Posts Tagged ‘Animatiefilm en Afrikaanse poëzie’

Yves T’Sjoen. Animatiefilm en Afrikaanse poëzie

Thursday, May 26th, 2016

filmverse-logo

Animatiefilm en Afrikaanse poëzie

Op de Facebookpagina van het Departement Afrikaans en Nederlands van de Universiteit Stellenbosch wordt op 24 mei melding gemaakt van de bekroning van het audiovisuele ATKV-project Filmverse (2014) met de Weimar PoetryFilmprijs. Meer bepaald de door Charles Badenhorst gerealiseerde animatiefilm ‘what abou’ de lô’, gebaseerd op het gelijknamige en intussen klassieke gedicht van Adam Small in Kitaar my kruis (1962, 1973²), is met de prestigieuze onderscheiding vereerd. Filmverse, geproduceerd in samenwerking met Fopspeen Films, is verschenen op een dvd “ter bevordering van animasie- en digkuns in Afrikaans”: op basis van twaalf canonieke en contemporaine gedichten van Afrikaans schrijvende auteurs hebben cineasten een audiovisuele adaptatie gemaakt onder de artistieke leiding van Diek Grobler. Op de webstek van ATKV wordt melding gemaakt van “’n visuele bloemlesing […] waarin ’n dialoog tussen woord en beeld geskep word” (http://www.atkv.org.za/af/kunste/filmverse).

Filmverse biedt niet alleen een veelal prikkelende multimediale interpretatie van gedichten zoals ‘Vroegherfs’ van NP. Van Wyk Louw, ‘Bitterbessie dagbreek’ van Ingrid Jonker en ‘Timotei Shampoo’ van Gert Vlok Nel. Daarenboven is een dergelijke beeldproductie voor studenten en andere belangstellenden een dankbaar didactisch instrument dat voor anderstaligen (een beperkte selectie uit) de Afrikaanse poëzie toegankelijk maakt. Naar analogie met Nederlandse en Vlaamse audiovisuele projecten, zoals onder meer Dichtvorm, kunnen animatiefilms poëzie (re)vitaliseren en naar een nieuw publiek leiden. Weliswaar wordt in de interdisciplinaire tekstbenadering een bepaald thema van de tekst beklemtoond en is het gedicht bijgevolg gereduceerd tot een specifieke lezing, zoals vermeld in het juryrapport van Weimar PoetryFilm, toch kan een hedendaags publiek dat voor en na de digital turn in een flitsende beeldcultuur, tweetend en sms-end met literaire bronnen aan de slag gaat, worden geënthousiasmeerd.

Zoals vermeld in een vorige blog was ik onlangs met de steun van de Vlaamse regeringsvertegenwoordiging in Midden-Europa en op uitnodiging van het departement neerlandistiek voor zes colleges te gast aan de Karelsuniversiteit Praag. Voor native speakers maar dus ook voor anderstalige studenten met belangstelling voor de literatuur van het Afrikaans zijn naast de muzikale adaptaties van bijvoorbeeld de gedichten van Ingrid Jonker door Chris Chameleon en de performances van Gert Vlok Nel op die schitterende cd Beaufort Wes se beautiful woorde de Filmverse dankbaar materiaal. Ik ben dan ook verheugd, zoals mij ter ore kwam tijdens het colloquium over digitale literatuur aan de Noord Wes Universiteit van Potchefstroom (april 2016), dat momenteel Filmverse 2 in productie is. Via de hiervoor vermelde url kan meer informatie worden ingewonnen over het vervolgproject.

Vorig jaar presenteerden Andries Visagie en Alfred Schaffer tijdens een bijeenkomst van VER[r]AS, de ondernemende vereniging van studenten Afrikaans-Nederlands (US), filmgedichten én cinepoëzie in Zuid-Afrika en in het Nederlandse taalgebied. Niet alleen verschillen in aanpak of interpretatie vielen daarbij op. Schaffer liet cinepoems zien van Paul Bogaert (‘Injecties’), Hugo Claus (‘Ik schrijf je neer’), Lernert Engelberts (‘Verlaten terrein’), Jan Lauwereyns (‘Onderwater’), Lucebert (‘poëzie is kinderspel’), Hagar Peeters (‘De zee, de zee, de zeeeeee’) en Menno Wigman (‘Onder het asfalt’) – allemaal te downloaden via YouTube. Voor een fraaie collectie met cinepoems verwijs ik naar de site van Dichtvorm: http://www.dichtvorm.nl/flaatjes/main.htm. Duidelijk is dat jonge cineasten hun passie voor bewegend beeld en voor poëzie bundelen en met hun poëtische filmprojecten lezers en toeschouwers weten te boeien. Deze non-bookpoetry of poetry off the page is gebaseerd op teksten. Digitale dragers, zoals dvd-uitgaven, cd’s en videosamples op YouTube, dragen er toe bij dat gedichten van toen en nu ook via andere media dan alleen het gedrukte boek onder de aandacht komen, beschikbaar zijn voor méér geïnteresseerden – ook de niet in eerste instantie in poëzie belangstellenden – en dus anders worden ervaren in vergelijking met hoe lezers de afgelopen decennia teksten hebben gelezen.

De projectie van de filmversie, mét klankband (ingesproken tekst), van ‘Vroegherfs’ door N.P. van Wyk Louw en ‘what abou’ de lô’ van Adam Small (met de krakende telefoonstem en de intimistische vertolking van de schrijver zelf) – met de geprinte tekst als ondersteuning – heeft bijgedragen tot een nadere kennismaking van Tsjechische studenten met Afrikaanse poëzie en cinema. Ook voor studenten die aan de Universiteit Gent de cursus Afrikaans volgen, maak ik gebruik van deze tekstgebaseerde intermediale cross-overs. Afgelopen academiejaar fungeerden vanuit illustratief oogpunt de filmverse ‘Visioen van ’n lessenaar’ (Antjie Krog, ontleend aan Otters in bronslaai (1981)) en ‘Die skedel lag al huil die gesig’ (Wilma Stockenström, uit Van vergetelheid en van glans (1976)). Met dank dus aan de artistieke regie door Diek Grobler.

Na de nominatie voor Beste Visuele Kunste-aanbieding – kykNET Fiëstas, US Woordfees (WOordtrofees) en Absa KKNK (Kanna toekennings) – is de recente Duitse onderscheiding een opsteker voor Fopspeen Films en ATKV-project Filmverse. Gezien de vergelijkbare animatieproducties in Nederland en Vlaanderen zou het naar mijn oordeel goed zijn dat Filmverse met Afrikaanse gedichten ook hier te lande wordt ontdekt en naar waarde geschat. Misschien kunnen Zuid-Afrikaanse, Nederlandse en Vlaamse poëziefilmmakers in de toekomst in onderlinge samenwerking dergelijke projecten realiseren. Ook dergelijke projecten kunnen deel uitmaken van de transnationale dialoog die plaatsvindt tussen de Afrikaanse en Nederlandstalige literatuur. Mijn collega’s in Stellenbosch alsook de studenten in Zuid-Afrika en Europa zijn alvast enthousiast.

(c) Yves T’Sjoen / Mei 2016

 

  •