“Laer mimetiese poësie” wen groot prys

Tjitske Jansen

Tjitske Jansen

Verlede week is dit bekend gemaak dat Tjitske Jansen met die gesogte Anna Bijns-prys vir vanjaar bekroon is. Sy ontvang die prysgeld van € 10,000 vir haar bundel Koerikoeloem. Die paneel beoordelaars, wat bestaan het uit Anna Enquist, Mustafa Stitou, Jaap Goedegebuure, Marja Pruis en Fleur Speet, het bevind dat haar bundel “een originele, gewaagde en verfrissend humoristische blik op tragische gebeurtenissen (werpt). Het vormt in z’n diversiteit zo’n compact geheel dat de jury er niet omheen kan. De bundel is licht en donker. De bundel waaiert uit en bindt in. De bundel houdt afstand en schrijnt op de huid. De bundel is een samensmelting van contrasten die schitteren als een juweel.’  Die ander digters wat vir dié prys genomineer was, is Eva Gerlach (Situaties) en Esther Jansma (Alles is nieuw). Die volledige verslag kan hier gelees word.

Inderdaad is dit geen geringe prestasie deur Jansen om haar te midde van dié uitgelese geselskap te kon laat geld nie; veral omrede haar poësie allerweë as hoogs toeganklik en selfgerig beskou word. Nogtans het daar meer as 10,000 eksemplare van haar debuutdigbundel Het moest maar eens gaan sneeuwen (2001: Podium) verkoop … (Gaan lees gerus die berig by De Papieren Man. Op die Konijnklike Biblioteek se webblad kan jy ook ‘n onderhoud te lese kry.)

Nietemin, hierdie bekroning het my aan Charl-Pierre Naudé se resensie van Jelleke Wierenga se Bloot mens op LitNet herinner en meer spesifiek aan die vrae wat hy aan die einde van sy resensie opper, aangesien soortgelyke vrae deur Bert van Weenen in sy resensie van Koerikoeloem, wat verlede jaar op Meander verskyn het, gevra word: “Blijft natuurlijk wel de vraag of je deze bundel kunt lezen los van Tjitske Jansens leven. Zou je Koerikoeloem ook gekocht hebben als het boek onder een pseudoniem op de markt was gebracht, zonder de foto van een aantrekkelijke vrouw op de achterkant? Kan deze tekst als je hem loskoppelt van de biografie van de auteur op eigen benen staan? Wat kan het mij schelen dat de schrijfster vroeger door haar broer in elkaar werd geslagen – wordt de tekst daar beter van? In mijn beleving is ‘echt gebeurd’ geen kwaliteitsaspect maar een verkoopargument. En dan nog een slecht verkoopargument bovendien, want tegenwoordig zeker geen unique selling point meer, met alle uitwassen van reality soaps die de media overspoelen. Of de ijskoningin hier, meer nog dan in Het moest maar eens gaan sneeuwen, haar ware emoties toont, is dus voor de poëzie van geen belang. Is Tjitske Jansen geslaagd in het componeren van een lang samenhangend gedicht op basis van beelden die zij ontleent aan een niet zo leuke jeugd? Dat is de centrale vraag.”

Voeg dan hiernaas Charl-Pierre Naudé se verduideliking van mimetiese ordes in die reeds genoemde resensie en jy besef dat hierdie ‘n punt is wat verdien om bepraat te word: “‘n Gedig wat van ‘n hoë mimetiese orde is, is een waar daar ‘n groot “verplasing” gebeur tussen die ervaring en die mimetiese weergawe daarvan (die kunswerk). ‘n Kunswerk van ‘n lae mimetiese orde is een waarin die “verplasing” klein is, sodat die kunswerk en die ervaring waaroor dit handel, amper sinoniem lyk. As die verplasing op meer as een manier gelyktydig gebeur én ook groot is, dan is die mimetiese waarde daarvan nog hoër. Hoe groter die gaping tussen die ervaring/objek en die kunswerk, hoe hoër is die waarde daarvan, hoe groter is die ervaring van transformasie by die leser.”

Belangrike standpunte, myns insiens. So, hoe lyk dit? Wil jy nie jou mening oor die kwessie van “middelmoot” of laer mimetiese poësie en die hantering daarvan aan die hand van (moontlik) gewysigde kriteria na die Brieweboks vir plasing stuur nie? Of wat blaf ek nou teen ‘n skeefgetrekte boom?

Vir jou leesplesier volg hieronder ‘n gedig uit Tjitske Jansen se debuutbundel Het moest maar eens gaan sneeuwen (2001); ongelukkig kry ek nie ‘n voorbeeld uit haar nuutste bundel opgespoor nie. (Terloops, Bert van Weenen se antwoord op “de centrale vraag” wat hy in die aanhaling hierbo opper, is: “Ja, beslis.”)

***

Nuwe plasings op die webblad vanoggend is die uitnodiging tot deelname aan ‘n poësie werkswinkel wat onder leiding van Ronel Foster by die Universiteit van Stellenbosch aangebied word op 27 November. Dan is ‘n interessante toevoeging tot die Versindaba vanjaar sekerlik die kunsuitstalling deur digters wat ook met die verfkwas vaardig is. Hier kan jy kyk wie die digters is wat deelneem en hoe van hul kunswerke lyk. Indrukwekkend, inderdaad.

Ten slotte – luister gerus vanaand om 09:30 na Leeskring op RSG; dan gesels ek met Daniel Hugo oor die Versindaba wat op hande is …

Mooi bly.

LE

 

Een groot nadeel van er nog niet zijn
je kunt ook nog niet kwijtgeraakt
nog niet verdwalen in een bos
dat toch te klein is voor verdwalen,
in jezelf of in een ander, teruggevonden.

Niet bij alle seringen stilstaan om eraan te ruiken
niet staren naar een laatje pennen en denken
waarom staar ik naar een laatje pennen?
Naar iets anders kijken! Naar de spiegel rennen.

Je kunt ook nog geen zusjes hebben en ook geen broertje
en ook geen broer en ook geen honderd moeders hebben
en niet die vader van je, niet die vrienden.
Je kunt nog nergens blijven, niet van iemand dromen
en ook niet dromen van jezelf als je er nog niet bent.

Je zou het verschil niet weten tussen maandagmorgen
en donderdagavond. Als je er bent kun je een kraan
horen druppen op vrijdag terwijl je in geluiden ligt
van trein en straat en ademhalen.

 

© Tjitske Jansens (Uit: Het moest maar eens gaan sneeuwen, 2001: Podium) 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •