Louis Esterhuizen. Erik Spinoy skryf Gedichtendagessay vir 2012

 

Luidens ‘n berig op Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) se webblad is die digter Erik Spinoy aangewys om die Gedichtendagessay vir 2012 te skryf.  Volgens dié inisiatief, wat deur die VFL in samewerking met die Poëziecentrum en De Besige Bij (Antwerpen) bedryf word, word  ‘n digter versoek om ‘n persoonlike pleidooi ten gunste van die digkuns te lewer. Spinoy is die vyfde digter wat dié eer te beurt val. Vorige bydraers tot hierdie publikasiereeks was Paul Bogaert (2008), Luuk Gruwez (2009), Charles Ducall (2010) en Jan Lauwereyns (2011).

By wyse van bekendstelling, die volgende oor Spinoy: “Erik Spinoy is hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Luik, dichter en essayist. Steevast tot het postmodernisme gerekend, maakt zijn poëzie echter een heel eigen ontwikkeling door. Vanaf ‘Boze wolven’ (2002) behandelen zijn gedichten de manier waarop individu en maatschappelijke vertogen een complexe wisselwerking aangaan. Een nieuw hoogtepunt in zijn oeuvre vormt ‘Dode kamer’ (2011), waarmee hij genomineerd is voor de VSB-poëzieprijs 2012. Volgens de jury verzamelt de bundel ‘drie heel verschillende cycli van een homogeen hoge kwaliteit, waarin de blik op de wereld van regel tot regel verschuift en elk woord die wereld onmerkbaar doet gloeien. Nu eens is zij exotisch gekleurd, dan weer is zij benauwend van aard en ten slotte wordt zij unheimlich met de kindertijd verbonden.”

En as voortydige reklame, die volgende aanhaling geneem vanaf die essay se flapteks:

Aswoensdag: wereldwijd zetten priesters op de voorhoofden van miljoenen katholieke gelovigen een askruisje. Zo, en op vele andere manieren, worden menselijke lichamen opgenomen in dwingende constellaties, die richting geven en betekenis.

Ook poëzie werkt met de as-tekens die samen de taal uitmaken en het werkelijke doodmaken – maar ze gebruikt ze, uit de aard der zaak, ook op slinkse en onverwachte manieren tegen zichzelf. In poëzie komt het lichaam opnieuw tot spreken: mateloos, buitenissig, ontketend, aan onze eerste diepste drift ten prooi. In poëzie rebelleert, tegen de gelovige conquistadores, de heidense en exotische Azteek, die geen boodschap heeft aan het: kniel en pas u aan of verdwijn.

Poëzie: een blijde boodschap!

Die Gedichtendagessay 2012 verskyn op 26 Januarie 2012.

Lees gerus ook die resensie wat Luuk Gruwez vroeër vanjaar geskryf het oor Erik Spinoy se bundel Dode kamer. Vir jou leesplesier volg ‘n vers uit dié bundel hieronder.

***

 

Die avond klonk er salsa op

uit elke bar.

 

We aten

hete kip en zoute aardappel

we dronken ijskoud bier en

whisky en doorzichtige rum

 

en vlak naast ons stak uit een muts

een aangezicht nog bruiner dan

en rimpelig als een walnoot.

 

We waren peilloos moe nadien

en sliepen in een kaal convent

en plots was het geen zeven graden meer.

 

Met rillen hield zij, de Maleise, niet meer op.

 

Er werd een ketel hete thee gezet.

Ze droeg je zeemansblauwe trui.

 

(c) Erik Spinoy

 

 

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •