Louis Esterhuizen. Louis Paul Boon as digter

Na die afgelope weke der weke se werksverdringing is ek bly om darem uiteindelik weer ‘n blog te kan lewer; en dit oor niemand minder as Louis Paul Boon wat verlede week Donderdag ‘n honderd jaar oud sou gewees het en steeds een van die Lae lande se mees geliefde skrywers is. Louis Paul Boon was natuurlik bekend as kunstenaar, versamelaar, skrywer van romans en dan, volgens ‘n artikel deur Paul Demets wat onlangs by Corbra verskyn het, ook as bykans vergete digter.

Volgens Demets was Boon se reputasie as digter grootliks te danke aan die lang vers ‘de kleine eva uit de kromme bijlstraat‘ wat ook in sy versamelde werke opgeneem is (2006: De Arbeiderspers). Hierdie gedig het egter reeds in 1954 in die tydskrif Tijd en Mens verskyn. In 1957 is dié gedig dan ook met die Henriëtte Roland Holst-prys bekroon.

Die aanloop tot dié monumetale vers was die moord op die agtjarige meisie, Cecilia Ottte, wat in 1937 plaasgevind het. Volgens Demets het Boon egter nie deurgaans getrou gebly aan die feite van die moordsaak nie: “Hij vult het relaas aan met commentaren en aforismen, over de maatschappij, maar ook over de functie van poëzie in de samenleving, zoals uit het (onder)staande fragment blijkt. Zo groeit het gedicht uit van het verslag van een moord die daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, tot een commentaar op de samenleving, waarin Boon het kleine meisje Eva in figuurlijke zin meerdere keren laat vermoorden: door haar belager, door de politie en het gerecht, de medische wetenschap, de pers én de dichter zelf. Iedereen is dus schuldig […] Van Cecilia maakt Boon een Eva, een meisje dat getoond wordt in al haar verleidelijkheid, ondanks de gruwel. Boon keurt de seksueel getinte misdaad duidelijk af, maar hij suggereert ook dat we ons geweten veel te gemakkelijk willen zuiveren door een zondebok aan te wijzen, typisch voor de burgerlijk-christelijke gemeenschap van die tijd, waar Boon zo’n hekel aan had en die hij hier dus ook aan de kaak wou stellen.”

Inderdaad was Boon se huwelik met die digkuns geen kortstondige een nie; aldus Demets. Naas ‘de kleine eva uit de kromme bijlstraat‘ het Boon vele ander gedigte geskryf, in dié mate dat hy hulle kort voor sy dood in 1979 byeengebring en gebundel het.

As lusmaker, die volgende reëls en daarna die aanhaling uit die reeds genoemde vers: “eens zal alles zijn / lieve schat / de aarde een dode planeet / dat is alles wat ik weet / eens als alles eens zal zijn”.

***

wat nu volgt zou moeten zijn
dansend
kleine letters van niemendal
uw ogen zijn omfloersde tamboerijnen zei de dichter
omfloersde letters op de tamboerijnen van uw ogen
 

klein meisje zo goed als naakt de beentjes opgetrokken enigszins
-ach wat is dit enigszins weer enigszins misplaatst- de handen
gevouwen alsof zij haar god haar moordenaar wou smeken, maar slechts gezichtsbedrog want in werkelijkheid zijn zij gebonden door
dun koord
 

een touw
dat de handen blauw
deed zwellen
 

zwarte kous gezakt onder de knie
het broekje gestroopt over de dijen
zoals men stroopt kleine wilde konijnen
over het gelaat wat bloed gestroomd
en voor de rest kwetsuren
en schrammen ergens aan de armen

 

(c) Louis Paul Boon (Uit: ‘de kleine eva in de kromme bijlstraat‘)

Bookmark and Share

Comments are closed.

  •