temps. Dominique Botha, auteur-narratrice-protagoniste, se refuse d’ailleurs à figer son texte dans un genre ou un autre”. Ook deze boekbespreker stelt dat de tekst een memoriaal is voor de overleden broer Paul.

Afgezien van de Franse receptie van Rivière fantôme, die zoals gezegd afwijkt van de Zuid-Afrikaanse lezing door recensenten en critici, gebruik ik deze casus om de intermediërende rol van Breytenbach in het transnationale vertoog over Afrikaanse literatuur toe te lichten. Niet alleen vertalers, subsidiënten, uitgevers en vertalers treden op als culturele bemiddelaars. Ook canonieke schrijvers, zoals Breytenbach, nemen een cruciale positie in de cultuurtransmissie waar. In Le Soir wordt hij geïntroduceerd als “grande figure des lettres sud-africaines” en bevestigd in die canonieke waardebepaling. Vertrouwd met de Franstalige literaire wereld introduceert Breytenbach Afrikaans-schrijvende auteurs in het buitenland en draagt hij op die manier bij tot de bekendmaking. Dominique Botha erkent die rol ruiterlijk in Le Soir: “Tous les Sud-Africains sont liés à Breyten Breytenbach. Il représente une bougie dans te tunnel”. De bijlichtende rol van schrijvende bemiddelaars verdient hoe dan ook meer aandacht in het onderzoek naar literaire actoren en transnationale relaties tussen taalgebieden en nationale literaturen.

© Yves T’Sjoen.