Willem M. Roggeman. De luchtbellen van Poseidon

 

De luchtbellen van Poseidon

 

De zeegod die ons toespreekt erkent dit.

Wij hebben niets aan zijn voorspellingen.

En hij laat zijn ziel weer in ons verhuizen

terwijl zijn handschrift beeft op het water.

 

Hier zwemt nog ergens de witte walvis

die alleen het plankton van de literatuur eet

maar wie door de realiteit snorkelt, schrikt op

want oorlog woekert in de tuin van Oekraïne.

 

En wij wachten op het reutelen van de avond,

dan hebben wij recht op een stukje van de zee,

een schelp, een zeester, een hoopje droge algen

of een aangespoelde drietand die heel oud lijkt.

 

© Willem M. Roggeman, 2020

 

 

Bookmark and Share

2 Kommentare op “Willem M. Roggeman. De luchtbellen van Poseidon”

  1. helize van vuuren :

    Van die sinkende walviskop
    lees ek jou af –
    jy herken my

    die hemel
    stort sigself
    in die harpoen

    sesbenig
    hurk ons hier in die skuim,

    stadig
    hys iemand, wat dit sien,
    ‘n trooshappie: die
    parende Niet.
    —–
    Jy gooi my, drenkeling,
    goud agterna:
    miskien is daar nog ‘n vis
    te kry.

    – Paul Celan Zeitgehoft/Tydplaas (postuum, 1976).
    [Vert. H van Vuuren 30 April 1976].

  2. Helize van Vuuren :

    Korreksies aan vertalings-in-gesprek-met-deheerRoggeman (pardon!):
    1. verskrywing in “hier” in eerste gedig: moet lees “ster” (vir seshoek Joodse ster as brandmerkteken indertyd gedwonge gedra)
    2. Twee slotregels per abuis weggelaat weens fout in Celan-uitgawe geraadpleeg (Naaijjkens, 2003). Die onmisbare, donker regels lui so (Wiedemann-uitgawe – ook 2003):

    Gib mir, Tod,
    meinen Stolz.
    [Gee my, Dood,
    my trots.]

  •