Posts Tagged ‘Bert Bevers gedigte’

Bert Bevers. Okapia johnstoni

Saturday, October 3rd, 2020

 

Okapia johnstoni

 

Wees tussen deze inheemse struikgewassen

blij met de hittegolven in dit amper twaalf

 

manspassen brede nepoerwoud, o zachte

ontheemde. In de Congo voelt het trillen

 

van de spieren onder je mooie billen vrijer

maar hier krijg je geen oorlof om uit te sterven.

 

© Bert Bevers, 2020

 

Bert Bevers. Thuis

Friday, October 2nd, 2020

 

 

Thuis

 

Deze stad heeft mij gekozen om te koesteren.

Ik woon erin als was ik haar lievelingsdier,

 

nooit kom ik iets tekort. Hier kan ik rustig

waakzaam liggen naast mijn lief, het geluid

 

van de vuilkar beneden in de straat herkennen.

Wegblijven van het mozaïek van taboes.

 

 

© Bert Bevers, 2020

 

Bert Bevers. Vier gedichten

Wednesday, August 7th, 2019

Sluitertijd zeer kort

.

Terwijl bij afdrukken aan weerszijden

van de lens zeer kort niets te zien valt

is als de vis van de adelaar de klauwen

ontwaart het water aan beide kanten

nog eventjes glad als een spiegel, eventjes.

 

 

Niemand verdwaalt graag

.

Ooit durfden ze elkaar onbeschroomd vrienden

noemen, profeten van leegte. Waren ze te jong

voor wraak, te oud voor trots? In de dommel

van de dag verzonken staan ze daar, valiezen

gepakt. Ogen zijn spionnen voor het verleden.

 

 

Vogeltjes

.

Vannacht was ik een Bolognezer. Een ieder

die mij op de Piazza Verdi passeerde deelde

ik zebravinkjes uit, ontelbare zebravinkjes.

Uit alle ramen van de universiteit staken

gezichten met vraagtekens. Ik weende niet.

 

 

Niet bang

.

Is het echt zo donker op zolder? In iedere

slaap woont een dromer. Hij loopt op lichte

schoenen, en is niet bang. Van vertrouwde

koude weg noemt hij winter niet bij naam,

maar negeert hij stil de geesten in de gang.

 

© Bert Bevers, 2019

Bert Bevers. Terugwerkende kracht 

Tuesday, February 26th, 2019

Terugwerkende kracht

 

Bij Nostalghia van Andrej Tarkovski

 

Toen ik het hier voor het eerst zag

moest ik huilen, want dit licht doet

me denken aan herfst in Bologna.

 

Ik wil niets meer voor mezelf alleen.

 

Wat kan er gebeuren?

 

Alles wat je wenst als je knielt, want

zonder enig gebed gebeurt er niets.

 

Je wilt zeker gelukkig zijn, maar

in het leven zijn er belangrijker zaken.

 

Dus: een, twee, drie, geloof!

 

Wat moeten wij dan doen

om elkaar te leren kennen?

 

Grenzen slechten.

 

Welke?

 

Die tussen vroeger en later.

 

 

© Bert Bevers, Februari 2019

Bert Bevers. Doorlopende beweging

Friday, February 22nd, 2019

Doorlopende beweging

 

Bij Russian Ark van Alexander Sokurov

 

Er was een ramp gebeurd.

Iedereen rende voor zijn leven.

Wat er mij overkomen is

weet ik niet meer.

 

Ik zei toch dat ze zouden wachten.

 

Waar gaat iedereen heen?

Waar gaan jullie naartoe?

 

Het is koud. Doe alles dicht.

Vooruit: doorlopen jullie.

 

Waar moeten we nu heen?

Zelfs de heren officieren weten

de weg niet, kijk maar daar.

 

Ben ik onzichtbaar of merken

ze me gewoon niet op? Vreemd,

wordt dit allemaal voor mij opgevoerd?

Of moet ik een bepaalde rol spelen?

 

Wat is dit voor toneelstuk?

Waar moeten we naartoe?

 

Jij wist toch alles?

 

 

© Bert Bevers – 2019

 

Bert Bevers. Dagboeknotities van een eerstgeborene

Wednesday, August 15th, 2018

Dagboeknotities van een eerstgeborene

 

Verbroken zegels herinner ik me, duistere vertrekken

en lichtschuwe reeuwzangen. In een vroege maand

wachtte hem het einde. Hij dorst nooit te begeren

wat van hem niet was, en dierf op niets te hopen

 

toen hij stierf.

 

 

Nu ik nog jong ben zijn mijn visioenen garnaalgrauw.

Graag vertel ik ze kamerdienaren traag, die ze aan

zichters op velden die van logge rogge zwellen

doorvertellen. Zo worden op de malse aarde

 

middagen minder stil.

 

 

We spraken over verloren liefdes, en we begonnen stil

te deinen naar iets dat wat weg had van dansen.

Wij realiseerden ons donders goed dat we nog

niets wisten. Nu zijn onze zonen eenzamer,

 

maar onze dochters vrolijk.

 

 

Ik zag vanochtend oude dames met gefronste wenkbrauwen

sermoenen prevelen, hun brandglas op het heden gericht.

Figuranten die met het heimwee van pasgeborenen

catacomben verkenden. Het lijkt alsof naarmate

 

alles ouder wordt ik jonger blijf.

 

 

Het knarsen van de sloten, en de aarzelende scharnieren

bleven me bij. Ook dat ik vond dat de onschuldigen

langzaam leven mochten, en dat ik halverwege

de slaap zeker wist: in vleermuizen steekt

 

de nacht zijn vragen.

 

 

© Bert Bevers, 2018

 

 

Bert Bevers. Huiswaarts

Friday, February 9th, 2018

Huiswaarts

Bij Twin Peaks – The Return van David Lynch

 

Luister naar de geluiden. Het kan nu niet meer

allemaal hardop gezegd worden. Iemand is hier.

Ik heb het gevoel dat ik  mezelf ken, maar soms

buigen mijn armen zomaar naar achteren.

 

Is dit de toekomst, of het verleden?

 

Dit is het water. En dit is de put. Drink goed

en daal af. Het paard is het oogwit en donker

vanbinnen. Dit is het water. En dit is de put.

Drink goed en daal af. Het paard is het oogwit

 

en donker vanbinnen. Dit is het water. En

 

Er zullen een paar dingen veranderen, want

vroeger en later weet je. Herinner je je alles nog?

Ja. We leven in een droom. ‘Vergezel mij!’

roept iemand, maar misschien is er niemand.

 

Waar gaan we naartoe? We gaan naar huis.

 

 

 

© Bert Bevers, 2018

Bert Bevers. Uit de tijd

Thursday, March 10th, 2016

Uit de tijd

 

I

November waait notenkrakers over

in zuidwaartse drift. In de verte blijft

een geboortekreet hangen in de nevels.

 

Hij weet niet goed welke kant te kiezen.

Kopschuw weigert hij in samenzweringen

verzeild te raken. Toen zijn moeder hem

 

uitstiet regende het onbedaarlijk, brandden

vreemde buren vuren vol vlammen. Ergens

wisten voorouders in de kwalm toen al dat

 

het nu eindelijk goed aan het komen was.

 

II

Als duveltjes uit fopdoosjes fladderen nu

plots trotse scharen gevleugelden op die

weigeren hun naam alleen te laten. Plots.

 

Daaronder worden gezangen aangeheven

omdat alles wijst op de komst van de reeds

lang voorspelde. Nergens meer dwarsgang.

 

Amper te bespeuren nog zijn drijfvelden,

of vers geknoopte stroppen. Er worden

geen vreemde velden meer omgeploegd.

 

Te ijl voor stormen is de lucht hier nu.

 

III

Ossen worden nooit meer stieren. Zelfs

de vergeten watervinders weten dat. In

hun wijkplaats verzwonden aanschouwen

 

zij in synchroon perspectief de steelse

vertraging, de evacuatie van de goden.

Zachtjes strelen zij vergeelde marsorders,

 

gestolde zegelwas op generfd leder.

Vervloeken ze warme maren in de nacht.

In verpoederd weten herkennen zij de

 

wetten van de spiegeling. Het ijs is sprok.

 

IV

Vrijheid is een broze kooi. Dat beseft hij.

Het onbeholpen huppen van takkelingen

herkent hij in het uur waarin de uilen met

 

hun vlerken wiegen. Een late guichelheil

ritselt. “Weet je nog, de vorige keer dat ik iets

zei?” roept hij in herinnering. “Niemand twijfelt

 

nooit, maar er zijn uitwegen! Hoogverraad

is er roestvrij altijd, maar laat de korst nu

beter op de wond, op het zinkgat van de spijt.”

 

Men merkt het niet, maar er gebeuren grote dingen.

 

© Bert Bevers / 2016

 

  •