Wanneer wat anders is, dieselfde bly

Alfred Schaffer

Alfred Schaffer

Na aanleiding van die prominensie etlike maande gelede in ons plaaslike media oor die kwessies van xenofobie en veral gesprekke rondom rassisme en rassehaat, trek ‘n artikel van Robert Dorsman wat op die Digitale Biblioteek van Nederland (DBNL) se webblad verskyn het, my aandag. Want hoe vind dié temas hul vergestalting in die digkuns, wonder ‘n mens …

Dorsman neem sy aanloop tot die artikel vanuit die bekendstelling van Alfred Schaffer se nuutste bundel, Geen hand voor ogen, vroeg verlede jaar. By dié geleentheid het nog twee van Nederland se “immigrante-digters” die verhoog met Schaffer gedeel; te wete Ramsey Nasr en Mustafa Stitou. Nasr, wat ook terswelfdertyd die Dichter des Vaderlands is, het Palestyns-Nederlandse ouers; Stitou weer is van Marrokaanse afkoms, terwyl Schaffer ‘n Nederlandse vader en Arubaanse moeder het.

Al drie inderdaad prominente figure in die Nederlandse digkuns; verdermeer al drie van gemengde afkoms en persone wat besonder goed op hoogte is ten opsigte van rassekwessies en diskriminasie jeens hul gemengde afkoms in die Nederlandse literêre wêreld en met bogenoemde as uitgangspunt, verken Dorsman dan hoe dié temas in hul onderskeie digkunste gestalte vind.

Nasr word byvoorbeeld soos volg aangehaal uit ‘n onderhoud wat met hom gevoer is na aanleiding van sy bundel Onhandig bloesemend: “Een bundel als Onhandig bloesemend, daar bereik je niks mee, ik weet het. Maar het is het enige wat ervoor kan zorgen dat ik niet in totale wanhoop en haat verval. Als je alles van binnen oppot, wordt het heel gevaarlijk. En daarom gaat het volgens mij óók over politiek als ik over de liefde schrijf.” Volgens Dorsman is Nasr die ware woordkunstenaar van dié drie.

Dit is egter Dorsman se beskouing jeens Schaffer wat my opgeval het: “Bij Alfred – ‘val mij niet lastig met je theorietjes’ – Schaffer is sprake van afstand, van kijken, een standpunt innemen en dan iets zeggen. Hij maakt omtrekkende, filmische bewegingen. Maar als volstrekte eenling, als kritische instantie. […] Die afzondering heeft hij nodig. Schaffer is wars van uiterlijk vertoon: ‘poëticale gedichten zijn saai en overbodig’. Zijn taal is duidelijk rijker geworden sinds zijn debuut, meer volwassen, bezonken. Zijn betrekkelijk isolement in Kaapstad – ver weg van Nederland – is misschien wel goed geweest voor zijn ontwikkeling.” In ‘n onderhoud met Ron Rijghard wat in Awater verskyn het, het Schaffer glo soos volg reageer op die vraag hoe Afrikaans hom as Nederlandse digter beïnvloed het: “Een schrijver is altijd een buitenstaander, bij mij is dat om geografische redenen uitvergroot. Ik denk dat het ontwijkende ook door zulke praktische oorzaken veel in mijn poëzie voorkomt. Ik wil de zaken wel bij hun naam noemen, maar wat benoem ik? Mijn wereld, mijn referentiekader, ligt niet vast.”

Ten slotte word die trompette omtrent geblaas wanneer Dorsman oor Mustafa Stitou begin skryf: “Tot slot Stitous Varkensroze ansichten. Een tour de force – voor alle drie de dichters geldt trouwens dat zij met gemakkelijke oplossingen geen genoegen nemen. Stitou: ‘Taalvreugde en pijn, daar gaat het volgens mij om in de poëzie’. Stitou schreef in Optima behartigenswaardige woorden over het dichtproces en de relatie tot zijn taalgebruik: ‘Zingt er door mijn taal een andere taal die naar buiten wil? Ik weet het niet. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Mijn kennis en beheersing van en vertrouwdheid met het Marokkaans-Arabisch zijn zeer gebrekkig, om niet te zeggen: verwaarloosbaar.” Zelden las ik intrigerender poëzie dan van deze ironische, nuchtere dichter, die als een druïde tovermiddeltjes mengt en speelt met taal en werkelijkheid en filosofie alsof er niets anders bestaat.”

Nou ja, toe. Volpunte aan Dorsman; veral weens die aanhaling waarmee hy sy oorskouing afsluit. Iets wat die wyse man van Nederlandse lettere, Gerrit Kouwenaar, oor digkuns te sê gehad het: “Dichten is voor mij ontwikkelen, onthullen; het doordringen in menselijke lagen … met de leugenachtige en dubbelzinnige taal als creatief instrument.”

As toegif plaas ek Alfred Schaffer se gedig “De Erfenis” onder aan vanoggend se Nuuswekker. En welkom terug in Suid-Afrika, Alfred! Mag dit vir jou en jou gesin ‘n blye weersiens wees …

***

Sedert gister het daar nuwe bydraes deur Andries Bezuidenhout en Lize Viljoen bygekom. Andries skryf oor ‘n besonderse plakkaat in sy besit, terwyl Lize weer vertel van Nuwejaarsvieringe in Seoul.

Mooi bly.

LE  

 

De erfenis

 

Via de schuifdeuren verdwijnt hij naar het zonovergoten terras,

zo vakkundig ingelijst, een sportvliegtuigje schrijft

hoog boven het land een weergaloze boodschap in de lucht

die weldra zal opgaan in rook. Bekijk dit tafereel van alle kanten,

 

een passend moment om een vernislaag aan te brengen.

Inspecteer het bladderende plafond, de vele tochtplekken,

leg het oor te luisteren tegen de slaapkamermuur.

Hoe anders zou het zijn wanneer hij welkom werd geheten,

 

de voeten veegde, naar binnen liep, de etensluchten inhalerend,

iemand heeft de televisie aangezet, iemand tuit natuurgetrouw

de lippen voor een zoen, maakt aan zijn verkenningstocht een eind,

de verf is droog, neem plaats, je kunt gaan zitten waar je wilt.

 

© Alfred Schaffer

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •