Archive for June, 2011

Louis Esterhuizen. Festival voor het Afrikaans

Monday, June 13th, 2011
Plakkaat

Plakkaat

‘n Besonderse lekkerte eerskomende naweek in Amsterdam is die eerste Festival voor het Afrikaans wat in die Tropentheater vanaf 17 tot 19 Junie aangebied word. Volgens die inligtingstuk op die Tropentheater se webblad die volgende by wyse van lusmaker:  “Speciaal om de band met het Nederlands te vieren zullen deze en nog meer Zuid-Afrikaanse beroemdheden naar Amsterdam afreizen voor het Festival voor het Afrikaans. Van 17 t/m 19 juni 2011 staat het Afrikaans drie dagen lang centraal in muziek, toneel, literatuur, poëzie en lezing. Zelfs de beroemde dichter-schrijver Breyten Breytenbach geeft acte de presence evenals de schrijvers Etienne van HeerdenEKM Dido, Ronelda Kamfer , Marita van den Vyver en de populaire Zuid-Afrikaanse zanger-cabaretier Niël Rademan. De toneelduo’s Gideon van Eeden en Louise van Wingerden, en Calvin Ncqaku en Themba Ndimande geven in hun stukken, soms op hilarische wijze, een inkijkje in het hedendaagse Zuid-Afrika.”

Dit wil voorkom asof die Vrydagaand se program inderdaad die belangstelling gaande het en met ‘n indrukwekkende lys deelnemers soos Amanda Strydom, Breyten Breytenbach (saam met Schalk Joubert op baskitaar), Gert Vlok Nel en David Kramer op die program, verbaas dit ook nie. Dié betrokke aand se kaartjies is reeds uitverkoop.

So ook Chris Chameleon en Gert Vlok Nel se dubbelkonsert op Saterdagaand.

Tydens Saterdag se dagsessie (11h00 tot 17h00) is daar ‘n hele gros van ons vernaamste skrywers aan die woord; waaronder twee digters, te wete Breyten Breytenbach en Ronelda S. Kamfer. Aan die prosakant van sake is daar Etienne van Heerden, EKM Dido en Marita van den Vyver  waaroor die Nederlanders opgewonde kan raak.

Ten slotte. Die doelwit van die fees word soos volg verwoord: “Het festival wil laten zien dat het Afrikaans niet ‘zomaar een taal’ is, maar een springlevende taal in Zuid-Afrika met een rijk cultureel leven. Een taal die verbonden is vooral aan de zogenaamde kleurlinggemeenschap en de blanke gemeenschap van Zuid-Afrika. Met het festival willen we Nederlanders dan ook niets minder dan ‘verleiden tot het Afrikaans’ via muziek, toneel, literatuur en informatie. Daarmee laten we de veelzijdigheid en culturele rijkdom van de Afrikaanstalige gemeenschap laten zien en willen we de onderlinge verbondenheid van het Nederlands en het Afrikaans onderstrepen.”

Inderdaad: Wie het Afrikaans leert kennen laat het nooit meer los.

Daarom, maak seker dat jy dié geleentheid bywoon indien dit jou beskore is.

Die volledige program kan hier bekyk word (in Nederlands) en hier in Afrikaans. Aanwysings na die Tropentheater en ander relevante inligting kan hier gevind word.

***

 

Edwin Fagel. Meningen, meningen.

Monday, June 13th, 2011

Zondag (slot)

 

Je komt aan op het kleine perron, een paar minuten voordat de trein vertrekt. De zon staat laag, je kijkt uit over zee. Er drijft iets op de golven. Je staat er zwijgend naar te kijken, bewondert de esthetiek ervan. In de branding staat een vrouw met haar gezicht naar het water. Of kijkt ze naar jou? Je ziet door het tegenlicht alleen haar contouren. Een forens vertelt zijn reisgenoot over de ontvoering van een lijk, decennia geleden. ‘Er is leven na de dood,’ grijnst de ander. Even verderop begint iemand te zingen. Komt dat hier vandaan? Is het misschien de vrouw in de branding? Je vindt het mooi. Je denkt bij jezelf dat je het mooi vindt. ‘Niet omkijken,’ zegt de forens, bang dat het ophoudt. Het is gezang, het is niet echt. In de verte komt de trein aan. Je kijkt op de klok, het is inderdaad tijd.

 

(Edwin Fagel)

 

Danie Marais. Om te vry buite jou lingua franca

Monday, June 13th, 2011
AG Visser

AG Visser

In BY van Saterdag, 11 Junie, het Danie Marais ‘n rubriek gelewer met as titel: “Om te vry buite jou lingua franca“. Dié betrokke stuk handel oor AG Visser se gedig “Amakeia”  en meer spesifiek Sindiwe Magona se kommentaar daarop: “(Sedert) ek in 2009 Sindiwe Magona se huldeblyk aan A.G. Visser se ‘Amakeia‘ in Rapport Boeke gelees het, wonder ek met wie praat die digters van ‘n taal wat niemand meer hoef te leer nie, en is die woord “post-koloniaal” vir my ‘n groter werklikheid.”

Die volledige berig kan op Beeld se webtuiste gevind word.

Vir jou leesgerief volg die betrokke gedig volledig hieronder.

 

 

 

 

 

 

Amakeia

 

In die skadu van die berge,
bos-beskut aan alle kant,
staan alleen die hartbeeshuisie
op die grens van Kafferland.

Saggies neurie Amakeia
op die wal van Kei-rivier,
tot hy slaap, die tere wiggie
van die blanke pionier:

“Stil maar, stil maar, stil Babani;
kyk hoe blink die awendster.
Niemand sal vir kindjie slaan nie –
stil maar, al is Mammie ver.”

Amakeia had belowe
toe haar nonna sterwend was,
om die hulpelose kindjie
tot hy groot was, op te pas.

Liefd’ryk sorg sy vir die wit kind,
tot vir hom die lewenslig
straal uit aia Amakeia’s
vrind’lik-troue swart gesig.

Onheilspellend sien sy tekens,
oorlog kom daar in die land:
Snel die inval, huis en hawe
uitgemoor en afgebrand.

Selfvergetend, doodveragtend,
met die wit kind op haar rug,
na die Amatola-berge
het sy ylings heen gevlug.

“Stil maar, stil maar, pikanienie;
oor die bergtop rys die maan.
Niemand sal vir ons hier sien nie;
môre sal ons huis toe gaan.”

Ag, dat oë van verspieders
ook haar skuilplaas moes ontdek!
“Spaar hom, hy’s so klein nog,” smeek sy
met die hande uitgestrek.

Woedend tier die wilde bende:
“Sterf of gee die wit kind hier!”
“Oor my lewelose liggaam …”
antwoord Amakeia fier.

“My belofte aan my nonna –
beste wat daar ooit nog was –
waar hy gaan, moet Amakeia
saamgaan om hom op te pas.”

“Is jul lewend nie te skei nie,
bly dan in die dood vereen –
kort proses met haar, Maxosas,
laat die blink asgaaie reën!”

*
In die Amatola-klowe
sing nog net die winterwind
deur die riete in die maanskyn:
“Tula – Tula – stil, my kind!”

 

– A.G. Visser

 

 

 

Yves T’Sjoen. Serendipiteit – Op soek na Hugo Claus

Monday, June 13th, 2011

 

Pijnlijk maar helemaal niet zo vreemd is de in de Vlaamse media geëtaleerde commotie over het archief- of “documentaire” boek van Hugo Claus. Legio zijn de voorbeelden van aanslepende disputen tussen erfgenamen van kunstenaars die zich allen opwerpen als rechthebbenden ter bescherming van een nagelaten patrimonium. Cocteau, Joyce, Nabokov en in de Nederlandse literatuur Elsschot, Reve en Vestdijk zijn bekende en zeer uiteenlopende gevallen en worden dezer dagen in tal van opiniestukken in herinnering gebracht. Na de uitgave van de brievenuitgave W.E.G. Louw-N.P. van Wyk Louw (in een editie onder de leiding van John Kannemeyer) is ook in de (Zuid-)Afrikaanse literatuur het blijkbaar onvermijdelijke gebekvecht onder nabestaanden en hun advocaten ten tonele gevoerd.

Hugo ClausNiet zozeer de juridische gevechten – privacykwesties die leiden naar een kort geding en een beroep tegen het kort geding – of de berichtgeving in de pers kunnen me boeien. Ik kan over de grond van de zaak oordelen, en vooral: het zijn mijn zaken niet. Wat me wel interesseert, is de opvallende belangstelling voor de mens achter de kunstenaar. De juridische steekspelen en de rapportering daarover stellen alleen nog scherp op de persoon en niet in de eerste plaats op de artistieke nalatenschap van een groot kunstenaar. Het hele gedoe is des te merkwaardiger omdat Claus het eigen archief zorgvuldig heeft gefilterd, zo niet georkestreerd, en dat hij blijkbaar al in 2007 zijn echtgenote Veerle de Wit als enige exécuteur testamentaire heeft aangewezen. Wat we nu over Claus’ archief te weten komen, heeft de kunstenaar zelf aan de openbaarheid willen prijsgeven. Niets wordt op de straatstenen gegooid wat de meester zelf niet heeft gewild. Dat Claus ook in zijn keurig gefilterde nalatenschap “verstoppertje” blijft spelen, zoals Cyrille Offermans opmerkt in De groene Amsterdammer (2 juni), is een evidentie.

De WolkenSinds de publicatie van het fraaie lees- en kijkboek De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus (2011), verschenen in het fonds van De Bezige Bij en bij elkaar geharkt door Mark Schaevers, steekt de op biografische realia georiënteerde Claus-mania weer de kop op. Critici winden zich op, anderen hunkeren naar een biografische reep papier en heffen in koor het halleluja aan. De homo biographica stond voorjaar 2008 ook al in de schijnwerpers na de zelfgekozen dood van de charismatische kunstenaar. Plaatjes van revelerende zakagenda’s, zwart wit-foto’s met geliefden en collega-schrijvers, repro’s van tekeningen, schema’s van romans: De wolken is een boek vol parafernalia vergaard uit de persoonlijke en literaire ladenkast van de meester. Dat de uitgever die “laden” op de cover van het boek “geheim” noemt, is wellicht alleen een staaltje van lucratieve marketingretoriek. De inhoud van de laden wordt prijsgegeven aan de voyeuristische blik van de lezer, zodat succes gegarandeerd is. Intussen, na enkele weken, is het boek aan een derde druk toe. In een medialandschap waar de human interest voor schrijvers de aandacht voor het literaire boek overschaduwt, kan een dergelijk uitgeversinitiatief niet eens meer opmerkelijk worden genoemd. Sign o’ the times. De verslaggeving op juridische en binnenlandpagina’s van dag- en weekbladen, niet uitsluitend in cultuurrubrieken, met intussen ook al open brieven aan de zonen van Claus en interviews met Sylvia Kristel en advocaten van Veerle de Wit en Claus’ kinderen, dragen bij tot de disproportionele aandacht voor het boek.

Wie het kunstenaarschap en de legendarische savoir de vivre van Claus boeiend vindt, heeft wellicht ook interesse voor archivalia die de schrijver tijdens zijn leven verborgen hield, niet waard genoeg gepubliceerd te worden, te veel privé. Die belangstellenden zijn eraan voor de moeite. Postuum zijn de deuren van het immense archief op een kier gezet door Claus’ laatste echtgenote. Clausliefhebbers kunnen een blik werpen op enkele vooralsnog verborgen gehouden schatten. Enigszins gechargeerd zou je kunnen stellen dat Claus met zijn fotoalbum op Facebook staat. En ik weet niet of dat een meerwaarde is.

Van Hugo Claus is bekend dat hij de dingen graag ensceneerde. In interviews werd zonder verpinken met de feitelijke werkelijkheid en de journalist een loopje genomen. In het artistieke werk spreekt een zich van alle conventies loszingende homo ludens. De kunstenaar loog elke keer weer zijn waarheid. Claus toont zich in zijn indrukwekkende oeuvre een goeroe van het groteske. Het spel met parodie en persiflage, met ironie en hyperbolen kan als een exponent van het meestertalent worden gelezen. In het licht van de theatraliteit – in alle betekenissen – die het werk en het leven van de schrijver en schilder bepaalde, is het misschien jammer dat in de jaren na diens overlijden vooral de biografische Claus de geesten beroert. Piet Piryns schrijft aan een biografie die hoge verwachtingen schept, de Universiteit Antwerpen (met het Claus-instituut) verzamelt en plaatst sinds kort interviews met Claus online, Josse de Pauw bracht met De versie Claus (Het Toneelhuis) een aangrijpende toneelhommage op basis van interviewfragmenten in de bundel Groepsportret, en er verschijnen intussen prachtige brievenedities (o.a. de correspondenties met Roger Raveel en Simon Vinkenoog). Vanzelfsprekend ben ook ik met het boek in de wolken (no pun intended). Wie kan niet opgetogen zijn dat alle biografische materiaal wordt verzameld, met wetenschappelijke acribie beschikbaar wordt gesteld? En toch.

Wie Claus zoekt, komt in alle publicaties misschien wel bedrogen uit. We komen l’ homme artiste nauwelijks op het spoor in de persoonlijke notities, in de vraaggesprekken en de duizenden brieven. De artiest bewoog zich behendig (“verstoppend”) op de publieke tribune en bespeelde die met veel branie. Wie Claus wil ontmoeten, leest het literaire werk, beleeft het schilderwerk, bekijkt de door hem geregisseerde films. Vooralsnog, drie jaar na de dood van de schrijver, verschijnen herdrukken van romans, verhalen, gedichten. NTGent speelt Een bruid in de morgen en laat acteurs en politici toneelteksten van Claus vertolken. Er is vraag naar het literaire werk terwijl de uitgeverij inspeelt op de aandacht voor… de persoon. Op het ogenblik dat het magnum opus, Het verdriet van België, voor de Hongaarse literaire markt wordt toegankelijk gemaakt, verschijnt bij Claus’ uitgever het documentaire, maar editorisch gesproken tekortschietende boek De wolken. Niet dat ook ik geen belang stel in die caleidoscoop van plaatjes, toch mis ik een meer zorgvuldige omgang met het literaire werk van deze grote schrijver. Claus staat bekend als een variantenauteur. In zijn recensie spreekt Offermans over het “eindeloos schaven, inkorten, bewerken en weggooien, dat een gedicht of tekening ooit voltooid kon zijn was in strijd met zijn ongedurige, altijd op het hier en nu gerichte temperament”. Net als W.F. Hermans bracht Hugo Claus bij herdrukken van een dichtbundel of van een roman tekstwijzigingen aan. Claus bleef maar polijsten aan het oeuvre dat hij, met de woorden van Geert Buelens, als een parallel universum voor zichzelf creëerde. Een eerste druk of een laatste druk: dat maakt in het geval van Claus’ literaire productie echt wel een verschil uit. Variantenonderzoek zal een toegevoegde waarde hebben voor de kennis van het schrijfproces en de wijze waarop de opvattingen van de kunstenaar over literatuur en leven verschuivingen ondergingen. Ook voor de biograaf is die studie onontbeerlijk voor een blik op het schrijverschap.

Op 28 mei is in Amsterdam een eerste lot uit de imposante collectie van Claus-verzamelaar Gert Jan Hemmink geveild. We wisten al dat Claus een duivelskunstenaar was, een veelzijdig artiest, een grillige koppigaard. De wolken nodigt ons uit tot een blik achter de schermen. Het zijn evenwel de schermen zelf – de teksten, de tekeningen in al hun overgeleverde versies – die ons een blik gunnen op ‘une vie d’artiste’. De bewust wanstaltig ontworpen en immer in aanbouw zijnde toren van Babel waar Claus als een bezetene aan bouwde en verbouwde – vanaf zijn zestiende (het eerste gedicht in een poëziealbum voor een wulps vriendinnetje) tot zijn laatste onvoltooide romanproject De wolken – verdient postuum een kritische blik. Vergelijkend tekstonderzoek, wetenschappelijk onderbouwde leesteksten, constructies van ontstaans- en drukgeschiedenissen zullen de persona grata Claus laten zien die alvast voor mij zo veel interessanter is dan de homo biographicus. Het filologische titanenwerk kan hopelijk binnenkort een aanvang nemen. Ik heb er onlangs voor gepleit op een Europees congres voor tekstediteurs in Pisa. De minister van cultuur van de Vlaamse Gemeenschap, maar ook haar collega van wetenschapsbeleid kunnen aanzienlijk bijdragen tot een wetenschappelijke tekstuitgave van Claus’ verzamelde geschriften. Op zoek naar Claus dus. Ook al weten we dat wie wat vindt slecht heeft gezocht.

Yves T’Sjoen

 

 

 

 

 

 

 

 

Desmond Painter. Slagspreuke van ‘n Situasionis: Raoul Vaneigem

Friday, June 10th, 2011
Raoul Vaneigem

Raoul Vaneigem

Ek het nog altyd gehou van ‘n goeie slagspreuk. En ek het ‘n sagte plekkie vir die Situasioniste en ander selebrante van die alledaagse. Hier, vir die naweek, is ‘n paar lekker slagspreuke van Raoul Vaneigem.
*
In an industrial society which confuses work and productivity, the necessity of producing has always been an enemy of the desire to create.
*
The same people who are murdered slowly in the mechanized slaughterhouses of work are also arguing, singing, drinking, dancing, making love, holding the streets, picking up weapons and inventing a new poetry.
*
Never before has a civilization reached such a degree of a contempt for life; never before has a generation, drowned in mortification, felt such a rage to live.
*
We can escape the commonplace only by manipulating it, controlling it, thrusting it into our dreams or surrendering it to the free play of our subjectivity.
*
People who talk about revolution and class struggle without referring explicitly to everyday life, without understanding what is subversive about love and what is positive in the refusal of constraints, such people have a corpse in their mouth.

Louis Esterhuizen. Teken die griefskrif teen beoogde wetgewing op informasiebeheer!

Friday, June 10th, 2011
Right2Know Protesaksie

Right2Know Protesaksie

‘n Mens kan jou dit beswaarlik voorstel dat daar iemand is wat nie bekommerd is oor die beoogde wetgewing op informasiebeheer wat tans in die parlement bespreek word nie. Die afgelope maande reeds klink daar protesstemme uit verskillende oorde op; so ook verskeie aksies en inisiatiewe soos AVAAZ se petisie wat op hul webblad geteken kan word.

Die griefskrif lees soos volg:

“As citizens across South Africa, we call on you to protect our Constitutional commitments to accountability, freedom of information and the media in the ‘Protection of Information’ Bill. We urge you to ensure that the bill only applies to core state bodies in the security sector, and that intelligence agencies are held to account by public scrutiny. Secrets with a bearing on national security must be determined by an independent panel appointed by Parliament and not the Minister of State Security. Penalties for unauthorised disclosure should apply only to those responsible for keeping secrets, and investigative journalists and legitimate whistleblowers should always be protected to release information in the public interest. Our democracy was hard-won, and we will not give it up lightly.”

Volgens die meegaande teks kom die beswaar in wese daarop neer dat hierdie wetgewing  regeringsinstellings in staat gaan stel om  “without public scrutiny, and stopping the media from exposing corruption, and abuse of power” te funksioneer.  Maar – protes word uit alle oorde aangeteken:  “Last week, after hundreds of media outlets and civic organisations had submitted amendments to Parliament, COSATU, Fedusa and the former Minister for Intelligence Services, Ronnie Kasrils condemned the bill, which forced ruling party MPs were forced to prolong the Parliamentary debate. But the interests of the security sector are at stake, and to ensure this current bill is stopped will require an avalanche of public opposition.”

Die griefskrif kan hier op AVAAZ se webblad onderteken word.

Ten tye van hierdie plasing, om 11:00 op Vrydag, 10 Junie, is daar reeds 30,357 van die beoogde 50,000 handtekeninge ontvang.

A luta continua! Of iets in dier voege.

***
 

 

 

Stefaan Goossens. Lucas Malan se nalatenskap opgeneem in Ernst van Heerden-versameling

Friday, June 10th, 2011
Lucas Malan

Lucas Malan

Op 15 april 2010 overleed in Kaapstad de Zuid-Afrikaanse dichter Lucas Malan na een hartoperatie.  Lucas Malan werd op 19 juli 1946 geboren in Nylstroom. Hij debuteerde in 1981 met de bundel ‘n Bark vir die ontheemdes. Later volgden nog Tydspoor (1985), Edenboom (1987), Kaartehuis (1990), Hongergrond (1994), Afstande (2002) en Vermaning (2008). Zijn werk is sterk geënt op zijn persoonlijke ervaringen. Hij schreef over zijn ouders, zijn eigen gezin, zijn liefdeservaringen en – in zijn later werk – over de angst voor het ouder worden en de dood. Zijn gedichten worden gekenmerkt door een grote stilistische gevoeligheid en het vermogen om vertrouwde woorden en beelden in een nieuwe context te plaatsen.

Malan promoveerde aan de Universiteit van Pretoria op een doctoraat over de poëzie van zijn persoonlijke vriend en mentor, de Zuid-Afrikaanse dichter Ernst van Heerden. Na diens overlijden in 1993 erfde Malan zijn literaire nalatenschap. Op zijn beurt schonk Malan de collectie dichtbundels uit het nalatenschap aan het Poëziecentrum.  Door bemiddeling van Prof.dr. Wium Van Zyl, Prof.Dr. Wannie Carstens en Louis Esterhuizen kan ook het nalatenschap van Lucas Malan aan de Collectie Ernst van Heerden worden toegevoegd. De Collectie van Heerden was reeds de grootste collectie Zuid-Afrikaanse poëzie (geschreven in het Afrikaans) buiten Zuid-Afrika. Door deze uitzonderlijke schenking kunnen meer dan 200 titels uit verschillende tijdvakken aan de collectie worden toegevoegd. De boeken zullen zo snel mogelijk via de catalogus ontsloten worden. Geïnteresseerden zijn alvast welkom om in de goedgevulde dozen te komen snuisteren.

Ernst van Heerden

De Collectie Ernst van Heerden omvat ondertussen ongeveer 1500 boeken, maar ook krantenartikels en geluids- en beeldopnames. De collectie wordt nog steeds verder uitgebreid dankzij de bereidwillige medewerking van de PUK-Kanselierstrust van de Noordwes Universiteit (Witwatersrand), Louis Esterhuizen (Protea Bookshop), Universiteit Stellenbosch, Protea Uitgevers (in het bijzonder Dr. Nicol Stassen) en NB-Uitgevers (in het bijzonder Kerneels Breytenbach).

Het Poëziecentrum dankt alle betrokkenen en hoop de dat Collectie Ernst van Heerden ook in de toekomst mag bijdragen aan de goede verstandhouding tussen Zuid-Afrika, Vlaanderen en Nederland.

 

Andries Bezuidenhout. Toast en Erns op Bush Radio

Thursday, June 9th, 2011

Ek het al ʼn slag of wat vantevore hier oor die Unhappy Hour geskryf (“The Unhappy Hour, where you can cry if you want to…”) – ʼn left field program wat Sondagaande op Bush Radio uitgesaai word, van 18:00 tot 20:00. Vriende en kollegas in die Kolonie kan dit op die lug luister – op 89.5. Mense wat nie anderkant die Hexriviervallei bly nie, kan dit wel op die web hoor – dit stream hier. Sondagaand is Toast Coetzer en Erns Grundling se beurt.

Dankie tog hiervoor, in tye van generiese musiek, generiese nuus, generiese opinies en generiese siektes.