Louis Esterhuizen. Tom Lanoye as digter …

 

 

Tom Lanoye (foto), literêre popster van die Vlaamse letterkunde is natuurlik nie onbekend aan die Suid-Afrikaanse leserspubliek nie; danksy Daniel Hugo se vertaalywer van sy werke en ook Antjie Krog se vertaling van Lanoye se drama, Mamma Medea. Daarom dat ek toe heel opgewonde ‘n skakel via Ooteoote volg na Maarten Dessing se webblad waar hy ‘n omvattende onderhoud met Lanoye geplaas het; ‘n interessante leeservaring, inderdaad …

Lanoye, wat met groot sukses bykans alle genres bedryf het, laat hom soos volg uit oor dié veelkantigheid van sy skryfwerk: “Een kameleon vindt het normaal dat hij een kameleon is. Waarom zou ik wel moeten verklaren waarom ik een kameleon ben? Daarom kaats ik de vraag altijd terug: waarom beoefenen andere schrijvers niet alle genres? Eigenlijk is er in het Nederlandse taalgebied maar één die dat kon: Hugo Claus. Mijn absolute idool. Ook als dandy in zijn persoonlijk leven […] Voor mij is de basis tekst. Ik wil alle media beheersen waarvoor lezers en toehoorders tekst gebruiken. Toneel, poëzie, columns, performance, verhalen, romans, alles. Dat had ik al toen ik jong was. Misschien uit de pure overmoed als je jong bent, dacht ik dat ik alles kon. Misschien omdat ik geloofde ik het aloude adagium van mijn moeder: willen is kunnen. Al blijkt dan dat je eerst heel vaak op je bek moet gaan voor je iets wat je wilt, ook kunt.”

Tot my verbasing blyk dit egter dat Lanoye ‘n besonderse affiniteit het vir die digkuns; trouens, hy het sy skrywersloopbaan as digter begin: “Met poëzie is het begonnen, ja. Omdat ik dat genre het hoogste inschat. Daar ben ik heel ouderwets in: poëzie is de keizerin der letteren. Ik heb er veel van geleerd. In een gedicht moet de economie van woordgebruik en de macro-economie van expressie samenkomen. En het hielp dat gedichten door hun lengte makkelijk voor te dragen zijn. Je ziet het aan sommige oude gedichten terug dat ik ze daarvoor schreef. Als gedicht vermomde grappen zijn dat. Als ik die oude bundels teruglees, ben ik een groot fan van mezelf. In alle bescheidenheid: die persoon is intussen iemand anders. Ik zie met verbijstering hoeveel risico die koppige jonge hond nam […] Die vroege gedichten waren erg gericht tegen de overdreven vormelijkheid, die hermetische esthetiek van de poëzie van die dagen. Net als Herman Brusselmans, met wie ik veel optrad, vond ik dat poëzie moest bruisen […] Tot mijn 26e heb ik heel veel als kelner gewerkt. Zo heb ik bij chef-koks in de keuken gestaan. Een passie dat die chef-koks stoppen in iets dat onmiddellijk wordt opgevreten en iedereen daarna uitschijt! Heel leerzaam: het gaat niet om de eeuwigheid die je als schrijver tegen beter weten in nastreeft, maar om de passie. Passie is goed.”

Op die vraag of hy tans nog aan gedigte werk, het Lanoye soos volg reageer: “Ogenschijnlijk schrijf ik tegenwoordig nog maar weinig poëzie. Veel poëzie is toegepaste poëzie. Lees het kinderkoor in Bloed & rozen. Maar ik neem het mezelf kwalijk dat ik geen tijd neem voor een bundel. Ik denk: het moet vanzelf komen, maar daarvoor heb ik het te druk gekregen. Ik kan tussendoor een gedicht schrijven. Maar ik wil niet zomaar een gedicht, ik wil een sterke, afgewogen bundel.”

Inderdaad. En hopelik verras hy ons binnekort met daardie ‘sterke, afgewogen bundel’.

Hieronder volg ‘n vroeëre vers van Lanoye. En – indien jy nog van sy verse wil lees – kan jy by Gedichten.nl nog ‘n paar vind. Geniet dit.

***

Poker

Het is tijd voor open spel, mijn
liefste. De kaarten op de tafel. Ik heb
er twee: mijzelf en wat ik schrijf. Ze
zijn van weinig waarde, om niet
te zeggen van geen tel. De

hand van jou is rijker: je lijf
is nog het minste, al is het lang
niet mis. Maar ook illusies heb
je nog, en hoop. Jij hebt alles
wat er is. Toch ben ik soms al

op je uitgekeken, ontkennen heeft
geen zin. Je zult dan ook wel weten:
gewenning is een ziekte, ze slaat
toe van bij het begin, en op het
einde is het beter om te breken.

Ik wil daar nu niet over praten.
Wat komen moet, dat komt. Alleen:
er zal nimmer sprake zijn van schuld.
En nog minder van vergeten. Dat er, in
dit land van kwezels en kastraten,

in deze tijd van tegenstand en
onbenul, twee levens waren die
elkander kruisten, met een vuurwerk
van vergeefse woorden, en de troost
van wat lichamelijk tumult.

© Tom Lanoye

 

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •