Posts Tagged ‘Breyten Breytenbach selfportret’

Yves T’Sjoen. Schenking van een Breytenbach-schilderij

Wednesday, June 10th, 2020

 

 

 

Na het heuglijke nieuws over boekenschenkingen aan de Gentse universiteitsbibliotheek door Fanie Olivier, de erven Cecile Cilliers en Daniel Hugo (zie vorig bericht), met een aanzienlijke collectie breytenbachiana, liet Breyten Breytenbach vorige week weten dat een geschilderd zelfportret is geschonken aan het Literatuurmuseum in Den Haag. Adriaan van Dis, voorzitter van de Vrienden van het museum, bezat het doek al vele jaren dat aanvankelijk deel uitmaakte van de collectie van Galerie Espace in Amsterdam. Aad Meinderts, museumdirecteur, heeft het voornemen geformuleerd het portret te exposeren in de kleurrijke galerij met geschilderde schrijversportretten. Daar zal het hangen in de Nationale Schrijversgalerij (https://literatuurmuseum.nl/schrijversgalerij/schrijvers) tussen een bonte stoet van Nederlandse schrijvers, met onder anderen Elisabeth Eybers (die de Nederlandse nationaliteit bezat). Een selectie is te bezichtigen op de website Literatuurmuseum.nl.

Het is opmerkelijk dat zovele jaren na de Reina Prinsen Geerligsprijs voor Die huis van die dowe (1968) en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs voor Lotus (1972) Breytenbach nog steeds wordt beschouwd – en terecht – als deel van de Nederlandse literatuur. Elders is al uitvoerig beschreven in hoeverre Breytenbachs literaire en beeldende oeuvre circuleert en wordt gerecipieerd in Nederland en Vlaanderen (Goedegebuure 1993, Van den Bergh 2003, Recourt 2008). De schilder Breytenbach, toen nog Juan Breyten, debuteerde veel eerder in Nederland dan de schrijver. Na de publicaties in Raster (1969-1972) verscheen Breytens Nederlandse poëziedebuut Skryt. Om ’n sinkende skip blou te verf (1972) in het fonds van Meulenhoff (Amsterdam, Poetry International Series). In 1964 exposeerde hij in Arnhem, precies in het jaar van het Zuid-Afrikaans poëzie- en prozadebuut Die ysterkoei moet sweet en Katastrofes (1964). Nog hetzelfde jaar organiseerde Galerie Espace een eerste tentoonstelling. Over Breytenbachs jarenlange betrokkenheid bij en vriendschap met Eva Bendien en Rutger Noordhoek Hegt noteert Erik van den Bergh: “Galerie Espace, de oudste galerie voor moderne kunst in Nederland, werd voor Breytenbach een thuis van grote betekenis. De sfeer, door zijn collega-schilder en schrijver Henk van Woerden getypeerd als ‘zuidelijk – plattelands Frans’, was open en bood ruimte aan beeld en woord. Vele dubbeltalenten vonden in Espace dan ook hun plek; naast Breytenbach exposeerden Lucebert, Hugo Claus en Henk van Woerden veelvuldig in deze galerie. Nadat Espace veel werk had getoond van de Cobraschilders kwamen in de jaren zestig kunstenaars aan bod die later aangeduid zouden worden als de ‘nieuwe figuratieven’: Reinier Lucassen, Pieter Holstein en Roger Raveel. Aanvankelijk werd Breytenbach ook tot deze groep gerekend. Breytenbach herinnert zich de vele tochten vanuit Parijs – waar hij vlak bij Corneille woonde – naar Amsterdam als een ‘epic experience, having to make detours in the night to smuggle artworks across the border, having exhibition catalogues confiscated as “obscene material” by dim-witted customs officials, or having a breakdown with friends in an over-loaded 2CV’. Van den Bergh heeft het over drieëntwintig vermeldingen in de catalogus die in 1997 verscheen ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van Galerie Espace.

Het is bekend dat Adriaan van Dis zijn Breytenbacharchief schonk aan het Letterkundig Museum (thans Literatuurmuseum). Voor mijn onderzoek heb ik talloze malen, steeds met de vriendelijke instemming van Van Dis en Breytenbach, de documenten kunnen bestuderen. De verzameling is een goudmijn voor het wetenschappelijk onderzoek naar Breytens aanwezigheid in Nederland en Vlaanderen. Uit deelonderzoek, onder andere over schilderijtentoonstellingen (zie bijvoorbeeld https://www.litnet.co.za/vriendschap-voor-breyten-schilderijen-in-de-doelen-1977/), is gebleken dat nog heel wat op te tekenen valt over presentie en receptie in de Lage Landen. Vooral het literaire parcours van Breytenbach, met name in Nederland, is uitvoerig belicht. De aanwezigheid in Vlaanderen kreeg tot op heden beduidend minder aandacht, hoewel ook die artistieke contacten en vriendschapsbanden van bijzonder belang zijn. De bijdrage over Breytenbach en het Vlaamse periodiek Revolver (T’Sjoen & Seghers 2017) bespreekt een deelaspect van de vele Vlaamse connecties.

Buitenlandse schrijvers functioneren in andere taal- en cultuurgebieden. Dat is een open deur. Breytenbachs artistieke werk maakt al langer deel uit van het gesprek over literatuur in de Lage Landen. Door vertalingen en boekpublicaties maar ook prijzen, netwerken, lezingen, colloquia, interviews en academische belangstelling participeert Breyten in de Nederlandstalige literatuur. Vermeldenswaard in deze context is de bekroning van zijn oeuvre met de Jacobus van Looy-prijs (1995) voor dubbeltalenten. Daarmee staat Breytenbach in een exquise rij met Armando en Lucebert.

De opname van het geschilderd zelfportret in het Literatuurmuseum is een fysiek-artistieke bevestiging van Breytens aanwezigheid in het Nederlandse taalgebied en diens actieve deelname aan het culturele leven. Deze bewering heeft geen annexionistische implicatie maar duidt vooral op de prominente zichtbaarheid van Breyten in Nederland en Vlaanderen en de jarenlange verstrengeling met het artistieke bedrijf en intellectuele debat.

 

Geschilderd portret van H.C. ten Berge

 

Bronnen

Jaap Goedegebuure, ‘“De weerklank wordt door de situatie bepaald”. Breyten Breytenbach in de spiegel van de Nederlandse kritiek’, in: Literatuur 1993, 4, p. 217-222.

Annemiek Recourt, ‘“Niet te véél aksent op het ‘Zud-Afrikaanse’ als-je-blieft”. De materiële en symbolische productie van het oeuvre van Breyten Breytenbach in Nederland’. Onuitgegeven masterscriptie, Universiteit van Amsterdam, academiejaar 2007-2008.

Yves T’Sjoen en Elke Seghers, ‘Beeldvorming rond het werk van Breyten Breytenbach in het Vlaamse tijdschrift Revolver’, Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans 24 (2017) 2, p. 84-102.

Erik van den Bergh, ‘17 juni 1972. De Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach ontvangt de Van der Hoogtprijs’, in: Maaike Meijer en Rosemarie Buikema (red.), Cultuur en migratie in Nederland. Kunsten in beweging 1900-1980, Sdu Uitgevers, Den Haag, 2003, p. 345-360.

Over de schenkingen aan de Universiteitsbibliotheek Gent:

‘Kostbare boekenschenking Afrikaanse letteren aan de Universiteit Gent’, LitNet NeerlandiNet, 11 april 2018. https://www.litnet.co.za/kostbare-boekenschenking-afrikaanse-letteren-aan-de-universiteit-gent/

‘Legaat van Cecile Cilliers naar de Universiteit Gent’, LitNet NeerlandiNet, 15 januari 2020. https://www.litnet.co.za/legaat-van-cecile-cilliers-naar-de-universiteit-gent/

‘Schenking van Breytenbach-boeken’, Versindaba, 28 mei 2020. https://versindaba.co.za/2020/05/28/yves-tsjoen-schenking-van-breytenbach-boeken/

Recente uitgave over Breytenbachs beeldend werk: Joost Bosland en Breyten Breytenbach, ‘“He who asks is mistaken he who answers is mistaken”, in The 81 ways of letting go a late self, Stevenson, Cape Town, 2018, p. 7-38 [catalogus tentoonstelling 18 oktober-24 november 2018].

De bijdragen van Jaap Goedegebuure en Erik van den Bergh zijn beschikbaar in de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren. Met dank aan Breyten Breytenbach en Adriaan van Dis.

 

 

  •