Woensdag, 3 Junie 2009

Rutger Kopland

Rutger Kopland

Jaco Barnard-Naudé se repliek op die tweegesprek tussen Daniel Hugo en Danie Marais (Die Burger, 15 Mei) wat verlede Saterdag in Die BurgerBY verskyn het met “Oneer aan digkuns én filosofie” as opskrif, het my laat dink aan ’n verwysing na Rutger Kopland se nuwe digbundel  Toe ik dit zag (Van Oorschot Uitgeverij, 2008) wat ek enkele weke gelede op Poëzierapport raakgelees het. Kopland is waarskynlik een van die min digters in wêreldliteratuur wat die filosofie suksesvol by die poësie kan betrek; soos byvoorbeeld in hierdie bundel waar dit in hoofsaak gaan oor die gelyktydige saambestaan van teenstrydighede soos werklikheid en waarneming. En wat kan dít beter verwoord as juis die poësie?

 Ter illustrasie die onderstaande vers uit Kopland se bundel.

 Lekker lees en mag die treine saggies neul in jou ore vandag.

 Mooi loop.

 LE

 

 Wat is poëzie

 

In de verte groeit het geruis

van een trein

 

stop zegt ze en

ze zet de recorder uit

 

door de ramen stroomt steeds meer

zwart licht de kamer in

 

is er zoiets als zwart licht

zit ik te denken

 

de trein is voorbij en uit de verte

nadert ons langzaam stilte

 

is er zoiets als een stilte die

kan naderen denk ik

 

nog één vraag zegt ze

en ze start de recorder

 

poëzie wat is dat – eigenlijk

ze beweegt de microfoon naar mijn gezicht

 

ik begin te denken tot ik

aan een schilderij denk van Magritte

 

een wolk in de vorm van een rotsblok

een rotsblok in de vorm van een wolk

 

ze zweven samen boven een landschap

is dit een antwoord vraag ik

 

Toen ik dit zag – Rutger Kopland

Van Oorschot, Amsterdam, 2008

ISBN 978 90 2824 108 4 – € 13,50

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •