Martinus Nijhoff en die postmoderne sluipskrywer

Martinus Nijhoff

Martinus Nijhoff

Die voordele van die internet is voor die hand liggend. So ook die nadele. Want die internet stel sigself beskikbaar vir vele nuttige en helaas ook onnut(s)ige dinge. En soms lees jy iets raak wat jy werklik nie weet of dit ernstig bedoel is al dan nie. So ‘n voorbeeld is die reeks Postmoderne recenseren met Olaf Schumaker waarmee De Contrabas onlangs begin het.

In die tweede aflewering van dié ‘postmoderne recenseren’ het Olaf Schumaker dit oor die essay ‘Nijhoff, kinderen en andere dromen’ uit die essaybundel Het celibaat, een doodgeboren vis en bewaarde bonnen – de jaren 85-93 van Harry J.M. Kleinhoven waarin Nijhoff as pedofiel uitgebeeld word:

“Martinus Nijhoff was naast dichter, auteur, kunstenaar en polemist natuurlijk ook een uitgesproken paedophiel. Ofschoon hij dit in tekstinterne en -externe bronnen pregnant naar voren brengt kan de gevorderde poëziefantast ook zien dat Nijhoff tussen de regels door de problematiek aankaart die schuilgaat in het immer durende gevecht tussen het woeste verlangen naar gemeenschap met kinderen enerzijds, en de manier waarop hij dit verlangen kan vermengen in zijn verzen – alvorens ze een rol kunnen spelen in het maatschappelijk-publieke debat – anderzijds. […] Vraagt men op straat naar de naam Nijhoff, roept men hard ‘Paedophiel!’ terug en scheert zich weg in de steeg waar men vandaan kwam, dat overkwam mij tenminste toen ik onlangs in Rotterdam was.”

“Uitgesproken paedophiel”?! “Pregnant naar voren brengt”?! “Woeste verlangen naar gemeenschap met kinderen”?! Liewe hemel … Is só iets wáár, wonder ek as ‘n leser wat darem nou nie heeltemal onbekend is met Nijhoff se digkuns nie en nog nóóít bogenoemde tendense daarin bespeur het nie.

Maar Schumaker gaan verder: “Bekend is het voorbeeld ‘de moeder de vrouw‘. In de klassieke filologie wordt de titel van dit sonnet geïnterpreteerd als een Bijbelse opsomming van generaties: ‘de moeder [verkreeg] de vrouw’, of:  ‘[uit] de moeder [kwam] de vrouw [waar dit gedicht over gaat]’, ergo, Nijhoffs zusje; toentertijd pas elf, aan wie hij zich volgens een aantal criticasters stelselmatig vergreep.  Ik pleit hier voor een radicaal andere lezing: de moeder [is] de vrouw. Jawel geachte lezer, dit gedicht gaat simpelweg over Nijhoffs moeder. Elke seksuele innuendo is volstrekt ongefundeerd.”

Hierna volg ‘n lang lys van 14 gedigte waarin Nijhoff hom glo volgens Kleinhoven as pedofiel ontbloot; met ‘n uitgebreide bespreking van die gedig “Slaap, mijn kind …

Nou ja, toe. Op ‘n stadium het die ‘postmoderne’ vlag waaronder hierdie bespreking vaar, my laat wonder of hierdie dalk ‘n (opsetlike) grap is. Ek het die naam Olaf Schumaker gegoegeloer en slegs iemand op facebook gevind; so ook  die naam Harry J.M. Kleinhoven. Van ‘n publikasie soos Het celibaat, een doodgeboren vis en bewaarde bonnen – de jaren 85-93 was daar nêrens g’n spoor te vinde nie.

Daarom dat ek nie anders kan as om te vermoed dat hierdie hele gedoente ‘n banale grap in uiters swak smaak is nie … Want hoe kan Nijhoff hom ooit teen sulke (oortuigende) verdagmakery verweer? Nee, hel. Selfs ‘n postmoderne leser het ook sy trots. Of wat praat ek nou?!

Vir jou leesplesier volg die gedig “De Moeder de vrouw” waarna verwys is, onderaan die Nuuswekker. En ek is jammer, maar ek vind hoegenaamd geen erotiek daarin nie.

***

Sedert gister het Andries Bezuidenhout ‘n bydrae gelewer oor ‘n liriek, Vrouwkje Tuinman weer by Wisselkaarten ‘n stuk oor Franz Liszt se De treurige monnik geplaas het.

Geniet dit alles; die week is amper verby. 

Mooi bly.

LE

 

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

© Martinus Nijhoff

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •