Delphine Lecompte. Maakbaar in Maastricht

Maakbaar in Maastricht

In het tankstation koop ik drie repen chocolade zonder rijbewijs. De vrouw die het tankstation uitbaat heeft een tatoeage van de Eiffeltoren op haar dominante handrug.

‘Hou je van Parijs?’ vraag ik om het ijs te breken. Ze kijkt me verbijsterd aan. De verbijstering duurt vier minuten en 56 seconden.

‘Nee,’ antwoordt de tankstationvrouw uiteindelijk hees. Wanneer ik opnieuw naar haar handrug kijk is de Eiffeltoren veranderd in een giraf.

‘Hou je van auto’s?’ vraag ik omdat ik niet durf te vragen waarom er een giraf op haar handrug staat.

‘Ik ga sluiten,’ zegt de tankstationvrouw met onverholen misprijzen. Ik prop de chocoladerepen in mijn binnenzak en ga zo zacht mogelijk naar buiten.

Terug in de Maastrichtse hotelkamer eet ik de drie repen terwijl op de televisie een antiquair met het geluid af een vals napoleontische snuifdoos in een fontein laat vallen. Hij lijkt op de voetverzorger van mijn moeder.

Ik denk aan de tenen van mijn moeder en vergeet tijdelijk dat de mijne onaf zijn.

Zonder de oude kruisboogschutter kan ik niet in slaap geraken. Het is 3u ’s nachts en in de gang kibbelen levende wielrenners met dode glazenwassers. Omdat het volle maan is wint niemand.

Op de televisie laat een Portugese hondenfluisteraar zijn laatste m&m vallen in een doopvont.

Hij probeert het snoepje er uit te vissen, maar zijn toekomstige petekind graait eerst en stopt de m&m in zijn linkerneusgat. Ongedoopt wordt hij door zijn vader op beide wangen geslagen. De m&m schuift verder naar boven en de peuter sterft.

De hondenfluisteraar zal nooit peter worden.

Wanneer hij drie weken later twee leeggeblazen eieren, waarop hij profetische gazellen en blinde teckels heeft geschilderd, op de urne van zijn gemankeerde petekind probeert te balanceren wordt hij gewurgd door de moeder die een hekel heeft aan de Portugese rituelen van haar schoonfamilie.

Er zijn geen honden in het hiernamaals. En als er toch honden zijn dan moeten ze niet toegefluisterd worden, vermoed ik.

Uiteindelijk wordt het 4u30, met veel goede wil noem ik mijn wandeling een ochtendwandeling.

Het tankstation is opnieuw open. Sprakeloos koop ik drop.

Een dappere vrachtwagenbestuurder die achter mij staat vraagt aan de tankstationvrouw waarom er een giraf op haar handrug staat.

‘Het is een obelisk,’ antwoordt ze nasaal.

De zon komt op en ik word aangesproken door een fysiotherapeutische dichter. Hij herkent mij. Niet als potentiële patiënt, maar wel als mededichter.

Want ik ben hier niet zomaar in Maastricht; vanavond mag ik voordragen tijdens een poëziefestival.

In het mythische en/of carnavaleske Maastricht moet ik voordragen zonder de oude kruisboogschutter. Ik heb hem in Brugge gelaten, omdat ik mij stoer en/of geëmancipeerd voelde…

Na het ontbijt met de poëtische fysiotherapeut bel ik huilend naar mijn muze. Hij lacht mij uit en neemt de beste trein naar Luik.

In luik wordt zijn naai-etui gestolen. Mijn muze legt zich neer bij de diefstal.

In de trein van Luik naar Maastricht heeft hij spijt van zijn laksheid, maar ach… Gelukkig heeft hij zijn vingerhoed in Brugge gelaten.

Wanneer de oude kruisboogschutter toekomt in het hotel ziet hij mij eerst. Hij denkt mij te zien flirten met een Zimbabwaanse gnoescheerder.

Hij vindt het niet erg, hij vindt het gezond, maar ik was niet aan het flirten!!?!

’s Avonds luister ik naar briljante dichters en declameer ik als een plechtige communicant met richtingsloze branie. Dat is de bedoeling althans. De toehoorders zijn even belicht als de dichters. Even belicht en soms bespot.

In de brochure van het festival staat dat ik hygiëne belangrijker vind dan poëzie. Het is waar. Toch ben ik blij dat ik deze ochtend de douchecel getrotseerd heb..

In het publiek zitten minstens 6 bijgelovige schoenmakers, 5 consciëntieuze neurologen, 4 gulle idolen, 3 welriekende surrogaatmoeders en mijn toekomstige biograaf. Enkel die laatste kijkt bedenkelijk en/of afkeurend.

De oude kruisboogschutter knikt geruststellend na iedere strofe. Of knikkebolt hij?

Bookmark and Share

Een Kommentaar op “Delphine Lecompte. Maakbaar in Maastricht”

  1. Gert Boonekamp :

    Dat heerlijke melancholische associatievermogen, daar zou ik een reep van bij een tankstation in Bilsen willen kopen.

  •