Posts Tagged ‘Afrikaans by Karelsuniversiteit’

Yves T’Sjoen. Afrikaanse schrijvers in de Gouden Stad: Praag

Sunday, May 8th, 2016

nnnnn

Op voorstel van de collega’s van het departement neerlandistiek in Praag wordt dit semester aan de Karelsuniversiteit een cursus Afrikaanse taal- en letterkunde aangeboden. In overleg met het Gentse centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (www.afrikaans.ugent.be), een onderzoeksgroep van de Universiteit Gent, krijgen de studenten college over het Afrikaans en de literatuur van het Afrikaans. Collega Jacques van Keymeulen sprak enige tijd geleden al over de taal(geschiedenis), van 18 tot 20 mei zal ik Tsjechische studenten Nederlands onderhouden over literaire tendensen en esthetische paradigma’s, belangwekkende titels en (opvattingen van) literaire actoren. Dat het politieke en maatschappelijke geschiedverhaal van Zuid-Afrika voor mijn gesprek over die literatuur de samenhangende bottom line is, spreekt voor zich. Het wordt dus ook een les in geschiedenis, een narratief over hoe schrijvers in Zuid-Afrika zich ook altijd weer politiek-ideologisch uitspreken. Over hoeveel ethiek in esthetiek zit.

Niet alleen aan academische instellingen in de Lage Landen, in Amsterdam, Leiden, Antwerpen en Gent, maar dus ook in Midden-Europa bestaat een levendige belangstelling voor het Afrikaans. Op instigatie van Jerzy Koch, auteur van een nieuwe Afrikaanse literatuurgeschiedenis (voorlopig is alleen het deel met de negentiende-eeuwse literaire ontwikkeling uitgegeven), is aan de Adam Mickiewicz universiteit van Poznań een studierichting Zuid-Afrikastudies opgericht; het wetenschappelijke periodiek Werkwinkel onder diens hoofdredactie richt zich zowel op het Nederlandse taalgebied als op Zuid-Afrika. Wat weinigen weten, is dat ook in Tsjechië, aan de universiteit van Olomouc én aan de roemruchte Karelsuniversiteit in Praag, een opleidingsonderdeel Afrikaans kan worden gevolgd. Het is belangrijk voor een vitale taal dat in het buitenland (wetenschappelijke) aandacht bestaat, dat de literatuur wordt bestudeerd, vertaald, gelezen. Dat studenten een introductie krijgen in de taal- en letterkunde.

Voor een spoedcursus van in totaal zes colleges, telkens anderhalf uur, worden hinkstapsprongsgewijs trends in de Afrikaanse literatuur van de twintigste eeuw verkend. In episodes worden de Afrikaanse taalbewegingen en de eerste Afrikaansschrijvende auteurs voor het voetlicht gebracht (Marais-Celliers-Leipoldt-Van Langenhoven-Totius). Vervolgens komen de Dertigers in proza en poëzie aan bod (respectievelijk Van Bruggen-Van Melle-Van den Heever-Malherbe en N.P. van Wyk Louw-W.E.G. Louw-Eybers-Krige), de overgangsfiguur Dirk Jan Opperman en de zogeheten Vijftigers met Jonker-Blum-Small. Sestig krijgt vanzelfsprekend ruim aandacht (Rabie-Leroux-Brink-Breytenbach) en de vrouwelijke stem in de Afrikaanse letteren (Krog-Stockenström-Van Niekerk-Winterbach-Scheepers-Van der Vyver-Kamfer) wordt besproken. Schrijvers onder wie Aucamp, C. Coetzee, De Vries, Goosen, Joubert, Miles, C.P. Naudé, Pieterse, Prinsloo, Schoeman, Scholtz, Van Heerden, Venter en Vlok Nel passeren de revue. Uit deze voorbeelden mag blijken dat wordt ingezet op een carrousel met canonieke stemmen. Eigen aan elk letterkundig overzicht is dat het reductionistisch is, altijd weer tendentieus en per definitie sterk subjectief gekleurd. Er valt immer een ander verhaal te vertellen. Bij wijze van introductie voor anderstalige studenten is het wat mij betreft, vanuit panoramisch perspectief, relevant op het oeuvre van deze canonieke stemmen in te gaan.

Een van de uitgangspunten voor het beeld dat wordt geconstrueerd, voor deze Tsjechische aangelegenheid, is bepaald door een transnationale literatuuropvatting. De literatuur van het Afrikaans is een kosmopolitische literatuur, zeker wat de stemmen aangaat die vandaag aanspreken. Het vizier van nogal wat Afrikaanse literaire actoren was gericht uit het buitenland, de Anglo-Amerikaanse wereld, Parijs en natuurlijk ook de Lage Landen. Zuid-Afrikaanse schrijvers lazen zoals alle schrijver internationaal. Ja, ook Milan Kundera en Franz Kafka leven in de Afrikaanse letteren. En niet alleen omdat ze in het Afrikaans zijn vertaald. Het spreekt dan ook voor zich dat de literaire dialoog of dus de esthetische kruisbestuiving sterk wordt benadrukt in de beeldvorming die mij voor ogen staat.

De historische taalverwantschap tussen Afrikaans en Nederlands én de bevinding dat Afrikaans steeds invloeden van buitenaf heeft ondergaan, om zich als inheemse taal van Afrika te ontwikkelen, zijn alvast voldoende aanleiding om dat internationale perspectief te hanteren. Wat taalkundigen beklemtonen, en in het taalmonument op de granieten rotsen van Paarl aanschouwelijk is gemaakt, is evenzeer een karakteristiek van de dynamiek in het literaire proces. Door een transnationaal concept voor de literatuurgeschiedschrijving van één eeuw te hanteren, worden de wisselwerking tussen en dus de wederzijdse beïnvloeding van (nationale) literaturen duidelijker. Een literatuur die zich terugtrekt in de eigen linguïstische biotoop, is op sterven na dood. Het is net datgene dat het Afrikaans vandaag bedreigt: het terugdringen in een underdogpositie, het gedoogbeleid dat de universiteit Stellenbosch voor ogen staat, de kaalslag die wordt voorbereid teneinde Afrikaans als onderzoekstaal ongeloofwaardig te maken en finaal te decimeren. Afrikaans is een levende taal – niet alleen een verbeeldingsrijke en, zoals veel hedendaagse literatuur telkens weer aantoont, een bijzonder wendbare schrijftaal. Een taal van literatuur, een omgangstaal, een taal van wetenschap. De literatuur in deze taal is sprankelender en verrassender dan ooit tevoren. Een taal kan overigens niets worden verweten. Zij kan niet verantwoordelijk worden geacht voor recuperatie, verkrachting, geweld, onderdrukking, uitsluiting. Breytenbach, Hambidge en zovele andere belangrijke literaire actoren schrijven er zo goedvol over in de media.

De passie die de lezer van Afrikaans proza en poëzie aan de dag weet te leggen, kan naar mijn oordeel door colleges worden overgedragen aan belangstellende studenten ver buiten Zuid-Afrika. Studenten in Tsjechië hebben de mogelijkheid Afrikaans te ontdekken en deelgenoot te worden, ja zelfs (als toehoorder, vertaler of gewoon als geïnteresseerde) gesprekspartner te worden, van een literatuur die internationaal – al dan niet via vertaling – hoge toppen scheert. Recent was er niet alleen het Afrikaans Kultuurfees Amsterdam en in het Europese najaar de (tweede) Week van de Afrikaanse roman in Nederland en Vlaanderen. Recent hadden we aan de Universiteit Gent voor Vlaamse studenten ook Ludo Teeuwen te gast die sprak over het oeuvre van Etienne van Heerden en Robert Dorsman die in gesprek ging met Antjie Krog. Deze manifestaties maken deel uit van weer een nieuw initiatief: de Leeskring Afrikaanse Literatuur aan mijn alma mater naar het inspirerende voorbeeld van het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam. Dat is de universiteit waar Breyten Breytenbach de titel van eredoctor ontving.

Door vanuit academisch en algemeen-cultureel oogpunt blijvend aandacht te vragen voor een lenige taal als het Afrikaans, kunnen we misschien vanuit het buitenland Zuid-Afrikaanse universiteitsbesturen er op wijzen – overtuigen is misschien te veel gevraagd – dat zij blijvend moeten inzetten op eerbied voor, promotie van en liefde jegens het Afrikaans aan Zuid-Afrikaanse universiteiten. Rector Wim de Villiers en het bestuur van de Universiteit Stellenbosch, gelegen in een gebied waar het Afrikaans allesbehalve een minoriteitstaal is, moeten zich vergewissen van (het belang van) de internationale samenwerking met buitenlandse universiteiten op het gebied van Afrikaans, van de vele studenten in Nederland, België, Polen, Tsjechië, Amerika (Harvard!) die ervoor opteren kennis te maken met die rijke taal en cultuur. Het Tsjechische initiatief, vooral de bereidheid de opleiding Afrikaans aan de oevers van de Moldau en in de wereld van Kafka in leven te houden, mag academische stakeholders en beslissingsorganen overtuigen dat de vitaliteit van en de belangstelling voor het Afrikaans een rijke bron is waaraan velen elders in de wereld zich willen laven.

Yves T'Sjoen

Yves T’Sjoen

  •