Louis Esterhuizen. Die skrywer en sy liefdesplesiertjies

Ilja Leonard Pfeiffer

Ilja Leonard Pfeiffer

Met al die literêre feeste wat tans in die buiteland aan die gang is, wonder ‘n mens uiteraard of alles net ‘n gewroeg en sweet is en of daar darem ook tyd (en geleentheid) is vir bykomende vreugdes soos Breyten Breytenbach dit in ‘n kommentaar verduidelik het. Daarom dat my oog ampertjies vanselwers via ‘n skakel by Jan Pollett gly na ‘n rubriek deur die enigmatiese digter Ilja Leonard Pfeijffer wat onlangs by NRC Handelsblad verskyn het. In dié rubriek het hy dit naamlik oor al die byvoorbeelde verbonde daaraan om ‘skrywer’ of ‘digter’ te wees en – ten spyte daarvan dat dit alles maar na alle waarskynlikheid droompies van nat vuurpyle is – is dit tog ‘n besonder vermaaklike stuk om te lees.

Reeds met die inleidende paragraaf word die skrywer soos volg uitgebeeld: “Ze (skrywers) gaan om met mensen die hen beroepshalve te vriend moeten houden, zoals uitgevers, redacteurs, redactrices en meisjes van de promotie, en met mensen die tegen hen opkijken omdat zij schrijvers zijn, in de krant staan en op televisie komen. Na macht werkt niets zo erotiserend als roem. Welke vrouw wil geen Muze zijn? Ach hoevele meisjes uit de provincie hebben zich niet verhangen aan de verzilverde horlogeketting van Jean-Pierre Rawie? Hoevelen hebben mij niet met blozende borsten getracht het bed in te lokken in de hoop dat ik een gedicht over hen zou schrijven of, beter nog, dat ze met mij mee zouden mogen naar het Boekenbal? Schrijver zijn is een hard bestaan. Je bent er dag en nacht mee bezig.”

Ilja en Ellen Ten Dammen

Ilja en Ellen Ten Dammen

Daarna swaai sy fokus na die digters, wat volgens hom by uitstek gesien word as romantiese siele wat weens hul preokkupasie met die suggestiewe van woorde en sensitiwiteit die ideale prooi vir verleiding is; des te meer tydens die vele poësiefeeste wat wêreldwyd aangebied word en waar hulle gereeld skouers (of is dit nou dye?) teen mekaar lê: “Vele malen per jaar treden ze gezamenlijk op bij festivals in de provincie. De organisatie is, vanuit het gelijkheidsbeginsel, zo attent om net zo veel vrouwelijke als mannelijke dichters uit te nodigen. Na afloop wordt er stevig gedronken, want de consumptiebonnen moeten op. En voor de nacht is iedereen ondergebracht in hetzelfde hotel. Dan wordt het erg gemakkelijk om je te vergissen in de kamerdeur. De volgende ochtend blijkt de helft van de gereserveerde bedden ongebruikt.”

Maar nou ja, toe. Dit beteken uiteraard nie dat digters bekwame minnaars is nie, aangesien die voorspel tot latere aksie volgens Pfeiffer meestal met erge brassery gepaardgaan: “Tegen de tijd dat het ervan komt, zijn ze in de regel al veel te dronken. Meestal blijft het bij literair neuken: het is meer suggestie en intentie dan expliciete handeling. Ook mooi.”

Inderdaad. As begeleidende teks plaas ek graag twee kortetjies deur ons eie enigmatiese digter: Daan van der Merwe. Die eerste by wyse van konteks en die tweede ter waarskuwing.

***

 

vlugtige poëtica

 

ek is nó alko, nóg skiso, nóg homo

en probeer tog nog dig:

alleen die heel malles doen dit solo

 

l’envoi

 

oppas waar jy die saad

laat val: dit stoel sommer

en voor jy weet

groei die klein kom-kommer

 

© Daan van der Merwe (Uit: Saad uit die Septer, 2005: Protea Boekhuis)

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •